De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Filippus uit Bethsaïda

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Filippus uit Bethsaïda

DE APOSTELEN VAN JEZUS CHRISTUS [6]

8 minuten leestijd

Nooit zal iemand het uur vergeten waarin hij of zij Jezus vindt, van Jezus 'gevonden wordt' (Joh. i: 44). Al is het maar dat ons hart in een wonderlijk vermoeden door Hem geboeid wordt. Iets van het 'Wie is toch Deze? ', zoals wij in het vorige hoofdstuk al schreven (Lukas 8 : 25). Bij ons zal lang niet altijd die ontmoeting met uur en dag gedateerd zijn. Maar de lijfelijke ontmoeting met Jezus is dan ook voor Zijn apostelen anders geaccentueerd.

Filippus komt evenals Andreas en Simon Petrus uit Bethsaïda. Wellicht hebben ze elkaar ook als plaatsgenoten gekend.

Slechts twee woorden zijn ons bekend van Jezus tot Filippus: 'Volg Mij' (Joh. x: 44). 't Zal natuurlijk niet aan verder onderwijs van Jezus hebben ontbroken. Maar Zijn Woord is vol van Geest en kracht. Dat merken wij als verteld wordt hoe Filippus Nathanaël vindt (vs. 45W.): in de wet en de profeten, dat is in die tijd het hele Woord van God, het Oude Testament is de komst van de Christus voorzegd en beloofd.

De Messias! En nu hebben ze Jezus, de zoon van Jozef, van Nazareth gevonden! De Messias! Je moet er maar doorhéén kijken! En dan is daar het wonder: Filippus kan het, mag het, dóet het. Het geloof is altijd wonder. Vooralsnog heeft Nathanaël er geen goed woord voor over. Wat zal Nazareth voor goeds opleveren? Een onbetekenend plaatsje. En dan 'Jezus, de zoon van Jozef...'

Maar Filippus leeft van het wonder! En zoals kort daarvoor Andreas zijn broer Simon tot Jezus leidt, zo zegt hij nu ook tot Nathanaël: 'Kom en zie'. Hoe zal hijzelf Nathanaël overtuigen? Dat is onbestaanbaar.

Maar heerlijker nog dan die van Filippus wordt de belijdenis van Nathanaël (Bartholomeüs, Markus 3 : 18): 'Rabbi, Gij zijt de Zoon van God' (tóch de zoon van Jozef...), 'Gij zijt de Koning van Israël' (Joh. 1: 50). Wat is de Heere Jezus groot, wat is Zijn Woord met macht. Dat is een nooit te vergeten troost voor hen die in hun getuigenis en prediking tegenover een wereld van ongeloof staan. Veel nog zal Filippus met Nathanaël achter Jezus aan moeten leren. Onvoorstelbaar veel! Maar 'dat geloof is echt, dat zich aan Jezus hecht'. Zo'n hart komt nooit meer los van deze Jezus.

Volmacht

Ook Filippus is erbij, als de twaalf worden uitgezonden door Jezus (Matth. 10 : iw.). Onvergetelijk! Hun prediking moet samenvallen met die van Johannes de Doper: 'Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen'. Maar ook meer dan dat: ze hebben immers Jezus ontmoet, Zijn onderwijs ontvangen. En met de anderen ontvangt Filippus (vol)macht over onreine geesten, mag hij duivelen uitwerpen, zieken genezen, melaatsen reinigen, doden opwekken. Dat laatste zal wel uitzondering blijven tot Hand. 9 (Dorcas) en Hand. 20 (Eutychus).

Totaal afhankelijk, zonder brood en geld en staf en reservekleding gaan ze op pad. Niet naar Samaritanen en heidenen, maar naar Israël. Ondanks alles wat Jezus van Zijn volk ervaart. Eerst de jood, en dan de heiden. Zo leert de Heere ook Filippus iets van het apostelschap, dat met lege handen op pad moet; hoe vaak zal dat nog voor hem gelden. Maar het Woord, en de (vol)macht van Jezus gaan mee. Hij zal daar wel aan terug hebben gedacht toen hij later in Samaria was met Jezus. In Sichar bij Jakobs Fontein. Nu ineens wél Samaria! In de brandend hete zon, terwijl Filippus met de anderen maar moet zien dat ze aan brood komen. Water is er in de put.

Maar als Filippus met de elven terugkomt, staan ze daar met hun brood. De Meester dronk niet in Zijn dorst, terwijl Hij met de Samaritaanse vrouw sprak. En nu wil Hij geen brood eten. Vragen durft niemand iets aan Hem. En dan is daar ineens dat vreemde woord van Jezus: 'Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.' Wie bracht Hem dat eten dan? En dan Jezus' woorden: 'Mijn spijs is, dat Ik doe de wil van Degene, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge.' (Joh. 4 : 31-34). Echt een woord uit Johannes, met wie Filippus iets gemeen heeft.

Filippus' rol bij de spijziging van de 5000 (Joh. 6) en de komst van de Grieken (Joh. 12 : 2ow.) bespraken wij reeds bij Andreas. Opmerkelijk is dat naast de apostellijsten in Mattheüs, Markus en Lukas de naam van Filippus verder alleen bij Johannes voorkomt. Jezus heeft vaak in Johannes gesproken over Zijn Vader. Ik bedoel dan niet in Zijn gesprekken met de joden en hun leidslieden. Maar ten aanhore van Zijn discipelen. Maar wie heeft van hen gereageerd; er echt acht op geslagen? Reeds eerder lazen wij met elkaar dat bedroefde woord van Jezus uit Joh. 16 : 5: 'En nu ga Ik heen tot Degene, Die Mij gezonden heeft; en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? ' O, wat dat wel voor de Heere Jezus moet geweest zijn! Maar nu is er toch één, die ernaar vraagt: Filippus (Joh. 14 : 8).

Jezus spreekt in Joh. 14 : iw. over Zijn heengaan naar het Vaderhuis met veel woningen. Éénmaal komt Hij hen halen. 'Waar Ik heenga, weet gij, en de weg weet gij.' Dan zegt Thomas: 'Wij weten van .geen waarheen, en (dus) van geen weg.' En hier nu komt dat 'gouden woord' van Jezus: 'Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.' (vs. 6).

'De Vader, Mijn Vader'

Hier ligt het hart van Christus open naar de Vader, Zijn Vader. Maar ook naar de discipelen. Ook naar Filippus. En in het heilig moment dat nu is aangebroken, waarin de hemel zo dichtbij lijkt, vraagt Filippus: 'Heere, toon ons de Vader, en het is ons genoeg.' zou Filippus zelf wel geweten hebben wat hij aan de Heere vroeg? Waar heeft hij aan gedacht? Zou Mozes' woord uit Ex. 33 : 18 hebben meegespeeld: 'Toon mij nu Uw heerlijkheid!'

Eerst reageert de Heere op Thomas: 'Indien gij Mij gekend had, zo zou u ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu aan kent gij Hem, en hebt Hem gezien.'

Een raadselachtig woord nog voor Filippus en de anderen. Het 'van nu aan' is het grote keerpunt; we lezen het ook in hopfdstuk 13 : 7, 19, 33 en 37. Het keerpunt van komend lijden, sterven en verheerlijkt worden. Heengaan tot de Vader (Hemelvaart) en Pinksteren naderen. Jezus gaat afsteken naar de diepte; hun gebrekkig kennen moet tot groei en voleinding komen. Daarin ligt ook het zien van de Vader. Niet onmiddellijk, maar middellijk in en door Jezus, Die hen de Vader doet kennen. Bij dit laatste woord van Jezus nu knoopt Filippus aan: 'Heere, toon ons de Vader, en het is ons genoeg (voldoende)'. Dan is alles toch opgelost; 'wij hebben Hem zelf gezien'. Hoeveel verschijningen uit het Oude Testament zijn aan Filippus niet bekend!

Ach, en nu is er opeens het stil verwijt; verwijt van de Heere: 'Ben Ik zo lange tijd met u, en hebt gij Mij niet gekend,

Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons de Vader? ' Drie jaren onderwijs van de Meester; en vaak zo weinig is ervan opgestoken. Jezus mocht méér veronderstellen. En toch! Hoe is het mógelijk! En onwetendheid in het geloof is ook zonde...

Evenwel begrijpen wij Filippus zo goed. Of niet? We hebben het niet in ons; het moet van buiten komen. Niet iéts, maar zo helemaal alles! 'Wie Mij gezien heeft, Filippus, die heeft de Vader gezien.' Geheim van dat geloof, dat in Christus de Vader ziet. 'Want de Vader is in Mij, en Ik ben in de Vader' (vs. 10). Is dat te moeilijk? Dan moet Filippus voorlopig nog maar geloven in het Woord van de Vader en Zijn werken. En Jezus en de Vader zijn Eén. Het moet vérder nog opengaan alles. Want straks zal Filippus getuige moeten zijn van zijn verheerlijkte Meester, gestorven en opgestaan, verheerlijkt aan de rechterhand van Zijn Vader; Zijn Meester, Die door de Heilige Geest heerlijkheid zal ontvangen in de harten. En waar Hij verheerlijkt wordt als de Zoon, wordt in Hem ook de Vader verheerlijkt.

Uit het zicht

En verder: Filippus raakt uit ons zicht. Werkte hij in Klein-Azië en stierf hij in Hierapolis? Maar nooit raakte hij uit het zicht bij Jezus, en hij heeft de Vader gezien...! Het zien van de Vader; het zien van of op Jezus. Misschien mogen wij bij onze jongeren wel spreken bij hun bijbellezen en luisteren van 'iets gaan zien in Jezus' en iets gaan zien in de Vader. Bij de catechisatie hielp mij dat nog al eens, als het ging om bv. Hebr. 2 : 9 e.a. 'Maar wie zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond...' De Schrift wordt toch ontsloten door de Geest, opdat het 'zien van het geloof een wonderlijke werkelijkheid wordt. Hoe waardevol is in dezen nog altijd Berkouwers boek: Het Licht van de Wereld (1960), als 'tware 'bevindelijk' geschreven. Hoe kan het, dat iemand wat hij toen schreef, zo ver achter zich heeft gelaten...

Raadsels, niet voor ons bestemd. Maar Christus laat geen woord ter aarde vallen. En de Vader ook niet. In Christus zijn immers al Gods beloften ja en amen, God tot heerlijkheid (2 Kor. 1:20).

J. C. SCHUURMAN SR., BARNEVELD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Filippus uit Bethsaïda

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's