De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De eenheid gered

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De eenheid gered

LlCHT OP DE KERK [14]

9 minuten leestijd

Welk woord zal in het Samen op Weg-proces vaker vallen dan het woord 'eenheid'? De eenwording van de kerken wordt gelegitimeerd door de bijbelse opdracht tot eenheid. Nu het verenigingsbesluit steeds nader komt, wordt beweerd dat er onder leiding van de Heilige Geest eenheid gegroeid is. 'Bezwaarden', ook een sleutelwoord, stellen hiertegenover dat de ontstane eenheid geen werkelijke eenheid is. Onenigheid over eenheid dus.

Christus heeft op heel ontroerende wijze gebeden voor de eenheid in Zijn Naam, in de Naam van de Vader, die Hij de mensen bekendgemaakt heeft. Tegelijkertijd krijgt die eenheid geen gestalte in de praktijk van het kerkelijke leven, moeten we constateren. Hoofdredacteur dr. H. M. Vroom schrijft in het kerstnummer van het Centraal Weekblad dat de eenheid van het lichaam van Christus binnen de kerk geldt. Maar: 'Verontusten en de Gereformeerde Bond vinden de kerk niet belijdend en niet hervormd genoeg. Het zou goed zijn als men zich beter zou realiseren dat de meerderheid van de andere leden van de kerk er heel grote moeite mee heeft dat veel verontrusten en de Gereformeerde Bond iets tegen vrouwelijke ambtsdragers hebben en men homoseksuele christenen die in duurzame relatie samenleven geen plaats aan het Avondmaal gunt. Zo steunt de Bond discriminatie. De moeite met elkaar is geen monopolie van een groep, maar is over en weer.'
Deze feitelijke situatie van de kerk heeft de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland niet onberoerd gelaten. 'Om de eenheid te redden en de kerk bij elkaar te houden, zijn we tot het alleruiterste gegaan. En het resultaat is dat zij die voor zichzelf de meest gespecificeerde ruimte hebben opgeëist en gekregen, het hardst roepen dat de Hervormde Kerk wel erg ver is afgedwaald door de pluraliteit toe te laten', schrijft ds. B. Plaisier, eveneens in Centraal Weekblad. De eenheid moet geréd worden - en ook deze SoW-leidsman refereert daarbij aan de houding van hervormd-gereformeerden. Zij hebben eenheid blijkbaar niet hoog in hun kerkelijke vaandel staan, maar zetten al hun kaarten op de, waarheid.

Waarheid, eenheid, liefde
De waarheid gaat in de Schriften voorop, maar is tegelijk niet los van de eenheid verkrijgbaar. De eenheid is immers onderdeel van de waarheid. Paulus bidt - door de Naam van de Heere Jezus Christus! - 'dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in eenzelfde zin, en in eenzelfde gevoelen.' Die eenheid van geloof en gezindheid is geworteld in de naam van Christus, van Hem die gezegd heeft: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. 'De kerk stemt nooit overeen dan in de waarheid van Gods Woord.' (Calvijn)
Deze eenheid vindt haar oorsprong in God, die Eén is. Zoals de Vader en de Zoon één zijn, hebben degenen die van Christus zijn, één te zijn in Zijn Naam. In de naam van God vindt de kerk niet alleen haar eenheid, in het werk van Christus ligt tegelijk haar fundament. 'Eén naam is onze hope, één grond heeft Christus' kerk'.
Als de apostel Johannes in zijn eerste zendbrief schrijft over 'het doen van de waarheid', doelt hij op de openbaring van God in Christus. Het gaat er voor de eerste christenen en voor ons om dat we in de waarheid wandelen, een heilige levenswandel in de geboden van God kennen. Deze waarheid kan nooit louter verstandelijk onderschreven worden, maar de wandel in de waarheid dient gepaard te gaan met liefde. 'Dit is de liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden.' De waarheid in liefde betracht.

Leer van Christus
Zo alleen kan de gemeente gebouwd worden in de leer van Christus. Zo alleen heeft de kerk een fundament dat vast staat en de tijden overleeft. Is de aansporing hiertoe niet een rode draad in de brieven van het Nieuwe Testament? Dreigt de gemeente niet steeds weer weg te drijven van haar Heere en zet ze daarmee niet steeds de eenheid op het spel? Ja, dit is onder het oude verbond de gang van het volk Israël geweest en dit is evenzeer de gang van de hardleerse gemeente van het nieuwe verbond. Dwaling en afval, en daarom ook scheuring en verbittering. Wie zou niet wenen?
Als de boze gevolgd wordt, de uiteendrijver, slaat de verwarring toe. Paulus waarschuwt Timotheüs voor mensen die de waarheid tegenstaan, 'verdorven zijnde van verstand, verwerpelijk aangaande het geloof'. Ze zijn geen herkenbare bedreiging van buitenaf, waartegen de gemeente zich heeft te wapenen, maar komen in een gedaante van godzaligheid de huizen binnen. Het is opvallend dat waar de apostel als remedie aangeeft te blijven in datgene wat zijn geestelijke zoon geleerd heeft, de tekst volgt die opkomt voor het gezag van het Woord van God. 'Al de Schrift is van God ingegeven.' Deze woorden zijn nuttig tot lering én tot wederlegging. De eenheid van de kerk is gegeven met het vasthouden aan datgene wat God in Zijn Woord geopenbaard heeft, aan de leer van Christus. En de eendracht van de eerste christengemeente ontstaat, nadat zij zich bekeerd hebben en gedoopt zijn in de Naam van Jezus Christus. Wie Christus liefheeft, zal de eenheid met de ander gaan zoeken en beleven. Want de band aan Hem vraagt gemeenschap met elkaar. Elke vrijblijvendheid, elk verschil van inzicht in kwesties die niet het hart van het Evangelie raken, wordt hier de pas afgesneden. Te midden van de verscheidenheid aan gaven die de gemeenteleden ontvangen hebben, hebben zij 'zich te benaarstigen om de enigheid van de Geest te behouden door de band van de vrede'. Deze roeping (!) is niet minder dan de opdracht om te blijven bij de leer van Christus. De voortgaande versplintering van de kerken in ons land lijkt te onderstrepen dat we hierbij niet altijd geleefd hebben.

Korinthe
De kerk belijdt een heilige, algemene christelijke kerk te geloven. Ze is verbonden met de vroegchristelijke kerk, die de Twaalf Artikelen al op de lippen nam. Ze erkent dat God door Zijn Woord en Geest mensen vergadert in de eenheid van het ware geloof. Die belijdenis geeft ons hoop en houvast, totdat Christus terugkomt. Maar die geloofsbelijdenis maakt tegelijk duidelijk dat de werkelijkheid zover nog niet is, dat de gemeente nog bestaat uit koren en kaf en dat het volmaakte pas komt, wanneer God alles zal zijn in allen.
Ook daarin zet Paulus ons met twee benen in de gebroken situatie van de gemeente. Neem Korinthe, waarnaar hij een herderlijk schrijven stuurt. Hij heeft tijdens zijn bezoek aan hen niet anders geweten dan Jezus Christus, de Gekruisigde, de kracht en de wijsheid van God. Maar ondanks deze prediking is er veel stevig mis in de gemeente. Verdeeldheid, zedeloosheid op het terrein van het huwelijk, een wijze van avondmaal vieren die het tegenovergestelde van stichtend is, waarbij de rijken beschonken zijn voordat de armen komen, mensen die de opstanding van Christus uit de doden loochenen, de bodem waarop het geloof staat. Een gemeente zonder leertucht en levenstucht! Alsof Paulus in onze kerk rondkeek, voordat hij dit schreef.
Moet nu de eenheid gebroken worden, als op deze ontstellende wijze aan de waarheid, aan de leer van Christus, geweld wordt aangedaan? Korinthe - en wij - zouden het verdiend hebben, dat de Heere met een rest verder ging. Moet na de scheiding van de synagoge, waar de Naam des Heeren (!) gelasterd wordt, er een nieuwe scheuring plaatshebben?
Nee! Want het lichaam van Christus mag niet scheuren.
Maar wat dan? Ontwerpt Paulus regelingen voor het gemeentelijk leven in Palestina, Klein-Azië en Griekenland, waarbij elke gemeente haar eigen identiteit mag vastleggen? Biedt hij ruimte voor tegengestelde visies op cruciale punten, opdat we elkaar toch vooral zullen vasthouden en zo het getuigenis naar de wereld gered wordt? Nee, want de gemeente moet blijven bij en haar eenheid zoeken in de leer van Christus.
Maar wat dan? De apostel adresseert zijn brief aan 'de gemeente Gods in Korinthe, de geroepen heiligen in Christus Jezus'. Hij spreekt hen aan op hun hoge roeping, en wijst allereerst op God. 'God is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere.' En hij vraagt vervolgens degenen die tweedracht zaaien of Christus gedeeld is, hij maant het gemeentelid dat gruwelijke hoererij bedrijft - dingen die onder de heidenen zelfs niet genoemd worden - over te geven aan de satan, hij geeft onderwijs aangaande het huwelijk, roept op de afgodendienst te vlieden, zichzelf met het oog op het avondmaal te beproeven en standvastig en onbewegelijk vast te staan in het werk des Heeren. Paulus waarschuwt en vermaant, roept terug tot gehoorzaamheid aan Christus, het fundament van de gemeente, maar maakt zich niet los van de gemeente. Hij wil haar eenheid herstellen door de tucht van het Woord.

Gebed om eenheid
'God is getrouw'. Dat zet Hijzelf voorop. En daarom bidden we: 'Heere, gedenk aan de trouw van Uw verbond! Mogen we in Uw Naam elkaar vasthouden? En laat ons in Uw Naam niets aanvaarden wat tegen uw heilig Woord ingaat. En mogen we zo de kerk blijven dienen, zij het met veel pijn, met de erkenning van onze schuld voor U, tegenover elkaar en tegenover hen met wie de eenheid in het verleden gebroken is, met innerlijke aanvechtingen, ook met een klemmend protest ten opzichte van wat afwijkt van Uw geboden. En laat zo door onze gebeden en onze houding de eenheid van de kerk, gefundeerd in U, meer en meer gevonden worde.'


De kerk vervolgt haar weg op aarde in een gebroken gestalte. Tot haar schuld en schande niet op het niveau van waarheid, eenheid en liefde, zoals Christus het haar geleerd heeft. Ook de Protestantse Kerk in Nederland niet. Die overtuiging houdt geen acceptatie in van datgene wat niet naar het Woord van God is. Dat betekent ook niet dat elementen uit onze belijdenis er niet meer toe zouden doen. Integendeel, de confessie blijft een staf om te gaan en een stok om te weren wat de eenheid belemmert. Maar die overtuiging betekent wel dat we ijveren mogen om de hele confessie tot gelding te brengen en tegelijkertijd verlangend uitzien naar het volmaakte. We geloven de kerk. Omdat ze van Christus is. Hij heeft de eenheid gered, in overgave aan de wil van Zijn Vader. Daarom verenigen we ons in Zijn Naam: Lof zij Christus.
P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De eenheid gered

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's