Globaal bekeken
Van de Hongaarse schrijver Sándor Márai, die onder het communistische bewind geen boeken mocht uitgeven, zijn na 1990 in Hongarije verschillende boeken gepubliceerd, die hoge oplagen halen, ook de uitgaven in Nederlandse vertaling. Van hem verscheen recent het prachtige, diepzinnige boek Land, land!… (uitgave Wereldbibliotheek, Amsterdam). Hoe hij Europa zag, toen hij in de periode tussen de Tweede Wereldoorlog en de communistische bezetting, een tijdje in het Westen verbleef, beschrijft hij als volgt:
'Daar waren veel leugens over verteld, juist in die tijd, in de eeuw die even oud was als ikzelf. De nazi's logen toen ze over de missie van Europa spraken en op rooftocht gingen in Europa. De politici en staatslieden logen toen zij hele machtssystemen in elkaar zetten en boven de slagbomen de leuzen van de missie van Europa lieten wapperen. Ze zongen de grote aria over de missie van Europa, in de krant, in het parlement, van de kansel en van de zeepkist. Maar welk missiebewustzijn trof ik, de reiziger uit de provincie, na de oorlog in het Westen aan? Waar was het Ideaal, het evangelische goede nieuws, wat meer is dan een reclameleus van een geërodeerde, verdorde civilisatie? Er was een beschaving, die van Europa, waaruan degenen die erin leefden, eeuwenlang gedacht hadden dat die een missie was. Nu werd er een exportproduct van gemaakt, Made in Europe… Maar wie wilde die export hebben? ("De Europese civilisatie verliest in elk nieuw tijdperk iets van haar kwaliteit… Michelangelo was toch beter dan Picasso!" verzuchtte Malraux een decennium later.) Had Tocqueville misschien gelijk, die een eeuw eerder hier in Parijs had voorspeld dat Europa vernietigd zou worden tussen de twee grote magneten, Rusland en Amerika? Als dat waar is (en voor wie in die tijd in Europa op reis ging, was deze apocalyptische angst vrij goed invoelbaar), zal er een soort Euramarika komen en zal Eurazië in eigen vorm blijven bestaan, maar datgene wat overblijft zal zonder die missie niet meer Europa zijn. Overal in Europa ziet men grote krachten in beweging, krachten van aantrekken en afstoten… Maar in welke richting gaat de beweging?'
Hier volgt nog een kleinoodje van ds. A. F. Troost (Heusden), dat hij vlak voor kerst schreef in Voetius (Land van Altena en Heusden), over Jacob:
'Ik wens u een gezegend kerstfeest - ik heb het mijne al gehad. Jongstleden zondag: Jacobuszondag. Nee, u hebt niets gemist, de derde adventzondag wordt in liturgische kringen beslist niet zo genoemd. Gaudete, zo heet die zondag vanouds. Verheugt u! Nu, dat heb ik dan maar gedaan en ik zal u vertellen hoe. In de morgendienst had ik drie kinderen te dopen, drie kinderen uit drie families, die elkaar nauwelijks kenden. De eerste dopeling heette Jacob. De tweede Jacoba. En de derde Jacobus. Wonderlijk, dacht ik die zondagmiddag nog, toen ik op de kansel stond uan de Utrechtse Jacobikerk(!): het is allemaal "Jacobus" vandaag…
Onwillekeurig sla je aan het piekeren. Alles toevallig? Je hebt van die opeenhopingen van toevalligheden waar je stil van wordt. Zou God speciale denk-engelen hebben, die je aan het mediteren zetten en je aandacht vestigen op iets waar je anders niet opgekomen was? Ik denk het eigenlijk niet, maar je weet het met de Allerhoogste maar nooit…
Tijdens de collecte wist ik het. Vanaf die kansel in de Utrechtse kerk die naar Jacobus is genoemd, viel mijn oog op één van de collectanten die geld ophaalden voor de diaconie. Een mongool! Niet één van de geleerde studenten, waarvan er in die Utrechtse stadskerk vele tientallen te vinden zijn, en zelfs niet de hoogleraar in de dogmatiek, die ik te midden van de mensen zitten zag, had het hem kunnen verbeteren: zo keurig collecteerde hij! Alsof het een kerstverhaal was, een kerstpreek zonder woorden… Als in een flits zag ik voor ogen wat de apostel Jacobus in zijn brief al eeuwen geleden noteerde: "Heeft God niet de armen naar de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het Koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben? "Jacobus wist wat Jacob mocht leren: dat bij God niet per definitie de eerste en de beste telt, niet de rijkste, knapste, meest intelligente, superbegaafde. Daarom behoef je de ander ook geen beentje te lichten om toch op nummer één te komen. "Zalig die de God van jacob tot zijn hulp heeft!" De hemel zal je helpen. Niet om bij de bollebozen te horen, niet om in de rij van de kampioenen te komen, maar om waarachtig mens te zijn, kind van het Licht!
U begrijpt: dankzij Jacob en Jacobus heb ik mijn kerstlesje weer geleerd. En reken maar dat ik mij verheugd heb, op die Jacobus- en Gaudetezondag, 's morgens in de Grote- of Catharijnekerk te Heusden en 's middags in de oude Jacobi in Utrecht, en met alle vreugde van mijn ziel in het hartje van de stad waar ikzelf ooit studeerde, meegezongen heb: "Wees blij, wees blij, o Israël! Hij is nabij, Immanuël!"
In een boek met joodse verhalen trof ik de volgende joodse wijsheden:
• Bij het eerste glas een lam, bij het tweede een leeuw, bij het derde een zwijn.
• De mens werd op de laatste dag geschapen, zelfs de mug is ouder.
• Een leugenaar moet een goed geheugen hebben.
• Wie kennis vergaart en deze niet doorgeeft is als een bloem in de woestijn.
• Het hart van de mens en de bodem van de zee zijn onpeilbaar.
• Joden zijn alleen veilig waar ze niet zijn.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's