De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Gisbertus Voetius
De praktijk der godzaligheid; ingeleid, vertaald en toegelicht door dr. C. A. de Niet.
Uitg. De Banier, Utrecht; tweede, gewijzigde druk; 715 blz.; € 31,95.

Voetius' De praktijk der godzaligheid (Ta Asketika sive Exercitia pietatis) is een samenvatting van dertig jaar onderwijs aan de studenten van de Utrechtse Academie. In dit boek, dat oorspronkelijk bedoeld was voor (aankomende) predikanten, behandelt Voetius verschillende aspecten van het leven met God. Wie De praktijk der godzaligheid ter hand neemt, leest geen stichtelijk werk, maar een wetenschappelijke verhandeling, die echter doortrokken is van de omgang met God en met de traditie van de Kerk der eeuwen. Zo bezien is het een indrukwekkende poging om godsvrucht met wetenschap te verbinden. Voetius heeft het vroomheidsideaal van de Nadere Reformatie in dit boek theologisch doordacht, terwijl hij zelf het levende voorbeeld van de praktijk der godzaligheid was.
Na een theoretische uiteenzetting over de ascetiek en over de terminologie bespreekt Voetius allerlei aspecten van het leven met God, zoals het gebed, de bekering, het geloof, het lezen en het horen van het Woord van God, de praktijk van doop en avondmaal. Daarnaast komen ook praktische themata als huilen en lachen, een christelijke invulling van de dag en geestelijke verlatingen aan de orde. Dankzij de inspanningen van dr. C. A. de Niet kunnen we er kennis van nemen in een goed lopende vertaling met vele verklarende aantekeningen, die de tekst toegankelijk maken. Wie de scholastieke betoogtrant voor lief neemt, kan van Voetius veel leren over een gelovige omgang met God.
Hiermee is meteen de vraag beantwoord wat de relevantie is van dit oude boek voor onze tijd. Bij vele hoofdstukken, bijvoorbeeld over doop en avondmaal, over de omgang met het Woord van God en over huisgodsdienst, blijkt hoe actueel de thematiek van De praktijk der godzaligheid is. Predikanten, ambtsdragers, maar ook gemeenteleden kunnen er ook vandaag hun winst mee doen. Dit betekent overigens niet dat we alles zomaar naar onze tijd kunnen overzetten. Wij zullen er waarschijnlijk vreemd van opkijken als Voetius schrijft dat gemeenteleden vrij zijn om bij die predikant ter kerke te gaan die het meest de gave van het woord heeft, ook als de andere predikanten inhoudelijk dezelfde boodschap brengen (260/261). Helaas herkennen we deze praktijk soms in onze tijd, maar het is de vraag of een dergelijke praktijk opbouwend is voor het geestelijke leven van de gemeente. Wie De praktijk der godzaligheid leest, die merkt hoezeer Voetius aansluiting zoekt bij de traditie van de Kerk der eeuwen. We komen vele aanhalingen tegen uit de kerkvaders, maar ook van middeleeuwse rooms-katholieke theologen en van tijdgenoten van Voetius. Als we het register nagaan, valt overigens op hoe weinig Voetius Luther en Calvijn citeert. Ze blijven ver achter bij Augustinus, Bernardus en Thomas van Aquino. Al betekent citeren bij Voetius zeker niet dat hij ook altijd met desbetreffende schrijvers instemt, toch blijft het een opmerkelijk gegeven. Des te meer als we bedenken dat hij Calvijn in zijn Disputationes Selectae veelvuldig aanhaalt. De Niet weet op dit punt niet tot een afdoende verklaring te komen. Het zou in het Voetius-onderzoek nog eens te overwegen zijn, hoe het komt dat de reformatoren in zijn ascetiek op de achtergrond blijven. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat Voetius in Ta Asketika de reformatorische leer van de rechtvaardiging van de goddeloze als uitgangspunt neemt, maar dat hij voor zijn nadere reformatie, d.w.z. de praktijk van de levensheiliging, meer stof vindt in de traditie van de catholica, zowel die van de roomse middeleeuwers als van de puriteinen van zijn eigen tijd. Dan kunnen we zeggen dat Voetius weliswaar op dezelfde grondslag staat als Luther en Calvijn, maar tegelijk probeert om wat betreft de vroomheid aansluiting te zoeken bij de eeuwenoude traditie van de Kerk, die hij vervolgens vernieuwt en reformeert.
A. J. KUNZ, GROOT-AMMERS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's