Uit de pers
Jongeren en de kerk
In vrijgemaakt-gereformeerde en Nederlands-gereformeerde kring is nogal discussie ontstaan over het verschijnsel 'jongerenkerk'. In Zwolle is mede op initiatief van ds. Ph. Troost een jongerenkerk God Fashion van start gegaan. Jongeren zijn de enige doelgroep van deze diensten. Zij vullen ook zelf inhoud en vormgeving ervan in. Het succes lijkt overweldigend, juist ook onder jongeren die al min of meer waren afgehaakt, zeker van de traditionele kerkdiensten. In 'De Reformatie' (officieel orgaan van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt) en in 'Opbouw' (blad van de Nederlands-gereformeerden) waren de afgelopen maanden de nodige artikelen te lezen over deze opmerkelijke poging om jongeren van deze tijd blijvend te interesseren voor het Evangelie door geheel in hun cultuur op te gaan. Ik geef twee citaten, waarin geheel verschillend wordt gereageerd op de zogeheten 'jongerenkerk'. Eerst een nogal afhoudende en kritische reactie, geciteerd in het blad Opbouw van 17 januari 2003 van de hand van ds. K. de Vries (vrijgemaakt-gereformeerd en afkomstig uit het blad De Reformatie). Zijn stelling is dat we vooral niet moeten proberen de stijl van de jongerencultuur te importeren in de kerkdienst.
'Het signaal dat de kerken vooral niet van God Fashion moeten oppikken, is dat we in de kerk heel erg ons best moeten gaan doen om jongeren op die manier te raken. Geen paniekvoetbal in reactie op de massale toeloop naar jongerendiensten. Paniekvoetbal zou het zijn wanneer de kerk niet haar eigen stijl durft bewaren en uit alle macht achter de jongerencultuur aan gaat rennen. Dat kan de kerk nooit bijbenen. Het zou bovendien heel ongeestelijk zijn. Want de jongerencultuur bestaat grotendeels uit het toedienen van prikkels. Dat gebeurt via de tv, muziek, MTV/TMF, glossy jongerenbladen met veel foto's van en roddels over beroemdheden, items over mode, rubrieken over relaties en seks. Om aan te blijven spreken zijn er steeds heftiger prikkels nodig. Muziek en tekst moeten harder of erotischer, films moeten gewelddadiger (menseneters, hersenen die tegen de muur uiteenspatten) of griezeliger (Harry Potter), clips almaar sneller en flitsender, mode en foto's steeds bloter of suggestiever. Die al maar sterkere prikkels zorgen ervoor dat jongeren meer en meer afgestompt raken. Gevoelsarmoede is het gevolg, niet door hun karakter, maar door een overmaat aan prikkels. Hier ligt een deel van de verklaring waarom jongeren zich in de kerk niet geraakt voelen.
Toch moet een kerk niet proberen in die stijl en in dat tempo mee te gaan. Dan verliest ze het onherroepelijk, omdat ze niet de professionele middelen heeft waarover de producenten van de jongerencultuur wel beschikken. Daar komt nog bij dat het strijdig is met het karakter van het geloof dat je overdraagt om daarvoor een overdosis aan prikkels in te zetten. Ouders en ouderen moeten hun kinderen niet leren leven op kicks, maar hun juist fijngevoeligheid proberen bij te brengen. Op die eigen stijl moet de kerk aansluiten en inspelen.
Als je jongeren niet via sterke prikkels moet benaderen, hoe dan wel?
Allereerst gewoon met het Woord van God zelf. Dat Woord houdt eeuwig stand, raakt niet verouderd, is nooit achterhaald, slijt niet weg, droogt niet op, is niet kapot te krijgen, is het zaad van de wedergeboorte en heeft onoverwinnelijke kracht. En dus is het gewoon het allerbelangrijkste dat het Woord jongeren bereikt. En als het even kan: glashelder, indringend, op de man af, persoonlijk, en zonder eromheen te draaien. Daar roep ik mijn collega's en mezelf toe op. Daarop moeten wij in de kerk durven vertrouwen. Gods Geest werkt al eeuwenlang met het Woord, door strakke en minder strakke structuren heen. Hij zal de kracht ervan ook in de toekomst bewijzen, hoe bar de tijden ook zullen zijn.'
Ds. De Vries vindt wel dat we als kerk jongeren veel meer persoonlijk moeten benaderen. Jongeren zijn onderling zo verschillend dat ze zelfs in zo'n jongerenkerk niet allemaal in één keer doeltreffend benaderd kunnen worden.
Het tweede citaat dat ik als reactie op de God Fashion jongerenkerk wil doorgeven, komt van Rob Kuijpers. Hij is een jongerenwerker en bekend met het organiseren van diensten en samenkomsten met en voor jongeren. Ook hij mengt zich in de discussie via een artikel in Opbouw van 6 januari 2003. Daarin reageert hij op een eerder geplaatste bijdrage van ds. Fred Blokhuis. Deze stelt dat de ervaringswereld van jongeren niet maatgevend kan zijn voor de prediking. 'Juist het Woord doorbreekt van bovenaf onze gesloten wereld vol (menselijke) ervaringen'. Blokhuis pleit dan voor wat hij noemt 'pittige prediking'. Kuijpers zegt: Akkoord, pittige prediking. Maar wat is dat dan? Hij bepleit een prediking die ervaringen van mensen, ook van jongeren, als uitgangspunt neemt.
'Wanneer de preker geen waarde hecht aan het gegeven dat deze generatie dus eerst wil ervaren, en dan pas uitleg wil, wordt er al een plank misgeslagen. Als de stijl vervolgens formeel is slaan we als kerk opnieuw pijnlijk mis. Tot slot lijken we als gereformeerden een afkeur te hebben voor het organische, springerige en interactieve tijdens een kerkdienst. Ondanks de goed bedoelde preek is de jongere begonnen aan zijn of haar actieve niet-luisteren tijdens de preek.
Pittig preken kan wel degelijk. Met daarbij de ervaring als uitgangspunt. Een prachtig voorbeeld hoe een (k)oude kerkbank (met excuus aan de meelezende koster die zijn kerk wel goed verwarmt) zich uitstekend leende voor ervaringsgericht onderwijs is te lezen in het boek "De wereld van Sofie" door J. Gaarder.
De filosoof tracht aan een puber uit te leggen wat de Middeleeuwen voor donkere tijden waren. Hij nodigt de jonge meid uit om in een kerk te komen, 's morgens om 4 uur. Het meisje treft een doodstille, koude, donkere kerk met alleen een als monnik geklede man die het meisje opwacht. Dan zitten ze samen in een bankje, stil. Luisterend. De kou en hardheid voelend. En dan legt de man na verloop van tijd iets uit. Dat zo dus Middeleeuwen "aanvoelen". Als om 4 uur 's morgens in de geschiedenis de Middeleeuwen beginnen, dan is vanmiddag om 16 uur pas enige verlichting op komst…
De jonge meid gaat vol vragen in haar hoofd de kerk uit… geprikkeld, uitgedaagd. Ze wil vervolgens meer weten van deze tijd… Ze is er de hele week mee bezig.
Onze kerkdienst moet, denk ik, veel meer afgestemd worden op het ontvankelijke hart. Nog voordat de preek begint.'
Als ik Kuijpers goed begrijp, bedoelt hij dat we ervoor moeten zorgen dat jongeren door sfeer, muziek, kortom de hele entourage waarbinnen de dienst zich afspeelt, in hun hart geraakt worden. Pas als het tienerhart zo open komt te staan, kan de preek echt landen.
'Ook de EO publiceerde net voor 2000 onder de titel 'generatie search' een verslag van een onderzoek naar (religieuze) jongeren en hun cultuur. Ik noem enkele cijfers (nu al weer sterk gedateerd!):
90% heeft een mobiele telefoon.
45% verstuurt dagelijks sms (binnenkort: veel meer info/entertainment per sms. Mobiele telefoon = niet bellen. Dat is "24 hours connected with my friends");
85% heeft toegang tot internet, 40% dagelijks;
66% speelt computergames;
98% heeft e-mail;
46% chat regelmatig tot dagelijks;
50% van 16-17 jarige meisjes slikt de pil; 1e seksuele ervaring hebben meisjes bij gemiddeld 14,4 jaar;
Bij jongens is dit gemiddeld op 15,2 jarige leeftijd;
54% van alle ouders vinden bij elkaar slapen geen probleem;
50% van de jongeren ziet overspel niet als noodzakelijk breekpunt voor een relatie;
1 op de 7 meisjes is seksueel misbruikt;
1 op de 20 jongens is seksueel misbruikt;
1 op de 3 jongeren rookt;
het aantal jongeren dat 1-5 keer dronken is per week, is nu 22%;
9% gebruikt cannabis;
er zijn 13.000 zelfmoordpogingen per jaar;
35.000 jongeren krijgen te maken met echtscheiding;
75.000 jongeren worden thuis mishandeld;
35.000 jongeren lopen weg van huis;
385.000 worden zo gepest dat ze niet meer naar school willen.'
Misschien is onze reactie, aldus Kuijpers, dat hier toch een aantal zaken worden genoemd die niet op de jongeren in de kerk slaan. Hij vindt dat het grotendeels wel degelijk geldt, ook voor de kerkelijke jeugd. In ieder geval is het de dagelijkse realiteit om hen heen.
'"Maar waarom al deze bagger als uitgangspunt van de preek?" zult u mij vragen. Wel. Het moet geen uitgangspunt zijn van de preek. De verlossende redding door Jezus moet uitgangspunt zijn.
Maar startpunt moet wel degelijk de belevingswereld zijn. Anders is de jongere bij voorbaat afgehaakt.
Wanneer pas aan het eind van de preek de toepassing voor het dagelijks leven blijkt, zal de jonge luisteraar zich niet realiseren dat er ook tegen hem gesproken is.
Die jongere is bezig met zijn mobiele telefoon en vraagt zich af welke meiden er straks mee gaan koffiedrinken na kerktijd, (dit in het gunstigste geval, want je denkt dan net zo snel terug aan die meid die gisteravond zo leuk op de bar danste terwijl ze zo aangeschoten was…)
Terwijl de predikant het rijke Woord verkondigt en al parafraserend de tekst nog eens doorloopt, telt de volgende opgroeiende puber voor de 40e keer dit jaar de lampen in het plafond en de hoeveelheid stenen in het schoon metselwerk.
Goede kennisoverdracht vindt namelijk plaats daar waar de (levens)vraag van de jongere beantwoord wordt.
Al negen jaar geef ik catechisatie en als ik een ding geleerd heb, is het dat ik pas vragen moet beantwoorden wanneer ze gesteld worden. Niet eerder.
De uitdaging voor de catecheet is dat hij of zij jonge mensen prikkelt de juiste vragen (aan hem) te stellen.
Pas dan is er een open en nieuwsgierige betrokkenheid bij de jongere. Immers, zijn of haar eigen vraag staat nu centraal. Als de christelijke boodschap niets te maken lijkt te hebben met je eigen realiteit, gedogen veel jongeren het, in plaats dat ze zich er door laten voeden.
Dit geldt hetzelfde voor een preek. Jonge mensen willen de prediking wel scherp hebben. Pittig. Heerlijk is het om duidelijk te horen wat je nodig hebt in het dagelijks leven. Hoe je geloof kracht geeft in de strijd op school.'
Ten slotte noemt Kuijpers een derde en laatste uitgangspunt: je moet als prediker (als kerk) behoefte hebben om met jongeren te delen in het hier en nu.
'Helaas weten veel predikanten de valkuil van de "grote woorden" niet te vermijden. En die grote woorden zijn een beetje uit… Wat gevraagd wordt is de menselijke maat. De "kleine grote" woorden. De eigen ervaringen. En vooral jouw verhaal en mijn verhaal.
Jonge mensen zijn sterk gericht op echtheid. En als jongeren iets van je aan moeten nemen willen ze toch wel eerst graag weten wie jij bent, waar jij voor staat en gaat. Hoe echt en waarheidsgetrouw ben jij?
Geen dogma dat bijbeltechnisch helemaal klopt en goed onderbouwd is, maar juist eerst de waarheid van dat vertelde verhaal voor jou.
Waarom geldt het dan? Waarom is het echt? Wat kan ik ermee? Hoe voelt het?
En onze traditie van preken is daar, met alle respect, niet zo sterk in.
Wat zou het goed zijn om "preektijd" in te ruimen voor getuigenissen en ervaringen van volwassenen en jongeren rondom het gestelde thema.
Ervaringsdeskundigen, die kunnen verklaren dat Gods Geest voelbaar was, dat het vertrouwen je erdoor sleepte, enz., enz. Dit doet het veel en veel beter dan de dominee die exact hetzelfde zegt over persoon x in situatie y te z. Laat die persoon zelf onderdeel zijn van de pittige preek.
Sterker nog: een beetje pittige preek Iaat zelfs ruimte over voor de bijdrage van de jongere. Direct, interactief, na afloop, maar het liefst mee voorbereid door een jongere die (zie daar!) als hij mag en uitgedaagd wordt opeens ook heel veel weet van de situatie van Filippus. Hij bleek namelijk op school ook iemand uitgelegd te hebben wat "kerstevangelie" betekende.
En hij bleek de enige in zijn klas te zijn die het evangelie verkondigde tussen alle "moren in het land…" De bemoedigende woorden van de gemeenteleden (jong en oud) maakten deze prediking pittig.
Gekruid.
En bovenal zegenrijk. Er waren jongeren die na afloop vroegen waar de preek de volgende week over zou gaan. Vervolgens boden ze spontaan hun hulp aan…'
Getuigenissen in de samenkomsten van de gemeente. Mij viel op dat Gerrit Vreugdenhil (zie vorige Uit de pers) dat ook zo bepleitte vanuit wat er gebeurt in de pinksterkerken in Chili. Wij zijn direct geneigd daartegenin te brengen dat het Woord en de Geest het moeten doen en daar is veel voor te zeggen. Toch verlangen jongeren naar het zichtbaar worden van God in harten en levens van mensen. Laat eens zien en Iaat eens horen hoe het werkt en wat het uitwerkt. Hoe je ook denkt over wat we hier hebben laten horen over 'jongerenkerken', het blijft de moeite waard je te bezinnen op de vraag: hoe komen we binnen in de leef- en ervaringswereld van onze jongeren. In de gemeente waar ik zelf predikant mag zijn, hebben we diensten waarin honderden jongeren aanwezig zijn. Ik heb vaak het onzekere gevoel dat we het grootste deel van hen niet of nauwelijks echt raken. De wereld van de kerk schampt grotendeels langs de leefwereld van velen van hen heen. Nog een paar jaar en dan zijn we ze kwijt, is menig keer mijn vrees. Ik hoop dat ik te somber ben. Laat in ieder geval de bezinning op de inhoud en de vormgeving van onze diensten door blijven gaan. En laten we eindelijk eens minder bang zijn voor veranderingen!
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's