Boekbespreking
Wessel H. ten Boom,
Profetisch tegoed.
Uitgave Kok, Kampen, 355 pag.
Deze dissertatie heeft als ondertitel 'De joden in Augustinus' De Civitate Dei'. Minutieus heeft: de auteur, hervormd predikant te Arnhem, het hoofdwerk van Augustinus, De Civitate Dei, een bodek dat onder het hoofdkussen lag van Karel de Grote, onderzocht op de rol en de betekenis die Augustinus toekent aan de joden. Voor wie meent dat aile vroegchristelijke auteurs antisemiet waren, is de uitkomst van dat onderzoek 'verrassend'. De joden hebben binnen het eschatologisch-historisch raamwerk van Augustinus' een onvervangbare rol gespeeld 'als levende getuigen van Christus'. De joden vormen in de visie van Augustinus een 'blijvend tegenover' van de kerk maar ze zullen zich aan het eind der tijden ook bekeren, 'waarbij hun joodse vlees gered zal zijn terwijl hun ongeloof voorgoed heeft afgedaan'.
In de 'tempora christiana' (christelijke tijden) is de rol van de joden niet uitgespeeld. 'Zij doen ertoe.' Zij zijn deel van de kerk, als één van de twee wanden, die in de hoeksteen samenkomen waarin de profetie van Israël wordt vervuld. In hun niet-geloven wordt deze profetie evenzeer vervuld. Zij zoeken en zegenen als blinden Christus, en daarin helpen zij de kerk 'opweg', tot aan de randen der aarde, tot een getuigenis van de volken. Hun betekenis is 'aanschouwelijke stof van heil en onheil te zijn en zo de Civitas te dienen in haar opbouw en haar geloof in God'.
Voor Augustinus vormen de profetische beloften over het herstel van Israël een bewijs van de gedachte, dat de joden zich zullen bekeren. De geestelijke 'eenheid' van de joden is daarbij gegrond in de uitverkiezing. Hoewel Augustinus enerzijds de joden tekent als 'moordenaars van Christus', tekent hij de joden nochtans als het volk dat de kerk zegent en haar bevestigt in hun geloof. Ze zijn getuigen van de oneindige genade van God over hen en stellen zo 'in heel hun voorwerpelijkheid de uiterste eschatologische werkelijkheid van het geloof aan de orde'. In de joden, zo concludeert de auteur, worden de uitersten van Gods heil zichtbaar. Zij vormen een 'eschatologische figuur' in wie Gods rechtvaardige oordelen over geloof en ongeloof samenkomen. Ze dragen daarbij 'nog een extra geheimenis mee dat het heil waarnaar zij (louter door hun bestaan, v.d.G.) verwijzen, zich ten slotte ook, als op het uiterste moment, aan hen zelf zal voltrekken'. In het 'profetisch tegoed' verwijzen de joden naar hun eigen heil.
Zo stelt de auteur het beeld van Augustinus bij, als zou hij joden uitsluitend als vijand van het geloof zien. Ze zijn ook 'dienstbaar aan het heil, waarin zij nu als vrienden worden, doordat zij als medegetuigen in de bres springen tegenover de heidenen'. En dan zullen zij vijanden zijn, die worden liefgehad, vijand af worden; en méér dan vrienden zullen zij zijn. De eindconclusie van Ten Boom is dat de uiteindelijke bestemming en identiteit van de joden is '…om joden te zijn'. Hier ligt een geheim dat niet wordt prijsgegeven voor het geopend wordt op de jongste dag. Daarom is Augustinus tegenover de joden nu eens fel en vertoornd, dan weer nuchter en soms teder.
We hebben hier naar mijn oordeel te maken met een waardevolle studie, die van betekenis is voor het zicht op de verhouding van de kerk tot het joodse volk. Uiteraard komt ook heel Augustinus' werk in beeld, ook in zijn visie op tijd en eeuwigheid, en op de verkiezing. De auteur vindt zijn referentiekader uiteraard bij andere Augustinuskenners, zoals dr. J. van Oort en vooral B. BIumenkranz, maar ook bij denkers over het jodendom als dr. F. de Graaff. Opvallend is dat in deze studie de dissertatie van dr. P. F. Bouter niet wordt genoemd. Viel deze studie buiten het thema? In ieder geval lijkt het niet overbodig wanneer deze twee kenners van de vroegchristelijke kerk in hun visie op het joodse volk, die ze beiden mede aan de Oude Kerk ontlenen, elkaar bevruchten. Van harte bevelen we de studie van Ten Boom ter nadere bestudering aan. De auteur gaf enerzijds een bijstelling van het heersende Augustinusbeeld maar wil anderzijds stimuleren tot verdere studie.
V.D.G.
Dr. Ad van der Dussen,
De omgekeerde wereld. Over de strekking van de bijbelse verkondiging van Gods verkiezing.
Telos. Uit. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 2002, 92 blz. € 10,–.
Het schilderij op de omslag van dit intrigerende boek beeldt de roeping van Mattheüs uit. Caravaggio geeft het onverwachte van de roeping weer. 'Bedoelt U mij?!' Een afgeschreven tollenaar doet ineens weer mee. Daarmee krijgt het woord 'verkiezing' een hoopvolle ondertoon. Dit in tegenstelling tot dor getheoretiseer en deprimerende preken. God is vrij 'ja' te zeggen waar wij op 'nee' rekenden. Hoewel Gods ontzagwekkende verkiezing onze geloofsbeleving onder spanning kan zetten, brengt het evangelie van Gods verkiezing goed nieuws. Dat wil de Nederlands gereformeerde predikant uit Eindhoven via bijbelstudies tot opbouw van het geloof, persoonlijk of in kring- en studieverband, overbrengen. Hij sluit de bijbelstudies steeds af met 'Theologische lijnen', waarbij hij onder andere instemt met de Dordtse Leerregels, terwijl hij vanuit het Oude en Nieuwe Testament enkele kritische vragen stelt. In een tijd van desinteresse in het onderwerp van de verkiezing houdt Van der Dussen een warm pleidooi om Gods verkiezing serieus te nemen en de plooien in de bijbelse verkondiging daarvan niet glad te strijken.
In bijbels perspectief wordt volgens de schrijver alles op zijn kop gezet. In de lijn van 'politieke verkiezingen' zijn wij gewend om de lijn in het geloof door te trekken: wij kiezen voor God. Maar God is niet afhankelijk van mijn keuze. Gelijk tekent zich hier het spanningsveld inzake de eigen verantwoordelijkheid af.
De boodschap van de verkiezing behoeft geen gevoelens van angst en moedeloosheid op te roepen, als zou God een God van willekeur zijn. Verkiezing is begenadiging. Het 'niet-zijnde' wordt uitverkoren (1 Kor. 1 : 26-29). En dat in onvoorwaardelijke liefde. Dat laat geen ruimte over voor zelfgenoegzaamheid, gearriveerdheid en valse gerustheid.
Israël Gods volk? Gods verkiezing van Israël heeft allerminst haar betekenis verloren. Een proeve van uitleg van Romeinen 9-11 wordt gegeven. Niet het vlees, maar de belofte is genadegrond. Vandaaruit loopt de verkiezingslijn over Izaäk en lakob. Verkiezing en roeping komen samen waar Gods oog op ons valt en Hij ons roept. God rechtvaardigt goddelozen.
De schrijver meent dat in Romeinen 9 het menselijk geloof en ongeloof bewust buiten beschouwing wordt gelaten. Is dat zo? Als we letten op bijvoorbeeld vers 32 en het onlosmakelijke verband van Romeinen 9 met de beide volgende hoofdstukken, kan ik me het tegendeel goed voorstellen. Weliswaar hangt alles van God af, maar dan wel zoals de schrijver zelft zegt: 'alles hangt af van het geloof, omdat alles van God afhangt'. Overigens kan ik mij vinden in de opmerkingen over Jakob en Ezau, over Romeinen 9-11 en de Dordtse Leerregels.
Zo blijft er hoop voor Israël. Gods verkiezing is geen star besluit dat de mensheid in tweeën splitst, maar veeleer het toppunt van beweeglijkheid. 'In zijn genadig roepen voltrekt de HEERE een slingerbeweging waar niemand op bedacht was: van Israël naar de heidenen en weer terug!'
Verkiezing in Christus krijgt hier alle nadruk. Het slot van Romeinen 8 is één groot loflied op Gods onverbrekelijke trouw aan Zijn uitverkorenen. Ik verwijs naar mijn brochure 'Uitverkiezing: lofprijzing, troost en zekerheid' bij dezelfde uitgever verschenen. Van harte dit pittige boekje aanbevolen. Blijf op de hoede voor de valkuil van redeneren en blijft bij de les van de grens, zoals verwoord is in artikel 13 NBG.
C. VAN SLIEDREGT, NUNSPEET
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's