De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De bruid van Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De bruid van Christus

LICHT OP DE KERK [20]

7 minuten leestijd

Woordkerk

Calvijns nadruk op de eenheid komt met name aan het licht wanneer hij de beeldspraak van de kerk als moeder nader uitwerkt. De kerk baart, zij voedt en behoedt. 'Buiten haar schoot geen vergeving van zonden', zo luidt een vermaarde zinswending in dit verband. We vernemen hierin de echo van de door Cyprianus gesmede en door Augustinus bevestigde stelling dat er buiten de kerk geen zaligheid is (zo ook NGB 28). Voor de duidelijkheid wijs ik erop dat Calvijn hier de waarneembare, vooral hoorbare kerk op het oog heeft, die zich manifesteert in de praktijk van de plaatselijke gemeente. Aan de zichtbare kerk is immers de prediking van de hemelse leer opgedragen. Wie deze geestelijke zielenspijs versmaadt, door zich van de kerk af te scheiden, is waard om van honger en gebrek om te komen, aldus Calvijn.

Uiteraard is de hervormer ervan op de hoogte dat het God Zelf is Die ons het heil deelachtig maakt. Echter, God doet dit door de schenking van het geloof. En dit geloof is uit het gehoor! 'God geeft ons het geloof in het hart, maar door middel van het gepredikte Evangelie'. Daarin is God Zelf tegenwoordig. Hijzelf is de Auteur. De dienaren van het Woord fungeren als bemiddelaars. Zo is Zijn orde en regel. Wie deze regel veracht, maakt zich schuldig aan een verbreking van de heilige band der eenheid. Pastoraal voegt Calvijn eraan toe: 'Opdat daarom de eenvoud van het geloof bij ons zal bloeien, zo laat ons geen bezwaar maken deze oefening in de vroomheid (!) te gebruiken'.

Oordelen

Hoewel Calvijn weet dat zich in de zichtbare kerk vele hypocrieten bevinden, die 'niets van Christus hebben dan de naam en de uiterlijke schijn', mag dit ons er pertinent niet toe verleiden deze kerk te verachten. De kerk op aarde bestaat nu eenmaal uit een schare waarin gelovigen en ongelovigen vermengd zijn. Zij is, zoals Augustinus al leerde, een corpus permixtum, een gemengd lichaam. De scheidslijn tussen die twee categorieën kunnen wij mensen niet trekken. We zijn te bijziende om te kunnen meten (en weten) wiens hart oprecht is en wiens hart geveinsd is. Wat wél mogelijk is en zelfs geboden, is het beoordelen van iemands uiterlijke levensgedrag. Maar over het hart kan alleen de Alwetende oordelen.

Ons, kortzichtige mensen, is dus geen toetssteen gegeven om uit te maken wie de Heere van harte vrezen en wie niet. God vraagt van ons iets geheel anders. Hij bindt ons namelijk aan het oordeel der. liefde (iudicium caritatis). Calvijn is hierover heel resoluut: we houden al diegenen voor leden van de kerk en voor kinderen van God die door belijdenis van het geloof, door hun levensgedrag en deelname aan de sacramenten met ons dezelfde God en Christus belijden. Ik moet hier wel bij vermelden dat de reformator met dit oordeel der liefde niet spanningsloos omging. Het betekende in geen geval dat hij ervan uitging dat al zijn gemeenteleden waarachtige gelovigen waren. Hij wist van tweeërlei kinderen des verbonds.

Vandaar dat hij verbondskinderen met klem tot bekering kon roepen. Naar zijn overtuiging viel de uiteindelijke beslissing immers niet in de kerkelijke verbondsgemeenschap, maar in de geloofsgemeenschap met Christus. Het punt echter waar het hier om gaat, is dat wij van de ander niet kunnen beoordelen of deze beslissing (innerlijk) al dan niet gevallen is.

Kenmerken

Terwijl er dus over het innerlijk niet valt te oordelen, staat het er met het oordeel over de kerk als instituut geheel anders op. Daaromtrent zijn ons wel degelijk beslissende criteria gegeven: de kenmerken van de kerk (notae ecclesiae). In de Institutie noemt de reformator er twee. De ware kerk is volgens hem daar waar Gods Woord zuiver wordt gepreekt en gehoord, en waar de sacramenten naar Christus'

instelling worden bediend. Deze formulering is om twee redenen opmerkelijk. Om wat ze niet zegt en om wat ze wél zegt. Wat het eerste aangaat, valt het op dat Calvijn, anders dan zijn hartsvriend Bucer, de tucht hier niet als (derde) kenmerk vermeldt.

Men moet hieruit overigens stellig niet concluderen dat de uitoefening van de christelijke tucht, in waarschuwend en wervend vermaan en zo nodig in de vorm van uitsluiting uit de avondmaalsgemeenschap, voor Calvijn een onverschillige zaak was. De Geneefse praktijk leert anders. Trouwens, in zijn Institutie gaat hij er grondig en uitgebreid op in, 28 paragrafen lang! De tucht vormt het zenuwstelsel van de kerk. Maar hoe onmisbaar dat ook is, de ziel van de kerk weet hij in prediking en sacramenten gelegen. Die rekent hij daarom tot de wezenlijke, onopgeefbare kenmerken van de kerk. Wat zegt de formulering nu wél? Calvijn volstaat niet met de vermelding van Woord en sacrament op zich, maar spreekt van een zuivere prediking en bediening ervan. Hij poneert deze kenmerken dus niet louter als verschijnsel, alsof het voldoende zou zijn dat Schrift en sacramenten in ons midden waren. Het gaat hem veeleer om het rechte functioneren ervan in de voltrekking van de verkondiging en de viering. Dit wordt nog aangescherpt door een kleine maar veelzeggende toevoeging bij de prediking.

Die prediking moet namelijk niet alleen zuiver worden verricht, maar ook in ernst worden gehoord. Kennelijk vindt Calvijn dat het ware gehalte van een kerk niet uitsluitend is te beoordelen op haar prediking, maar evenzeer op de ontvangst en het effect ervan! Zo brengt de reformator een onmiskenbaar subjectief element aan in zijn ogenschijnlijk objectieve omschrijving van de kenmerken.

Calvijns conclusie

De slotsom die Calvijn maakt is deze. Waar de evangelieprediking klinkt en weerklank vindt en waar de sacramenten niet worden veronachtzaamd, daar is de kerk. Hieraan knoopt hij opnieuw de vermaning vast, niet van deze kerk af te wijken noch haar eenheid te verbreken. Wie dat wel doet, is in zijn ogen een deserteur! Uit deze Woordkerk weggaan betekent verloochening van Christus. Calvijn

schroomt niet dit een misdadige scheiding te noemen. 'Er kan geen vreselijker misdaad worden bedacht dan met heiligschennende trouweloosheid het huwelijk te schenden dat de eniggeboren Zoon van God zich verwaardigd heeft met ons aan te gaan'. De kinderen van de kerk als moeder zijn dus tevens de bruid van Christus!

Naar twee kanten richt Calvijn nu van hieruit zijn kritiek. Allereerst naar Rome. Daarin kan hij geen echte kerk meer zien. Hoewel hij elders soms melding maakt van sporen en overblijfselen van de kerk, constateert hij dat de doorslaggevende kenmerken bij Rome zijn teloorgegaan, ook al gaat zij prat op ouderdom en katholiciteit. Echter, niet de traditie, maar de Schrift is normatief. Daarom is Calvijn van de roomse aanklacht dat de Reformatie de bruid van Christus zou hebben verscheurd niet onder de indruk. 'Dat zou - schreef hij in 1539 al aan het adres van Sadoleto- een allerverschrikkelijkste misdaad zijn. Als dat waar was, werden wij met recht door u en de hele wereld voor verloren gehouden'. Maar het is niet waar. Calvijn begeert niets minder dan waarachtige eenheid. Dat kan echter alleen een eenheid zijn die gegrond is in de Geest van het Woord. De tweede beweging die Calvijn onder vuur neemt, is het doperdom. Daar signaleert hij inderdaad een breuk met de kerk. Het is een breuk die geslagen is doordat men de zuivere (reformatorische) prediking en sacramentsbediening met minachting bejegende. Hij aarzelt niet dit op de noemer van arrogantie te brengen. Alleen al de gedachte aan zo'n laatdunkende scheiding van de kerk is naar Calvijns gevoelen een 'dodelijke verzoeking'. Hoe hij deze afkeer van een schisma extra kracht bijzet, blijkt uit het vervolg. Maar dat bewaren we voor het laatste onderdeel.

A. DE REUVER

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De bruid van Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's