Boekbespreking
R. van Kooten
De dingen die met haast geschieden moeten. Praktisch commentaar op de Openbaring van Johannes.
Uitg. Groen, Heerenveen, 2 delen, 354 en 420 blz., per set € 65,–; per deel € 35,–.
Dit uitvoerig commentaar is vrucht van jarenlange omgang met het laatste bijbelboek en gegroeid uit de behandeling van de Openbaring in de eredienst. Het begin dateert vanaf 1976. De schrijver heeft vooral het gemeentelid op het oog gehad en wil door dit praktisch commentaar geestelijk leiding geven door de pastorale betekenis van dit boek te laten zien. Schrijven over de Openbaring is een waagstuk. Al zou je dat niet zeggen, gelet op de vele studies en verklaringen die aan dit boek gewijd zijn. Maar het vraagt een goed inzicht in de eigen aard van de profetische en apocalyptische literatuur. Op dit punt blijken met name allerlei groepen aan de rand van de kerk zo hun eigen sleutel te hanteren door dit boek te lezen als een draaiboek dat inzicht geeft in de eindtijd.
Van Kooten houdt zich daar ver van. Hij gaat uit van de traditionele opvatting die dit boek toeschrijft aan de apostel Johannes, de discipel van Jezus. Inzake de wijze van uitleg probeert hij elementen uit de tijdhistorische, de wereldhistorische en de eindhistorische opvatting te verbinden. De Openbaring is niet te verstaan zonder kennis van de situatie van kerk en wereld tegen het einde van de eerste eeuw. Bepaalde lijnen hebben in de loop der eeuwen hun vervulling gekregen. Maar de centrale boodschap is gericht op het einde. Terecht legt hij grote nadruk op de eigen aard van het profetisch spreken. Hij wijst daarbij op de verbinding met het Oude Testament. Dat lijkt me juist. Al valt mijns inziens ook niet te ontkennen dat de apocalyptische geschriften uit de tijd tussen Oude en Nieuwe Testament in een aantal gevallen Johannes' spreken verhelderen. De visioenen van de ziener van Patmos zijn niet te zien als één doorlopende lijn. Bij elk van de reeksen visioenen doorlopen we de eeuwen vanuit verschillend gezichtspunt. Er vindt herhaling en verheviging plaats. Centraal in het boek is de Christus-prediking. Dat laat de auteur duidelijk uitkomen in dit commentaar.
De verklaring zeifis zeer uitvoerig. Zo uitvoerig, dat je er als lezer soms wat vermoeid door raakt. Dat heeft ook te maken met het feit dat de auteur sterk geporteerd is voor een woord-voor-woord exegese en steeds een verklaring geeft van de afzonderlijke woorden. Ik wil niet zeggen dat we op die manier niet veel aan de weet komen. Maar mijn bezwaar is wel dat de schrijver weinig ernst maakt met het gegeven dat woorden hun betekenis krijgen in de context en dat je daarom niet zozeer losse woorden als hele tekstgehelen moet exegetiseren.
Niettemin valt van de verklaring veel goeds te zeggen. Ze is helder, gaat zich niet te buiten in buitenissigheden en laat de lezer ook meedenken. Terecht wijst de schrijver bij Openbaring 7 de vervangingstheologie af. De 144.000 vormen een aanduiding van Gods totale volk uit Israël en de volken. Misschien zou een iets sterkere beklemtoning van het feit dat de stammen van Israël voorop gaan, zijn uitleg nog iets onderstrepen. In zijn uitleg van Openbaring 17 trekt de schrijver de lijnen door naar de huidige geseculariseerde cultuur. Exegese neemt hier de vorm van toepassing aan en daar zit uiteraard de uitlegger altijd zeifin. Hier en daar, b.v. in zijn actualisering van Openbaring 13 : 16-18 gaat de schrijver wel erg kort door de bocht als hij mogelijke gevolgen van de elektronische snelweg verbindt met het merkteken van het beest.
Ten aanzien van het duizendjarig rijk kiest de auteur, als ik hem goed begrijp, voor de uitleg die de periode betrekt op de tijd tussen hemelvaart en wederkomst. De binding van de satan is een zeer bepaalde, namelijk: de satan kan de wereldwijde strijd tegen de vrouw, de kerk niet voor elkaar krijgen. Is deze uitleg bevredigend? In elk geval onthoud je je dan van speculaties. Toch is het de vraag of Johannes toch nog niet iets meer zegt. Persoonlijk heb ik me altijd sterk aangetrokken gevoeld tot diegenen die in die zin chiliast zijn dat ze denken aan de duizend jaar als de lichtzijde van de geschiedenis, die nu eens hier dan weer daar op kan treden. Chiliasten zullen door de auteur niet overtuigd worden.
Al met al is het een fraai stuk bijbelstudie en uitleg, dat ik graag in veler handen wens. In tijden waarin het rumoer der volken je dreigt te overspoelen, is het goed dit troostboek over de grote toekomst ter hand te nemen. De registers in deel II maken het werk geschikt als naslagwerk. Wel moet me van het hart dat ik de stijl hier en daar tamelijk ouderwets vind. Dat heeft ook te maken met het feit dat de schrijver in de weergave van de bijbeltekst sterk aanleunt tegen de Statenvertaling. Maar juist een commentaar geeft een schrijver de mogelijkheid om een vertaling te bieden die trouw aan de grondtekst toch in de taal van vandaag staat. Ook de titel kan ik niet bewonderen. Het is een titel die voor kerkelijke insiders verstaanbaar is, maar weinig wervend is naar buitenstaanders voor wie de klassieke vertaling ver en vreemd is. 'Met haast' heeft in ons spraakgebruik toch een andere nuance dan in de tekst van 1 : 1. Het gaat om gebeurtenissen die niet lang op zich laten wachten.
Maar deze opmerking neemt mijn respect en waardering voor het vele dat geboden is niet weg. Integendeel!
A. NOORDEGRAAF, EDE
Sándor Márai,
Land, land!…
Uitgave Wereldbibliotheek, Amsterdam, 366 pag., € 24,90.
Niet altijd zijn uit een andere taal in het Nederlands vertaalde boeken even toegankelijk. Men moet soms ingeweid worden in de vreemde cultuur, die erachter steekt. Hier gaat het om een boek van een Hongaarse schrijver (1900-1989). Het zal wel mede zitten in de vertrouwdheid, die ik al enkele tientallen jaren met Hongarije heb, dat ik dit boek zo gefascineerd las. Maar dat kan niet de enige oorzaak zijn. We hebben hier te maken met een groot schrijver, die bij de komst van het communisme in het Oostblok naar het Westen is uitgeweken om nooit meer in Hongarije terug te keren. De boeken, die hij vervolgens in het Westen publiceerde, mochten in Hongarije niet worden gedrukt en bleven in het Westen onopgemerkt. Sinds 1990 verschijnen ze, het ene na het andere, in hoge oplagen. Ook in Nederland worden de boeken van Márai kennelijk met graagte gelezen. In dit boek, geschreven in 1971, beschrijft hij een periode van vier jaar in Hongarije, namelijk vanaf 1944, het laatste jaar van de Duitse bezetting, tot september 1948, toen hij Boedapest ontvluchtte omdat hij er niet vrij meer was. Tussen 1944 en 1948 ligt de bevrijding door de Russen.
Groots en meeslepend - literatuur van de bovenste plank - beschrijft Márai de nazitijd, de komst van de Russen en het opkomende, onderdrukkende communisme. Hij probeert in dit boek door te dringen in de geest van het Russische volk, afgezet tegen de geest van het Hongaarse volk. Daarbij geeft hij veel aandacht aan grote Russische en Hongaarse schrijvers. Hij blijkt de grote schrijvers van de vorige eeuw te kennen, tot en met 'onze' Leonard Huizinga. Tussen 1945 en 1948 verblijft hij ook in het Westen. Hoe hij dan (West-)Europa ervaart beschrijft hij onthullend. Hij ervaart er de aankomende decadentie (zie Globaal Bekeken). Hij wil terug naar Hongarije, vooral om de taal, die door slechts tien miljoen mensen in de wereld gesproken wordt en verder zo ontoegankelijk is. Aangrijpend is dan ook hoe hij de onderdrukking van de menselijke geest beschrijft door het oprukkende communisme. Maar toen hij uiteindelijk voorgoed naar het Westen afreisde en hij begreep dat hij vrij was, werd hij pas echt bang. Hij reisde naar een wereld waar niemand op hem wachtte. Toch moest hij weg uit Boedapest, 'die mooie, trieste, slimme, kleurrijke stad, want als ik er gebleven was, zou ik zijn weggekwijnd in de agressieve domheid die me omgaf'. Hij wilde zien wat de matroos uit het kraaiennest van het schip van Columbus zag, toen hij tegen de ochtend opgewonden en schor begon te schreeuwen: 'Land, land!…' 'Wanneer vertrekt eindelijk de trein naar het land?'
In dit boek vindt men een trefzekere beschrijving van vier jaar Hongaarse geschiedenis, geïllustreerd aan de gewone plekken in Boedapest, aan gewone mensen en aan machthebbers, aan gedachten van denkers en schrijvers, alles gegoten in een prachtige taal. Het is lang geleden dat ik een boek van dit genre zo geboeid heb gelezen. Klasse! Zijn leven eindigde overigens in grote eenzaamheid.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's