De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

Lezen en schrijven
Dit keer duurde het bijna tot de deadline dat ik mijn keus kon bepalen voor de inhoud van deze rubriek. Er kwam van alles langs, maar niets pakte me echt: SoW, Irak, de conferentie van de werkgroep 'Passie voor Preken' inclusief de verschijning van het eerste deel in de 'Passie voor Preken Reeks' van de Canadese hoogleraar Kenton Anderson 'Overtuigend preken' (uitg. Boekencentrum). De tijd was te kort om dit boek geheel te lezen en er een mening over te vormen.
Toen viel ik terug op wat me twee weken geleden trof in het Reformatorisch Dagblad (12 februari) in het katern Boeken: de column van Willy Wouters-Maljaars. Wie het RD leest, weet dat er vier scribenten zijn die om de beurt op de woensdagen in de boekenbijlage een stukje schrijven dat alles te maken heeft met lezen en schrijven, boeken en uitgevers. Die van mevr. Wouters gaan meestal over het christelijke boek. Ze legt nogal eens de spits van haar betoog bij de vraag wat boeken met je kunnen doen, wat ze in je leven uitwerken, welke ideeën erin voorkomen. Zo schreef ze twee weken geleden onder het opschrift Bereik van christenschrijvers, een bijdrage die me erg trof. Misschien hebt u hem al gelezen, maar dan kan het goed zijn hem hier nog eens terug te vinden. Of het is u ontgaan of u leest een ander dagblad. Ook al bent u misschien geen echte boekenlezer, de problematiek die mevr. Wouters onder woorden brengt, gaat ons allen aan: hoe dragen we kerninhouden van het christelijk geloven en belijden over aan anderen, vooral aan andersdenkenden. Zeker als ze aan ons vragen: waar staan jullie voor en waar gaan jullie nog altijd voor. Literatuur bezit het beeldend vermogen deze vragen aan de orde te stellen. Ik citeer de column in z'n geheel:

'De leeskring die ik recent meemaakte, bezorgde me een onthullende ervaring. We bespraken de roman "Overwinteren" van Gert- Jan Segers. Ik vind het boeiend om allerlei romans met verschillende visies en literaire kwaliteiten te bespreken en dit keer viel de keus op deze christelijke roman.
Segers zet verschillende studenten centraal in zijn roman en eigenlijk vooral hun verschillende geloofsbeleving. De ene student is het type van de mens die leeft volgens het "over geleverd" geloof, hij volgt zijn vader en moeder en gaat trouw naar de kerk. Hemzelf zegt het geloof niet zoveel. Als hij zich op latere leeftijd beknot voelt in zijn vrijheid, zet hij er abrupt een punt achter en Iaat hij alles achter zich.
Zijn twee medestudenten zijn de twijfelaars en zoekers. Ze storen zich aan het lauwe christendom dat ze vooral om zich heen gezien hebben en aan de weinig zichtbare vrijheid in Christus. Ze zoeken op alle mogelijke manieren naar een geloofwaardiger alternatief en zien maar één keus: God of niets. Die laatste optie noemen ze "het zwartegat". Hun levensdevies luidt: "Als je ergens voor gaat, ga je ervoor; je blijft in ieder geval niet lauw."
De vierde student is het prototype van de kinderlijke gelovige. Hij trekt zich niets aan van alle misstappen van zijn medechristenen en alle "wangodsdienst" en vindt troost in zijn geloof.
De boodschap van de roman is er een van het directe soort hoe sta jij tegenover God? Hoe ver strekt de invloed van God in je leven? In het begin van de avond merkte ik meteen een weerzin tegen deze roman op. De eerste indrukken klonken al wat negatief: "Het is allemaal nogal zwaar op de hand. Zó van het zware soort. Té christelijk. Zo'n roman is een gepasseerd station". De helft van de lezers had een duidelijk voelbare weerzin moeten overwinnen om het boek tot het eind toe te kunnen lezen. Sommigen hadden gaandeweg de roman de weerzin verloren en waren geboeid geworden door de harde strijd die Gerard, de twijfelende student, moet leveren als bij hem een hersentumor geconstateerd wordt, maar bij de rest van de lezers bleven de haren recht overeind staan.
Na het bespreken van het boek legde ik de gevoelde weerzin "op tafel". De kloof werd zichtbaar tussen de belevingswereld van de verschillende lezers; ik zal ze maar noemen "gereformeerden of SoW'ers" en de meer "bevindelijk gereformeerden". De vraagstelling: "Hoe sta je tegenover God?" werd absoluut afgewezen door de eersten, terwijl de tweed groep vertrouwd is met dit soort vragen. Als lid van die tweede groep ben ik daar zo in grootgebracht dat ik me een leven zonder die vraag niet voor zou kunnen stellen.
Op het doorvragen daarover werd duidelijk dat de lezers die de weerzin gevoeld hadden, moeite hadden met het boek omdat ze het gevoel hadden dat ze die zware, "schijnheilige" kant overwonnen hadden. Dat was nog uit de tijd van hun ouders, en het was niet wenselijk daarop terug te komen. Voor hun gevoel zouden hun kinderen zeker ook niet meer zoiets lezen, dat was ver voorbij hun horizon. "Godsdienst is iets om te doen, niet om over te praten." Gaandeweg bleek bij hen sowieso een aversie te bestaan tegen christelijke literatuur. De godsdienstbeleving mag slechts heel impliciet verwoord worden, wil het boek ter hand genomen worden.
We hadden een goede discussie over deze overduidelijk aanwezige barrière. De kloof tussen de geestelijke en de literaire belevingswereld van de verschillende deelnemers was goed zichtbaar en haast onoverbrugbaar. We konden er open over praten, maar tot een overeenkomstige visie kwam het niet.
Ik denk aan het artikel van Tjerk de Reus waarin hij schrijft over de christelijke literatuur tegen het einde van de twintigste eeuw. Hij constateert daarin dat er anno 2003 een gunstig klimaat bestaat voor christelijke literatuur. Volgens hem is er een actief christelijk literair circuit ontstaan.
Ik koppel dit even terug naar de bovenstaande belevenis. Die avond zag ik dat de activiteit beperkt blijft tot een klein deel van het christelijke circuit. Als je bedenkt dat christelijke literatuur iets belijdends heeft, ter onderscheiding van de niet-christelijke literatuur, twijfel je aan de communicatie tussen zender en ontvanger. Heeft die boodschap nu zo'n slecht bereik? Of wordt ze door de ontvanger kortgesloten? Of is de christelijke literatuur opgesloten in een ivoren toren en enkel bedoeld voor insiders?'

Ik deel de twijfel van mevr. Wouters over het optimisme van Tjerk de Reus terzake van de christelijke literatuur. Zeker, er verschijnt het laatste decennium het nodige op de markt. Veel heeft zeker het gewenste niveau, maar of je daarom kunt zeggen dat het christelijke boek de tijd zo mee heeft anno 2003? Dat blijft voor mij een vraag. Waarom dan? Omdat liefhebbers van het christelijke boek alleen maar gevonden worden in de eigen achterban. En die is vaak erg kritisch, afwerend zeker als de inhoud te realistisch is. Ik las daarover uitspraken van de predikant-schrijver Louis Krüger in het Centraal Weekblad van 14 februari die naar mijn inschatting niet overdreven zijn. Louis Krüger schat in 'dat veel christenen in Nederland niet weten waar het werkelijk om gaat. Ze leven in een beschermd wereldje en willen niet echt geconfronteerd worden met de lelijke dingen in de samenleving'.

'Misschien is de drempel voor de nette Nederlanders gewoon te hoog. Er zit iets bedreigends in het te betrokken raken bij de onderkant van de samenleving. Krüger merkte dit vooral toen hij zijn nieuwste boek De Wederkomst schreef. Dat zou in eerste instantie het christelijke boekenweekgeschenk worden, maar uiteindelijk bleek het niet geschikt te zijn voor de Nederlandse burgers. "Het was waarschijnlijk te pittig. Nederlanders willen niet lezen over bittere armoe, over verschrikkelijke jeugdjaren, over innerlijke krachten die mensen op de been houden. Ze willen lezen over de positieve dingen in het leven. En dus werd mijn boek uiteindelijk afgewezen." Krugers oordeel over de christenen in Nederland lijkt hard, maar het is gegrond op achttien jaar ervaring. Sinds 1985 woont de in Zuid-Afrika geboren schrijver in Nederland. In de christelijke literatuur heeft hij vooral bekendheid gekregen door zijn boeken Herinnering aan Agnes (1995), en De wederkomst (2001).'

Ik kan me de pijn van de afwijzing van Krügers boek een paar jaar geleden goed voorstellen. Zijn boek Wederkomst heeft werkelijk niveau. 'Wie in zijn boeken iets probeert te zeggen', aldus Krüger, 'die begeeft zich op heel dun ijs'.

'Daarmee heeft hij gelijk een brug geslagen naar de christelijke literatuur in Nederland. Krügers boeken worden vooral onder dat genre uitgegeven. Veel schrijvers zouden dat niet zo leuk vinden, omdat ze door dat stempel al heel snel door "reguliere" uitgevers aan de kant worden geschoven. De Zuid-Afrikaan maakt het niets uit. "Het gaat om de kwaliteit. Je moet aan een bepaald niveau voldoen. Als ik schrijvers als Maarten 't Hart lees, zie ik ook geen goede kwaliteit. Zo'n stempel zegt dus niets over het boek." Maar hij wil de christelijke literatuurwereld wel waarschuwen: "Kijk uit dat het geen schuilplaats wordt. Ook christelijke boeken die worden uitgegeven moeten gewoon goed zijn. Daar gaat het in de eerste plaats om." Eigenlijk zou hij wel terug willen naar de situatie in Zuid-Afrika. Daar heb je geen verschil in christelijke of niet-christelijke uitgevers. Een boek wordt daar gepubliceerd omdat de uitgever denkt dat het gaat verkopen. Elke schrijver, met welk doel hij zijn boek ook schrijft, moet een goed verhaal neerzetten. "Maar ja in Nederland gaat het nu eenmaal zo en daar leg ik me maar bij neer. Maar persoonlijk doe ik er niet aan mee. Mijn boeken gaan om het verhaal en de kwaliteit. Dat ze christelijk zijn is niet belangrijk.'"

En met die laatste uitspraak zijn we weer terug bij de kwestie van het christelijke boek. Wanneer kun je daarvan spreken? Een oude discussie die toch telkens weer terugkomt. Over enkele weken gaat de jaarlijkse Boekenweek weer van start. Het thema dit jaar: Styx - De dood in de Nederlandse letteren. Het Christelijk Literair Overleg belegt op 8 maart een literatuurdag in Houten onder het motto: De werkelijkheid voorbij. Men wil aandacht besteden aan spiritualiteit en de belangstelling voor mystiek in de hedendaagse literatuur.
J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's