Globaal bekeken
Op de predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond, die vorige week in Driebergen werd gehouden refereerde prof. dr. F. G. Immink over 'De competentie van de dominee'. Hij vertelde toen het volgende 'klein verhaaltje':
'Ik ben kerkelijk opgevoed op de grens van Salland en Twente, in het dorp Daarle. Nog steeds ben ik dankbaar voor die verworteling. Na de HBS ging ik voor twee jaar naar het H.O.C. Nieuw Ruimzicht in Doorn. Een leven in internaatsverband, in een klimaat dat kerkelijk en cultureel nogal verschilde van het boerendorp waarin ik opgegroeid ben. Overigens zou ik studenten die hun leven lang in een geheid reformatorisch milieu rondlopen en vandaaruit zonder enige onderbreking zo een hervormde pastorie instappen wel eens in hun nekvel willen grijpen en in zo'n milieu willen plaatsen. Maar goed, dat zij zo. Waar ik naartoe wil is dit. Als Ruimzichtstudenten moesten we dan de eerstvolgende jaren in de zomermaanden collecteren voor onze instelling. Zo ben ik wel eens in het Brabantse geweest, maar ook in het eigen Saksische land. Als collectant hoorde je nog al eens wat, over de kerk en over het leven. Het aardige was dat het collectegebied in een brede cirkel om mijn geboortedorp heen lag. Kerkelijk gevarieerd, maar achteraf gezien toch wel halfconfessioneel of middenorthodox. Echte vrijzinnigheid was er eigenlijk niet, althans niet onder de predikanten. En al die dominees uit de omgeving had ik in mijn eigen dorp ook wel eens horen preken. Is het geen groot goed als er zo kerkelijk gedacht wordt! Goed, vanwege die collecte kwam ik ook in Beerze en Beerzerveld. Je fietst vanuit Den Ham over de Beerzerhaar en dan fiets je zo het vroegere veengebied van Beerzerveld binnen en dan kom je bij het kanaal, waar ook de kerk en de pastorie staan, naast elkaar natuurlijk. Ds. Laurentius woonde daar toen. Hij is zijn hele leven lang predikant geweest in Beerzerveld. Hij was ongehuwd, toen ik hem bezocht had hij nog wel een huishoudster. Een dominee die gewaardeerd werd doorzijn gemeente en ook als hij in Daarle preekte vond hij een aandachtig gehoor. Toen de deur openzwaaide kwam ik voor mijn gevoel in een wat muffe boel terecht, althans wat de meubilering betreft. Uiterst sober, een paar leunstoelen en een tafel met wat stoelen eromheen. Hij nam de tijd voor me, dat was duidelijk. We raakten aan de praat over de theologiestudie. Hij vroeg naar mijn interesses. Hoe het precies ging weet ik niet meer, maar we kwamen te spreken over mijn interesse in de godsdienstfilosofie. Oh, zei hij, dan heb ik nog wat voor je. We gingen naar boven, naar zijn studeerkamer. Daar stond een bureau, weer een enkele leunstoel en een paar wanden met boeken, niet overdadig veel. Hij zocht even en kwam toen tevoorschijn met een bijna uit elkaar vallend exemplaar van K. H. Miskotte over Johannes Hermannus Gunning. "Kijk", zei hij, "Gunning heeft zich als theoloog met de filosofie van Spinoza beziggehouden. Maar hij geloofde vast dat Gods openbaring in Christus ons bij het geheim van het leven brengt." Iets dergelijks hoorde ik de toen in mijn ogen al oude Laurentius zeggen, althans zo herinner ik het me. En toen kwam er nog het een en ander over Gunnings worsteling met Spinoza en over de idee der persoonlijkheid. Dat boek van Miskotte heb ik wel eens ingekeken, maar dat pakte me niet echt. Dezer dagen heb ik het weer eens opgeslagen. Ik vond een streepje van mezelf in de kantlijn bij de volgende zinsnede: "Niet de consequentie van de calvinistische Godsleer greep hem (Gunning), maar de diep-geestelijke zin van het "geloof"… Of dat streepje van toen de enige zin markeerde die ik dacht te begrijpen, weet ik niet. Nu denk ik: het is in de roos.
Daarna kwam het gesprek op het Nieuwe Testament en op C. H. Dodd en de zogenaamde realised eschatology. 'Daar heb ik wat aan voor mijn preken', zei Laurentius. Met grote aandacht heb ik indertijd naar die man geluisterd. Die aanvankelijk wat muffe sfeer was volstrekt verdwenen. Toen ik weer op de fiets stapte wist ik dat het heerlijk was om te theologiseren, niet alleen op de universiteit, maar ook in de pastorie. Een dorpsdominee, een beetje achteraf in het Sallandse land. Het was zijn enige standplaats. Hij heeft het volgehouden. Misschien was hij wel een beetje een zonderling. Hij studeerde en hij was bij de mensen. Niet altijd even tactvol. Toen hij een baby in de wieg bewonderde, zei hij eens tegen een moeder: een groot hoofd, net Abraham Kuyper. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Van collega Sonnenberg hoorde ik dat hij in de laatste jaren van zijn predikantschap op kerst niet langer zelf voorging. Dat had hij al zo vaak gedaan, daarom nodigde hij op kerst liever een gastpredikant uit. Een nuchtere oplossing, vindt u niet?'
Aardig was wat (dag)voorzitter ds. G. D. Kamphuis er toen na vertelde. Ook hij was (kort) op Ruimzicht geweest en had met het collectebusje gelopen. Ook hij, woonachtig in Den Ham, vlak bij Daarle, was in Beerzerveld aan de pastorie geweest. Nu begreep hij waarom Immink hoogleraar was geworden en hij 'slechts' dominee was gebleven. Immink had vier keer de dominee ontmoet, hij drie keerde… huishoudster!
Onvoltooid verleden is de titel van een boekje verschenen bij het 550-jarig bestaan van de Singelkerk in Ridderkerk (uitgave hervormde gemeente Ridderkerk). In de jaren 1936-1950 stond in Ridderkerk ds. Gabe van der Zee, bekend als kerkhistoricus. Over hem vertelt dr. P. H. van Harten in zijn bijdrage 'Lichtdragers: predikanten in de Singelkerk' het volgende:
'Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier dominee Gabe van der Zee predikant. Hij stond hier van 1936 tot 1950. In de oorlogsjaren werd Psalm 79 vers 1 een veelgezongen psalm: Getrouwe God, de heid'nen zijn gekomen, zij hebben stout Uw erfdeel ingenomen.
Tegen het einde van de oorlog was dominee Van der Zee nauw betrokken bij de voedseluitreiking. De herinnering aan de voedselhulp klonk door in de preek die onmiddellijk na de bevrijding gehouden werd. Hierin werd niet alleen de Vader der barmhartigheden dank gebracht, maar ook degenen die op velerlei wijzen de behoeftigen hebben bijgestaan in hun nood. De collecte die op deze eerste zondag na de bevrijding gehouden werd voor de nabestaanden van de slachtoffers bracht het voor die tijd grote bedrag van ƒ 3.661,50 op.
Dominee Van der Zee wist zich ook nauw betrokken bij de ontwikkelingen in het geheel van de Nederlandse Hervormde Kerk. Toen tijdens de oorlogsjaren de synode bereid was om haar medewerking tot de felbegeerde reorganisatie te verlenen, kwamen er in de kerk de discussies over de te ontwerpen kerkorde. Als afgevaardigde van de classis Dordrecht had dominee Van der Zee plaats in de nieuw gevormde synode. In onderscheid van vele andere hervormd-gereformeerden stond dominee Van der Zee positief-kritisch ten opzichte van de nieuwe koers. Hij kwam op voor het gezag van de belijdenis, maar was tegelijk beducht voor versteend bezit. In de synodale kringen werd zijn opstelling zeer gewaardeerd. Of dit in de gemeente ook het geval was? De volgende anekdote, door overlevering bekend, zou in elk geval op iets anders kunnen wijzen. Een van de verenigingen had dominee L. Vroegindeweij voor een spreekbeurt uitgenodigd. Als onderwerp voor zijn lezing had deze aangekondigd: "de kleine vier". In de wereldpolitiek van die tijd werd gesproken van de "grote drie", maar wie waren nu "de kleine vier"? Soms drie gerenommeerde predikanten, alle drie voorstanders van de nieuwe koers, en dan natuurlijk… dominee Van der Zee? De laatste vertrouwde het niet. Er kwam echter een geruststellend bericht van de spreker: hij wilde spreken over de vier kleine dieren die genoemd worden in Spreuken 30 vers 24 tot 28.
De eventuele kritiek op zijn kerkelijke inbreng heeft geen afbreuk gedaan aan de goede verstandhouding tussen de predikant en de gemeente. Bij zijn ambtsjubileum in 1949 kreeg de jubilaris vele lovende woorden te horen en geschenken aangeboden. Van zijn kant liet de jubilerende predikant zich evenmin onbetuigd: hij schonk aan de gemeente een knielbank die tot op vandaag gebruikt wordt.'
Op deze plek een felicitatie aan Michiel Dubbelman, die al drie jaar preekconsent heeft en vicaris is bij ds. C. Blenk te Delft. Hij promoveerde op vrijdag 10 januari jl. aan de faculteit der geneeskunde van de Vrije Universiteit op een (Engelstalig) proefschrift, dat handelt over de menselijke ooglens, 'met uiteindelijk doel te komen tot een accommoderende kunstlens' (binnen drie jaar toepasbaar). De kersverse doctor weet dus 'alles' over het oog. Op het fraai uitgegeven proefschrift prijkt op de omslag Rembrandts schilderij van de geldwisselaar, getooid met een neusbrilletje. We wensen de dominee in spe ook in zijn geestelijke arbeid een geoefend scherpziend oog toe!
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's