De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verdeelde kerk krachteloos tegenover volk en overheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verdeelde kerk krachteloos tegenover volk en overheid

LlCHT OP DE KERK [16]

10 minuten leestijd

'De leraren onderwijzen Gods Woord, bedienen de sacramenten, voeren de christelijke tucht in de kerk en onderrichten de overheid uit Gods Woord omtrent de behoorlijke orde die nodig is tot voortplanting der religie.' In dit woord van J. Uytenbogaert (1577- 1644) ligt, hoewel hij niet direct een voortrekker was in de gereformeerde religie maar wel ademde in het reformatorische klimaat, expliciet de roeping van de kerk naar de overheid toe verwoord. Die roeping ligt ook verankerd in artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en komt voort uit de theocratische visie van de calvinistische Reformatie op de verhouding van kerk en overheid. De lutheraan C. W. Mönnich zei: 'Het calvinisme wist in Israël het voorbeeld te hebben van het volk Gods, en dat was een trekkersvolk, op weg naar de toekomst des Heeren. Dat is de achtergrond van de theocratische gedachten van deze tak der Reformatie, die het mensenbestaan in de wereld opnieuw heeft gelegitimeerd van de toekomst uit. Het is wellicht de grootste gave die de Hervorming aan de mens kon schenken.' De negentiende-eeuwse theoloog dr. Ph. J. Hoedemaker heeft deze theocratische visie expliciet verdedigd in een geschrift, getiteld Artikel 36 onzer Nederduitsche Geloofsbelijdenis tegenover dr. A. Kuyper gehandhaafd. Hij haalt daarin een uitspraak van de Zuid-Hollandse synode van 1582 aan de Leidse magistraat aan: 'De kerkelijke macht begrijpt alle zaken, want zij vindt in Gods Woord wat zij in alle zaken raden zal. Want er is niets in deze wereld, waartoe zich het Woord niet uitstrekt. Daarom dwalen zij grotelijks die plegen te roepen: wat heeft de predikant met de republiek van doen? En met de wapenen en met de koks? Maar laten zij zeggen, als de dienaren bemerken, dat in zodanige zaken de wet Gods overtreden wordt, waarom zij het niet zouden bestraffen en uit het Woord Gods vermanen, dat zij van zonde afstaan.'
De doorgaande lijn in de calvinistische Reformatie is dat de kerk vanuit het Woord profetisch licht laat schijnen op volk en overheid. Dat betekent niet dat de kerk op de stoel van de overheid gaat zitten, maar dat zij de overheid en het volk voorhoudt wat naar het Woord Gods recht en gerechtigheid is, het volk ten goede.

Uitwerking
Dat Hoedemaker deze visie tegenover Kuyper moest verdedigen, had te maken met diens andere, noem het neo-calvinistische visie op kerk en overheid. De roeping van de kerk beperkte hij tot het eerste deel van Uytenbogaerts uitspraak (de kudde weiden), het tweede deel van diens uitspraak (de overheid onderrichten) delegeerde hij aan de christelijke organisaties, met name aan de christelijke politieke partij, waarvoor derhalve moest worden gestreefd naar een meerderheid van kiezers (de helft-plus-één).
Voor de voormalige Christelijk Historische Unie, waarin het gedachtegoed van Hoedemaker in principe werd doorvertaald, ging het niet om die majoriteit (meerderheid) maar om de autoriteit, het gezag van het Woord Gods. Hoedemaker zei ooit dat Gods recht volstrekt is en niet slechts geldig is voor 'een groep, een partij, een heersende kerk of een zich de heerschappij aanmatigende richting, maar voor heel de kerk en heel het volk'. Hier raken Hoedemaker en Groen van Prinsterer elkaar, al waren er ook verschillen tussen hen. Groen kwam ook op voor het recht Gods, het Droit Divin, voor overheid en volk.
De Nederlandse Hervormde Kerk is in de naoorlogse jaren, met de invoering van de nieuwe kerkorde in 1951, dichter bij het calvinistisch uitgangspunt gebleven dan de kerk(en) in de traditie van Kuyper. Uitgesproken werd in het artikel over het apostolaat dat het tot de roeping der kerk behoort om in al haar geledingen te blijven strijden voor het reformatorisch karakter van staat en volk en dat zij zich 'in de verwachting van het Koninkrijk Gods, in de arbeid der kerstening tot overheid en volk' wendt 'om het leven naar Gods beloften en geboden te richten'. Iets anders is of de Nederlandse Hervormde Kerk in haar apostolaat deze hoge woorden heeft waargemaakt. Heeft zij zich in haar boodschappen tot volk en overheid altijd alleen laten leiden door het Woord Gods, dat het hele leven van mens en samenleving raakt? De ontwikkelingen, met name in de jaren zeventig, leerden anders. De boodschap van de kerk verpolitiseerde vaak in plaats dat ze profetisch was. Maar dat neemt de theocratische grondnoties, die aan de kerkorde ten grondslag lagen, niet weg.

Ongedeeld
Intussen veronderstelt de theocratische visie een ongedeelde kerk. We kunnen de wording van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, met daarin artikel 36 over kerk en overheid, niet los zien van de tijd waarin deze ontstond, toen de kerk der Reformatie nog ongedeeld was (wat iets anders is dan intern on-verdeeld). Artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is een geloofsbelijdenis vanuit die ene kerk van de Reformatie in dit land naar de overheid toe, gegeven ook met de nauwe band tussen kerk en staat in die jaren. De Mozes en Aäronstraat, tussen het stadhuis en de Nieuwe Kerk in Amsterdam, stond model voor de wisselwerking tussen kerk en overheid. De band tussen kerk en overheid is sinds 1795 verbroken. Dat betekent niet dat direct ook die wisselwerking voorbij was. Maar de overheid en de instituties die van de overheid uitgingen, raakten steeds verder weg uit de invloedssfeer van het Evangelie. Zo ontstond de bijzondere school naast de openbare school. Dat vormde het begin van een verzuilingsproces op alle terreinen van het leven, met het gevolg dat steeds meer, in het voetspoor van Kuyper, de roeping van de kerk naar volk en overheid toe uit het zicht raakte.
Daar kwam echter bij dat de Gereformeerde Kerk in dit land na 1795 een ongekende ontwikkeling van verscheuring en versnippering doormaakte. Aan de ene kant van het spectrum ontstonden kerken van gereformeerde signatuur die in het voetspoor van Kuyper gingen, en aan de andere kant van het spectrum kerken waarbinnen de gereformeerde, calvijnse visie van de kerk op volk en overheid bleef voortbestaan. Die kerken aan weerszijden van het spectrum bleven echter delen en scheuren. Waar artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis 'onverkort' wordt beleden, werden zelfs de diepste scheuren getrokken, resulterend in 'tien keer gereformeerd'.

Boodschap
Aan welke kerk heeft de overheid zo nog een boodschap? Ook in het herzuilingsproces, dat zich in de laatste tientallen jaren heeft voltrokken (de reformatorische zuil), is vandaag het gevaar niet denkbeeldig - men ziet het al gebeuren - dat men die organisaties als plaatsvervangend voor de kerk(en) gaat zien.
De kerken van gereformeerde confessie samen zijn in feite machteloos om zich profetisch tot de overheid te richten. Zeker, inzake enkele hot items in ethische zin, zoals abortus, euthanasie, homohuwelijk en de publieke inrichting van de zondag, is er nog wel een zekere eenparigheid. Maar is daarmee alles gezegd? Is er eenparigheid in 'alle zaken' waarover men vanuit het Woord Gods raden of spreken zal? Geldt het ook in grootschalige ethische kwesties, ook in de sociale vragen nationaal en internationaal? Naar mijn overtuiging niet, als al de noodzaak om ook in andere dan genoemde zaken te spreken aanwezig is.
Verder is daar de grote (theologische) verdeeldheid binnen kerken als de Hervormde Kerk, waar wel de roeping tot getuigenis naar volk en overheid krachtens de eigen grondslag aanwezig is. In springende kwesties, waar het getuigenis van de kerk de laatste jaren acuut was, kwam die verdeeldheid schrijnend aan het licht. Te denken valt aan de kritische boodschap die de Hervormde Kerk, samen met de andere kerken in het SoW-proces, deed uitgaan inzake de wetgeving euthanasie, waarop direct meer dan honderd theologen uit die kerken bezwaar aantekenden tegen dat concrete spreken der kerk. Dezelfde verdeeldheid trad aan het licht rondom de wetgeving inzake het homohuwelijk. Wie en wat moet de overheid dan nog geloven?

Toegespitst
Naarmate de samenleving verder seculariseert, zal de kerk, wil ze haar roeping verstaan, steeds kritischer komen te staan op de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Dan zal de roeping tot getuigenis alleen maar dringender worden. De kerk zal naar de overheid toe dan echter alleen maar echt geloofwaardig zijn wanneer ze enerzijds intern zo eensgezind is dat op het Woord alleen een beroep kan worden gedaan inzake actuele ontwikkelingen in de samenleving. Anderzijds zal de geloofwaardigheid ook gediend zijn wanneer in gezamenlijkheid met andere kerken als uit één mond wordt gesproken.
Anders dan in de begintijd van de christenheid - denk aan de brieven die Paulus aan de onderscheiden gemeenten zond - heeft de kerk niet meer een eenduidig adres, vanwaaruit en waarheen correspondentie tussen de kerk en de overheid kan plaatsvinden. Dat maakt de kerk in haar profetisch spreken in feite krachteloos. Ik zeg vooral krachteloos. Machteloos is iets anders. Macht hoeft de kerk niet te hebben. Machteloosheid is beter dan triomfantelijkheid. Die triomfantelijkheid heeft in de hooggestemde apostolaatstheologie van na de Tweede Wereldoorlog de Hervormde Kerk geen goed gedaan. De tijd van die 'grote woorden' is door de secularisatie achterhaald.
Juist in haar machteloosheid zal de kerk haar kracht vinden, in afhankelijkheid van Hem, die haar heeft gezonden in de wereld.
Maar als machteloosheid voortkomt uit de interne en externe verdeeldheid van de kerk, is er bij voorbaat geen kracht meer om te getuigen. Verdeeldheid breekt de krachtige doorwerking van het Woord, ook naar overheid en samenleving toe.

Samen op Weg
In het Samen op Weg-proces zal er op den duur in ieder geval sprake zijn van een eenduidig adres, waar er voorheen drie adressen waren. Objectief gezien is dat winst. Het zal echter nog niet zo eenvoudig zijn om de culturen in dezen, dat wil zeggen de hervormde, de dolerende en de lutherse cultuur, in één bedding samen te voegen.
Op zich heeft de te vormen Protestantse Kerk in Nederland in de aangenomen kerkorde haar roeping naar 'cultuur, maatschappij en staat' aangegeven, in de verwoording van de noodzaak om te getuigen voor mensen, machten en overheden van Gods beloften en geboden (I, 6); en om vanuit de bediening der verzoening, in verkondiging en dienst, aan alle mensen en volken van de komst van het Koninkrijk van God te getuigen (I, 8).
Bovendien is die kerk op de in de grondslag verwoorde, gereformeerde belijdenissen aanspreekbaar. Nu de Gereformeerde Kerken de in 1905 doorgevoerde 'verminking' van art. 36 van de NGB - weglating van de woorden 'om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst' - recent, op welke gronden dan ook, ongedaan hebben gemaakt, is ze ook op de totale belijdenis aanspreekbaar.
De vraag is of en hoe dit echt wordt uitgewerkt. Heeft het feit dat tot heden, ondanks een toezegging van het hervormde moderamen, de SoW-kerken niet konden komen tot een boodschap inzake waarden en normen, de verschillen in kerkelijke cultuur van de drie kerken tot achtergrond? Of is het, gezien de grote theologische verschillen, geen gemeenschappelijk beroep op het Woord meer mogelijk om nog een heilzaam en profetisch woord te laten horen in onze God-vergeten tijden? Het zal winst betekenen wanneer de kerk naar overheid en volk toe meer tot een eenheid komt. Maar de inhoud van haar spreken zal doorslaggevend zijn.

Scheuren
De verdeeldheid van de kerk is al zo lang een aanfluiting voor de wereld. De wereld kijkt er niet meer van op. Zo is het al zo lang. Vereniging van kerken heeft naar de wereld toe ongetwijfeld een positieve teken-werking. Maar die zou nochtans wel eens minder ingrijpend kunnen zijn in positieve zin dan een nieuwe scheuring dat zal zijn in negatieve zin. Hoe meer de kerk scheurt, hoe verder ze afraakt van haar gereformeerde wortels, hoe meer ze ook haar roeping naar de wereld toe, naar volk en overheid toe, ontkracht. Nieuwe scheuren zullen de secularisatie slechts kunnen bevorderen. Wie het vandaag, gegeven de diep doorvretende secularisatie, nog aandurft om de kerk, liever de gemeenten te laten scheuren, draagt wel een ongelooflijk zware verantwoordelijkheid voor het nageslacht.
We kunnen slechts bidden om een nieuwe weg om de kerk weer stem te doen krijgen naar buiten; een stem met woorden uit het Woord, die terzake zijn in de geestelijke ontreddering van dit moment. Want het Woord van God betreft alle zaken, in het volle leven van mens en wereld.
J. VAN DER GRAAF

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verdeelde kerk krachteloos tegenover volk en overheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's