De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Momenten van rust

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Momenten van rust

CHR. OPVOEDING IN EEN VERANDERENDE WERELD [3]

10 minuten leestijd

We leven in een tijd van razendsnelle technologische ontwikkelingen. Kinderen lijken weinig moeite te hebben deze ontwikkelingen bij te houden. We kunnen ons de maatschappij ook niet meer voorstellen zonder de moderne (visuele) media. De televisie en de computer hebben de wereld veroverd. En kinderen blijken niet onbelangrijke consumenten.

Invloed televisie
Uit onderzoek blijkt dat kinderen in Nederland gemiddeld twee uur per dag tv kijken. Hiermee lopen ze overigens nog ver achter bij hun Amerikaanse leeftijdgenoten, die tot ongeveer vier uur komen. Als kinderen tv kijken, praten ze niet of nauwelijks. Er is ook minder tijd om te spelen en voor sociale activiteiten.
In onderzoek naar de invloed van de tv op kinderen wordt vaak meer gelet op de inhoud van de programma's dan op het medium als zodanig. Pedagogen en psychologen maken zich vooral zorgen over de doorbreking van taboes op het terrein van seksualiteit en geweld op tv.
Er is voldoende wetenschappelijk bewijs verzameld dat kinderen geïnspireerd kunnen worden door agressieve tv-beelden. De Duitse wetenschapper Glogauer maakt in zijn studie Die neuen Medien verändern die Kindheit melding van 189 kinderen die het slachtoffer zijn geworden van het naspelen van scènes uit films. In de media is indertijd veel aandacht besteed aan de steniging van de tweejarige James Bulger door twee jongens van tien jaar na het zien van een videofilm. Naar aanleiding hiervan zei toenmalig minister van Justitie Hirsch Ballin: 'Het audiovisueel geweld levert een sterke bijdrage aan een klimaat van hardheid en onverschilligheid voor het leed van anderen enerzijds, en de angst en gevoelens van onveiligheid anderzijds.' (Trouw 21-12-1993) En kinderen zien heel veel audiovisueel geweld via de tv, zowel in films als op het journaal. Onderzoek heeft uitgewezen dat Amerikaanse kinderen gemiddeld één moord per dag zien op de tv.
Er is ook experimenteel onderzoek gedaan naar de mate waarin kinderen beïnvloed worden in hun gedrag door het zien van geweld. Kinderen speelden ruwer en gewelddadiger na het zien van een film met geweld dan kinderen in een controlegroep die dat niet gezien hadden.

Informatieoverdracht
Het is ook de vraag in hoeverre kinderen worden beïnvloed in hun opvattingen over de werkelijkheid en in hun normen en waarden door het medium tv. Voor vele volwassenen was vroeger 'het stond in de krant' het eind van alle tegenspraak. Dan was het echt gebeurd. Mensen hebben de neiging alles te geloven wat er gedrukt staat. Daarom zijn roddelbladen ook zo gevaarlijk. Afgezien van het feit dat het niet goed is te genieten van schandalen en leed van anderen, beïnvloeden ze ook ongemerkt je mening en opvattingen. Waar rook is, is vuur, zo wordt algauw gezegd. Het werkt als een sluipend gif. Kinderen zijn daar nog gevoeliger voor. 'Ik heb het zelf op de tv gezien,' zeggen ze dan. De werkelijkheid zoals die door de tv in de huiskamer wordt gebracht, wordt door veel kinderen en onkritische volwassenen als de 'echte' werkelijkheid gezien. Maar wat ze te zien krijgen, is op zijn best een selectie van de werkelijkheid en daarom een vertekening of een uitvergroting. En op zijn slechtst wordt de werkelijkheid op een geraffineerde wijze gemanipuleerd. Prof. dr. J. Groebel, hoogleraar in de massacommunicatie in Utrecht, merkt naar aanleiding van een rapport van de Unesco over de invloed van televisie het volgende op: 'Bijna de helft van de kinderen heeft moeite de echte wereld te onderscheiden van de wereld van de televisie.'

Taak opvoeder
En daarom is het heel belangrijk kinderen kritisch te leren lezen, kritisch te leren kijken en kritisch te Ieren denken. Wie moeten dat doen? De ouders natuurlijk in de eerste plaats. Het begint al met het selecteren van de programma's waar de kinderen naar mogen kijken. Ook het samen kijken en vooral samen erover praten, is belangrijk. In de tweede plaats heeft de school een belangrijke taak in het kinderen Ieren kritisch te lezen en denken. Ten slotte kan ook de kerk een goede bijdrage leveren via catechisatie en jongerenwerk. Ook de al eerder genoemde opvoedingskringen in de christelijke gemeente kunnen een waardevolle ondersteuning bieden aan ouders die het hier moeilijk mee hebben. De mogelijkheid om het medium televisie te negeren is onrealistisch en niet meer haalbaar.
De televisie is een belangrijk informatiemedium geworden. Daar ligt een kans, bijvoorbeeld om medemensen te bereiken met het Evangelie. We kunnen ook gemakkelijker en directer meeleven met onze medemensen dichtbij en veraf, omdat we heel snel geïnformeerd worden. We voelen ons toeschouwers bij allerlei gebeurtenissen in de wereld. Hier dreigt overigens hetzelfde gevaar als bij de al genoemde roddelbladen. De Amerikaanse hoogleraar Neil Postman heeft in zijn geruchtmakende boek Wij amuseren ons kapot gewezen op het gevaar dat allerlei serieuze onderwerpen steeds meer als amusement gebracht worden. Oppervlakkigheid, afstomping en gewenning liggen dan op de loer. Onze kritische drempel ligt bij amusementsprogramma's lager dan bij bijvoorbeeld documentaires.
Opvattingen en meningen worden duidelijk beïnvloed door de tv. De seksuele revolutie van de jaren zestig en zeventig is bijvoorbeeld sterk bevorderd door boeken, films en televisie. Hoe vaker je ziet dat jonge mensen met elkaar kennismaken en dezelfde avond nog samen naar bed gaan, hoe 'gewoner' je het gaat vinden. Ook ons gedrag blijkt veranderd te worden onder invloed van de tv. De beslotenheid van het gezin is doorbroken. De reclame heeft ons bestedingspatroon veranderd. Ook mode en taalgebruik zijn onderhevig aan de invloed van het medium. (Zie bijvoorbeeld het opnemen van Engelse woorden in onze taal.) Als cultuuroverdracht plaatsvindt via de televisie, als meningen worden beïnvloed, normen en waarden worden overgedragen, dan mogen we dit medium wel de vierde opvoedende instantie noemen (na gezin, school en kerk), zoals ook de Amerikaanse antropoloog Gerbner stelt.

Invloed op psyche
Niet alleen de inhoud van de programma's is van grote invloed. Ook het medium tv als zodanig is niet neutraal. Het beïnvloedt het psychisch functioneren. Dit geldt ook voor de computer. Kinderen gaan op een andere wijze waarnemen en informatie verwerken: meer en meer visueel. Bewegende beelden trekken sterker de aandacht dan stilstaande. Dit beïnvloedt weef het vermogen tot concentratie. Amerikaanse psychologen zien een relatie. tussen veel tv-kijken en je minder lang kunnen concentreren in het onderwijs. Neil Postman ziet nog een ander gevaar. Veel televisiekijken bedreigt het geschreven en gedrukte woord. Daardoor dreigt intellectueel verval, volgens hem. 'Als wij de vaardigheid van het lezen verleren, dan zijn we ook steeds minder goed in staat om verstandig te denken. Onze hersenen hebben zich op het gesproken en geschreven ingesteld. Als door een enkele technische ontwikkeling, zoals die van de beeldbuis, dat woord plaatsmaakt voor het bewegende beeld, kan dit wel eens het verval inluiden van het menselijk denkvermogen en dus de cultuur' (Elsevier 07-11-1987). Als hij gelijk heeft, ligt hier een schone taak voor gezin en school op het gebied van leesbevordering.
Men kan zich afvragen wat hiervan de consequenties zijn voor het onderwijs. Moet men didactisch en leerpsychologisch inspelen op deze veranderende leerstijl bij kinderen? Moet men aansluiten bij de nieuwe beginsituatie en andere didactische werkvormen, leeractiviteiten en leermiddelen toepassen? Of moet men deze veranderingen juist tegengaan door kinderen bijvoorbeeld te trainen in luisteren, door rust in de school, enzovoort? Of moet men beide strategieën combineren, door zowel het een als het ander te doen? Ik zou zeggen: laten we dat laatste maar doen.

Innerlijke samenhang
Er is nog iets wat onze aandacht vraagt: de wijze waarop de wereld door de programmamakers gepresenteerd wordt. Volgens de Duitse pedagoog Von Hentig wordt de wereld verkleind gepresenteerd, verbrokkeld, inschakelbaar en uitschakelbaar, in absurde mengeling, zonder innerlijke samenhang en binding met de kijker. Vooral bij het journaal valt dat sterk op. Is dat erg?
Prof. dr. C. A. van Peursen noemt dat in zijn boek Cultuur in stroomversnelling 'substantialisme'. Dat is de houding de dingen geheel op zichzelf te stellen en niet in directe afhankelijkheid van iets anders te zien. De relatie van het een met het ander wordt dan verbroken. 'Substantialisme isoleert en scheidt mensen, dingen, de wereld, de waarden, de Godheid, zij worden als in zichzelf rustende grootheden, als 'substanties' beschouwd en daarmee worden hun onderlinge banden doorgesneden.' (p.78) In wezen is dit een vrucht van geseculariseerd denken. Waar de samenhang tussen de schepselen verdwijnt, verdwijnt de hand van de Schepper, die het wonder van de samenhang in de schepping gelegd heeft. Daar verdwijnt God.
Hoe vermijden wij in het onderwijs het gevaar van het substantialisme? Hoe laten wij de samenhang zien tussen al het geschapene? En hoe openen wij de ogen van de kinderen voor Gods grootheid zoals die ook in de schepping openbaar wordt? Dit laatste begint natuurlijk al voordat het kind naar school gaat. Op het moment dat het kleine kind zich begint te oriënteren in de wereld en vragen begint te stellen, hebben wij als (groot)ouders prachtige kansen om goed van de Heere te spreken.

Overdaad aan prikkels
Wat de ontwikkeling van de media en de technologie betreft is er nog een ander gevaar, volgens de psycholoog René Diekstra (Overleven, hoe doe je dat?) De techniek beïnvloedt het psychisch functioneren van kinderen negatief. Kinderen worden gebombardeerd met prikkels, zowel visueel als auditief. Ze komen niet meer tot rust. Alleen al hierom zou de zondag als rustdag in ere gehouden moeten worden, zo vindt hij.
Het is dan ook van groot belang dat er dagelijks in het gezin momenten van rust zijn, momenten dat we naar elkaar luisteren in plaats van naar de radio, momenten waarop we met elkaar in gesprek raken, momenten ook van stil zijn en kunnen nadenken, stille tijd. Momenten van ontmoeting met God.
Ook hier staat de school voor een probleem. Inderdaad is het zo dat kinderen heel afleidbaar zijn, méér dan dertig jaar geleden. Er zijn veel kinderen met concentratieproblemen of contactstoornissen. En het aantal neemt nog steeds toe. Hoe kan de school enerzijds de overdaad aan prikkels bestrijden en zorgen voor een klimaat van rust en concentratie zonder te komen tot een steriele leeromgeving? Want anderzijds mag de leeromgeving ook uitnodigend zijn en het kind brengen tot activiteit.

Echt 'wonen'
Een goed pedagogisch klimaat biedt veiligheid en geborgenheid. Kinderen voelen zich geaccepteerd en gewaardeerd. Ze worden gestimuleerd mee te doen, dat wil zeggen: ze stellen zich open voor opvoeding en onderwijs. Een goed pedagogisch klimaat creëert een ruimte die door kinderen als 'bewoonbaar' wordt ervaren. Ons werkwoord 'wonen' komt van het gotische 'wunian'. Dat betekent behalve 'wonen' ook 'tot vrede gebracht' en 'in deze vrede blijven'. Natuurlijk wordt hier niet mee bedoeld de diepste innerlijke vrede die alleen de Heilige Geest in een mensenhart kan leggen. Met 'wunian' wordt bedoeld: een vredig bestaan leiden, innerlijke rust genieten. Tegelijkertijd staat deze innerlijke rust weer niet los van een goede godsdienstige opvoeding. Innerlijke rust vormt een voedingsbodem voor het Woord van God. Zoals een landman alle voorzorgen treft voor een goede oogst, zoals een goed toebereide akker, maar God alleen de wasdom kan geven, zo is het ook de taak van de opvoeder alle belemmeringen (de negatieve invloed van media bijvoorbeeld) in en om het kind weg te nemen, om dan vervolgens het zaad van het Woord te zaaien op hoop (gebed) van zegen.
E. BLAAUWENDRAAT

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Momenten van rust

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's