Herdersknechten in de gemeente
ERVARINGEN MET TIJDSINDELING [1]
Hugo de Groot
'De tijd vliegt snel - gebruikt hem wel'. Dit gezegde is ontleend aan het Latijn: 'Hora ruit'. Het was de zinspreuk van Hugo de Groot (1583-1645). Deze beroemde rechtsgeleerde heeft inderdaad zijn tijd goed besteed. Als kind van acht jaar maakte hij al Latijnse gedichten, terwijl hij op elfjarige leeftijd als student in Leiden werd ingeschreven. Zelfs zijn gevangenschap op Loevestein benutte hij intensief. Zijn vermaarde boekenkist getuigt er nog van. Wij, predikanten, zijn geen grootheid als Hugo de Groot. We mogen onszelf zijn, met de gaven die God óns geschonken heeft. Toch kan de wijze waarop we onze tijd indelen in ons ambtswerk ons parten spelen. Dat geldt zeker in onze drukke tijd. Je komt als predikant elke week een week tekort, zodat je voortdurend prioriteiten moet stellen. Als je niet oppast, geeft het je steeds het (schuld)gevoel: 'Ik had dit en dat en dat ook nog moeten doen'. Vooral voor jonge predikanten, die opeens een lawine van werkzaamheden op zich zien afkomen en vaak per week twee preken moeten maken, kan dit alles een probleem geven. Bovendien hebben de meeste predikanten ook nog een gezin, dat aandacht verdient. Een goede tijdsindeling is daarom van levensbelang!
Toen de redactie mij vroeg om hierover te schrijven, was mijn eerste reactie: 'Wat kan een man als ik hierover aan richtlijnen meegeven? Ik heb zelf zoveel dingen met vallen en opstaan moeten leren. Ik heb talloze fouten gemaakt, ook op het punt van tijdsbesteding'. De hoofdredacteur antwoordde: 'Vertel dat maar gewoon, hoe je al doende geleerd hebt om wat meer grip op je tijd te krijgen. En hoe dat heeft bijgedragen met vreugde de gemeente van Christus te dienen'.
In dit kader moet deze artikelenserie worden gelezen. Hier is geen man aan het woord die eens even zal vertellen hoe het moet. En al helemaal geen Hugo de Groot. Maar één die, al werkend in Gods wijngaard, iets heeft door gekregen van: 'Maak mijn uren en mijn tijd / tot Uw lof en dienst bereid'. Ik hoop dat het doorgeven van enige persoonlijke ervaringen daarvoor nuttig blijkt te zijn.
Wees herder, niet de Goede Herder
Voor een goede tijdsindeling maakt het uiteraard verschil in welke gemeente je predikant bent. Is het een dorpsgemeente of stadswijk? Hoe groot is de (wijk)gemeente? Hoe 'zwaar' is het preekrooster? Voor al die situaties valt niet één recept te geven. Ook de gezondheid van de predikant en zijn gezinsomstandigheden spelen een rol. Bovendien is zijn karakter en levensinstelling van groot belang. Als je (zoals ik) wat perfectionistisch bent ingesteld, is het gevaar groot dat je 'verdrinkt' in al je werk. Je wilt immers alles perfect afhandelen. Je preek is in je eigen ogen nooit goed. Je had deze week ook nog bij die en die op bezoek moeten gaan. Voor je het weet, ben je geen herder van de gemeente, maar een herdershond, die hijgend overal achter aan gaat. Altijd tijd tekort.
Ik herken het helemaal. Toch heb ik door de jaren heen iets meer geleerd om mijn werk te relativeren. Natuurlijk, je wilt graag een echte 'herder' zijn, die klaar staat voor de 'schapen' van je kudde. Maar laat ik niet menen dat het van (de perfecte kwaliteit van) mijn werk afhangt. Godsdienstpsychologen noemen dit het 'Heilandsyndroom'. Bedenk echter: ik ben de Goede Herder niet, het is Zijn kudde. Dus mag ik met een preek, waaraan ik serieus gewerkt heb, maar waaraan naar mijn gevoel nog veel ontbreekt, toch blijmoedig de preekstoel opgaan. De Goede Herder kan met dat gebrekkige werkstuk van mij toch echt wat beginnen. Het eigenlijke werk doet Hij, door Zijn Geest. Als je zo jouw geploeter uit handen mag geven aan Hem, dan valt er een stuk kramp van je af. Dan zegt op zaterdagavond de grote Herder tot mij, herdersknecht: 'Ga jij maar rustig slapen. Ik weet dat je je best hebt gedaan. De rest -nee, eigenlijk alles- doe Ik zelf'. Sinds ik dat meer geaccepteerd heb, heb ik minder de neiging om in de nacht van zaterdag op zondag mijn preek nog eens over te maken.
Zo is het ook wat het pastoraat betreft. Vergeleken met andere kerkgenootschappen hebben hervormde dominees bijna altijd veel 'zielen' die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Je komt altijd bezoektijd tekort. Als ik echter de afgelopen week gedaan heb wat ik kon, overvraagt mijn God me niet. Prof. Van Ruler zei op college zo kernachtig: 'De Goede Herder jaagt zijn schapen niet altijd op. Hij geeft ze op tijd ook rust'. Zo doet Hij ook met de herdersknechten in Zijn gemeente.
Orde in je leven
Als ik eens een blik werp in de studeerkamer van sommige collega's, sta ik soms verbaasd. Het bureau ligt vol boeken en paperassen, soms enkele verdiepingen dik. Boeken en tijdschriften, opengeslagen op de stoelen of zomaar op de vloer. Ik denk: 'Hoe zou ik in zo'n situatie kunnen werken? Hoeveel tijd kan er verloren gaan, simpel om uit deze chaos weer iets terug te vinden?' Een redelijk opgeruimd werkblad van je bureau, een geordende boekenkast om je heen, het kan rust geven om te werken.
Zo is het in heel je levensstijl. Het heeft te maken met je dagindeling. Natuurlijk kan er van alles tussen komen, maar vaste tijden van opstaan, eten, studeren, bezoekwerk geven structuur aan je werken. Laat er orde zijn in je leven. Dat geeft ook orde in je tijd, die je daardoor optimaal kunt besteden.
Wie schrijft, die blijft
Iedere zakenman of -vrouw zal beamen dat je niet volledig op je geheugen kunt varen. Zou dit dan niet gelden voor de 'zaak' van Gods gemeente, waarin honderden mensen aan jouw pastorale zorg zijn toevertrouwd?
Ik denk daarbij allereerst aan het bijhouden van de kaartenbak van je (wijk)gemeente. Niet altijd het leukste werk, maar het moet toch gebeuren. Een kaartsysteem dat up-to-date is, geeft je de mogelijkheid om geen 'schapen van je kudde' over het hoofd te zien. Ieder van hen is voor God en medemensen belangrijk. Dus is het goed om hen ook langs administratieve weg in het oog te houden. Dat zo te kunnen doen, verhoogt je arbeidsvreugde.
Zeer veel plezier heb ik ook gehad van een kaartsysteem, geordend op bijbelteksten. Toen ik leervicaris was bij ds. J. J. van der Krift te Ermelo -van wie ik veel geleerd heb- zocht ik voor het maken van preken vaak naar goed materiaal. 'Kijk maar in mijn boekenkast. Er staat genoeg', zei mijn mentor. Ik zocht en zocht in zijn ruim voorziene boekenschat, maar had steeds het gevoel het belangrijkste niet gevonden te hebben. 'Dat zal mij later niet overkomen', dacht ik.
Sindsdien heeft geen boek meer in mijn boekenkast een plaats gekregen, of het moest eerst zijn 'ingewerkt' in mijn systeem. Na enige aanwijzingen deed ook vaak een gemeentelid dit voor mij. Deze kaartenbak (eerst handmatig bijgehouden, later via de computer) bevat thans enige duizenden aanwijzingen die me de weg wijzen in mijn bibliotheek. Van elke bijbeltekst weet ik: dit boek, deze bladzijde. Het heeft me in de afgelopen veertig jaar veel tijdwinst én rust gegeven. Wie zoekt, die vindt. Nog mooier is: vinden zonder te hoeven zoeken.
De morgenstond…
Van één van mijn voorgangers in Den Bommel, ds. C. C. T. Postma, wordt verteld dat hij elke ochtend om half zes zijn tuinhekje opende en een wandeling door het dorp maakte. Vanaf zes uur zat hij op zijn studeerkamer en las Latijnse en Griekse literatuur. Vervolgens ging hij om tien uur op bezoek bij gemeenteleden. 's Avonds, prompt om tien uur, piepte het tuinhekje weer. De pastor loci begaf zich ter ruste…
Niet iedere predikant is zo'n 'ochtendmens' als collega Postma. Het was een andere tijd, waarin het begrip haast een minder grote rol speelde. Toch zijn de morgenuren voor een predikant erg belangrijk. Het moet toch mogelijk zijn om bijvoorbeeld tegen half negen op je studeerkamer te zijn. Tot een uur of tien heb je dan gewoonlijk een relatief rustige gelegenheid om heerlijk te studeren of aan je preek te werken. Een mooi ideaal? Of je een ochtend- of een avondmens bent, is mijns inziens niet alleen iets dat je is aangeboren. 'Het zit in je genen', zegt men tegenwoordig. Het is echter ook een zaak van zelfdiscipline en orde in je leven houden. De morgenstond heeft goud in de mond. Een schat om zuinig op te zijn, zo ervaar ik nog als emeritus-predikant.
T. VAN 'T VELD, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's