Boekbespreking
Drs. H. de Jong
Van oud naar nieuw. De ontwikkelingsgang van het Oude naar het Nieuwe Testament.
Uitg. Kok, Kampen; 397 blz.; € 27,90.
De Nederlands gereformeerde emerituspredikant H. de Jong beschikt over een vruchtbare pen. Zo mag blijken uit de bundels met bijbeloverdenkingen en preken van zijn hand, die al vanaf de jaren zeventig het licht hebben gezien. Zijn nieuwe, omvangrijke boek is geen bundeling van preken maar bevat een viertal opstellen rond de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament. Het kan in zekere zin gezien worden als een vervolg op zijn boekje Handelingen 7 (om het christelijk lezen van het Oude Testament). De vier hoofdstukken in dit boek hangen met elkaar samen. Allereerst stelt De Jong Psalm 132, centraal waarin de klop op de deur van het Nieuwe Testament te horen zou zijn. Het tweede en derde hoofdstuk gaan uitvoerig in op verbond en verkiezing. Ten slotte volgt een bespreking van het boek Hooglied. Ook in dit geschrift vindt De Jong de rode draad van zijn betoog terug.
Waar is het de schrijver om te doen? Tegen moderne trends in wil hij de Schrift integraal lezen; het Oude en Nieuwe Testament onlosmakelijk verbonden en op elkaar betrokken. Meer nog: De Jong voert een pleidooi voor het christelijk lezen van het Oude Testament. Niet om daar achter elke boom Christus te zien staan, zoals hij met een woord van A. A. Spijkerboer opmerkt, hij wil laten zien dat in de structuur van het Oude Testament de toeleiding naar het Nieuwe besloten ligt. Er is sprake van een voorwaartse beweging naar Christus.
Zijn uitgangspunt voor deze aanpak neemt de schrijver in Psalm 132. In dat lied draait het om de verkiezing van het heiligdom Sion en om het verbond met David de koning. Op deze 'twee benen' spoedt zich de heilsbelofte van het Oude Testament naar Christus. Waarbij Sion staat voor de rust en de zegen die uit de verzoening voortkomen, en David een voorgestalte is van de Verlosser die Gods volk in de rust brengt. Zo wordt de verwachting van de nieuwe mens en de nieuwe aarde, die niet meer van God vervreemd zijn, vervuld.
Ds. De Jong hanteert in zijn bewijsvoering de figuur van de zandloper. De Bijbel begint met de mens en de aarde, dan komt al meer één volk (Israël) en één land (Kanaän) in zicht. Vervolgens verschuift het beeld naar Juda en daar weer naar David en Sion. Wat heel wijd begonnen is, loopt uit op Christus die de Zoon van David is en de vervulling van de tempeldienst van Sion. Van Christus uit wijken de lijnen weer uiteen naar de hele mensheid en de einden der aarde. Deze hoofdlijn werkt de schrijver nader uit ten aanzien van de begrippen verbond en verkiezing.
Ik houd aan dit boek gemengde gevoelens over. Onmiskenbaar verdient de poging die ds. De Jong doet om het Oude Testament christologisch te lezen alle lof. Hier klinkt een noodzakelijke tegenstem in het huidige theologische klimaat. Psalm 132 ademt inderdaad de verwachting van de Messias. Er is weinig voor nodig om van deze psalm een nieuwtestamentisch lied te maken. Moeite heb ik echter met de aanpak van De Jong. De werkhypothese van de zandloper wordt gaandeweg méér dan een hypothese. Ook al is De Jong zich bewust (blz. 45) van een oneigenlijk gebruik van teksten, ze blijken allemaal naadloos in zijn zandloperfiguur inpasbaar. Zo krijgt de doorgaande lijn in zijn boek iets van een cirkelredenering.
Wat zijn uitwerking van de thema's verbond en verkiezing betreft: De Jong is er steeds op uit de betekenis van deze woorden te achterhalen door na te gaan hoe ze in de bijbeltekst functioneren. Dat lijkt me een goede zaak. Mede door het uitstekende tekstregister wordt de lezer zo deelgenoot van menig exegetisch inzicht. Maar De Jong laat het daar niet bij. Vanuit de tekstgegevens trekt hij de lijnen door. Bij voorbeeld naar de Leerregels van de synode van Dordrecht (1619), waar hij allerlei kanttekeningen bij plaatst of naar de discussies over kinderdoop en kinderavondmaal bij evangelischen en Nederlands gereformeerden. Deze werkwijze is weliswaar bij De Jong niet nieuw, het maakt de opzet van dit boek er niet helderder door.
Als het gaat om verbond en verkiezing, gaat het niet alleen over de Dordtse Leerregels maar ook om Israël. Daar wordt het boek van De Jong spannend. Aan de ene kant stelt de schrijver dat er geen sprake is van een verkiezing van Israël die zou garanderen dat dit volk zich eens in zijn geheel tot God en Jezus Christus zal bekeren. Het is beter om te zeggen dat heel Israël kan zalig worden in plaats van zal zalig worden. Daar bidt de christelijke gemeente ook om. Verder vindt hij dat er voor geestelijke verwachtingen rondom het land Israël en de stad Jeruzalem geen ruimte overblijft.
Aan de andere kant merkt hij op geen vervangingstheoloog te willen zijn. God heeft zijn volk immers niet verstoten. Israël zal 'restgewijs' behouden worden. En ook al is er nu geen uitdrukkelijke landbelofte meer, het Joodse volk heeft wel een historisch recht op Palestina. Al bestaat dat recht - zo De Jong - ook aan Arabische zijde. In dat conflict 'zijn wij de aangewezenen bij uitstek om belangeloos en verzoenend tussen de Joden en de Arabieren in te gaan staan, in een bescheidenheid die past bij de mensen in wier midden de holocaust heeft plaatsgevonden.' (blz. 348).
In de hierboven geschetste dubbelheid lijkt het er toch op dat Israël - en daarmee het Oude Testament - niet meer dan een voorspel is op de komst van Christus. En, hoewel De Jong zegt Jezus niet van zijn volk te willen losmaken, schrijft hij op blz. 170: 'de op de eeuwigheid teruggaande Christusverkiezing is van meet aan in Gods heilswerk op aarde een apart en zelfstandig project geweest, waaraan God al begonnen was voordat Israël op het toneel verscheen.' Hier liggen vragen die m.i. sterk samenhangen met het gehanteerde zandlopermodel.
Het vierde hoofdstuk over Hooglied is in de compositie van het boek een vreemde eend in de bijt. De Jong ziet Hooglied letterlijk als prikkellectuur; 'een boek dat de seksuele opwinding wil gaande maken'. Maar de erotiek - zegt De Jong - moet wel, net zoals Paulus dat doet met het huwelijk, worden betrokken op Christus en de gemeente. Van Christus uit komt er liefde vrij om de erotiek de plaats te geven die haar toekomt. Zijn liefde is opgewassen tegen de doodsdrift die de erotiek ook kan beheersen.
Ten slotte: wat van dit boek te zeggen? Allereerst is het een boek geschreven in de kring van de kleine oecumene, zoals de schrijver zelf zegt. Hierdoor is het toch vooral een boek voor intimi geworden. Daarmee samenhangend mis ik gesprekspartners in dit boek. Al lezend schieten je gedachten te binnen van Miskotte en Berkhof over de verhouding Oude en Nieuwe Testament bij wie soms ook sprake lijkt van versmalling of verbreding. Er is het thema van de landbelofte zoals die in onze tijd door iemand als F. W. Marquardt aan de orde is gesteld. Te denken valt aan de discussie over de verschillende interpretaties van het woord houtôs (aldus) in Rom. 11 : 26.
Om nog maar te zwijgen over de stroom literatuur rondom verbond en verkiezing. De Jong is echter nauwelijks echt met anderen in gesprek. Citaten van anderen dienen vooral om zijn eigen betoog te onderbouwen. Hij is - om het wat onaardig te zeggen - zo verrukt over zijn eigen vondsten dat hij aan andere stemmen eigenlijk geen behoefte heeft.
Stellig heeft dat te maken met de uitdagende stijl van de schrijver. Ook in dit boek aarzelt De Jong niet om gewaagde en absolute uitspraken te doen. In de bespreking van de verkiezingsleer van de Dordtse Leerregels
laat hij zich bijvoorbeeld ontvallen dat hij de Remonstranten niet zou hebben weggestuurd als hij er toen bij was geweest. Hij zou ze inhoudelijk het vuur aan de schenen hebben gelegd (blz. 332). Ook de overdreven zinnelijke passages uit hoofdstuk vier, passen m.i. bij deze provocerende aanpak, net als de manier waarop hij over Israël schrijft.
Je zou dit boek kunnen beschouwen als een kijkje achter de schermen van De Jongs bijbelstudies. Hij legt zijn kaarten op tafel. Dat is op zichzelf leerzaam, want het dwingt je tot bezinning op je eigen keuzes. De stimulans tot zo'n bezinning ervaar ik echter veel sterker vanuit de meditatieve bundels van De Jong dan vanuit de hechte gedachtewereld die ons in dit boek wordt gepresenteerd.
G. VAN MEIJEREN, HIERDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's