Globaal bekeken
In het boek Vissen in de Oude Kerk (zie Boekbespreking), waarin de geschiedenis van hervormd Katwijk wordt weergegeven (uitgave hervormde gemeente Katwijk) is ook de invoering van de 'nieuwe psalmberijming' (van 1773 wel te verstaan) weergegeven:
• 'Per 1 januari 1775 moest in de hervormde kerken de nieuwe psalmberijming van 1773 worden ingevoerd. Tot dan toe werd in Katwijk de berijming van Datheen gebruikt. De Katwijkse acta geven geen informatie over de invoering, nergens staat iets over de reactie van de gemeente. Onze dominee was lid van het Taal- en Dichtkundig Genootschap van Rotterdam en van Leiden. In een boekje "Katwijk aan Zee opgewekt tot heilig psalmzingen", dat geschreven is door onze predikant, lezen we hoe het hier in zijn werk is gegaan. In mei 1774 was hij al met de voorbereidingen begonnen. Hij beloofde de gemeente dat hij bij de inwijding van het nieuwe psalmboek een klinkdicht zou schrijven:
Nu moet Datheen dan heen, schoon de erfgewoonte weend;
Wijl zuivre taal en keur van schone Dichtgedagten
Een ieder 't rijm, dat laag en laf is, doen verachen;
Men oordeelt veel te lang 't oor aan dat een geleend.
Aärons Urim met Mozes staf vereend,
Verkiezen keur en zang en Neerlands hooge Magten
Voldoen door Staatbesluit der Bruidskerk', na lang wachten!
Datheen, hoe hoog voortijds geschat, word nu verkleend!
Men offre dankbaarheidt, schuldplichtig aan 's Lands Vadren,
Voor deze hooge gunst'! laat Isrel zich vergadren,
Met een vereenigd hart, in Salems Tempelkoor.
En zingen 't nieuw gezang met lieflijke orgelkelen,
Aandachtig, in de geest, om oor en ziel te streelen!
De een strekk' den andren, God' ter eere, tot een spoor!
Hij zag daarvan af, men zou het ongepast kunnen vinden. Daarom wacht hij met het voordragen tot de eerste winterbeurt van het volgende jaar. Op 1 januari 1775 werd op last van de Overheid de nieuwe psalmberijming ingewijd in Katwijk met een leerrede over jesaja 42 : 10 "Singt den Heere een nieuw liedt, synen lof van 't eynde der aerde: gy die ter zee vaert ende al wat daer in is, gy eilanden en hare inwoners". Op donderdag 4 januari 1775 had de dominee zijn hele preek op rijm uitgesproken, terwijl de gemeente haar eerste voorzang zong uit de nieuwe berijming van Psalm 84 "Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot", in plaats van "Hoe lieflijk, o Heer en hoe rein". Deze woorden worden in onze gemeente nog vaak en heel krachtig gezongen. De hervormde gemeente van Katwijk aan Zee was aan het gebod van de hogere overheden gehoorzaam geweest, maar de "erfgewoonte weende" toch wel. Of de Katwijkse gemeenschap deze invoering net zo gedwee heeft meegemaakt als het voorgaande doet voorkomen, valt te betwijfelen. Later, bij de invoering van de Evangelische Gezangen van 1805, bleek die invoering opeens een delicate kwestie. Na al die voorbereidingen zou er door dominee Van Waenen op zijn minst een positieve aantekening zijn achtergelaten, dat is niet het geval.
Elders in Nederland werd de nieuwe berijming ook op 1 januari 1775 ingevoerd. Die verliep in het algemeen vrij vlot. Maar vooral bij de vissersbevolking in Zeeland, in Vlaardingen en in Maassluis bestond veel weerstand. Bij de leesdienst op zee zong men Datheen en in de eredienst aan de wal de nieuwe berijming. In Maassluis kwam deze weerstand tot uiting toen er onvrede ontstond over de verkiezing van een scheepstimmerman tot diaken. Dominee Cornelis van Waenen, de broer van onze predikant, moest zijn preek op 30 augustus zelfs vroegtijdig afsluiten, verschillende Maassluise ordeverstoorders maakten hem het preken onmogelijk. Ze hadden onoverkomelijke bezwaren tegen de nieuwe psalmen. De Katwijkse vissers hebben van het verzet geweten. Het kan zijn dat onderhuids de weerstand is blijven bestaan, want ook in Katwijk barstte de bom toen er een tiental jaren later andere zaken op het spel stonden.'
• 'Van Waenen, lid van de Taal- en Dichtkundige Genootschappen van Rotterdam en Leiden, wijdt de psalmberijming van 1773 in in Katwijk in de vorm van een preek op rijm. Een exemplaar van deze "Dichtmatige redevoering" is te vinden in het Gemeentearchief te Leiden. Een citaat:
"Geluk Hervormden! Met dees nieuwe Kerkgezangen,
Die we als een nieuwe blijk van 's hemels gunste ontfangen
Geluk, mijn kerkgemeente! Ô Katwijks Kristenschaar
Geluk met deze gifte, in 't Nieuw begonnen Jaar."
Van Waenen beveelt de toen nieuwe psalmberijming warm aan tot gebruik in kerk en huis:
"Nu dunkt mij rijst die dag, de schoonste van de dagen
Waarop men blij te moê, van zorg' en vreez' ontslagen
Der Godheid juichen zal met een vernieuwd gemoedt,
Dat niet, dan reine min, tot Zions Koning voed.
'k Hoor, dunkt mij, eene schaar van brave jongelingen
Uit Katwykse Burgerij de nieuwe Psalmen zingen, Tot roem des Scheppers, wijl een kuische maagdenrjj
Met orgelkelen slaat de schoonste melodij.
Ja: 'k hoor haar, daar zij snijd, en breid, en boet, met Psalmen
Uit een eerbiedig hart, den Heere Lofzang galmen.
Geen wufte weerelddeun, geen ijdel zanggeluidt,
Geen dartel minneliedt klinkt thans in schuur of schuit
't Godsdienstig huisgezin, met reinen lust bevangen
Sticht nu een Tempelkoor van Heilige gezangen."
• Ten slotte nog een rijmpje op een 'geestplankje' aan boord van een van de vroegere schepen:
"Het is mij niet genoeg,
De zoute zee te peilen;
Ik wens daarbij ook eens
Den hemel te bezeilen.
Het lichaam is het schip,
De aarde is de zee,
De Bijbel is het stuurkompas,
De Hemel is de ree."
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's