De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zending in gebrokenheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending in gebrokenheid

LICHT OP DE KERK [15]

9 minuten leestijd

'In het evangelisatiewerk en in de zending heb je gelukkig niet te maken met de interne verdeeldheid van de kerk. Je mag rustig aan anderen uitleggen wat de inhoud is van het Evangelie van Gods ontferming in de Heere Jezus. Laten de synodeleden maar discussiëren over de vraag of het al of niet moet komen tot een jtisie met andere kerkgenootschappen, wij hebben daar gelukkig in ons werk geen last van.'

Drie vragen
In dit artikel stellen we een drietal vragen: Wat zijn de gevolgen van een niet meegaan met een eventuele fusie voor de verkondiging van het Evangelie in ons land? Wat zijn de gevolgen ervan voor onze contacten met de kerken overzee? Welke moeite brengt het leven in een plurale kerk met zich mee voor de zending?
Ik denk dat het aan het begin van dit artikel geschetste beeld bij sommigen van ons leeft die bij het werk van Gods zending in binnen- en buitenland betrokken zijn. Als je het Evangelie doorgeeft, hoef je gelukkig niet zoveel over de kerk te spreken. De vraag hoe wij vrede vinden met God is veel belangrijker. Toch is dit veel te eenvoudig gesteld. De eerste vraag van een buitenstaander is inderdaad niet: vertel me alles over jouw kerk. Maar toch, zending en evangelisatiewerk zijn onlosmakelijk met de kerk verbonden. Ze komen immers niet alleen uit de kerk voort, maar willen ook mensen tot de gemeenschap met de kerk brengen. Ook het Evangelie van de verzoening zelf heeft alles met de kerk te maken. De kerk is de plaats waar Christus Zijn gemeente ontmoet, waar Hij met zondaren samenwoont. Als de verkondiging van het werk van de Heere Jezus vrucht draagt, kan het niet anders of mensen zullen zich bij de gemeente van Christus voegen.
Juist zij die onder de indruk van het Evangelie zijn geraakt en aansluiting zoeken bij een plaatselijke gemeente, kunnen heel fundamentele vragen stellen, zodra ze merken dat het Evangelie kennelijk zijn uitwerking mist, als je let op de onderlinge verhoudingen. Bijvoorbeeld deze vragen: Als Christus met zondaren wil samenwonen, waarom is er dan juist binnen de kerk zoveel verdeeldheid? Als Christus met zondaren wil samenwonen, waarom willen dan zoveel zondaren niet met andere zondaren samenwonen? Als Christus zondige mensen zoekt om te behouden, zou de kerk dan niet al het mogelijke moeten doen om breuken te voorkomen en ook hen met het Evangelie te bereiken die er van zijn afgeweken?

Een breuk schaadt de verkondiging
De Heere Jezus heeft Zijn gemeente opgedragen alle volken het Evangelie te verkondigen. Schaadt het dan niet de verkondiging zelf, als we de band met de (volks) kerk opgeven? Niet meegaan en toch het Evangelie willen verkondigen, bevat naar mijn overtuiging een innerlijke tegenstrijdigheid. We onttrekken ons aan de schare die Jezus juist door ons heen wil bereiken. De vraag kan zelfs worden toegespitst: wordt door scheuring en het niet op de post blijven onze verkondiging van het Evangelie van de verzoening niet ernstig verzwakt? Breekt het niet de kracht van de verkondiging als we straks niet meegaan, als het onverhoopt tot een fusie komt? Met hoeveel pijn het blijven in de kerk waar God ons een plaats gegeven heeft ook gepaard gaat, niet meegaan betekent dat we de band met allen die blijven doorsnijden, en onze roeping ten aanzien van hen laten liggen. Juist de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze kan ons helpen om het vol te houden in een kerk waar veel is dat de toets van de Schrift niet kan doorstaan.

En andersom?
Natuurlijk kan de vraag ook worden omgekeerd: wordt de verkondiging van het Evangelie door een eventuele fusie niet belemmerd? Zal op de meerdere vergaderingen de positie van hen die staan voor het Evangelie van Gods genade niet verzwakt worden? Zal daar de invloed van (post)moderne theologie niet nog duidelijker waarneembaar zijn? Dat is zeker mogelijk. Juist dan vraagt het moed, gebed en volharding om trouw te zijn aan het Woord van God. Toch mag dat Woord vrijuit verkondigd worden en blijft de eerste vraag recht overeind staan: wordt de verkondiging van het Evangelie geen schade toegebracht als het komt tot scheuring? In hoeverre geloven wij dat Christus met zondaren samenwoont en hun behoud zoekt als wij de kerk verlaten, of zeggen dat de kerk ons verlaat?
Zo heeft de verkondiging van het Evangelie alles te maken met de houding die wij hebben ten opzichte van de kerk waarin wij staan.

Gevolgen voor de zending
Wat zijn de gevolgen van een eventuele breuk voor het zendingswerk buiten de grenzen van ons land? De kerk die zending bedrijft, krijgt vooral een gezicht door hen die namens haar zijn uitgezonden. De kerk die de zendingsarbeider vertegenwoordigt, staat meestal ver van af van de kerken overzee. Door bezoek van predikanten uit kerken met wie de kerk hier contact onderhoudt, komt de kerk waar wij toe behoren, uiteraard dichterbij. Maar toch is dat heel beperkt. Predikanten die door de GZB worden uitgenodigd, trekken een paar weken op met een gemeente van GB-signatuur. Zij krijgen nauwelijks inzicht in de kerk in haar geheel en in de problematiek van een verdeelde en pluriforme kerk. Toch betekent het niet dat de kerkelijke situatie in Nederland niet van belang is voor de contacten met de jonge kerken die door de zending worden geassisteerd. Ook de jonge kerken hebben dikwijls met kerkscheuring te maken, of met een moeizaam proces van eenwording. Mijn ervaring na zes jaar Chili is (ik realiseer me dat dit een zeer beperkte waarneming is), dat het zicht op de eenheid van de kerk dikwijls ontbreekt.
Ik zou zelfs durven zeggen dat het zicht op wat een kerk is, te vaak ontbreekt. Wat mij opviel, is dat het woord 'denominatie' minstens zo vaak werd gebruikt als het woordje kerk. Naar mijn besef werd er te weinig onderscheid gemaakt tussen de woorden 'kerk' en 'kerkgenootschap'. De kerk werd vaak meer als een instituut gezien dat wij zuiver moeten houden, dan als een schepping van Christus. Voor het werk in de zending is het van groot belang duidelijk zicht te krijgen op het wezen van de kerk. De kerk is het lichaam van Christus. De kerk is meer dan een instituut, een denominatie. Ze is schepping van Christus. Hij is het hoofd van de kerk.

Belemmerd
Dat besef is van belang zowel voor de kerk die mensen uitzendt als voor de kerk die zendingsmedewerkers in haar midden ontvangt. Wie het besef de kerk is schepping van Christus' loslaat, raakt ontzettend vaak teleurgesteld in het kerkgenootschap waar je als zendingsarbeider aan verbonden bent. Je zou soms het liefst een kerkgenootschap opzoeken waar je je meer thuis voelt en de kerk die je heeft uitgezonden aanraden om de banden te verbreken om vervolgens contacten met een ander kerkgenootschap aan te gaan. Maar ook voor de kerk waar je als zendingsarbeider in werkt, is het nodig dat ze weet dat de kerk schepping van Christus is. Dat voorkomt de eindeloos repeterende breuk en de trieste hoeveelheid scheuringen die er het gevolg van zijn. Alleen het geloof in de trouw van God maakt het mogelijk dat wij het in een kerk die veel gebreken vertoont, volhouden. Omdat God het in Zijn genade zo onvoorstelbaar lang met óns heeft volgehouden. Wat is het van belang dat een zendingsarbeider binnen het kerkgenootschap waar hij werkzaam is, helpt om fundamentele noties ten aanzien van wat een kerk is onder de aandacht te brengen. Maar wat word je dan belemmerd als je beseft datje zelf door een kerk wordt uitgezonden die dreigt te scheuren en te breken. Dan komt de kritische opmerking naar je toe 'medicijnmeester, genees uzelf'. Op zulke momenten ervaar je bij jezelf een innerlijke spanning: je brengt de trouw van God ter sprake, de kracht van Gods verbond, en tegelijk word je aangevochten door de gedachte: Wat geloven wij daar zelf van? Leeft dit nog binnen de kerk door wie ik ben uitgezonden?

Moet in een kerk alles kunnen?
Aanvechtingen zijn er altijd. Of de situatie van het SoW-proces nu wel of niet tot een scheuring leidt. Het geldt ook als elke gemeente na de eventuele fusie in de Protestantse Kerk van Nederland blijft. Het zal een kerk zijn (net als nu trouwens ook het geval is) waar heel veel kan. Waar je bestreden wordt: hoe kan ik in een kerk staan die zoveel toestaat dat onzes inziens strijdig is met het Woord van God, zoals de zegening van alternatieve samenlevingsvormen? Juist in het buitenland wordt er vreemd tegenaan gekeken: jullie staan voor een gezonde bijbelse prediking, maar bevinden je in een kerk die ver afstaat van het bijbels getuigenis. Jullie willen leven naar de geboden van God, maar jullie kerk lijkt sommige van Gods geboden te negeren.
Je hebt dan als zendeling veel uit te leggen. Dat je deze situatie zeer betreurt, dat de kerk die je dient ernstig ziek is. Er valt weinig te verdedigen. Je mag dan des te meer wijzen op de lankmoedigheid en trouw van God. Tegelijk besef je dat aan Zijn geduld met de kerk ook een einde kan komen. Het stelt ons voor de vraag: tot hoe lang? Tot hoe lang zal God Zijn gemeente bewaren? Heeft Hij niet alle reden om Zijn handen van ons af te trekken? Een beroep op de trouw en het geduld van God gaat als het goed is samen met een besef van diepe (gezamenlijke) schuld en een intense bede dat de Heere Zijn kerk terugbrengt op de wegen van Zijn Woord.

Niet vanzelfsprekend
Kerk en zending. Het lijkt zo vanzelfsprekend: de kerk bedrijft zending. Maar wat komt daarin de gebrokenheid aan het licht! Wat een aanvechtingen en vragen komen er op ons af. Is het Evangelie van Gods verzoening niet in staat om mensen binnen één kerkgenootschap bij elkaar te houden? Wordt de kracht van de verkondiging van het Evangelie niet beperkt als we de kerk loslaten? Ik ben me er diep van bewust dat een eventuele fusie ons voor tal van andere vragen plaatst. Wordt ons getuigenis niet verzwakt als dat getuigenis klinkt vanuit een kerk waar vele tegenstrijdige opvattingen verkondigd worden? Dat zijn indringende vragen. Laten we daarom des te meer bidden: Uw Koninkrijk kome!
P. J. DEN ADMIRANT,
CAPELLE AAN DEN IJSSEL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zending in gebrokenheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's