Identificatie in geloofservaring
Uw GOD IS MIJN GOD [I]
Hij keek zijn ouderling verdrietig aan, zuchtte diep en vertelde: 'Toen ik een jaar qf 15, 16 was, ben ik depressief geworden. Ik heb heel veel gebeden, maar God luisterde niet. Het werd alleen maar erger, ik kreeg suïcidale neigingen en voelde me hopeloos. Nu ivil ik wel weer verder leven, maar het leven is zo moeilijk. Waar is God? Ik voel me in de steek gelaten. Je schreeuwt omhoog, maar luistert Hij wel? God is zo ver weg en geeft geen antwoord. Het is zo moeilijk, ik stik er bijna in...'
UW GOD IS MIJN GOD [1]
Een verhaal dat er één onder vele is. Wanneer je als gemeentelid of als ambtsdrager deze jongen tegenkomt, wat zeg je dan? Hoe geef je een antwoord waarmee hij verder kan, hoe wijs je hem de weg naar God? Of als je zeifin een vergelijkbare situatie zit, waar zoek je dan een uitweg? Hoe weet je dan dat wat je in de Bijbel leest ook voor jou is? Hoe kom je dan zo ver dat je kunt zeggen tegen je ouderling op huisbezoek of wie dan ook: 'Uw God is mijn God'?
Bij het zoeken naar een antwoord op deze vragen kan het ons verder helpen als we meer weten over psychologische processen die invloed uitoefenen op de geloofsbeleving. Voor ieder mens geldt dat het geestelijke, het leven van het geloof, verbonden is met het psychische; in de geloofservaring (of in het afwezig zijn daarvan) spelen psychologische processen altijd een rol. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het geloof uitsluitend een product is van psychische processen. Integendeel, geloven is meer dan menselijk, het is een gave van de Heilige Geest. Maar de Geest heft hierbij het menselijke niet op, Hij werkt door het menselijke heen - wij blijven mensen, schepselen van God. Inde schepping en herschepping is het psychische, evenals het lichamelijke, onderdeel van het mens-zijn; daarom is een doordenking van de plaats van psychische processen in de geloofsbeleving zeker de moeite waard. In dit artikel richten we ons in het bijzonder op identificatie: welke rol speelt identificatie in de geloofservaring en wat betekent dat voor de geloofscommunicatie, het spreken over (en vanuit) het geloof? Voordat we hierop ingaan, moeten we weten wat we bedoelen met 'identificatie'.
Verbondenheid met mensen
Het woord 'identificatie' betekent letterlijk 'vereenzelviging'; wanneer je je identificeert met iemand, herken je jezelf in die persoon en voel je je verbonden of één met hem. Identificatieprocessen vormen een belangrijk onderdeel van ons bestaan: in het dagelijks leven identificeert iedereen zich met een bepaalde persoon of groep, want iedereen wil 'ergens bij horen'. De verbondenheid kan ervaren worden in gedeelde opvattingen of idealen, gedeelde gevoelens of gedragingen. Bij jongeren gaat identificatie soms zo ver, dat het eigen gedrag (bijvoorbeeld de manier van kleden) volledig wordt bepaald door 'wat de groep vindt'. Volwassenen gaan hierin meestal minder ver, maar ook zij identificeren zich tot op een bepaalde hoogte met anderen. Immers, in een samenleving waarin de grenzen steeds opener lijken te worden, zoeken mensen veiligheid bij elkaar of binnen de eigen groep. Ook de kerkelijke gemeente kan (en moet) functioneren als een veilige basis waar mensen geborgenheid ervaren door onder meer gedeeld geloof en gezamenlijke hoop.
Identificatieprocessen zijn dus belangrijk voor ons. Onze identiteit krijgen we voor een deel door verbondenheid met de mensen om ons heen. We kunnen ons echter niet alleen verbonden voelen met onze 'naasten' in het heden, maar ook met mensen uit het verleden, mensen die ons zijn voorgegaan. Wij leven verder in wat zij ons hebben overgeleverd, in hun traditie. We 'ontmoeten' hen wanneer we over hen lezen of horen, bijvoorbeeld in een biografie, en kunnen ons met hen identificeren. Dat geldt eveneens voor
de mensen die we tegenkomen in de Bijbel. Hoe verloopt zo'n proces van identificatie?
Gods handelen
In de Bijbel gaat het telkens over mensen die op de een of andere manier in relatie met God staan: zo lezen we onder meer over de aartsvaders, de koningen, het volk Israël, de discipelen, de eerste christenen... Als je de Bijbel leest, kan het gebeuren dat een beschreven situatie heel herkenbaar is: de persoon over wie het gaat, verkeert in dezelfde omstandigheden als jezelf. Je identificeert je dan met deze figuur en voelt je sterk verbonden met hem of haar. Echter, in de Bijbel gaat het niet alleen over mensen met hun vreugden en zorgen, met zekerheden en twijfels, met voorspoed en tegenspoed. We lezen ook hoe Gód handelt met deze mensen in hun verschillende situaties. De Bijbel plaatst de gebeurtenissen die beschreven worden altijd onder het gezichtspunt van Gods handelen met mensen. De Heere openbaart Zich daarbij op allerlei manier: als Schepper, als Verlosser, Bevrijder, Rechter, Trooster...
Wanneer je jezelf identificeert met een bijbelse figuur in een concrete situatie, lees je ook over Gods handelen in die situatie en ontdek je hoe God Zijn weg gaat met de persoon in wie je jezelf herkent. Daardoor krijg je ook een bepaalde verwachting van God: zoals God toen met die persoon gehandeld heeft, zo kan Hij nu nog steeds doen met jou. Hij verandert immers niet, maar blijft altijd Dezelfde!
Het identificatieproces kent dus meerdere aspecten: er is identificatie met een concrete persoon uit de Bijbel, en tegelijkertijd ontstaat er een verwachting van God, op grond van Zijn handelen met de persoon van toen. Deze verwachting is gewekt door het Evangelie en daarom meer dan een menselijk idee.
Thomas
Laten we als voorbeeld eens kijken naar Psalm 60. In deze psalm lezen we: 'O God, Gij had ons verstoten, Gij had ons gescheurd, Gij zijt toornig geweest; herstel ons.' David schrijft deze psalm ('een gouden kleinood tot lering'!) in oorlogstijd. Hoewel wij meestal niet letterlijk in een oorlogssituatie verkeren, kan het toch gebeuren dat we ons net zo voelen als David: aangevallen van buitenaf of van binnenuit. Alles lijkt meer te spreken van Gods toorn dan van Zijn liefde, we voelen ons verlaten en verstoten. We . identificeren ons daarin met David, herkennen ons in zijn gevoelens en gedachten. Echter, het gaat in Psalm 60 niet alleen over David, maar juist ook over de God van David. De Heere wordt weliswaar ervaren als de God van toorn en verstoting, maar Hij is óók Degene van Wie verlossing, hulp en bevrijding te verwachten is! David eindigt in zijn psalm als volgt: 'Wie zal mij voeren in een vaste stad? (...) Zult Gij het niet zijn, 0 God, die ons verstoten had? (...) Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid (...). In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze tegenpartijders vertreden.' Er ontstaan dus in het geloof verwachtingen met betrekking tot Gods handelen, en in zekere zin wordt er op dit handelen geanticipeerd. De Heere blijkt meer en groter te zijn dan we aanvankelijk dachten!
Een ander voorbeeld, of beter gezegd, een andere identificatiefiguur: Thomas de discipel die, overspoeld door twijfel, maar niet kan geloven dat zijn Heere leeft. Hoe vaak herkennen wij ons niet in Thomas, hoe vaak gebeurt het niet dat we twijfelen aan God en Zijn belofte, dat we vraagtekens zetten bij de opstandingskracht van de Levende, in plaats dat we ons gelovig vasthouden aan Zijn Woord? Voor onze beleving is het haast vanzelfsprekend dat God met zulke ongelovige twijfelaars niets kan... Toch is dat niet wat er gebeurt met Thomas: de Heere Jezus zoekt Zijn ongelovige discipel op, Hij komt dwars door gesloten deuren heen en brengt Thomas Zijn vrede! En daarom hoeven wij niet te wanhopen, maar mogen we verwachting van Hem hebben: ook nu nog kan Hij door de muren van ons ongeloof heen breken en Zichzelf openbaren als de Levende en Getrouwe.
Het verwachten van God ziet uit naar vervulling: we verlangen dat Gods handelen waarop we hopen inderdaad realiteit wordt, dat God onze situatie anders maakt, op welke manier dan ook, en dat we Hem mogen ervaren als de God Die nabij komt. Echter, de vervulling van onze verwachting gebeurt niet altijd onmiddellijk; denk bijvoorbeeld aan Abraham en Sara, die jarenlang moesten wachten tot God hun het kind van de belofte gaf. Het ver-wachten kan moeilijk zijn voor ons, maar tevens een oefening voor het geloofsvertrouwen: 'Ik verwacht de Heere en hoop op Zijn Woord, mijn ziel wacht op de Heere...' (Ps. 130).
In de Bijbel komen we allerlei mogelijke identificatiefiguren tegen. Toch zal identificatie alleen plaatsvinden als er herkenning is, als er een bepaalde mate van overeenstemming is tussen je eigen situatie en de situatie van de bijbelse persoon. Wie zich bijvoorbeeld verblijdt over Gods wonderen in zijn leven, herkent zich niet in Job op de puinhopen van zijn bestaan, maar wel in de psalmdichter die zingt: 'Komt, maakt God met mij groot' (Ps. 34). Hierbij geldt dat het de Heilige Geest is die het identificatieproces draagt en leidt.
Nieuwe verwachting
Wat betekent dit nu voor het gemeenteleven van nu? Wat heb je eraan dat je iets weet van identificatie, van herkenning en verwachting als je (als gemeentelid of als ambtsdrager) een pastoraal bezoek aflegt, bijvoorbeeld bij de jongen die in het begin van dit artikel aan het woord was? Belangrijk binnen het (crisis)pastoraat is allereerst dat je aansluit bij de beleving van de ander. Als je uitspraken doet over God en het ervaren van God die tegengesteld zijn aan de beleving van de ander of te hoog gegrepen zijn, kan de ander zich vreemd of onbegrepen voelen. Uitspraken als 'Dat is toch niet voor mij' of'Daar kan ik niet bij' zijn signalen van dit gevoel. Het getuigt juist van verstandig handelen met een 'ellendige' (zie Ps. 41) als je hem meeneemt door aan te sluiten bij zijn beleving. Dit kan door te verwijzen naar bijbelse personen die in eenzelfde situatie verkeerden. Het is dan van belang datje in de Bijbel zoekt naar mensen in wie de ander zich kan herkennen en doorgeeft hoe God handelde in die (vergelijkbare) situatie. Op die manier kan de ander zich identificeren met de bijbelse persoon en ontstaat er nieuwe verwachting van God wanneer de Heilige Geest gebruikmaakt van het bijbelgedeelte dat je aanreikt.
Overigens zijn identificatiefiguren in de Bijbel niet alleen concrete mensen die bij name genoemd worden; ook met een ik-figuur, zoals in de psalmen, kun je je identificeren. Verder zijn er de mensen achter een bijbelgedeelte: zij vormen het 'publiek' tot wie een profeet of apostel zich richt en kunnen eveneens identificatiefiguren zijn. Denk bijvoorbeeld aan de mensen in Korinthe met hun vragen, aan wie Paulus zijn brieven schrijft, of aan het volk Israël in ballingschap, tot wie Jesaja zich richt in zijn 'Troostboek'. Wat voor de gemeenschap van toen gold, kan nu ook van toepassing zijn op een enkeling; de identificatie ligt dan op één punt, en dat punt is precies de kern van de situatie. Als voorbeeld kijken we naar Jesaja 54. De mensen achter deze profetie voelen zich verdrukt en opgejaagd. Ze verlangen naar troost, maar durven dit verlangen nauwelijks toe te laten, bang als ze zijn om hierin beschaamd te worden. En er i's al zoveel schaamte om alles wat er in het verleden gebeurd is... En juist in deze situatie zegt God door Jesaja: 'Vrees niet, want u zult niet beschaamd worden, maar u zult de schaamte en de smaad vergeten; Ik zal Mij over u ontfermen met eeuwige goedertierenheid, Ik ben uw Verlosser'. Troost voor wie zich hierin herkent en zich met deze mensen identificeert: Gods ontferming verandert niet, Hij is nog steeds machtig om te verlossen en te bevrijden. 'Wie de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen.' (Jes. 40 : 31).
De functie van identificatie in de geloofservaring heeft ook consequenties voor de prediking en de wijze waarop wij binnen de gemeente en binnen het gezin spreken over God, bijvoorbeeld in de geloofsopvoeding. In een volgende bijdrage denken we hier verder over na.
J. SCHAAP-JONKER, ZWOLLE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's