Problemen van kinderen
CHR. OPVOEDING IN EEN VERANDERENDE WERELD [4]
Klagen over jeugd van tegenwoordig is een eeuwenoud verschijnsel, zo hebben we gezien. Omdat er altijd al geklaagd werd, is dat op zichzelf reden genoeg om je niet te snel zorgen te maken en een enigszins relativerende houding aan te nemen. Maar dat neemt niet weg dat we alert moeten zijn op veranderingen in het kind-zijn en het jongere-zijn.
Kinderen van nu
Wie zijn oor te luisteren legt in de personeelskamer van een basisschool, bijvoorbeeld tijdens de koffiepauze of tijdens een teamvergadering, waarin leerlingen met gedragsproblemen en/of leerproblemen besproken worden, hoort daar ook zorgen en klachten over kinderen. Een willekeurige 'bloemlezing':
- De kinderen van tegenwoordig luisteren zo slecht. Ze kunnen zich minder goed concentreren. Je moet als onderwijzer steeds meer in huis hebben om ze te boeien en hun aandacht vast te houden.
- Ze kunnen niet stilzitten. Kinderen zijn zo beweeglijk en zitten zo vol energie, daar moetje terdege rekening mee houden.
- Ze zijn ook ik-gericht. Samenwerken is al moeilijk, samen delen nog meer.
- De kinderen zijn niet gauw tevreden. Waar maak je hen nu nog blij mee? Ze zijn verwend met spullen. Ze hebben alles al gezien en ze zijn overal al geweest.
- Kinderen van nu zijn luidruchtig en brutaal, zegt de een. Een ander noemt hen vrij, zelfbewust en kritisch. In ieder geval zijn ze minder gezeglijk en is gezag minder vanzelfsprekend.
- De kinderen zijn niet alleen druk, ze hebben het ook druk. Ze zitten op een club of een vereniging, moeten naar de muziekschool, gaan naar catechisatie en hebben soms nog een krantenwijk ook. Als ze dan ook nog huiswerk krijgen van school, zijn hun dagen aardig gevuld.
We zouden de opsomming langer kunnen maken. Dan noemen we nog niet eens het stille kind, dat zich terugtrekt en weinig meedoet, of het angstige kind, het kind dat een verlies (sterfgeval) geleden heeft, enzovoort. Omdat deze kinderen minder storend gedrag vertonen, worden ze vaak niet onderkend als kinderen met problemen. Problemen worden namelijk vaak vanuit de onderwijzer gedefinieerd - in hoeverre heb ik problemen met bepaald gedrag - in plaats van ze vanuit het kind te bekijken: in hoeverre wordt het kind belemmerd in zijn ontwikkeling?
Zorgen om kinderen
Niet alleen in Nederland maakt men zich zorgen over kinderen, ook in het buitenland. Heel sterk werden deze zorgen al in 1975 uitgedrukt door prof. dr. Hartmut von Hentig. Hij is één van de leidende pedagogen van Duitsland en ook internationaal heel bekend. Toen hij in 1975, na twaalf jaar met studenten aan de universiteit te hebben gewerkt, opnieuw leraar werd, schrok hij.
Hij schrijft: 'Ik neem met ontzetting waar, hoe de kinderen - en daarmee ook de opgaven waarvoor de pedagogiek staat - veranderd zijn.' 'De kinderen van tegenwoordig zijn niet alleen nerveus, chaotisch, levendig en 'gestoord' - ze terroriseren elkaar ook, ze vechten onophoudelijk (om dingen, alsof ze in de diepste armoede leven; om de plaats in de groep; om de aandacht van de volwassenen, alsof ze in een wereld zonder liefde opgroeien), ze vernielen gemeenschapsgoederen, ze zijn verregaand onbekwaam zichzelf en anderen vreugde te bereiden, ze lijken niet in staat om vaste en duurzame betrekkingen met mensen of zaken aan te gaan - en ze moeten onophoudelijk huilen.'
Nu is Von Hentig bepaald geen cultuurpessimist, die denkt dat vroeger alles beter was dan tegenwoordig. Als hij zo ongenuanceerd en sterk uitdrukt, is dat om een trend aan te geven. Hij maakt zich zorgen, omdat het met te veel kinderen niet goed gaat.
Niet goed
De zorgen van Von Hentig worden helaas ondersteund door feitelijke ontwikkelingen en door onderzoek. We geven daar een samenvatting aan en beperken ons tot kinderen in de basisschoolleeftijd.
Speciaal onderwijs
Meer dan 5 procent van alle kinderen van 10 jaar zit niet op een basisschool, maar bezoekt één van de vele typen speciaal onderwijs. Nederland is uniek in de wereld, zowel wat betreft het aantal soorten speciaal onderwijs als het aantal kinderen dat daaraan deelneemt. Sinds ongeveer 1975 tracht de overheid door middel van allerlei beleidsmaatregelen deze uitstroom naar het speciaal onderwijs te verminderen, maar het effect is nog gering. Pas de laatste paar jaar is enige verbetering waar te nemen. Tegelijkertijd worden basisscholen gestimuleerd om kinderen met problemen goed op te vangen in het kader van 'Weer samen naar school'. Opmerkelijk is overigens dat veel meer jongens dan meisjes speciaal onderwijs ontvangen. Bij de lomschool is de verhouding jongens : meisjes ongeveer 3 : 1.
Basisonderwijs
De Utrechtse orthopedagoog prof. dr. L. Stevens heeft duizenden leraren basisonderwijs geënquêteerd. Uit deze enquête blijkt dat 15 procent van alle leerlingen door de leraren wordt aangemerkt als 'kinderen met leermoeilijkheden en/of gedragsproblemen'. Als we de cijfers van speciaal onderwijs en basisonderwijs samen nemen, mag geconcludeerd worden dat het met ongeveer 20 procent van de kinderen niet goed gaat op school. Dat cijfer komt verrassend overeen met een uitspraak van voormalig staatssecretaris van onderwijs, mevr. Netelenbos, die zei: 'Eén op de vijf jongeren heeft extra zorg nodig in het (basis)onderwijs'. (Algemeen Dagblad 14-10-1995)
Maar er is meer: enige jaren geleden baarde de Universiteit van Amsterdam opzien met de conclusie na onderzoek dat 7 procent van de basisschoolverlaters analfabeet is, 14 procent slecht, leest en 9 procent zeer slecht schrijft.
Psychische problemen
De Leidse psycholoog prof. Verhulst stelt op basis van onderzoek vast dat 25 procent van de kinderen tussen 8 en 11 jaar meer of minder ernstige psychische problemen heeft, die zich uiten in zich slecht kunnen concentreren, vechten, duimzuigen, aandacht vragen, bedplassen en stotteren.
Dr. De Wit komt tot de conclusie dat 2 procent van de 8- tot 11-jarigen ernstig depressief is. Zij voelen zich leeg, machteloos en doelloos. Zij zijn lusteloos, verdrietig en hebben geen plezier. Ze hebben een negatief zelfbeeld, zijn angstig en verwachten weinig van het leven en van zichzelf. Zij hebben soms zelfs zelfmoordneigingen.
Sociaal-emotionele problemen
Hoewel faalangst op een christelijke school niet zou moeten voorkomen, komt het toch (veel?) voor. Vooral naarmate kinderen ouder worden, komt het meer voor. Naar het 'zondebok'-verschijnsel is de laatste tijd veel onderzoek gedaan en er is zelfs een publieke campagne gestart om het onder de aandacht te brengen. Tussen de 5 en 10 procent van de kinderen wordt dagelijks getreiterd. Dat betekent dat er gemiddeld minimaal één kind per klas is die dit treft.
En ten slotte noemen we in dit verband het verschijnsel kindermishandeling. Onderscheid wordt gemaakt tussen lichamelijke, psychische (denk bijvoorbeeld aan dagelijks kleineren en pesten) en seksuele mishandeling, (incest bijvoorbeeld). Opnieuw zou er gemiddeld in elke klas één meisje zitten dat slachtoffer (in lichtere of ernstige mate) is van het laatste.
Relatie met de samenleving
De pedagoog Ad Boes zegt het volgende over de oorzaak van al deze problemen. 'In onze samenleving staan kinderen bloot aan een eisende samenleving.' (…) 'Moeders vinden steeds meer dat 'echt werk' belangrijker is dan opvoeden, vaders laten nog steeds het opvoeden aan moeder over. In West-Duitsland en Japan pleegt een groeiend aantal kleine kinderen suïcide door moeilijkheden thuis en op school. We kunnen een dergelijke ontwikkeling zeker ook hier verwachten. Steeds meer kinderen zijn slachtoffer van mislukte huwelijken. In toenemende mate krijgt de commercie greep op kinderen, al heel vroeg wordt hun (aanstaand) koopgedrag beïnvloed. Kinderen absorberen, zittend voor de televisie, het beeld van een gewelddadige wereld met alle bewezen, nog onbewezen en niet-bewijsbare gevolgen van dien. Met andere woorden: er is, ook hier en nu, genoeg om zich zorgen over te maken; voor de opvoedkunde zijn er taken genoeg.'
Kinderen zijn anders?
De wereld waarin kinderen nu opgroeien, is anders dan vroeger. In vele opzichten zijn er meer risico's voor kinderen. De wereld ligt open voor kinderen. Kinderen zien en horen alles (media) en komen overal. Taboes zijn doorbroken en grenzen lijken niet meer te bestaan.
De meeste kinderen groeien probleemloos op in deze wereld. Ze passen zich snel en flexibel aan, gemakkelijker vaak dan hun ouders en leraren. (Zie het gemak waarmee ze de nieuwe media weten te gebruiken.) Kinderen zijn ook geweldig goed geïnformeerd over wat er in de wereld aan de hand is. Dat heeft consequenties voor de opvoeding en voor het onderwijs. Er zijn vele medeopvoeders en medeonderwijzers. Daar liggen niet alleen bedreigingen, maar ook kansen. Daarover meer in een volgend artikel.
Bovendien zijn kinderen niet alleen anders, ze blijven ook hetzelfde. Alle kinderen hebben behoefte aan veiligheid en geborgenheid, willen opgenomen zijn in een gemeenschap en ergens bij horen. Ze stellen vragen over de diepste geheimen van het leven en willen eerlijke antwoorden. Ze ontwikkelen een perspectief op hun eigen leven, maar niet los van de levensovertuiging van hun ouders en andere vertrouwden in hun omgeving. Kinderen zijn ontvankelijk voor het hogere en daarmee op zoek naar zingeving. Dat biedt geweldige mogelijkheden voor geloofsopvoeding. Kinderen hunkeren naar echtheid op dit gebied, naar goede voorbeelden tot meebeleven.
E. BLAAUWENDRAAT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's