De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verwanten van Jezus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verwanten van Jezus

TOT EEN HOGE EER VERHEVEN

8 minuten leestijd

Als aan ons de vraag gesteld zou worden of wij familie van Jezus zijn, dan zouden we misschien even vreemd opkijken. Zo'n vraag kan bedenkingen bij je opwerpen, zoals: is dit niet te populair uitgedrukt? Ik wil toegeven dat het geen alledaagse vraag is. Bij familie denken we aan onze vader en moeder, onze broer of zuster, ons kind. Wij kunnen zeggen dat wij familie hier of daar hebben wonen, of dat wij familie zijn van die en die.

Toch is de vraag heel legitiem: bent u familie van Jezus? Bent u naast al uw aardse familiebetrekkingen ook familie van Hem? Dat deze vraag heel indringend is, mag duidelijk zijn. Het is een vraag die heel dichtbij komt, want er wordt gevraagd naar onze verhouding tot Hem, de verhouding tot het Kind van kerst, Die in onze ellende is neergedaald; de verhouding tot Hem, Wiens naam zou zijn Jezus, dat is Zaligmaker van zondaren. Het is een vraag die over uw hart gaat. En het gaat natuurlijk ook over het hart, het hart van de zaak!

Bloedband

Bent u familie van Jezus? De vraag mag gesteld worden en heel persoonlijk tot ons komen, want het is de Heere Zelf Die er zo over spreekt. Het is in de geschiedenis waarin Zijn moeder Maria en Zijn broers Hem zochten te spreken. Door een zeker persoon werd Hem dat te kennen gegeven. Deze persoon krijgt vervolgens een tegenvraag: Wie is Mijn moeder, en wie zijn Mijn broeders? Dit is geen ontkenning door de Heere van Zijn familie, een niet doen alsof zij niet bestaan. Integendeel, want dat zou een ingaan zijn tegen het gebod: eert uw vader en uw moeder, en tegen Zijn eigen woorden, dat wij onze naasten moeten liefhebben als onszelf. ,

Wat de Heere te kennen wil geven, is iets heel anders. Wanneer Hij de tegenvraag gesteld heeft, strekt Hij Zijn hand uit over Zijn discipelen en zegt: 'Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders'. Dit is voor ons mensen natuurlijk niet te rijmen met het feit datje familie ten diepste iemand is met wie je een natuurlijke bloedband hebt. Hoe kan Hij dan de discipelen aanwijzen en hen zelfs Zijn moeder noemen? Het mag duidelijk zijn dat de Heere hier beeldvormig spreekt en op een diepere zaak wijst. Hij stelt het verwantschap van het vlees in de schaduw en gaat de gelovigen tot een even hoge eer verheffen. Of moeten we misschien wel zeggen: tot een nog hogere eer, omdat het ziet op een bloedband van een geheel andere aard. Geboren uit de maagd Maria, zeker, naar het vlees, en daarom Zijn moeder, maar geboren uit de Geest in het hart van een zondaar, en dan is het een zaak, die alle verstand te boven gaat, om zo persoonlijk in de namen van moeder en broeders een verwant genoemd te mogen worden.

Verwachting

Het gaat dus allereerst om het geloof in Hem. Het gaat om de geestelijke verwantschap. Daar moet het ons ook om gaan. Hiermee is tevens onlosmakelijk het doen van de wil van de Vader verbonden, want, zegt de Heere, zo wie de wil Mijns Vaders doet, Die in de hemelen is, dezelve is Mijn broeder, en zuster en moeder. Er zal moeten zijn een zich aan God toewijden in ware gerechtigheid, want zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien. Dat is ook heel logisch, want wanneer een vader drie zonen heeft, dan verwacht hij dat zij zijn wil doen, en dat zij, ondanks hun verschillende karakters, zoals bijvoorbeeld bij Petrus, Johannes en Jakobus, toch in zijn wegen gaan. Wanneer daar een bloedband is, mogen kinderen verwachting hebben van hun vader, maar daar mag de vader zeker ook verwachtingen hebben van zijn kinderen.

Klokgelui

Wie is nu die broeder, zuster en moeder? Het zijn diegenen die in het ware geloof Christus hebben mogen leren kennen, en die de wil van de Vader doen. Veel zou hierover nog gezegd kunnen worden, ware het niet dat het de bedoeling is dit artikel toe te spitsen op onze multiculturele samenleving.

De samenleving waarin wij leven, waarin wij ons bewegen, waarin wij staan als kerk, waarin wij staan als christenen. Een samenleving waarin het kerstfeest nog gevierd wordt, of in ieder geval als naam nog genoemd wordt. Een samenleving waar er vrije dagen zijn, omdat het kerst is. Een samenleving waar de winkels ieder van kerst spreken. Een multikerkelijke samenleving, waar kerstnachtdiensten gehouden worden, waar op eerste kerstdag de klokken nog luiden en ieder toeroepen: kom dan, kom dan, kom tot Hem in Wie het ware leven ligt. Dat alles geschiedt, opdat er nog vele broeders, zusters en moeders zouden geboren worden. Opdat velen zouden mogen komen tot het ware geloof in Jezus Christus, het Kind van kerst, en zouden doen de wil van Zijn Vader, Die in de hemelen is.

Als het klokgelui over ons land en ons volk gaat, ook op het kerstfeest, dan is dat de roep tot eenieder om te komen tot Hem, Die het ware leven is, de Heere Jezus Christus. En als dat klokgelui over land en volk gaat vanuit de multikerkelijke samenleving, dan komt dat geluid, dan komt die roep tot onze multiculturele samenleving. Een boodschap tot herders, een boodschap tot wijzen uit het oosten, een boodschap tot Nicodemus, een leraar in Israël, een boodschap tot de moorman, een kamerling van de koningin uit het zuiden. Een blijde boodschap, die al de volken wezen zal.

Inburgering

Wat kunnen wij bezig zijn binnen kerkelijke grenzen, binnen onze gemeente, of moeten we misschien zeggen: onder degenen die tot ons behoren, ondanks de zending, welke door ons een warm hart wordt toegedragen. En zeker, we hebben bezig te zijn binnen onze gemeente en binnen ons land, maar hoe moet het, als een zekere Ruth, een Moabitische, op onze akker loopt? Als daar een mens, Adam, van een andere taal, geslacht, taal, natie of tong, binnen onze landsgrenzen zich begeeft, om welke reden dan ook? Zeker, zij hebben zich in zekere zin aan te passen, en het is ook de vraag geweest aan de regering om meer te doen aan integratie en inburgering, maar wat doen wij kerkelijk met de vreemdeling, die in onze poorten is aan integratie en inburgering? Dat mensen van een andere taal, natie en tong, geteld zouden worden als bij Israël ingelijfd, en dat zij de naam van Sions kinderen zouden dragen? Zijn wij als een Boaz, die met innerlijke ontferming over die vreemdelinge op zijn grondgebied bewogen was? Hij zei niet: 'Wat doet zij hier? ' Hij was heel wat milder: 'Van wie is deze jonge vrouw? ' Het was voor hem niet toevallig dat zij daar gekomen was. Hij pro-

beerde de wil van de Vader te ontdekken. En hoe is zij geworden tot een moeder van Jezus. En zo lezen we nu in het geslachtsregister van de Heere Jezus: 'en Boöz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai.'

Huidskleur of afkomst

Wie is Mijn moeder, en wie zijn Mijn broeders? Ruth, een Moabitische, een moeder van Jezus wat betreft de geslachtslijn, maar ook een moeder van Jezus, omdat zij van Gods geslacht was, waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen. Zij behoort nu ook tot hen die het nieuwe lied zingen: Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie. Wij kunnen ons niet voorstaan op het feit dat wij jood of christen zijn, wij zijn niet uitnemender, wij zijn van onszelf allen onder de zonde, er is niemand rechtvaardig, ook niet één. Maar Gode zij dank dat daar een blijdschap gegeven is, die al den volke wezen zal. Een blijdschap die verkondigd mag worden onder ons, maar ook een blijdschap die verkondigd mag worden aan allen die verre zijn, en nu zo dichtbij gekomen zijn, zovelen als er de Heere, onze God, toeroepen zal.

Zouden deze woorden van Petrus nu niet meer gelden? Hoe hebben we, waar mogelijk, de vreemdeling te brengen tot Christus en tot de wil van de Vader. Hoe staan wij zo dan ook tegenover de vreemdeling, die in onze poorten is? Hoe zou Christus Zelf gedaan hebben, al Hij nu op aarde zou zijn? Hij zou de wil van Zijn Vader doen, namelijk bezig zijn, opdat zondaren, van welke taal of volk ook, tot de kennis der zaligheid zouden komen. Is dat ook ons willen?

Het broederschap of zusterschap van Christus ligt niet in een huidskleur of afkomst, want wij hebben allen één vader, en dat is Adam, maar dat verwant zijn aan Hem is gelegen in Hemzelf, in Zijn verzoenend werk, omdat Hij in Zijn komst op deze aarde is nedergedaald, niet maar in een kribbe, maar in de diepte van de verlorenheid van'alle mensen, van geen mens uitgezonderd.

Familie

Bent u familie van Jezus? Een persoonlijke vraag, maar die heeft veel te zeggen over onze verhouding tot anderen, ons staan en bezig zijn ten opzichte van anderen in deze multi-culturele samenleving. Als de Heere met ons wil samenleven, met ons als zondaren, zouden wij dan niet willen samen leven met anderen, dat zij een even dierbaar geloof zouden bezitten, door de rechtvaardigheid van onze God en Zaligmaker, Jezus Christus?

De regering moet meer doen aan integratie en inburgering, zo wordt wel gezegd. Of we het daar nu mee eens zijn of niet, wat zou het erg zijn als dit tot de kerk en tot kerkmensen gezegd zou moeten worden.

P. C. VAN KEULEN, OUDERKERK AAN DEN IJSSEL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2002

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Verwanten van Jezus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2002

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's