Maatschappij van tegenwoordig
CHR. OPVOEDING IN EEN VERANDERENDE WERELD [2]
De wereld waarin kinderen en jongeren nu opgroeien, is niet dezelfde als de wereld waarin hun ouders groot werden, om nog maar niet te spreken van hun grootouders. Het eerste contact van het kind met de wereld vindt via het gezin plaats. Groot worden in het moderne, westerse kerngezin is iets anders dan opgroeien in een gezin met veel kinderen, zoals in reformatorische kringen en bij allochtonen nog veel voorkomt.
Het gemiddelde gezin in Nederland vandaag de dag bestaat uit één of twee ouders en twee kinderen. Per vruchtbare vrouw worden er in Nederland gemiddeld 1,6 kinderen geboren. Omdat vrij veel vrouwen helemaal geen kinderen meer krijgen (of nemen!), komt het gemiddelde aantal kinderen per gezin op 2,1. Bovendien is de gemiddelde leeftijd van de vrouw waarop ze haar eerste kind krijgt steeds hoger geworden, namelijk 29 jaar en 9 maanden. Waren Nederlandse vrouwen tot in de jaren zestig nog de jongste moeders in Europa, nu zijn ze de oudste.
Ontbrekende vader
Ongeveer een derde van de huwelijken loopt uit op een scheiding. Hierin lopen we nog iets achter op de Scandinavische landen, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Maar het aantal stijgt ook bij ons nog steeds. Seriehuwelijken komen steeds meer voor. In vele gevallen zijn bij scheidingen jonge kinderen betrokken. Meestal is het de vader die ontbreekt in het gebroken gezin. Hiervan zijn de jongens nog meer de dupe dan de meisjes, omdat zij een identificatiefiguur ontberen. Zo krijgen jongens, in tegenstelling tot meisjes weinig of geen positieve voorbeelden, waarnaar zij zich in hun gedrag kunnen richten. Alleen maar horen hoe je niet moet zijn als jongen, namelijk niet zoals een meisje, zonder het goede alternatief voorgeleefd te krijgen, maakt fundamenteel onzeker.
Dit wordt ook niet gecompenseerd in het tweede opvoedingsmilieu. De school vervrouwelijkt namelijk meer en meer. Het aantal mannelijke leraren neemt nog steeds af. Op de lerarenopleidingen basisonderwijs bestaat slechts voor ongeveer 10 tot 15% van de studenten uit mannen. En dat is al jaren zo.
Volgens dr. De Wit, gepromoveerd op onderzoek naar kinderen met psychische problemen, is een gebroken gezin evenals een gezin waar beide ouders een volledige baan hebben, een duidelijke risicofactor bij het ontstaan van problemen. De Duitse prof. Hartmut von Hentig, die later in deze reeks aan het woord komt, is het hiermee eens. In dit kleine gezin bestaan minder sociale contacten tussen kinderen onderling en ook tussen volwassenen en kinderen, namelijk bij het ontbreken van één van beide ouders of in het geval dat beide ouders buitenshuis werken. Dit werkt de individualisering in de hand.
Sociale opvoeding
In combinatie met een toegenomen welvaart leidt gezinsverkleining ook tot een toegeeflijker opvoedingsstijl. In materieel opzicht hebben kinderen het beter dan ooit. Ze kunnen haast krijgen wat ze willen. Of ook aan de behoefte aan contact, warmte en veiligheid voldoende wordt tegemoetgekomen, is intussen de grote vraag. Feit is dat er veel kinderen zijn met problemen: sociaal-emotionele en psychische problemen.
Dit standaardgezin - één of twee ouders en twee kinderen - leeft in een standaard huis. Elk kind heeft hierin zijn eigen kamer met zijn eigen bed, eigen speelgoed, eigen audioapparatuur, eigen kleren, enzovoort. Kinderen van nu hebben alles zelf en voor zichzelf. Ze leren dan niet meer vanzelf wachten, hun behoeften uitstellen, elkaar helpen en met elkaar delen. Kinderen moeten daarin bewuster worden opgevoed. Maar de eerst verantwoordelijken daarvoor, de ouders, zijn minder aanwezig. Het is de vraag of dat niet anders kan. Er is ongetwijfeld sprake van een economische noodzaak voor beide ouders om samen te werken. Woningen zijn moeilijk te krijgen en de prijzen zijn de laatste jaren sterk gestegen. Starters hebben het daarom heel moeilijk op de woningmarkt. Er zijn ook ouders die heel bewust het werk en de zorg voor de kinderen delen en ervoor zorgen dat zoveel mogelijk een van de ouders thuis is en beschikbaar voor de opvoeding.
Al te vaak wordt de opvoeding voor een groot deel uitbesteed aan anderen: crèche, kinderopvang en school. De school kan als plaats waar veel kinderen samenkomen, ongetwijfeld een goede aanvullende taak verrichten op het terrein van de sociale opvoeding.
Wonen
Negentig procent van alle woningen in Nederland is na de oorlog gebouwd. Dat zijn de zogenaamde (oudere) nieuwbouwwoningen. Dit standaardhuis voor het standaardgezin heeft een woonkamer en drie slaapkamers: één voor de ouder(s) en één voor elk kind. Alles is in dit huis voorgeprogrammeerd. Elke ruimte heeft een specifieke functie. Geen vierkante meter is onbenut gelaten. In deze woning zoekt men tevergeefs een kelder, een donkere kast, een open zolder. Het kind zoekt tevergeefs naar een plek die het zelf kan invullen of een plek om zich te verstoppen. Alles is al ingevuld door de architect. Zelfs de inrichting van de kamer ligt al voor een groot deel vast. De centrale antenne bepaalt de plaats van de televisie. (In 98% van de woningen is ten minste één tv aanwezig.) De bank van het bankstel komt tegenover de tv. Dan blijft er nog één muur over voor het wandmeubel. Bij de buren is dat net zo, alleen spiegelbeeldig. Zo'n huis heeft het kind weinig verrassingen te bieden. Het zet zijn verbeelding niet aan de gang.
De tuin boeit al evenmin. Deze is klein, want grond is schaars en duur in Nederland. Er zijn plaatsen waar de auto in de voortuin moet worden geparkeerd, omdat de straat te smal is. De achtertuin is soms niet veel groter. Wanneer daar een gazon ligt als een biljartlaken, de trots van vader, waar je niet op mag spelen, wat valt er dan nog te ontdekken? Waar moet je dan spelen? Waar bouw je dan je hut?
De straat
Door alle eeuwen heen en in alle culturen is de straat het speeldomein bij uitstek geweest voor kinderen. Je ziet dat ook in de Bijbel. Als de profeet Zacharia het teruggekeerde volksdeel zegen belooft en een visioen schetst van het nieuwe Jeruzalem, dan ziet hij straten vol met spelende kinderen. (Zach. 8 : 5) En de Heere Jezus gebruikt het beeld van kinderen die spelen op de markt (Luk. 7 : 32).
De straat is voor kinderen de grotemensenwereld in het klein, beeld van de maatschappij, maar door zijn begrensdheid nog overzichtelijk en veilig. In de straat waren de werkplaatsen, de winkels, de huizen en het verkeer. Er werd niet alleen gewoond, maar ook gewerkt, gehandeld en gerecreëerd. Mensen ontmoetten elkaar op straat. (Zie weer Zacharia. In vs. 4 zien we oude mannen en vrouwen zitten op straat. Zij kijken naar de bedrijvigheid op straat en genieten van het spel van hun kleinkinderen.) Juist daarom was de straat zo aantrekkelijk voor kinderen. Zij spiegelen zich in hun spel aan de wereld-van-de-grote-mensen en bereiden zich er zo op voor. Daarom spelen kinderen ook vadertje en moedertje, doktertje, chauffeurtje. Ze krijgen zo grip op de werkelijkheid en groeien in hun toekomstige rol.
De straat was boeiend door de variatie in functies en in architectuur en ook door de verschillende mensen die daar aanwezig waren. Denk alleen al aan de bezorgers langs de deur. Er was altijd wat te zien en te beleven. Spelaanleidingen genoeg!
De straat waarin het merendeel van de kinderen nu opgroeit, is eenvormig en mono-functioneel. Het is een woonstraat, waarin overdag nog nauwelijks een mens te bekennen is. De moderne straat wordt geterroriseerd door het rijdende verkeer of staat vol met geparkeerde auto's. Hier valt voor een kind weinig of niets meer te beleven. En kinderen die zich vervelen, vertonen ongewenst gedrag. Dat geven ze ook zelf aan in onderzoeken die ik verricht heb naar het gedrag en de belevingen van kinderen op verschillend ingerichte schoolpleinen.
Ook hierin kan de school compenserend werken. De school is een plek waar kinderen bijna dagelijks komen. Een goede, gevarieerde inrichting van de ruimte om de school heen (een schoolhof) kan het kind uitnodigen tot speelervaringen waar het in de woonomgeving moeilijk toe komt.
De stad en het land
Grond is in Nederland schaars en daarom moet de ruimte goed ingericht worden. Deze ruimtelijke ordening is welhaast nergens ter wereld zo wetenschappelijk en rationeel aangepakt als in ons land. Helaas heeft dat het welzijn niet bevorderd.
Menselijke functies en activiteiten die door de eeuwen heen geïntegreerd voorkwamen, zijn uit elkaar gehaald. Wonen, werken, winkelen, recreëren zijn ruimtelijk gescheiden. De woonwijken zijn eentonig geworden. Het leven is eruit. Mensen kennen elkaar niet meer en ontmoeten elkaar niet meer. Het werk is geconcentreerd op bedrijventerreinen. Hoge hekken zorgen ervoor dat er geen onbevoegden, zoals kinderen, kunnen komen. Kantoren zijn gesitueerd in grote gebouwen die elektronisch beveiligd zijn. Welk kind ziet nog wat zijn vader doet? Welk kind maakt nog kennis met de veelheid aan beroepen die er zijn? Is het een wonder dat kinderen niet meer weten wat ze worden willen? En ligt er ook op dit terrein wellicht een compenserende taak voor vooral het voortgezet onderwijs?
De winkels zijn samengebracht in grote winkelcentra. Na zes uur 's avonds worden deze als kil en onveilig ervaren. De reclame die zich specifiek op kinderen en jongeren richt, vormt een grote verleiding en is één van de factoren die de leefwereld van kinderen sterk beïnvloeden.
Recreëren vindt plaats in de daartoe geëigende en meestal speciaal aangelegde gebieden, in parken en voor kinderen op speelplaatsjes in de buurt, die vaak verkeerd gesitueerd of onaantrekkelijk zijn. In de stad en in het dorp is elke plek ingevuld. Geen 'veldje' ligt er onbenut bij. Alles heeft zijn bestemming. Zelfs scholen zijn hier en daar samengebracht op een speciaal terrein in de wijk. Welke bedoeling daar achter zit, is onduidelijk, in elk geval geen pedagogische.
De planologen hebben gescheiden wat bij elkaar hoort: de generaties en de menselijke functies. Want behalve specifieke gebieden voor specifieke functies zijn er ook aparte plekken voor kinderen, volwassenen en bejaarden ontstaan.
Bijbelse ordening
Deze ordening volgens rationele, economische principes verdraagt zich niet met een bijbelse ordening van de samenleving. Het kenmerk daarvan is niet separatie, maar integratie (zie Zach. 8). Tegelijkertijd heeft er ook een enorme schaalvergroting plaatsgevonden. De menselijke maat lijkt verdwenen. Het heeft geleid tot onthechting en vervreemding. Het is opvallend dat welhaast alle politieke partijen in hun verkiezingsprogramma's het stoppen met fusies in het onderwijs hadden opgenomen of zelfs de verkleining van scholen. Ook hierin lopen we overigens weer achter op ontwikkelingen in de Verenigde Staten. In New York heeft men ongeveer 15 jaar geleden al besloten om scholen voor voortgezet onderwijs op te delen in eenheden van ongeveer 500 leerlingen. De in het vorige artikel beschreven problemen met jongeren vormden de aanleiding. Niemand mag anoniem zijn, zo was de gedachte. Iedereen moet gekend worden en erbij horen. En dat laatste is inderdaad een algemeen menselijke behoefte. Zo zijn mensen geschapen, als sociale wezens. Zo wil de Heere ook dat wij leven. 'Het is niet goed dat de mens alleen zij…' (Gen. 2 : 18) Gelet op de Tien Geboden en de samenvatting daarvan heeft deze uitspraak een wijdere strekking dan het huwelijk alleen. Menselijk leven is per definitie samenleven. Het duidt ook aan dat de Heere wil dat we ons leven richten op Hem, de Ander en op de medemensen, de anderen, met de zorg en verantwoordelijkheid voor het andere, dat is de hele schepping. Nadenken over opvoeden in een veranderende wereld betekent vooral ook nadenken over de vraag hoe we de harten en hoofden van kinderen richten op deze bijbelse opdracht.
Aan de veranderingen in de wereld hebben ook de media en technologie een grote bijdrage geleverd. Daarover en over de gevolgen denken we in een volgend artikel na.
E. BLAAUWENDRAAT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's