De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Want wie tegen ons niet is, die is voor ons

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Want wie tegen ons niet is, die is voor ons

5 minuten leestijd

[Marcus 9 : 40]

Op weg naar Golgotha wordt het lijden van de Heere Jezus niet alleen verzwaard door wat Zijn vijanden Hem straks zullen aandoen, maar ook wat Zijn vrienden denken en beweren. Vrienden van Jezus, die ondanks de genade die in hun leven verheerlijkt is, van zichzelf vleselijk zijn en vleselijk blijven. En dat vleselijke uit zich met name in onderling gekrakeel over de vraag wie de meeste toch zal zijn. Jezus heeft hen al eerder aangesproken op hun gedrag: 'Waarvan hadt gij woorden onder elkander op de weg?' Het stilzwijgen dat hierop volgt is veelzeggend. Jezus neemt een kindeke en stelt dat in het midden van hen: alleen, wie een kind in Jezus' Naam ontvangt, ontvangt Jezus Zelf. En ontvangt de Vader, Die de Zoon gezonden heeft. Hebben de discipelen het begrepen? Het lijkt er niet erg op. Want nog maar net is Jezus uitgesproken of daar komt Johannes met een vraag: 'Meester! Wij hebben één gezien, die de duivelen uitwierp in Uw Naam, welke ons niet volgt, en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt' (vs.38). Tegen de achtergrond van wat zo-even is gebeurd met het kind, dat in het midden gesteld is, blijkt Johannes nog niet veel geleerd te hebben. Want door hem wordt de kring van volgelingen wel heel erg nauw getrokken: alleen de twaalven zijn de binnenverbanders. De anderen staan er buiten. De twaalven zijn de echte discipelen van Jezus (althans zo zien de twaalven het zelf). De anderen -mochten het al discipelen zijn- worden door hen nauwelijks serieus genomen. Nog steeds speelt de vraag van de 'meeste'. En al noemt Johannes de Heere Jezus 'Meester', het gaat nog steeds om de 'meesten'. Er is iemand gesignaleerd, die niet tot de kring van de 'echte' discipelen behoort en die toch in de Naam van Jezus grote dingen doet: namelijk duivelen uitwerpen. De discipelen hebben het hem verboden. Waarom? Omdat hij de duivelen uitwerpt? Nee! Omdat hij de Naam van God misbruikt? Nee! Omdat hij niet gelovig zou zijn? Nee! Hem is het uitwerpen van duivelen verboden, alleen maar omdat hij niet tot de kleine kring van de discipelen behoort.' Dat is voor de 'echte' discipelen voldoende, om het hem te verbieden. Oh, wat zit de hoogmoed diep bij de discipelen. En wat verzwaren zij hiermee de weg die Jezus op dit ogenblik gaat. Jezus is op weg naar het kruis. Reeds tweemaal heeft Hij Zijn lijden openlijk aangekondigd. De vijandschap neemt toe. De tegenstand wordt steeds heftiger. Een uitzondering op de regel van het toenemend verzet is deze man, die duivelen uitwerpt. Hij doet dat in de Naam van Jezus. Een verademing voor Jezus: eindelijk iemand die zich niet tegen Hem verzet! Maar het enige wat de discipelen in deze man zien is: hij is een bedreiging voor ons! De Naam van Jezus is exclusief. Die mag alleen gebruikt worden door de 'exclusieven' en dat zijn zij! Van dat voorrecht moet die man zich verre houden. Laat hij eerst de 'echte' discipelen maar volgen.
Scherp klinkt het woord van Jezus: 'Verbiedt hem niet, want er is niemand, die een kracht zal doen in Mijn Naam en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons' (vs. 39, 40). Deze tekst moeten wij dus niet lezen als een algemene regel, die voor alle omstandigheden geldt. Er zijn namelijk mensen die niet tégen Jezus zijn, maar vóór Jezus zijn ze ook niet. Juist in onze tijd willen mensen zich 'neutraal' opstellen. Ze zijn niet tégen en ze zijn niet vóór. Ze zijn tolerant en discrimineren niet. Dus laten ze alles in het midden. En geven ze ieder het zijne. Zolang ze zelf maar niet hoeven te kiezen. Nee, niet allen die tégen zijn, zijn ook automatisch vóór. Daarom lezen we dit vers niet als een algemene stelregel voor alle omstandigheden, maar als een woord, dat tegen de achtergrond van Jezus' gang naai het kruis gelezen moet worden. Op dit moment, nu alles zich gaat samenspannen tegen Jezus en velen niet meer met Hem gaan, verzwaren de discipelen het lijden van Jezus door een medestander als een tegenstander te (dis)kwalificeren. Alleen maar omdat ze zelf zo hoog zitten!
Wat zit het vlees van ons mensen er altijd weer tussen. Ook na ontvangen genade. Herkent u dat? Mag u een volgeling van de Heere Jezus zijn door genade? Bent u uit de duisternis getrokken tot Gods wonderbaar licht? Geef dan geen ruimte aan de duisternis door de Naam van Jezus voor uzelf te reserveren en voor de uwen! Laten we ons verblijden over die jongen of dat meisje, waar iets van Gods genadewerk openbaar komt. Ook al hoort de persoon niet tot onze kring. Laten we ons verblijden over allen die geen verklaarde tegenstander van Jezus zijn. Dat betekent niet dat wij hen zondermeer tot voorstanders zullen uitroepen, -laat het inderdaad maar eens overzomeren en overwinteren, zoals men vroeger zei- maar misschien dat de Heere meer in buitenverbanders ziet dan wij… Hoe nodig is het, om ontdekt te worden aan onze hoogmoed, ons vleselijk bestaan. Wij lopen Christus voor de voeten. Wij verzwaren Zijn lijden. Wij maken onze schuld dagelijks meerder. Zalig worden is eenzijdig werk van God. Van ons komt niets in aanmerking. Christus is Zijn weg alleen gegaan. Opdat verlorenen, die vleselijk verkocht zijn onder de zonde, hun vlees zullen kruisigen door het geloof in Christus. En zullen gaan wandelen door de Geest van Christus. Wie zelf geleerd heeft, dat hij niet vóór Jezus was en een vijand van vrije genade, die krijgt een open hart en een open oog voor allen, die niet tegen zijn. In de hoop dat ze ook werkelijk vóór zijn. Of vóór zullen worden. Met hun gehele hart.
Verbiedt het hen niet…
M. A. KUYT, GENEMUIDEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Want wie tegen ons niet is, die is voor ons

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's