De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geurt Henk van Kooten,

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geurt Henk van Kooten,

10 minuten leestijd

Paulus en de kosmos. Het vroege christendom te midden van de andere Grieks-Romeinse filosofieën. Een essay. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 2002; 266 blz.; € 24, 90.

In dit boek, een bewerking van zijn proefschrift, gaatdr. Van Kooten in het spoor van hen die Paulus willen verstaan vanuit de antieke filosofie. Het is geen eenvoudig boek. Dat ligt niet aan de schrijver die zijn gedachten glashelder verwoordt, maar aan de thematiek, namelijk het Griekse denken over de kosmos. Van Kooten onderzoekt de relatie tussen Christus en de kosmische elementen in enkele brieven uithetN.T. (1 Kor., Gal., Kol. en Ef.) Aan de eigenlijke behandeling van dit thema gaat een deel vooraf, waarin de auteur de wereld van Paulus schetst. Politiek en cultureel werd die wereld bepaald door de Grieks-Romeinse beschaving. Ten tijde van Paulus was er sprake van een goede relatie tussen de joden en Rome. In cultureel opzicht was de joodse wereld volgens Van Kooten vervlochten met de hellenistische cultuur. Ook in geografisch opzicht bewoog Paulus zich in deze wereld. Alle gebieden maakten deel uit van het Romeinse rijk. Het reispatroon van Paulus vertoonde overeenkomsten met het functioneren van rondreizende filosofen in de antieke wereld. Van Kooten ziet dan ook vele raakpunten tussen Paulus en deze filosofen. Dat religieus-wijsgerig karakter stempelde ook de gemeenten die hij gesticht heeft, totgodsdienstig-wijsgerige genootschappen, die in het Romeinse rijk een privé-bestaan leidden en naar antieke gewoonte samenkwamen rondom een maaltijd, waarbij de brieven van de apostelen gelezen en bediscussieerd werden. Kortom: de vorm van kerk-zijn, de organisatie en de inrichting volgden het model dat men aantrof in de antieke wereld, zij het ook dat niet allerlei heidense goden vereerd werden, maar Christus als de enige en unieke Heere.

In dit kader tekent de auteur de boodschap van de brieven in. Hij ziet daarin een ontwikkeling. In de brieven aan de Galaten en Korinthe vertolkt de apostel in begrippen die de antieke mens verstond, de bevrijding uit de slavernij van de elementen van de wereld door Christus. Uit 1 Kor. 15:24-28 valt af te lezen dat de apostel het werk van Christus in Zijn verhoging tekent als een proces dat zijn voltooiing vindt in de spoedig verwachte wederkomst Dan is God 'alles in alles'.

Maar als gevolg van het uitblijven van de wederkomst ontstond er, aldus de auteur een crisis in de paulijnse gemeente. Een latere auteur heeft in de brief aan de Kolossenzen Paulus' prediking gecorrigeerd met behulp van Platonische gedachten in die zin, dat alle dingen nu al hun bestaan in Christus hebben, ja dat alles door het kruis verzoend is, dat wil zeggen op zijn plaats is gezet. De kosmos is het lichaam van Christus. Nog weer later is er een andere leerling van de apostel die in de brief aan de Efeziërs - maar Van Kooten meent dat deze rondzendbrief eigenlijk de brief aan de Laodicenzen is, geschreven omstreeks 97 na Chr. - een soort synthese aanbracht. Christus is de Heere over de kosmos, maar er zal nog een heel proces nodig zijn, voordat dit volledig zijn beslag krijgt en alles in Hem zijn volheid vindt. De Efezebrief zou dus weer de Stoïcijnse procesgedachte opnemen en in het licht van het Christusgebeuren corrigeren. In de kerk is nu al werkelijkheid wat eens van heel de wereld zal gelden, namelijk dat Christus het hoofd is van de gemeente die zijn lichaam is. In een slothoofdstuk trekt de schrijver de lijnen door naar het debat over geloof en natuurwetenschap.

Bij de verschijning van het proefschrift, waarvan dit boek een bewerking is, is er in de kerkelijke pers nogal fel en heftig gereageerd en is de auteur beschuldigd van een Schriftkritische visie. Nu ligt dit nieuwe boek voor ons en kunnen we in alle rust er kennis van nemen. Toen ik het boek las, trof me dat de auteur geen enkele tekst schrapt, maar eerlijk overtuigd is dat hij de tekst zoals die voor ons ligt, laat spreken.

Persoonlijk zou ik daarom voorzichtig willen zijn met het woord 'Schriftkritisch', een term die voor verschillende invulling vatbaar is. In een recent interview in het Nederlands Dagblad beklemtoont Van Kooten dat hij geen tegenstelling ziet tussen Paulus en zijn leerlingen. Ze prediken wel hetzelfde evangelie, maar leggen verschillende accenten. Van zo'n opmerking neem ik graag nota. Maar eerlijk gezegd kom ik ook wel een beetje in de problemen. Want de accentverschillen lopen toch wel erg uiteen. Ik heb de manier waarop Van Kooten het Nieuwe Testament in gesprek brengt met de antieke wereld, geboeid gelezen. Ik heb bewondering voor zijn enorme kennis van de antieke filosofie. Tegenover een eenzijdige kijk op Paulus waarbij het zogenaamde joodse denken wordt uitgespeeld tegen het Griekse denken - en invloed van het Griekse denken als verval van het oorspronkelijk christendom wordt gezien - acht ik zijn benadering van waarde.

Toch heeft hij mij niet overtuigd. Stellig zullen in de antieke wereld velen de apostel gezien hebben als een van de vele rondreizende filosofen en de oerchristelijke gemeenschappen als antieke verenigingen zoals er zovele waren. Maar heeft de apostel zichzelf ook zo gezien? Voor mijn gevoel maakt Van Kooten hier een denkfout door een sociologische beschrijving tot norm te verheffen. Waarom laat hij het zelfgetuigenis van de apostel in zijn brieven buiten beschouwing? Dat tekent ons een apostel die zich evenals leremia geroepen weet door de Here, voor wie het kruis van Christus tegenover alle wereldse wijsheid centraal stond. Bij Van Kooten wordt de apostel een filosoof. Maar naar zijn eigen woorden is de apostel een getuige van Christus, een apostel en dienaar. En wat de gemeente betreft aan wie hij schrijft, er zullen zeker raakvlakken zijn met organisatiepatronen in de antieke wereld.c Maar de beelden die voor de gemeente in het Nieuwe Testament gebruikt worden, wijzen toch met name naar het Oude Testament en de verworteling in Israël. Is Paulus niet veel meer jood dan Van Kooten waar wil hebben? Spoort het Schriftgebruik van Paulus met de tekening van Van Kooten? Is er niet een groot verschil tussen Paulus en Philo? Te snel ziet de schrijver m.i. parallelen met de antieke religies, b.v. de mysteriegodsdiensten en de doop in de chr. gemeente. Maar de kosmische ervaring die de ingewijden opdeden in de heidense mysteriën, is toch van volstrekt andere aard dan de gemeenschap met de gekruisigde en opgestane Christus en het delen in de heilsbetekenis van zijn werk, de verzoening met God en de opwekking tot een nieuw leven. Jammer is dat de schrijver volstrekt voorbijgaat aan al die nieuwtestamentici die de verklaring van doop, avondmaal en gemeente-zijn vanuit de hellenistische mysteriën en genootschappen afwijzen.

Evenmin heeft de schrijver mij overtuigd dat in de Kolossenzenbrief de uitdrukking 'lichaam van Christus' zou slaan op de kosmos. Kol. 1:19 en 2 : 9 kunnen voor mijn besef de bewijslast niet dragen. De woorden over het woning maken herinneren aan Psalm 68 : 17, de inwoning van God in de tempel. Ridderbos betrekt ze dan ook mijns inziens terecht op de inwoning in de mensgeworden Christus. Niet alleen in de schepping, ook in de verlossing is Christus de eerste. Dat de verhoogde Christus de kosmos beheerst en dat er niets in de wereld is wat zich aan Zijn heerschappij onttrekken kan, is nog geen reden om te zeggen dat de kosmos het lichaam van Christus is.

Erg veel moeite heb ik met de grondstelling van het boek, namelijk de crisis ontstaan door het uitblijven van de wederkomst. Waar vind ik die terug in het NT? De aanhef van Kolossenzen ademt een toon van de vreugde om de hoop in Christus. Alle brieven gaan uit van de zekerheid dat in Christus' opstanding de grote toekomst begonnen is. Wel zijn de accenten verschillend. In Kolossenen en de Efeze-brief is het front gericht tegen een dwaalleer die zo onder de indruk was van kosmische machten en krachten dat men aan de allesomvattende betekenis van Christus voorbij ging. Dat accentverschil is te verklaren vanuit het gegeven dat de brieven ingaan op concrete vragen en problemen. Brieven zijn tenslotte contextuele geschriften. Maar er is geen reden de accenten te overtrekken. Ook in 2 Kor. 5 : 17 b.v. wordt door de apostel al gezegd dat het oude voorbij gegaan is en dat het nieuwe gekomen is. Bij Van Kooten gaat het om meer dan een accentverschil.

Het houdt een zo ingrijpende correctie in t.a.v de eerste brief aan Korinthe, dat 1 Kor. 15 als je Van Kooten volgt, in feite achterhaald is. Kom je zo niet op gespannen voet te staan met de eenheid en de canoniciteit van de Schrift?

De schrijver beschouwt de brieven aan Kolosse en Efeze als pseudepigrafische brieven, dat wil zeggen: geschreven door geestverwanten van de apostel jaren na diens dood. Op zich is het niet onmogelijk dat een leerling van Paulus in de geest van de apostel " schreef onder de naam van Paulus. De antieke wereld kent het verschijnsel dat men onder een andere naam schreef zonder dat men meende aan vervalsing te doen. Maar hoe ver strekt pseudepigrafie? De late datering van de Kollossenzenbrief betekent dat de auteur ook de gemeentesituatie als fictie ziet Verstrik je je daarmee niet in een cirkelredenering? En hoe zit het met de concrete namen van Paulus' medewerkers die in de brieven genoemd worden? Ik ben er daarom nog niet van overtuigd dat we hier met geschriften te maken hebben die niet van Paulus afkomstig zijn, te meer niet, omdat nog altijd tal van exegeten op gronden aan de tekst ontleend tot de echtheid concluderen. Het is jammer dat Van Kooten daar helemaal aan voorbijgaat.

Het zal duidelijk zijn dat de studie van Van Kooten nogal wat vragen oproept. Toch wil ik daamee niet eindigen. Vooreerst noteer ik met dankbaarheid dat de schrijver een regelrechte lijn ziet tussen het dogma aangaande Jezus Christus en de nieuwtestamentische prediking omstreeks 50-60. Dat is van betekenis tegenover allen die een tegenstelling scheppen tussen de historische Jezus en de Christus van het geloof. Scherp verzet hij zich tegen Von Harnack en zijn stelling van de hellenisering van het christendom als een afglijdingsproces. Het Griekse denken vinden we al terug in het N.T. De auteur doet me in dit opzicht denken aan de beschouwingen van W. Aalders en zijn waardering voor Plato. Van betekenis is ook dat Van Kooten er voor pleit de uitdaging van de moderne natuurwetenschap niet uit de weg gaan. Hij meent met zijn studie de apologetiek vanuit het christelijk geloof te dienen. Of je dan bij een eerherstel van Hegel uitkomt, waag ik te betwijfelen. Hegels spreken over de Geest is toch wel wat anders dan het trinitarisch spreken van de kerk der eeuwen. Is er in het christelijk belijden niet veel meer afstand tussen Schepper en schepsel? Als het daarom gaat, heeft de gereformeerde traditie - Calvijn voorop-nog wel het een en ander te bieden. Loop je met de benadering van Van Kooten niet het grote risico de kruisprediking van Paulus met zijn felle antithesen te laten overwoekeren door een harmonische synthese waarin van de ergernis en de dwaasheid van het kruis weinig meer te merken is. Het beeld van Van Kooten is me te harmonisch. Ik houd het liever op Pascal: God van Abraham, Izaak en Jakob en niet die van de wijsgeren.

Resumerend: een boeiend, maar aanvechtbaar boek. Ik betreur dat, omdat de intenties van de schrijver goed zijn. Maar er is over Paulus nog wel een ander verhaal te vertellen, dan in deze eenzijdige tekening gedaan wordt.

A. NOORDEGRAAF, EDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geurt Henk van Kooten,

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's