De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In de vroege christenheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de vroege christenheid

LICHT OP DE KERK [17]

6 minuten leestijd

Inleidende opmerkingen
Ons onderwerp is zeker te veelomvattend voor één artikel. Want we moeten niet menen gemakkelijk toegang te hebben tot de gedachten over en het geloof aangaande de Kerk in de vroege christenheid. Het denkklimaat is aanzienlijk veranderd en daar komt bij dat wij als protestantse christenen meer georiënteerd zijn op de Reformatie dan op de Vroege Kerk. Doorgaans kennen we de geschriften uit de Vroege Kerk nauwelijks en velen koesteren zelfs negatieve gedachten over theologie en bijbeluitleg in de Vroege Kerk. Maar enkel het feit dat de Vroege Kerk zeer dicht bij het Nieuwe Testament stond, moet ons nieuwsgierig maken naar haar gedachten en theologie, zeker ook waar het de Kerk betreft. De kerkvaders zijn de eerste en wellicht meest authentieke vertolkers van het Nieuwe Testament geweest. Ze stonden niet alleen dicht bij het Nieuwe Testament, maar zelfs nog half erin, en hebben deels de canonvorming nog meegemaakt. Die canonvorming van de Schrift is immers pas in de vierde eeuw definitief afgerond.
Willen er ooit lessen getrokken kunnen worden uit het geloof in de kerk bij de Vroege Kerk, dan is het nodig te peilen hoe diep de wortels van dit geloof reiken. Daarbij gaat het om het 'transcendente karakter' van de kerk. Wat de kerk is, dat onttrekt zich voor een deel aan het zichtbare en ervaarbare; het overstijgt onze werkelijkheid. Hebreeën 11 : 1 spreekt over het geloof als 'een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet'.
Dit geldt ook voor het geloof in de Kerk. Ik wil dit verder duidelijk maken aan de hand van een bepaald spreken over de kerk: namelijk de kerk als 'planting van God'.

Openbaringen
De periode van het Nieuwe Testament en de beginperiode van de Vroege Kerk vallen deels samen. Daarom moet bij de exegese van het Nieuwe Testament altijd de Vroege Kerk betrokken worden. We komen trouwens vanzelf ook in het Oude Testament terecht, omdat Oude en Nieuwe Testament sterk aan elkaar verbonden zijn en een bepaalde eenheid vormen. Als een van de eerste getuigenissen van wat de kerk is, lezen we Openbaringen 14 : 1-4: 'En ik zag en ziet, het Lam stond op de berg Sion, en met Hem honderdvierenveertigduizend, hebbende de Naam van Zijn Vader geschreven aan hun voorhoofden. En ik hoorde een stem uit de hemel, als een stem van vele wateren. En zij zongen als een nieuw gezang voor de troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leren, dan de honderdvierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren. Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen voor God en het Lam'.
Het boek Openbaringen is een boek vóór en óver de Kerk en ook over de wereldgeschiedenis. We lezen erin over de heilige eredienst van de christenen aan God en aan de verheerlijkte Christus. Deze eredienst vindt plaats zowel op aarde alsook in de hemel. Maar in principe in de hemel. Hierin is de 'strijdende' kerk dus verbonden met de 'triomferende' kerk. In dit gedeelte wordt duidelijk wat bedoeld wordt met het 'transcendente' karakter van de Kerk. Zij reikt tot in de hemel. Of omgekeerd: in de kerk is er stukje hemel op aarde. Een 'landtong van de eeuwigheid'. Wij moeten er rekening mee houden dat de Vroege Kerk veel dieper dan wij wist van deze verbondenheid van de kerk op aarde met die in de hemel en dat ze daarom ook de eredienst veel intenser beleefde dan wij dit in onze tijd mogelijk achten.

Sinaï en Sion
Met een tweede Schriftcitaat wil ik het overstijgende karakter van de Kerk duidelijk maken. Het is Hebreeën 12 : 18 en volgende:
'Want gij zijt niet gekomen tot de tastbare berg, en het brandende vuur, en donkerheid, en duisternis, en onweder, en tot het geklank der bazuin, en de stem der woorden; welke die ze hoorden, baden, dat het woord tot hen niet meer zou gericht worden… Maar gij zijt gekomen tot de berg Sion, en de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen; tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en de geesten der volmaakt rechtvaardigen; en tot de Middelaar van het nieuwe testament, Jezus, en het bloed der besprenging.'
In dit Schriftgedeelte lezen we opnieuw een getuigenis van hoe de kerk zichzelf verstond; dit geldt voor de tijd van het Nieuwe Testament, maar ook nog lang daarna. Dat het hier gaat over de kerk, blijkt alleen al door het gebruik van het woord ekklesia, vertaald als 'gemeente'. Het de wereld overstijgende karakter van de kerk blijkt uit alle onderdelen van deze tekst. Allereerst in de tegenoverstelling van het Oude en Nieuwe Verbond. Zo karakteristiek voor heel de brief aan de Hebreeën. Tegenover de berg van de wetgeving, Sinaï, staat die van het evangelie, Sion. Maar Sion dan wel, samen met de stad Jeruzalem, als het hemelse Sion. Tegenover de Middelaar van het Oude Verbond, Mozes, staat die van het Nieuwe, Jezus. De Heere Jezus wordt in de hele brief beleden als de opgevaren Christus. Dat de kerk een hemels karakter heeft, dankt zij aan haar verbondenheid met de hemelse Christus. Voorts komt de verbondenheid van de kerk op aarde met de hemel uit in de belijdenis door het bloed der verzoening, niet alleen genaderd te zijn tot de levende God en tot Jezus, maar ook tot de 'geesten der volmaakt rechtvaardigen'.

Eredienst
Beide gedeelten, zowel dat uit Openbaring 14 als uit Hebreeën 12, hebben een bijzonder plechtig en feestelijk karakter. Heel het bestaan van de kerk is eredienst, want het dienen van God is ontdaan van, niet van de 'vreze Gods' maar wel van alle angst. Dit plechtige en feestelijke dienen van God beleefde de kerk nog het meest in haar erediensten, waarin niet voor niets de 'eucharistia', de dankzegging, zo'n voorname plaats innam. In het bijzonder de Oosters-Orthodoxe Kerk heeft iets van dit feestelijke en plechtige karakter in haar eredienst bewaard. Maar het geldt zeker van de eredienst in heel de Vroege Kerk.
Vroege Kerk. Een kenner van de Vroege Kerk zegt daarvan: 'Bij de Griekse vaders verschijnt de Kerk in priesterlijk gewaad. Zij is de feestelijke processie uit de Brief aan de Hebreeën, die leeft in de eucharistia, die de eerstgeborenen, wier namen in de Hemel opgeschreven staan, verbindt. Zij prijzen de grootheid en de goedheid van de, Vader, omdat men in het Lichaam van, Zijn gekruisigde Zoon de eenheid van de onvergankelijke liefde werkelijkheid ziet worden; die de eenheid van de Goddelijke Geest Zelf is; die in alle harten wordt uitgegoten.'
J. J. VERHAAR, HOUTEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In de vroege christenheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's