Bezinning over het Schriftgezag
Tijdens de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond op 30 mei 2001 werd door een van de leden een vraag gesteld naar aanleiding van het proefschrift van dr. H. de Leede. Het ging er daarbij met name om dat dr. De Leede de trits schepping-zondeval-verlossing een 'gedateerd paradigma' genoemd had. In antwoord hierop zegde het hoofdbestuur toe dat het voortgaand gesprek over het verstaan van de Schrift en het gebruik van de methoden van het hedendaagse bijbelonderzoek gevoerd zou worden.
Dit is in het jaar 2001 en 2002 verschillende keren in een kleine kring van theologen alsook op bijeenkomsten van studenten gebeurd. We hebben in verbondenheid met de Nederlandse Geloofsbelijdenis, met name de artikelen 3 tot en met 7, nagedacht over het theologisch-wetenschappelijk bezig zijn met de Heilige Schrift en in dat verband met de Schriftkritiek, en de wijze waarop hiervan binnen de gereformeerde gezindte sprake zou zijn. De aanleiding hiertoe lag niet alleen in de verschijning van sommige dissertaties, maar ook in de publicaties van dhr. L. M. P. Scholten in het blad Standvastig van de Gereformeerde Bijbelstichting, waarin deze de aanvaarding van de Schriftkritiek een stille revolutie binnen de gereformeerde gezindte noemde. Deze met name op theologen gerichte bezinning vond tegelijkertijd plaats in ons tijdschrift Theologia Reformata (december 2001).
Na dit themanummer besloot het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond deze problematiek ook te thematiseren voor de jaarlijkse predikantencontio. Dr. A. Noordegraaf heeft daarom op 8 januari jl. gerefereerd over 'Hermeneutische vragen in de omgang met de Heilige Schrift'. Hem was gevraagd na te denken over de betekenis van een gereformeerde visie op de Bijbel overeenkomstig onze belijdenis voor onze omgang met de Bijbel, haar uitleg en vertolking. Wat betekent een gereformeerde Schriftbeschouwing temidden van wat door de moderne bijbelwetenschap wordt aangereikt? Valt ervan de nieuwe methoden wat te leren of juist niet? En vooral: hoe dient de Schrift zichzelf aan? Over deze vragen spraken wij. Het sprak vanzelf dat een en ander ook aan de hand van voorbeelden (zoals het boekjona) geconcretiseerd werd.
Waarom dit hier genoemd? Wel, omdat vanwege publiciteit in de dagbladen - in het Nederlands Dagblad verscheen een dag later na overleg met dr. Noordegraaf zelfs een aanvulling, omdat de inleider zich nauwelijks herkende - geen reëel beeld geschapen is van de positie van de inleider en de inhoud van de bezinning. Wat in een enigszins verwarrende discussie in de complexiteit van vragen gezegd wordt, dient weliswaar de verdere doordenking, maar mist soms het evenwicht. De uitgangspunten uit de inleiding kregen niet de aandacht die zij verdienden. Er was geen discussie over de voluit gereformeerde uitgangspunten, wel over bepaalde vragen die opengelaten werden. Daarom hechten we eraan in ons eigen orgaan door te geven dat de inleider geen twijfel liet bestaan over de (bijzondere) historiciteit van de eerste bijbelhoofdstukken - scheppingen zondeval - of over het openbaringskarakter van de heilsfeiten - hetgeen trouwens een open deur mag heten als je uitgaat van een gereformeerde Schriftbeschouwing… Daarbij wilde de inleider binnen dit kader zoeken naar een derde weg tussen een Schriftkritische visie en een fundamentalistisch biblicisme, waarbij hij methode en vooronderstellingen onderscheidde. Uitgangspunt nam hij in 'de sobere wijze waarop de confessie over de Schrift' spreekt. Hij wilde daarbij de historische feiten en de profetische boodschap dicht bij elkaar houden. De tekst beslist uiteindelijk in haar eigen zeggingskracht. Vanuit de gedachte dat de Schrift haar eigen uitlegster is, stond centraal de vraag hoe de Schrift zelf verstaan wil worden.
Waarom dit hier verwoord? Omdat onder onze leden en kerkenraden enkele reacties klonken als zouden vanouds vaststaande posities binnen de Gereformeerde Bond verlaten zijn, ais zouden relativerende gedachten inzake de visie op Gods Woord die in andere kerkverbanden schadelijk gewerkt hebben onder ons opgeld doen. Wij hechten eraan hier te verklaren, mede aangespoord door onze studenten, met elkaar de vragen te willen doordenken die de theologische wetenschap de gereformeerde theologie stelt, daarbij vasthoudend aan het eigen getuigenis van de Schrift dat 'al de Schrift van God ingegeven is'. Dat geldt Oude en Nieuwe Testament. Rondom dit onderwerp leven vragen, waarover op deze lezing het laatste woord niet gezegd is. Daarom zoeken we naar mogelijkheden om samen op verantwoorde wijze de bezinning voort te zetten. De gereformeerde Schriftvisie heeft het in zich vruchtbaar te zijn voor kerk en theologie.
Namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond,
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's