Geoorloofd bezwaard te zijn
TOLERANTIE NA KERKELIJKE BESLUITEN
Tolerantie. Een sleutelwoord in onze huidige, democratische samenleving. Maar over de invulling ervan lopen de meningen sterk uiteen. Ruimte voor minderheden op grond van hun levensbeschouwelijke overtuiging lijkt in politiek Nederland meer en meer ingesnoerd te worden, als de wensen van diverse kamerleden in vervulling zouden gaan. Juist hierin zou de kerk profetisch en getuigend moeten spreken.
Of de kerk altijd die tegendraadse positie inneemt tegen relativerende tendensen inzake haar overtuiging, is de vraag. En het is tegelijk zorgelijk.
Want waar anders dan binnen de christelijke gemeente moet opgekomen worden voor het leven naar de geboden van God, zowel in het persoonlijke leven alsook in het geheel van de maatschappij.
Dat wij hier aandacht vragen voor die uitgesleten en lege tolerantie die de samenleving lijkt te verstoren, vindt haar aanleiding in een artikel van mevr. Jeannette M. Deenik-Moolhuizen in het blad Woord & Dienst van 18 januari jl.
Wat schrijft mevrouw Deenik ter gelegenheid van haar afscheid van de SoW-organisatie, waar ze werkzaam was voor de sectie man/vrouw/kerk? Tamelijk schockerende woorden. Ze haalt het feit op dat vrouwen, 'door elkaar gesterkt, geleerd en gevormd', allerlei posities in de kerken innamen, al kwam hun aantal in de triosynode niet hoger dan twintig procent. Daarom stelt ze de vraag: 'Wat heeft een synodelidmaatschap vrouwen eigenlijk te bieden?' Als verklaring voor de vrouwelijke terughoudendheid om zich beschikbaar te stellen voor de hoogste ambtelijke vergadering van de kerk klinkt het: 'De eindeloze rij monologen, met soms ingrepen door het moderamen, levert in hun ogen geen vruchtbare communicatie op. De mars door instituties heeft hier zijn kritische grens bereikt'. Nee, van respect voor de ambtelijke vergaderingen kun je deze LDC-medewerkster niet beschuldigen.
Draagvlak noch gezag
Een meelevend en nuchter denkend kerklid gaat pas echt zijn ogen uitwrijven als mevr. Deenik zich de vraag stelt of die ondervertegenwoordiging ter synode van vrouwen zo erg is. 'Ja, want het betekent dat de overgrote meerderheid van van het kerkvolk niet gerepresenteerd is. De consequentie daarvan: zo'n synode heeft geen draagvlak en geen gezag en zit dus eigenlijk voor niets te vergaderen. Toch zonde van de tienduizenden euro's die zo'n vergadering kost'. Ik kan, dit lezend, de vraag maar niet wegdringen wat die vergaderingen van de sectie Vrouw/man/kerk dan wel gekost én opgeleverd hebben. Namens wie heeft mevrouw Deenik hier haar voorstellen gedaan en haar schimmige gedachten geuit?
De kerk is het afgelopen jaar geconfronteerd met ingrijpende bezuinigingen, waardoor in de nodige arbeid gesneden moest worden. Neem de bezinning op de verhouding van de kerk met Israël. Neem het maatschappelijk werk ten behoeve van predikanten. Neem de halvering van het werk van de coördinator voor het werelddiaconale Luisterend Dienen. Het kan mij ontgaan zijn, maar over reductie van de arbeid van de sectie Vrouw/man/kerk heb ik niets gelezen. De lezer begrijpt echter dat we met het vertrek van mevr. Deenik vrede hebben.
Los van de financiën beweert ze immers dat het draagvlak van een synode rust in de hoeveelheid vrouwen die afgevaardigd zijn. Alsof de kerk niet staat of valt met gehoorzaamheid aan haar Heere. Welke visie op de kerk hebben mensen die de kerk vertegenwoordigen in allerlei secties? Die vraag stellen we aan degenen die verantwoordelijkheid dragen voor de arbeid in het dienstencentrum.
De afscheidswoorden van mevr. Deenik gaan door. Ze voegt de synode nog fijnzinnig toe dat 'hoogkerkelijke praat over het bijeenzijn van de ambten of aanroepen van de Heilige Geest hier werkelijk geen soelaas biedt. Dat is de Heilige Geest overvragen'. Waar haar positie nergens onderbouwd wordt door enige gedachte uit de Bijbel, meent ze hier aan de leiding van Gods Geest te moeten refereren. Ik vind dit ergerlijk en lasterlijk.
Pure geschiedvervalsing
Het vervolg van haar bijdrage spitst zij toe op de vrouw in het ambt, wat zij 'een onopgeloste kwestie' noemt. Ze roept gereformeerden op tot een steviger stellingname dan hervormden tot nu toe hebben laten zien. Want: 'In publicaties uit GB-kringen wordt nogal eens beweerd dat destijds, in 1956, een gentleman's agreement is gesloten. De Bonders hoefden zich niet aan dit synodebesluit tot openstelling van de ambten te houden. Dit is pure geschiedvervalsing. Onder aanhaling van Romeinen (wij die sterk zijn moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen) heeft de synode besloten de zwakkeren enige tijd te gunnen om tot bezinning te komen. Dat is nu dus 45 jaar geleden…'
Nóg is de ergernis van mevr. Jeannette M. Deenik niet voorbij. 'Eigenlijk is het nog onverdraaglijker dan de houding van de Gereformeerde Bond: de mannen in de kerk die beweren voor de vrouw in het ambt te zijn, maar het er verder bij hebben laten zitten'. En dan verliest de scribente wel élke nuance uit het oog, als ze schrijft dat het onderscheid tussen eerste- en tweederangs leden de kerk ongeloofwaardig maakt en zij daarmee de deur openzet 'naar allerlei vormen van geweld tegen vrouwen (en dus ook anderen)'. 'Wie vrouwen niet wil toelaten tot de ambten, heeft zich dus nader te verklaren'. Dat laatste willen we beslist niet nalaten, al kun je je ook afvragen of de verantwoordingsplicht niet ligt bij hen die ook in dezen meenden te moeten afwijken van de overtuiging van de kerk der eeuwen. Maar waar VVD-voorman Zalm de afgelopen verkiezingstijd - strijdig met de vrijheid van onderwijs, strijdig met de Nederlandse rechtsorde- nadrukkelijk vurige pijlen afschoot op het christelijk onderwijs waar men het Woord van God zeggingskracht wil laten houden, blijkt er in de kerk op vergelijkbare wijze gepleit te worden voor omgaan met een minderheid. Hier moet een scherp protest klinken. En hier moet de jongere generatie weten welke positie vanouds in hervormd-gereformeerde kring is ingenomen. Je kunt immers ook aan geschiedvervalsing doen door een ander geschiedvervalsing te verwijten.
Overgangsbepalingen
De Koreaanse theoloog K. K. Lim verdedigde in 2001 zijn dissertatie Het spoor van de vrouw in het ambt, waarin hij zich rekenschap geeft van de vraag hoe een eeuwenoude traditie zo radicaal kon veranderen. De Hervormde Kerk besloot in 1957 de vrouw tot het diaken-, ouderlingen- en predikantsambt toe te laten, waarbij voor het laatste ambt tot 1966 dispensatie vereist was. Lim laat zien dat de toenemende werkzaamheden van de vrouw in de gemeenten als zwaarder argument telden dan de uiteenlopende principiële visies. Ook in de Gereformeerde Kerken bediende men zich vooral van praktische en contextuele argumenten. Is het de Gereformeerde Bond te verwijten dat hij bij de vertolking van Gods Woord maatschappelijke ontwikkelingen niet de boventoon liet voeren?
Dat binnen de hervormd-gereformeerde kring de afgelopen decennia verschillende theologen, ook namens het hoofdbestuur (K. Exalto, C. den Boer e.a.), zich uitvoerig en zorgvuldig rekenschap gegeven hebben van het standpunt dat de vrouw in het ambt afgewezen moet worden, wordt door mevr. Deenik nergens gehonoreerd. Nee, ze spreekt zelfs over geschiedvervalsing, als gezegd wordt dat dit synodebesluit verplichtend ingevoerd moet worden. Haar gebrek aan bewijsvoering maakt haar niet tot een heel serieuze gesprekspartner, maar niettemin gaan we in op wat zij beweert over overgangsbepalingen.
Sterken en zwakken
Wat waren dat voor bepalingen? Regelingen die ervoor zorgen moesten dat hervormd-gereformeerden die in dezen de Heilige Schrift niet tijdgebonden verklaarden, tien jaar de tijd kregen om maar te wennen aan het feit dat ze een minderheid in de kerk waren? Nee, in de overgangsbepalingen stond dat na de aanvaarding van het definitieve besluit op 23 juni 1958 tot 1 januari 1965 vrouwelijke ambtsdragers niet tot de meerdere vergaderingen zullen worden toegelaten. Later werd deze bepaling overigens weer ingetrokken.
En in 1966 wordt als gevolg van een besluit van de hervormde synode de bepaling geschrapt, die de volledige uitoefening van het predikantschap door vrouwen beperkte. Als de Generale Visitatie zich daarna tot de kerkenraden richt, schrijft zij dat de kerk voor de vraag staat hoe om te gaan met bezwaarden die op grond van de Heilige Schrift bezwaren hadden en hebben tegen de vrouw in het ambt, maar die tegelijk overtuigd zijn dat zij hun plaats in de Hervormde Kerk volledig moeten blijven innemen. 'Het is geoorloofd binnen de Kerk bezwaard te zijn.' En: 'smart zal men in de Kerk altijd moeten gevoelen, wanneer een beslissing moet vallen, waardoor een deel van de Kerk zich in het geweten bezwaard gevoelt'. De visitatie roept - onder andere bij monde van preses ds. M. Groenenberg en assessor ds. W. L. Tukker- op te handelen 'vanuit de liefde, waarin men elkaar wil vasthouden, ook daar waar wij menen elkaar op een bepaald punt te moeten weerspreken'. Het is in deze brief dat de visitatie refereert aan Romeinen 14, wat ook mevrouw Deenik doet. Maar wat stáát er dan? 'Het is niet onze bedoeling om de woorden 'sterken' en 'zwakken' toe te passen op de voor- en tegenstanders van de vrouw in het ambt. Beiden voelen zich namelijk de sterken en zien de anderen als de zwakken. Dat neemt niet weg dat wij allen de woorden van Paulus ter harte hebben te nemen, waarin hij de tegenstelling laat bestaan en tegelijk integreert in de lofzegging'.
Ayaan Hirsi Ali
Degenen die niet alleen persoonlijk willen leven bij de waarheid van Gods Woord, maar ook het publieke leven willen brengen onder het gezag van de Schrift hebben in de samenleving het tij niet mee. Met name van de VVD is momenteel weinig goeds te verwachten. Na oud-leider Dijkstal, die aangaf te willen discussiëren over de vrijheid van onderwijs, en de huidige leider Zalm, die incidenten op islamitische scholen aangreep om als overheid zeggenschap binnen het bijzonder onderwijs te verkrijgen, was het vorige week het kersverse kamerlid Ayaan Hirsi Ali die deze keer vanuit haar liberale gedachtengoed de islam hekelde, terwijl ze in de verkiezingstijd pleitte voor afschaffing van het hele bijzonder onderwijs.
Dat culturele klimaat zal ongetwijfeld zijn invloed in de kerk doen gelden. En daarom is het nodig in herinnering te houden hoe -bij verschil van inzicht over bijvoorbeeld de vrouw in het ambt- de pijn rond dit met een kleine meerderheid genomen besluit benoemd mag blijven en dat er blijvend gerekend zou worden met degenen die in de dienst van het Evangelie aan de vrouw een grote plaats toekennen, maar geen ruimte zien waar haar dienen in het ambt. Niet het minst is deze houding van belang voor de kerkelijke integratie van hervormde evangelisaties in verschillende steden, een thematiek waarover het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond enkele maanden geleden een brief aan het moderamen van de kerk stuurde.
Wat ís tolerantie? Een begrip dat evenals discriminatie zo gemakkelijk in de mond genomen kan worden. Ter overdenking geven we tot slot door welke omschrijving mr. G. Holdijk van dit begrip geeft in zijn opstel 'Theocratische tolerantie en democratische intolerantie': 'Tolerantie is de deugd om af te zien van de uitoefening van de macht om in te grijpen in de expressie van opinies en de uitoefening van de praktijken van anderen, hoewel die opinies en praktijken afwijken van wat men zelf belangrijk vindt en hoewel men ze principieel afkeurt'. Zo is tolerantie altijd zaak van twee partijen.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's