De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Werkplanning is nodig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Werkplanning is nodig

ERVARINGEN MET TIJDSINDELING [2]

8 minuten leestijd

Een man van de klok

Er zijn mensen die bijna altijd later komen dan was afgesproken. Niets menselijks is dominees vreemd. Dus komt het euvel ook onder hen voor. Het gevolg is wel datje dan altijd je moet haasten. Over 'stress' gesproken: bevorder je het zo niet zelf? Als een wervelwind kom je de vergadering binnen, soms midden onder gebed of Schriftlezing. Op het adres waar je om acht uur een bezoek had zullen brengen, vraagt men zich tegen half negen af: 'Hebben we het wel goed afgesproken? Waar blijft hij nou? ' Heel storend is, als je als predikant pas vlak voor het begin van de kerkdienst de consistoriekamer binnenkomt. De kerkenraad zat al in de zenuwen: Wie moet er nu 'preeklezen'?

In de loop van de jaren heb ik geleerd dat gemeenteleden het op prijs stellen als hun predikant een 'man van de klok' is. Door zoveel mogelijk op tijd op het afgesproken adres te zijn, neem je je gesprekspartners ook op dit punt serieus. Uiteraard kan een vorig gesprek uitlopen. Een excuus op het volgend adres (of een tussentijds telefoontje) voorkomt scheve gezichten. Door als predikant gedurig te laat te verschijnen, geef je vooral op vergaderingen een verkeerd voorbeeld. Gemakkelijk gaat men bij voorbaat al rekenen met het bekende plaatselijke 'kwartiertje'. Laat de vergadering stipt op tijd beginnen (en ook op tijd eindigen!). Je medevergaderaars zullen je dankbaar zijn. Op tijd aanwezig zijn kost geen tijd. Integendeel.

De kansel wacht

Een week is maar kort. Daarna wacht voor een dominee meestal onvermijdelijk de kansel. Op de eerste dag van de nieuwe week worden van hem één of twee 'werkstukken' verwacht. Hij kan maar niet zoiets op papier zetten of voor de vuist weg uitspreken, maar als dienaar van Christus heeft hij een Boodschap van God over te brengen. Hij moet niet alleèn verwoorden wat er leeft aan vragen, zorgen en ervaringen van zijn gemeenteleden, maar ook durven zeggen: 'Alzo spreekt de HEERE'. Hij moet/mag de Schrift openleggen voor de gemeente. Zeker voor beginnende predikanten, die vaak tweemaal per zondag de preekstoel in de eigen gemeente moeten bestijgen, is dit een zware opgave. De tijd en energie die de voorbereiding van de kerkdienst vraagt, wordt door de gemeente dikwijls (en soms ook door de kerkenraad) onderschat. Na veertig jaar kost het maken van een preek me nog steeds anderhalve dag. Beknibbelen op deze tijd vind ik niet verantwoord. Persoonlijk ben ik de preek in zijn geheel blijven uitschrijven (later via de computer). Zeker in de eerste jaren van het predikantschap is dit belangrijk. Je kunt de preek dan vooraf nog eens kritisch nalezen en eventueel op zaterdagavond voorlezen aan je vrouw, die als 'gewoon gemeentelid' vaak waardevol commentaar kan geven.

Het verdient aanbeveling datje op maandag je tekstkeuze al hebt bepaald. Je hebt dan de gelegenheid om in gebed en gesprek er alvast mee bezig te zijn. De preek 'staat dan al in de week'.Vervolgens er niet pas op vrijdag of zaterdag aan beginnen te werken. Je hebt op dat moment een drukke werkweek achter de rug en moet - vaak moe van alle beslommeringen- dan nog creatief en intensief geestelijk werk doen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik in mijn tijdsplanning hierin heel wat gefaald heb. Pas na vele jaren heb ik ontdekt: het geeft innerlijke rust als je preken niet pas op de late zaterdagavond of - nacht klaar zijn.

Op tijd klaar zijn met de voorbereiding van de kerkdiensten kan voor een perfectionistisch ingesteld iemand ook een gevaar inhouden. Je blijft dan gemakkelijk de hele week 'preek maken'. Dit kan nog beter en dat kan nog anders, denk je.

Op een bepaald moment mag je echter je gebrekkige 'werkstuk' aan Gods handen toevertrouwen. Hij doet ermee wat Hem behaagt. Ook dit is iets wat je als dienaar van het Woord al doende zult Ieren.

Werkplanning

'Anderen vullen mijn agenda in', verzuchtte de dominee, toen het zoveelste telefoontje binnenkwam van mensen die om zijn hulp en raad verlegen waren. Met veel moeite kon hij in deze week nog een 'gaatje' vinden voor een gesprek.

Met het oog op deze situatie, zo herkenbaar voor iedere predikant in onze tijd, is een goede werkplanning onontbeerlijk. Uiteraard zal het wel weer anders lopen dan je je had voorgesteld. Eén plotseling sterfgeval in je gemeente grijpt al behoorlijk in op watje deze week van plan was te doen. Toch is het goed om op maandag - al is het maar in gedachten- een plan te maken: maandagmorgen administratie, correspondentie, maandagmiddag en - avond voorbereiden en houden van catechisaties, dinsdagmorgen ziekenhuisbezoeken, enzovoort. Aan het eind van de week toch even evalueren: Waar liep mijn werkplanning schipbreuk? Wat was de oorzaak? Welk onderdeel van mijn werk heeft hierdoor het meest geleden? Zijn er werkvelden (bij voorbeeld bezoekwerk) die regelmatig in de verdrukking komen? Zo ja, waaraan moet ik dan minder tijd gaan besteden? Kortom, niet maar wat rennen en ploeteren in de gemeente - zo van: 'God zegene de greep'- maar de vinger aan de pols houden watje tijdsbesteding betreft. Zakelijk geformuleerd, prioriteiten stellen dus.

Ik pleit niet voor voortdurend 'tijdschrijven'. Dat is zonde van je tijd. Wanneer je echter het gevoel hebt dat je de grip op je tijdsbesteding verliest, kan het nuttig zijn eens een paar weken precies op te schrijven waarmee je bezig was. Zodat duidelijk wordt: zoveel uren was ik bezig als leraar (preken, catechese, kringwerk en de voorbereidingen daarvoor), zoveel uren als herder (bezoekwerk) en zoveel uren als organisator en stimulator (vergaderingen, plannen maken, beleid uitstippelen). Mijn eigen ervaring is datje dan de tendens ziet dat het herder-zijn steeds weer in de verdrukking dreigt te komen door een soort 'managersschap'. Dan wordt het tijd passende maatregelen te nemen! Zo incidenteel eens 'tijdschrijven' geeft je in elk geval inzicht in je eigen bezig zijn in Gods gemeente. Bovendien kun je deze materie ook beter bespreekbaar maken in je kerkenraad.

O, die vergaderingen...

Onze tijd brengt mee dat er veel vergaderd moet worden. Het past bij de democratisering van de samenleving, waar ieder graag inspraak heeft. Bedenk daarbij dat inspraak en draagvlak erg belangrijk kunnen zijn voor motivatie en inzet. Wanneer vele gemeenteleden worden ingeschakeld in het kerkenwerk -een goede zaak!- vereist dat ook van tijd tot tijd overleg. Dus verga' der je maar weer?

Dat laatste is niet altijd nodig. Een belangstellend telefoontje met medewerkers kan vaak net zo goed werken als een lange vergadering. Bij een goede organisatie kunnen ook anderen dan de predikant (bij voorbeeld een ouderling met bijzondere opdracht) takken van kerkenwerk 'aansturen'.

Verder is het belangrijk dat vergaderingen grondig worden voorbereid, zodat er geen kostbare vergadertijd verloren gaat aan onbenulligheden of middelmatige zaken. Het kan daarbij heel behulpzaam zijn als voorstellen door een kleine groep, bijvoorbeeld het moderamen, schriftelijk worden voorbereid. Liefst op de agenda ook de tijdsplanning vermelden, zodat de hele vergadering medeverantwoordelijk is voor een vlotte gang van zaken. Het werkt goed als de vaste regel is: In de rondvraag wordt geen discussie gevoerd en komen geen nieuwe punten aan de orde. Deze gaan naar de volgende vergadering. Een weldaad voor iedereen is: op tijd stoppen met vergaderen! Een collega hoorde ik vaak zeggen: 'Na tien uur neem je geen verstandige beslissingen meer'. Op tijd de vergadering besluiten is tevens tot bescherming van kerkenraadsleden die de volgende ochtend al vroeg op hun werk moeten zijn (of in de file staan). Ze zullen er de preses dankbaarvoor zijn.

In vroeger tijd was het vanzelfsprekend dat de dominee voorzitter van de kerkenraad was. In de negentiende eeuw en daarvoor schreef hij meestal ook nog de notulen. Hij was immers de enige van de broeders die gestudeerd had. In onze tijd hebben meerdere kerkenraadsleden de gave én de nodige ervaring om een vergadering te leiden. Het verdient aanbeveling te overwegen dat de predikant in plaats van preses als assessor optreedt. Hij is dan als lid van het moderamen volop bij de beleidsvorming betrokken, maar

kan meer ontspannen aan de kerkenraadsvergaderingen deelnemen. De huidige kerkorde biedt er de mogelijkheid toe (Ord. 1.3.2).

Hetzelfde geldt voor allerlei commissies of werkgroepen. Waarom moet de voorzittersplaats altijd worden ingenomen door een dominee? Geeft de Heilige Geest dan aan anderen geen leidinggevende gaven? Laten we ook in dit opzicht onze (bescheiden) plaats weten.

Nee kunnen zeggen

Eén van de moeilijkste dingen voor iemand die met hart en ziel predikant is, is 'nee' te kunnen zeggen. Het is een les die je je gewoonlijk pas in de loop van je leven eigen maakt. Soms heb je eerst een flinke tik op je vingers nodig, bijvoorbeeld door ziekte of (bijna) overspannen zijn, eer je het neewoord durft uit te spreken, als er een beroep op jou wordt gedaan. Je levensinstel-ling is nu eenmaal graag beschikbaar te willen zijn voor mensen die je hulp nodig hebben.

Toch zullen we ook deze les moeten leren, niet alleen uit zelfbehoud, maar ook in het belang van de gemeente die we mogen dienen. Aan een overwerkte pastor heeft niemand iets. Het is weliswaar billijk datje, als dat gevraagd wordt, ook een steentje bijdraagt aan het classicaal of landelijk kerkenwerk. Zodra echter bestuursfuncties of het houden van lezingen of (spreekbeurten ten koste dreigen te gaan van de eigen gemeente of het welzijn van het eigen gezin - en dat doet het al sneldient een beslist 'nee' gehoord te worden. Dat dit niet gemakkelijk is... ik weet het.

T. VAN 'T VELD, EDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Werkplanning is nodig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's