De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ruimte in de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ruimte in de kerk

DE KERKORDE VAN DE PKN [4]

6 minuten leestijd

Het plurale karakter van de PKN blijkt onder andere uit het naast elkaar vermelden van belijdenissen uit zowel de lutherse als de gereformeerde traditie. We hebben in het vorige artikel gezien dat de Konkordie van Leuenberg model staat voor de manier waarop in de nieuwe kerkorde wordt omgegaan met de verschillende belijdenissen. Wat betekent dat nu voor hen die zich in de PKN alleen willen binden aan de Schrift en de gereformeerde belijdenis? Is er voor hen ruimte? Mogen zij afwijzen wat in de lutherse belijdenissen strijdig is met de gereformeerde belijdenissen? Over deze vragen gaat dit artikel.

Bijzondere verbondenheid
Ord. 1-1-1 laat zien dat er in de PKN ruimte is voor hen die niet tegelijkertijd de lutherse en de gereformeerde belijdenissen helemaal kunnen onderschrijven. Er staat: 'In het belijden van de kerk zijn de gemeenten verbonden met de belijdenis van het voorgeslacht, waarbij de hervormde gemeenten en de gereformeerde kerken zich in het bijzonder verbonden weten met de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie en de evangelisch-lutherse gemeenten in het bijzonder met de belijdenisgeschriften van de lutherse traditie.'
Dit is één van de bepalingen waaruit blijkt dat de opstellers van deze kerkorde serieus gezocht hebben naar oplossingen voor die gemeenten en leden van de kerk die in (gewetens)nood raken wanneer van hen gevraagd wordt om alle belijdenissen van de PKN te accepteren. Die inzet waarderen we positief. Wie in de PKN op zijn of haar post blijft om daar op te komen voor het recht van de hervormde gezindheid, dat is voor het recht van de gereformeerde belijdenis, zal deze geboden ruimte maximaal willen gebruiken. Dat betekent dat we met een beroep op deze bepalingen ook in de PKN, als die er komt, zullen kunnen blijven bij de gereformeerde belijdenisgeschriften en afwijzen wat daarmee in de lutherse belijdenissen strijdig is. Het is dus mogelijk om in de PKN voluit gereformeerd te zijn, te preken en te belijden. Ten aanzien van predikanten is bepaald dat zij bij hun toelating tot het ambt, als zij beloven 'te blijven in de weg van het belijden van de kerk in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht', daaraan kunnen toevoegen 'daarbij in het bijzonder verbonden met de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie'. Op dezelfde manier kan iemand ook kiezen voor de lutherse traditie (ord. 13-19-4). Wie de proponentsbelofte al in de Nederlandse Hervormde Kerk heeft afgelegd, kan eveneens de bijzondere verbondenheid met de gereformeerde belijdenissen uitspreken (overgangsbepaling 282). Voor deze geboden ruimte zijn we dankbaar. Dat helpt ons om op onze post te kunnen blijven. Tegelijkertijd blijven we ernstige bezwaren houden tegen deze manier van kerk-zijn. Het is niet voldoende dat er in de kerk ruimte is voor hen die ook in deze tijd voluit gereformeerd willen zijn. Dat is te weinig. Heel de kerk moet voluit gereformeerd zijn. Dat gold de Hervormde Kerk en daarop moeten we ook de PKN blijven aanspreken. Maar op dit punt zullen we ook onszelf in de toekomst steeds weer moeten onderzoeken. Zullen we, als we worden meegenomen in de PKN, in die kerk ons nog bewust zijn van onze roeping in en verantwoordelijkheid voor het geheel van de kerk? Zullen we niet, tevreden met de ruimte die ons wordt geboden, ons terugtrekken in onze eigen gemeenten en in de kring van gelijkgezinden? Moeten we bij al onze kritiek op het model van de plurale kerk tot onze verootmoediging niet erkennen dat we er in de praktijk vaak best mee kunnen leven?

Erkennen en respecteren
Ord. 1-1-2 stelt dat de kerk de bijzondere verbondenheid van de. gemeenten met de ene of de andere belijdenis traditie erkent en respecteert. Dit wordt in ord. 1-1-3 ook gevraagd van de gemeenten: 'De gemeenten erkennen en respecteren de (bijzondere) verbondenheid van andere gemeenten ten aanzien van de belijdenisgeschriften en zijn geroepen om in gehoorzaamheid aan het Woord van God te volharden en te groeien in het gemeenschappelijk belijden van de kerk.' Hier wordt niet van gereformeerde belijders gevraagd dat zij de inhoud van het lutherse belijden erkennen en respecteren. Dat is een misverstand. Het erkennen en respecteren heeft alleen betrekking op het feit dat er in de PKN gemeenten zijn die zich verbonden weten met de lutherse belijdenissen. Kunnen we dat wel erkennen en respecteren? Dat kan niet als dat zou betekenen dat we onze bezwaren tegen het model van de plurale kerk moeten opgeven. We zijn er diep van overtuigd dat de kerk niet met twee monden mag spreken en belijden en dat er niet een pakket van verschillende belijdenissen mag zijn waaruit ieder zijn eigen keuze maakt. Maar als we deel worden van de PKN staan we wel in een kerk die zo met haar belijden omgaat. Zo liggen dan de feiten en daar hebben we dan mee te maken. Het erkennen en respecteren bestaat dan daarin dat we deze feiten noodgedwongen erkennen, zonder het goed te keuren, en dat we op een respectvolle wijze het gesprek voeren met hen die kiezen voor een ander dan het gereformeerde belijden.
Voor onze moeite met deze manier van kerk-zijn vinden we steun in de tweede helft van ord. 1-1-3, waar staat dat de gemeenten geroepen zijn om in gehoorzaamheid aan het Woord van God te volharden en te groeien in het gemeenschappelijk belijden van de kerk. In deze bepaling klinkt toch ineens iets door van het besef dat de kerk zich niet mag neerleggen bij het naast elkaar bestaan van verschillende belijdenistradities. Daarop kunnen we ons beroepen als we blijven pleiten voor een voluit gereformeerd belijden voor en door de hele kerk en alle gemeenten.

Ballingschap
In drie artikelen hebben we nu stilgestaan bij de manier waarop in de PKN de lutherse en gereformeerde belijdenissen een plaats krijgen. We hebben gezien dat op de wijze van Leuenberg gekozen wordt voor een kerk die pluraal is. Daarin is ruimte voor hen die willen blijven bij de gereformeerde belijdenis. Deze ruimte willen we gebruiken om in de PKN op onze post te blijven. Tegelijkertijd voelen we ons in deze ruimte niet werkelijk thuis. Het meegenomen worden in een plurale kerk beleven we als een meegevoerd worden in ballingschap. Wat dan onze roeping is, is uitgesproken op de kerkenradendag in Amersfoort (september 1996): 'En zoekt den vrede der stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot den HEERE; want in haar vrede zult gij vrede hebben' (Jeremia 29 : 7).
H. VAN GINKEL, GOES

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ruimte in de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's