Christus op de vlucht
ASIEL IN EGYPTE
De kerk van Abu Serga in 'Koptisch Cairo' is een van de heilige bedevaartsplaatsen van de Koptisch Orthodoxe Kerk. Volgens de traditie hebben Jozef, Maria en het Kindeke in de onderkerk geleefd. Het volksverhaal vermeldt dat Jozef de kost voor zijn gezin verdiende door als timmerman te werken bij de Romeinse vesting Babyion. Na een maand zouden ze vertrokken zijn naar de vallei Nitria in het westen en Assiut in het zuiden. En je vraagt je af: is het niet merkwaardig dat juist in deze omgeving nog altijd zoveel christenen wonen?
Jezus in Egypte. Het is de trots van christen en moslim. Toen een vergadering van de Wereldraad van Kerken werd gehouden, deed een afgevaardigde uit de Verenigde Staten wat neerbuigend tegen een Egyptische theoloog. Deze gaf hem een rake zet: 'Christus Zelf was bij ons. Voor zover ik weet, nog niet bij u'.
Zo zijn er tal van herinneringen aan de tekst uit Mattheüs 2 : 15: 'Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen'.
Het karakter van het Mattheüsevangelie
Het evangelie naar Mattheüs, het eerste boek van het Nieuwe Testament, legt een veel sterker verbinding met het Oude Testament dan de andere evangeliën. De schrijver heeft zijn evangelie primair bestemd voor christenen die tot het joodse volk behoorden of die goed bekend waren met het jodendom. Het is specifiek Mattheüs die erop wijst dat Jezus de Messias van Israël is. In Hem worden de oudtestamentische profetieën 'vervuld'.
Dit verklaart waarom Mattheüs specifiek de historie van Jezus' vlucht naar en terugkeer uit Egypte beschrijft. Zo verduidelijkt de evangelist vanuit het Oude Testament de betekenis van opvallende onderdelen uit Jezus' leven. Hier zit de drang achter om de joden duidelijk te maken wat het Koningschap van Christus inhoudt. Een diep verlangen naar de Messiaanse Koning leefde in hun hart. Hadden we maar een Koning! Een strijder. Een Gezalfde Gods, Die aan het hoofd van een groot joods leger de gehate Romeinen het land zou uitgooien. Mattheüs probeert een correctie in dit denkpatroon aan te brengen. Deze Jezus is een Koning die zich vernedert. Want uit zonden en tekorten is het kleed van ons leven geweven, draad voor draad. Nationaal herstel is minder belangrijk dan verzoening en vrede met God. Op dit feit wordt in Mattheüs alle nadruk gelegd.
Het Kind als Verlosser
Ja, u leest het goed. Direct bij Zijn komst in de wereld valt de schaduw van het kruis over de kribbe. Dit Kindeke moet worden gedood. Herodes staat Hem naar het leven. De vijanden van Jezus zijn meer op hun qui-vive dan Zijn volksgenoten. Maar Zijn ure is nog niet gekomen. Het werk der verzoening wacht nog. Dat heeft de Vader ter hand genomen en het loopt Hem niet uit de handen. Op bevel van de Engel moet Jozef handelend optreden: neem het Kindeke en Zijn moeder mee naar Egypte.
En hij heeft niet geaarzeld. Daarbij komt dat hem nog een hart onder de riem wordt gestoken. Hij moet blijven in Egypte tot de dood van Herodes. Daarna zal de Engel terugkomen.
Naar Egypte
Weinig goede ervaringen heeft Israël met het buurland Egypte opgedaan. Waarom daar asiel zoeken? Wel, er woonden in die tijd veel joden. Het Koningskind kon er makkelijk verborgen blijven. Koning Herodes had er bovendien geen macht. Het lijkt menselijk bezien zo vanzelfsprekend: ga heen naar Egypte. Maar het is wel voor Hem vijandelijk gebied. Zijn kribbe stond in Israël, Zijn kruistroon moet staan in joodse grond. Hij wordt vreemdeling in Egypte.
In de Bijbel is Egypte de aartsvijand van Israël. Het land dat het volk onderdrukt. Denk aan het begin van de Tien Geboden: 'Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het diensthuis uitgeleid heb.' Bange jaren heeft Israël in Egypte gehad. Het Kind gaat hier heen in ballingschap. Naar het diensthuis der zonde. Je zou zeggen: hier past de ware Koning niet. Dit is in strijd met de waardigheid van de Zoon van God. Ja, als wij Hem aanzagen, zo had Hij geen gestalte, noch heerlijkheid.
Een Heerser, Die de weg van vernedering en verbanning wilde gaan. Om in onze plaats het Kind van de rekening te worden.
In de tweede plaats was Egypte in het verleden de beschermer. Wanneer er hongersnood is, gaat Abraham naar Egypte. De door zijn broers verstoten Jozef vindt in Egypte een schuilplaats, wordt onderkoning en kan zijn familie in het leven houden. De profeet Jeremia heeft er onderdak gevonden. Zonder het te weten heeft Egypte aan kinderen Gods asiel verleend.
Nog is de gastvrijheid groot in oosterse culturen. Een Oosterling ziet het als zijn plicht onderdak, bescherming en een uitvoerige maaltijd te geven aan zijn gast. Het druist in tegen de Kaïncultuur van onze tijd: de ander (de vreemde) is je vijand, die jouw identiteit, jouw bestaan bedreigt.
Vreemdeling zijn
Mensen met een niet-christelijk geloof wonen in West-Europa. We moeten ons afvragen of we achter de komst van (moslim-) emigranten de hand van God kunnen zien. Wie belijdt dat God de geschiedenis schrijft, zal zich van deze vraag niet kunnen ontdoen. Hoe komt het dat onze christelijke kerken zwak zijn en vele christenen niet geïnteresseerd om de vreemdeling in hun midden naastenliefde te betonen, door hun te vertellen van de Heiland der wereld?
Wat we daarnaast zien, is dat aan de toename van het aantal buitenlanders in Nederland zekere voordelen kleven. Het aantal buitenlandse kerken groeit fenomenaal. Alleen al in Amsterdam- Zuidoost zijn meer dan zestig buitenlandse kerken. Asielzoekers komen tot bekering. Wellicht kunnen zij ons helpen met de herkerstening van Nederland. Ons gebed moet zijn dat de christelijke kerken oases zullen zijn, waar bekeerde moslims een thuis (asiel) vinden en waar zoekende moslims hun dorst kunnen lessen.
Het spoor wordt ons gewezen door Christus. Hij, Die vreemdeling (asielzoeker) werd in een vreemd en vijandig land. Om verloren zonen en dochters Thuis te brengen in het Vaderhuis van God. Wie leeft in de liefde van Christus en die daarvan iets uitstraalt, wordt door de Geest gebruikt om andere mensen te winnen voor het Kindeke.
Vervulling van de profetie
Mattheüs ziet in de gang van Jezus naar Egypte het woord uit Hosea n : 1
vervuld worden: 'Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen'. In deze tekst heeft het woord 'zoon' betrekking op het volk Israël. Was de uittocht van Israël uit Egypte geen echte verlossing? Nou en of! Maar deze 'Zoon' was niet een gehoorzaam kind. De exodus onder Mozes was niet compleet en onvolkomen. Door de geboorte van de Zoon, Die zonder enige zonden was, breekt het volle licht door.
De evangelist geeft een doorkijk in de geschiedenis. Zie het 'Israël', heel uw historie is gericht op en vindt haar centrum in de zending van Jezus Christus. De boze hand van koning Herodes wordt in de tang gehouden door de genadige hand van God. De doodsklokken luiden over dit Kindeke. Maar door het ingrijpen van God in de vlucht naar Egypte worden alle verhoudingen op hun kop gezet.
Daarom is er genade, frank en vrij. In dit Goddelijke Kind. Ik raakte in de greep en de klem van de zonde. Nu komt Christus mij achterna in het land van de schaduw des doods. Hij was in Egypte, in het diensthuis van mijn knechtschap. Hij kwam uit Egypte. De onmogelijkheid van de verlossing wordt omgezet in blijde realiteit. Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan.
Zo komt ieder mens met Israël op de tweesprong te staan: gered met Jezus of verloren met Hem. Ook weer verbinding of scheiding.
Perspectief
Ooit ging de befaamde hoogleraar G. van der Leeuw zitten op een door de zon overgoten terras. Tegelijk ving hij enkele flarden van een gesprek op. Geagiteerd werd er door een dame geroepen: 'Waar moet dat naartoe? ' Spontaan haakte de theoloog daarop in met de vraag: 'Mevrouw, wie heeft u gezegd dat het ergens naartoe moet? ' Wellicht zonder het zelf goed te beseffen, gaf deze dame er blijk van dat de Bijbel een perspectief schenkt op de toekomst. De vraag naar de bijbelse toekomst van Egypte is niet moeilijk te beantwoorden. Het Oude Testament ontsluit duidelijke antwoorden. In Jesaja 19 : 19 lezen we: 'Te dien dage zal de Heere een altaar hebben in het midden van het land Egypte, en een opgericht teken aan haar landpalen voor de Heere'. Dat Egypte het land van Gods beloften is, wordt uitgezongen in Psalm 87: 'Ik zal Rahab (een scheldnaam voor Egypte) vermelden onder degenen, die Mij kennen'. Door zulke teksten worden we steeds weer herinnerd aan de vruchten van Christus' vlucht naar Egypte. Op de eerste pinksterdag in Jeruzalem waren inwoners van Egypte aanwezig. Het christendom in Egypte bestaat al 2000 jaar, ondanks een dominante moslimcultuur. De christelijke kerk in Noord- Afirika is bijkans geheel verdwenen. Egypte heeft een levende kerk met zo'n zeven miljoen christenen.
De vreemde reis van het Kind. Het kruis trekt schaduwen over deze Zoon van God. Als vreemdeling in het diensthuis van de zonde. Alles wat wij missen, dat heeft Hij. Een oor om naar het Woord te luisteren. Een mond om te spreken: 'Het is volbracht'. Handen om blinden het gezicht te geven. Voeten om vermoeiden op te zoeken. Een Engelse roman tekent een jongen bij wie alles op z'n kop staat. Op de vlucht, rennend door de straten van Londen, ziet hij het kruis op de toren van de St. Paul's Cathedral. Hij fluistert: 'Dat staat tenminste nog overeind'.
Zo mag de Kerk op kerst verwonderd met Augustinus belijden: 'Door genade verkoren, door genade een vreemdeling hier beneden, door genade een burger hierboven'.
J. BROEKHUIS, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2002
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2002
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's