Vier soorten gemeenten
DE KERKORDE VAN DE PKN [5]
In de vorige artikelen ging het over het belijden van de kerk. We zagen toen dat er ruimte voor ons is als we gehoorzaam aan het Woord van God de gereformeerde belijdenis helemaal willen blijven naspreken. Dat helpt ons om in de PKN op onze post te kunnen blijven. Tegelijkertijd hebben we deze manier van kerk-zijn onder kritiek gesteld, omdat er op deze manier in de PKN ook ruimte is voor hen die naar onze overtuiging in leer en leven ongehoorzaam zijn aan de Schrift. Dat maakt het staan in de plurale kerk die de PKN is, een spanningsvol gebeuren. Daar lopen we voortdurend tegenaan, niet alleen als het gaat over het belijden, maar ook op andere momenten. Een voorbeeld daarvan is het feit dat de PKN bestaat uit vier soorten gemeenten.
Geen dwang
In hervormde gemeenten leeft soms de zorg dat, als de PKN een feit is, men gedwongen zal worden tot samenwerking met bijvoorbeeld de plaatselijke gereformeerde kerk. Voor deze zorg is in de nieuwe kerkorde echter geen grond. Zij die leiding geven aan het SoW-proces, hebben zich vanaf het begin gerealiseerd dat eenheid op het plaatselijke vlak niet geforceerd kan worden. Dat geldt overigens niet alleen in situaties waar een hervormde gemeente die wil vasthouden aan Schrift en belijdenis, te maken heeft met een gereformeerde kerk die de moderne theologie en schriftkritiek accepteert. Ook het omgekeerde komt voor, namelijk daar waar een gereformeerde kerk confessioneel wil zijn, terwijl de hervormde gemeente ter plaatse van midden-orthodoxe of vrijzinnige mo-daliteit is. Verder zijn er nog situaties waar een plaatselijke hervormde gemeente en gereformeerde kerk qua prediking en belijden dicht bij elkaar staan, maar om redenen van praktische aard of door allerlei cultuurverschillen niet tot samenwerking komen. In de nieuwe kerkorde vinden we dit terug in art. II. Volgens lid 1 is er op het landelijke niveau wel sprake van één kerk: 'De Protestantse Kerk in Nederland is de voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.' Lid 2 laat vervolgens zien dat deze eenheid op het plaatselijke vlak niet haalbaar is: 'De Protestantse Kerk in Nederland bestaat uit al de gemeenten, te weten de protestantse gemeenten, de hervormde gemeenten, de gereformeerde kerken en de evangelisch-lutherse gemeenten.' Dit staat op deze manier in de eigenlijke kerkorde (Romeinse artikelen) en niet in de overgangsbepalingen. Het voortbestaan van hervormde gemeenten wordt dus niet gezien als iets tijdelijks. Het naast elkaar voortbestaan van vier soorten gemeenten is op deze manier een blijvend kenmerk van de PKN. Dat betekent dat een hervormde gemeente tot in lengte van jaren hervormde gemeente (in de PKN) kan blijven en dat er op geen enkele manier wordt ingegrepen in de zelfstandigheid van hervormde gemeenten en in de beslissingsbevoegdheid van hervormde kerkenraden. Uit ord. 2 (over de gemeenten) blijkt zelfs dat het in de PKN mogelijk is over te gaan tot de vorming van nieuwe hervormde gemeenten (ord. 2-13-6).
De eenheid wordt losgelaten De PKN biedt ruimte om hervormde gemeente te blijven. Dat waarderen we positief. Maar dat gaat ook hier niet zonder dat we deze manier van kerkzijn onder kritiek moeten stellen. We belijden immers van de Kerk dat zij één is. We geloven de ene heilige, algemene, Christelijke Kerk. In de nieuwe kerkorde wordt deze eenheid op het plaatselijke niveau opgegeven.
Als we dat zo stellen, gebiedt de eerlijkheid ons wel te zeggen dat ook in de NHK de eenheid op het plaatselijke vlak niet meer intact is. Verschillen zijn in hervormde gemeenten soms zo groot dat wordt overgegaan tot vorming van een buitengewone wijkgemeente of een deelgemeente. Sinds ruim tien jaar is er ook de mogelijkheid van de overschrijving als lid naar een andere hervormde gemeente dan die in de woongemeente, de zogenaamde perforatieregeling. In de hervormde kerkorde klinkt echter nog het besef door dat dit zo niet hoort ('buitengewoon'). In de nieuwe kerkorde is het naast elkaar bestaan van meerdere gemeenten op hetzelfde grondgebied echter niet langer een noodsituatie, maar de normale gang van zaken.
Om deze reden is het niet terecht als de vereniging van de drie SoW-kerken wordt bepleit met een beroep op de bijbelse roeping tot eenheid in de Kerk van Christus. In de kerkorde wordt de eenheid op het plaatselijke niveau juist prijsgegeven. Wie daarbij bedenkt dat ook de praktijk zo is dat er maar in vierhonderd van de veertienhonderd hervormde gemeenten sprake is van samenwerking, zal in de komende consideratieronde over het verenigingsbesluit vrijmoedig het standpunt verdedigen dat de kerken op dit moment niet verder mogen gaan dan samenwerking in een federatie of unie van SoW-kerken. Met de keuze voor een unie wordt de bestaande verdeeld-heid in het overgrote deel van de kerk niet weggemoffeld en verplichten de kerken zich tot het biddend werken aan een werkelijke, want geestelijke, eenheid in de kerk en in de gemeenten.
Op post in de gemeente
Voor een hervormde gemeente die niet uit wijkgemeenten bestaat, heeft invoering van de nieuwe kerkorde geen gevolgen als het gaat om de structuur van de plaatselijke gemeente. Voor hervormde gemeenten met wijkgemeenten en een centrale kerkenraad kunnen er wel ingewikkelde situaties ontstaan. Dat doet zich vooral voor als er een wijkgemeente is die zich met anderen verenigt tot een protestantse (wijk)gemeente. Dan zal er ook voor de centrale gemeente een passende structuur moeten worden gezocht. In de loop van dit jaar verschijnt een boek met modellen voor plaatselijke structuren. Nu al is duidelijk dat hervormde wijkgemeenten binnen een protestantse gemeente de keuze hebben om hervormde wijkgemeente te blijven of verder te gaan als hervormde gemeente naast de protestantse gemeente. In het laatste geval wordt de eenheid van de oude hervormde gemeente gebroken. In de NHK hebben hervormd-gereformeerden altijd de voorkeur gegeven aan een buitengewone wijkgemeente boven een deelgemeente. Op die manier bleven ze op hun post in het geheel van de hervormde gemeente en kwamen ze er niet naast te staan. Als we in de PKN op onze post blijven, is dat om ook in die kerk de Waarheid te verbreiden en verdedigen. Dat pleit ervoor om zoveel mogelijk onze plaats als hervormde wijkgemeente in het geheel van de plaatselijke gemeente te blijven innemen en niet te snel te bezwijken voor de verleiding van een kerkelijk leven dat losstaat van de rest.
H. VAN GINKEL, GOES
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's