De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kuitert en de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kuitert en de kerk

EEN BOEK VAN EEN OUD-HOOGLERAAR

10 minuten leestijd

Wie 'Kuitert' zegt, roept veel op. Hij brengt door middel van de taal de naam van dr. H. M. Kuitert in herinnering en schept daarmee het beeld en de Ieefwereld van een theoloog die het christelijk geloof achter zich liet. Keer op keer schokten de woorden van de emeritus hoogleraar van de Vrije Universiteit hen die het christelijk geloof blijvend belijden. De vraag is nu of de kerk nog een boodschap, aan en voor deze invloedrijke publicist heeft. Ja!

Kan de kerk om Kuitert heen? Het lijdt geen twijfel dat hij duizenden mensen bereikt die 's zondags niet meer onder de verkondiging zitten, dat hij verwoordt wat velen denken in de ontkerstende samenleving die Nederland is, waar het geloof in God grosso modo als niet of nauwelijks relevant wordt ervaren. Zijn boeken vinden aftrek. Verscheen in september de eerste druk van Voor een tijd een plaats van god. Een karakteristiek van de mens (uitg. Ten Have Baarn; 240 blz.; euro 18,50), in november lag de vierde druk in de winkel. In de theologische boekentoptien uit het Centraal Weekblad bezet deze publicatie al weken een van de hoogste plaatsen. Het feit dat een theologisch boek meer dan gemiddelde verkoopcijfers haalt, is geen reden op zich om aandacht aan de auteur te geven. Die aandacht komt voort uit de inhoud zelf.

De mens helpen
Vanaf de jaren zestig heeft Kuitert –studentenpredikant, later docent en hoogleraar in Amsterdam– van zich doen spreken, is hij begonnen met zijn vragen bij het gezag van de Schrift. Zijn ontwikkeling is bekend: van gereformeerd tot vrijzinnig theoloog, waarbij hij nu geëindigd is als atheïst, als een ontkenner van het bestaan van God. In Over religie, zijn vorige boek, heeft hij afstand genomen van de klassiek-christelijke voorstelling van een persoonlijke God. Die evolutie is op aangrijpende wijze besloten in zijn boek Voor een tijd een plaats van god. We volgen eerst enkele hoofdlijnen uit deze studie over de mens.
In het Woord vooraf valt de auteur met de deur in huis: 'Mensen waren er al voor god er was, god en goden zijn producten van menselijke verbeelding, ver-beelde (tot beeld gemaakte) ervaringen van het bestaan.' (13) God (waar Kuitert geen persoonlijke God meer erkent, verdwijnt bij hem de hoofdletter) is niet meer de oorsprong van het bestaan. Waarheen onze weg gaat, we weten het niet. Van een hemel weten we niets. Het draait om de mens, die door middel van woorden een wereld van betekenis schept. Kuitert wil daarom de mens helpen indachtig te worden wie of wat ze zijn: voor een tijd een plaats van god. Als hij de mens helpt erachter te komen wie hij is, 'kan hij moediger in het leven staan, doen wat zijn hand vindt om te doen en als het tijd is, rustig, zonder paniek, dood gaan'.
Kuiterts visie op de Bijbel is in lijn met zijn gedachten over de mens, die er eerder was dan God. 'Ook de bijbel is een vorm van "onder woorden brengen" van de wereld.' (58) We mogen Gods Woord niet lezen als 'een geschiedenis in onze zin' (69), meer dan religieuze verbeelding, literatuur, fantasie, is het niet. Op dit punt laten velen zich volgens de auteur op het verkeerde been zetten: 'Dat onze wereld niet op een scheppingsdaad van enkele duizenden jaren geleden teruggaat, hebben gelovige mensen weliswaar –voor het merendeel althans– kunnen loslaten, maar niet dat de geschiedenis van onze wereld –hoe dan ook– begint met god, en dat er vervolgens mensen kwamen die god gingen dienen en vereren (in plaats van omgekeerd: eerst waren er mensen en die grepen naar goden om onder woorden te brengen waar ze aan toe waren).' (70)

Zondeval en verlossing
Wie zo over God en Zijn schepping, Zijn schepselen spreekt, laat ook de kern van het christelijk geloof vallen, de verzoening met God door Jezus Christus. 'Jezus als god-op-aarde heeft (…) geen been om op te staan' (83) – waar bereiken we de grens van wat nog betamelijk is hier af te drukken? Als Kuitert mensen niet ziet als wezens die hun oorspronkelijke goedheid verspeeld hebben en nu gered moeten worden, vraagt hij zich af 'wat je dan moet met zondeval en verlossing' (108). Als de auteur 'god als een religieus misverstand' heeft opgeheven, gaat hij 'wat voorheen god was opnieuw onder woorden brengen', als geest. Hij ziet de mens niet als god, maar zolang hij leeft en 'voorzover hij begaafd is met het woord als plaats van god.' (150)


Ik vind het typerend dat dr. Kuitert in zijn boek nauwelijks polemiseert, terwijl het tegelijk opvallend is dat de Gereformeerde Bond wel twee keer in negatieve zin genoemd wordt. Welke reden heeft de auteur om 'de zwaarmoedigheid van de Gereformeerde Bonders in de Nederlandse Hervormde Kerk een plaag' te noemen? En welk doel dient het om tussen haken te vermelden dat 'de zogenaamde Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde kerk de theocratie nog steeds in haar vaandel voert'? Daar zijn we best benieuwd naar. Typerender voor de schrijfstijl van de auteur lijkt me een lichte vorm van arrogantie: als hij spreekt over het hiernamaals dat bevolkt moet worden en 'waarvoor onsterfelijke zielen nodig zijn', staat er: 'Er zijn betere pleisters'.
Bovenstaande uitvoerige weergave lijkt me van belang, opdat de gemeente weet waar de zoektocht van Kuitert is geëindigd en langs welke denklijnen van beneden het spreken over God verlopen is. Te midden van de kopers en lezers van boeken van theologen als Kuitert, Manenschijn en Den Heyer leven wij. En communicatie over de inhoud ervan begint met kennisname.

Reageren op boeken
Het was volkomen terecht dat tijdens de decembervergadering van de triosynode ds. W. van den Brink en ds. J. Joppe het triomoderamen vroegen zich te distantiëren van de inhoud van Kuiterts boek. 'Met velen ben ik geschokt over de opvattingen van Kuitert dat de mens er eerder was dan God en dat God en goden projecties zijn van menselijke verbeelding', aldus ds. Joppe.
Tijdens de meest recente ontmoeting die het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met het hervormde moderamen had, is van onze zijde in de rondvraag dezelfde vraag gesteld. -
Toen luidde het antwoord van het ook aanwezige gereformeerde moderamenlid ds. J. G. Heetderks dat de gereformeerde synode niet zomaar iets kan zeggen en dat een bezwaar de kerkordelijk formele weg moet gaan en vanuit de gemeenten moet komen.
Het feit dat de scriba van de SoW-kerken, dr. B. Plaisier, tijdens de triosynode op de vragen van ds. Van den Brink en ds. Joppe inging, betekent dat de synode de publicaties van dr. Kuitert niet meer als een louter gereformeerde aangelegenheid beschouwt. Ook daarom is er reden er in de Waarheidsvriend aandacht voor te vragen. Ds. Plaisier vroeg zich echter af waarom het belijdend karakter van de kerken afgeleid wordt van de wijze waarop op boeken gereageerd wordt. 'Moet de kerk reageren op elk boek van Dekker, Graafland of Den Heyer? Wij spreken niet over wat leden van de kerk publiceren. Het belijden wordt verwoord in de belijdenisgeschriften. We hebben ons uitgesproken in een belijdend dienstboek en in het geschrift 'Jezus Christus, onze Heer en Verlosser'. We moeten ons niet laten opjagen door mensen wier naam met een kwestie verbonden is.' Blijkens een verslag in Woord en Dienst zei ds. Plaisier het op 28 november voor Amersfoortse ambtsdragers evenzo: 'Waarom zouden wij ons bezighouden met boeken en brochures en oud-hoogleraren? Er wordt zoveel geschreven!'

Pand bewaren
Een uiterst merkwaardig, zo niet een shockerend antwoord. In de eerste plaats is er niets mis mee, als de kerk zich naar aanleiding van een studie van een gerenommeerd theoloog zou bezinnen. Studiedagen voor ambtsdragers of synodeleden mogen best een aanleiding hebben. In de tweede plaats vraagt niemand om een reactie op élk boek van élke (oud-)hoogleraar. Ten derde is het tamelijk bizar om bij vragen van synodeleden over de 'theologie' van Kuitert prof. G. Dekker en prof. C. Graafland te betrekken. Hiermee doe je geen van allen recht. Wezenlijker echter dan of een hoogleraar recht gedaan is of dat ds. Joppe en vele anderen geschokt zijn, is het feit dat de Naam en het werk van God in het geding zijn. Waar de Eeuwige weggeredeneerd wordt door de gedachten van een hoogleraar die lange tijd vele predikanten heeft opgeleid en die het volk van Nederland vergiftigt, past het en mag het niet te beginnen met een formeel-kerkordelijk antwoord. Hier verstommen toch alle discussies die inzake Samen op Weg al zo lang onze aandacht vragen. Hier verschrompelen toch alle vragen over de kerntaken van de synode, over dovenpastoraat, de visie op Israël, de dreigende aanval op Irak, waar de synode in december wel over sprak? Hier is de levende God in het geding.
Wat betekent het pand bewaren, een roeping die de kerk heeft? Dat is (1 Tim. 6 : 20) 'een afkeer hebben van het ongoddelijk ijdel-roepen, en van de tegenstellingen der valselijk genaamde wetenschap'. Dan mag de synode geen genoegen nemen met een verwijzing naar het ruim twee jaar geleden aanvaarde synodale geschrift, dat zelf aangeeft een breder inzet te beogen dan te reageren op de opvattingen van prof. Den Heyer en prof. Kuitert. De kerk wilde in dat geschrift weergeven 'wat ze in het bijbels getuigenis over Jezus Christus en zijn heil vernomen heeft'. Maar hiermee is achter de bezinning aangaande de Zoon van God toch geen punt gezet?
Als de concept-kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift de drie-enige God belijdt (art. 1.3) en zegt dat ze weert wat haar belijden weerspreekt (art. 1.11), kan een inhoudelijke reactie op de vragen van ds. Van den Brink en ds. Joppe niet uitblijven. De kerk is daartoe geroepen, krachtens haar eigen orde, krachtens het Evangelie. Zij mág deze dwaalleer niet dulden.
Prof. Kuitert is vast wél tevreden. Hij schrijft in zijn boek: 'Ik wil niet terug naar een leven onder regie van synodes of pausen' (110). Hij diskwalificeert tegelijk de synode: 'Er zijn nog wel synodes die vergaderen, maar dat doen ze niet meer om iemand buiten de kerk te zetten, maar om de vrede te bewaren' (188). Om over na te denken…

Niet verloochenen
De kerk mag haar Heere niet verloochenen. Waar Zijn eer aangetast wordt, heeft ze Hem te belijden, voor volk en overheid. Ook naar haar eigen leden toe heeft de kerk helder te belijden. Kuiterts visie heeft met de kerk niets meer van doen. Uiteindelijk gaat het om de heiligheid van de naam van de levende God. Die is –Gode zij dank– concrete werkelijkheid in het leven van velen. Dr. J. Hoek heeft in een bespreking van Kuiterts boek naar Psalm 2 verwezen. Waar ijdelheid op aarde bedacht wordt, zal de Heere, wonende in de hemel, lachen, om vervolgens in Zijn toorn te spreken. Ondertussen roept Hij op om de Zoon te kussen.


Hoe geeft de kerk in Nederland op een geestelijke wijze leiding? Dat kan alleen in het besef dat Christus het Hoofd is van de kerk, en dat Hij haar leidt door Zijn Geest en Woord. Dat besef hoort onopgeefbaar bij het wezen van de kerk. Die vooronderstelling is nodig om de kerk als werkplaats van de Heilige Geest te zien. Die overtuiging maakt duidelijk wanneer de kerk moet spreken en wanneer ze mag zwijgen. Om Christus' wil. Wie Hem belijdt voor de mensen, wordt door Hem beleden bij de Vader.
P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kuitert en de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's