Verder als herder
ERVARINGEN MET TIJDSINDELING [3, SLOT]
De kunst van het delegeren
'Het werk gaat nooit zo goed als wanneer je het zelve doet'. Deze gedachte leeft diep in het hart van veel mensen, dus ook van dominees. Toch is het tot schade van het gemeenteleven - om van de 'gezondheid van de predikant maar niét te spreken- als hij meent alles zelf te ftióeten doen.
Het is ook in strijd met de gereformeerde kerkinrichting. De predikant heeft niet voor niets een kerkenraad om zich heen, aan wie hij veel kan toevertrouwen. In de Evangelisch-Lutherse Kerk is de prediking en het pastoraat daarentegen specifiek een opdracht van de dominee. Hij alleen bekleedt 'het openbare ambt van Woord en Sacrament'. In kerken van gereformeerde huize is al het kerkenwerk een gezamenlijke verantwoordelijk van de drie ambten.
Daarnaast zijn er vele gemeenteleden, mannen én vrouwen, op wie een beroep mag worden gedaan. Wanneer ze belijdenis deden, hebben ze er zelfs een belofte voor afgelegd in hun antwoord op de derde belijdenisvraag. Het zou niet alleen dom zijn, maar ook beneden de maat van de christelijke gemeente, wanneer we van de gaven die God hun schonk geen gebruik zouden maken.
Intussen betekent delegeren niet: allerlei zaken van je afschuiven. Je blijft als predikant en kerkenraad de eindverantwoordelijkheid dragen. Medewerkers mogen niet de indruk krijgen dat er wel een beroep op hen gedaan wordt, maar dat ze daarna 'het bos worden ingestuurd'. Dat kan zeer demotiverend zijn. Het is goed dat ook de pastor belangstelling toont voor hun werkzaamheden en de moeilijkheden die ze daarin ontmoeten. Voor veel predikanten - toch vaak een beetje individualisten- is delegeren niet gemakkelijk. Laat het ons dan een troost zijn dat zelfs de wijze Mozes er door zijn heidense schoonvader Jethro op geattendeerd moest worden. Mozes dreigde ook alles zelf te willen doen en er zodoende onderdoor te gaan. Hij volgt echter de raad van zijn schoonvader op. Het is tot zegen van hemzelf en zijn volk. Dit voorval uit Exodus 18 toont aan dat delegeren toch te leren valt. Je bent er blijkbaar nooit te oud voor. Ook niet als je Mozes heet en al tachtig bent.
Samen verantwoordelijk
De gezamenlijke verantwoordelijkheid van predikant en kerkenraad voor heel het kerkenwerk brengt ook mee dat je als dominee je medebroeders informatie verschaft over jouw werkzaamheden. Alleen dan kunnen zij de verantwoording dragen. De hervormde kerkorde schrijft voor in Ord. 1.3.8 dat de predikant eenmaal per jaar in een werkverslag zijn kerkenraad informeert over zijn ambtswerk.
Mijn ervaring als visitator leert me dat de meeste collega's deze wijze kerkordelijke opdracht niet serieus nemen. Bijzonder jammer! Zo'n werkverslag, waarin je ook vermeldt waaraan je niet of te weinig toekwam, kan juist de aanleiding zijn tot een goed gesprek binnen de kerkenraad over het werk dat allen ter harte gaat. Een tijdschrijfverslag kan dit nader onderbouwen. Indien de predikant tijd tekort komt - wat bijna altijd het geval zal zijn- kan een goed werkverslag de kerkenraad helpen om prioriteiten te stellen en/of het werk wat anders in te delen.
Een werkverslag indienen... waarom zou je het laten? Durf je als dominee maar wat kwetsbaar op te stellen. Wanneer de sfeer binnen de kerken-raad goed is, geeft de bespreking van je verslag een stuk bemoediging. Je ervaart dan opnieuw: ik sta er niet alleen voor. We doen het samen. In de kracht van God. Maar ook met elkaar.
Studietijd
'Wie niet studeert, is niet bekeerd', placht een onder ons bekende predikant te zeggen. Dit betreft uiteraard de studie ter voorbereiding van je preken. Wie hiervoor regelmatig niet voldoende tijd neemt, is ontrouw aan zijn roeping en schaadt zijn gemeente. Hij loopt het gevaar in zijn preken alleen maar geijkte paadjes te betreden. De kerkgangers vervelen zich, maar het ergste is: je doet tekort aan de rijkdom van Gods Woord.
Het zou echter geen overbodige luxe zijn als iedere predikant bovendien minstens een dagdeel in de week tijd zou kunnen vrijmaken voor andere (al of niet theologische) lectuur. Rustig 'met een boekje in een hoekje' zitten, zonder kwaad geweten.
Ik moet bekennen dat het mij in veertig jaar niet echt gelukt is. Steeds gaf de herder in mij toch weer prioriteit aan het zoeken en bemoedigen van de vele 'schapen' die pastorale hulp nodig hadden. Dus toch geen goede tijdsplanning?
Vrije tijd
Een dominee heeft geen van-negentot-vijf-baan. Dat hoort nou eenmaal bij dit ambt waar we zelf voor hebben gekozen. Dan weetje datje geregeld meer dan bijvoorbeeld 36 uur per week zult werken. Overuren die je niet betaald krijgt. Je weet ook dat je 's avonds zelden thuis zult zijn en dat er op de meeste zondagen een extra inspanning van je gevraagd wordt.
Daar staat echter ook wat tegenover! Tijdens de maaltijden ben je in de regel thuis. Je hebt geen chef boven je, die je opdrachten geeft. Je mag zelf je tijd indelen. Bovenal mag je in je werk God en mensen dienen. Daarvoor ben je zelfs vrijgesteld van alle andere ar-beid. Je hebt een Boodschap van eeuwigheidswaarde. Een 'voortreffelijk werk', schrijft Paulus terecht. Het is ook goed om te bedenken dat vele ambtsdragers en gemeenteleden, naast hun drukke baan of studie, een groot deel van hun tijd geven voor kerkenwerk. Zij maken wat dat betreft ook vele overuren.
Dus niet klagen of zeuren? Nee, maar toch is het nodig voor zijn gezondheid én voor de kwaliteit van zijn werk dat een predikant ook op bepaalde tijden echt vrij is. Altijd, dag en nacht beschikbaar zijn, dat is alleen de Goede Herder. Hij vraagt dat niet van mij. Hij zegt tot zijn discipelen ook: 'Rust een weinig' (Markus 6 : 31).
Persoonlijk heb ik goede ervaring met een vaste vrije middag en avond. De gemeente wist dit: het stond elke week in het kerkblad. Uiteraard lukte het niet altijd. Bij een plotseling sterfgeval of als je geroepen wordt door een ernstig zieke, ga je toch weer op pad. Verder pakte mijn vrouw de telefoon aan. 'Is uw man ook thuis? ' 'Ja, hij is vrij en is op zijn hobbykamer. Kunt u morgen even terugbellen, dan zal hij u graag te woord staan'. De volgende dag ging je dan inderdaad met nieuwe moed en kracht aan het werk. De gemeenteleden toonden begrip en de kerkenraad stond er van harte achter.
Een vaste vrije tijd is voor het gezin van de predikant erg belangrijk. Vader kan zich dan echt eens ontspannen bezighouden met vrouw en kinderen, als hij die heeft. Samen plannen maken en iets gezelligs doen. Zodat kinderen later niet hoeven zeggen: 'Vader was nooit thuis. En als hij er was, was hij er nog niet'. (Dan zat hij met zijn gedachten nog bij zijn preek of bij een ziek gemeentelid.)
Een hobby... om op verhaal te komen Wat is het fijn om als dominee een hobby te hebben. Uiteraard alleen voor je vrije tijd. En dan eens met iets heel anders bezig zijn. Gewoon met je handen, bijvoorbeeld. Het is geen verloren
tijd. Zeker een predikant, op wie zoveel afkomt, heeft het gewoon nodig. Mijn ervaring is: je knapt er echt van op.
Bovendien is het hebben van een hobby ook een weldaad als je met emeritaat bent gegaan. Dan is het echter oppassen geblazen! Dan wordt er zo vaak een beroep op je gedaan voor vrijwilligerswerk, dat je aan je hobby soms nog minder toekomt dan voorheen. Ook dat leert de ervaring.
Verder als herder
Dit 'kopje' ontleen ik aan het mooie boekje van collega Troost. (André F. Troost: Verder als herder. Pastor zijn en pastor blijuen. Zoetermeer 2001). Op zijn bekende, briljante wijze schrijft hij ook over de tijdsbesteding van een predikant. Naast allerlei praktische opmerkingen wijst hij vooral op de Bron, waaruit een pastor putten mag, wil hij zijn veelomvattende arbeid kunnen volhouden. Die Bron is: geloof, hoop en liefde. Alleen daaruit levend, blijf je ook als dominee staande in de kouwe drukte van deze tijd.
Graag besluit ik deze artikelenserie met een citaat uit dit boekje (blz. 19): 'Pastor, herder - dat mag je wezen en dat zül je bij tijd en wijle zijn, maar allereerst en allerlaatst ben je zelf ook altijd maar een heel gewoon schaapje van de grote kudde, aangewezen op de hulp van de Pastor Bonus, de Pastor pastorum, de waarlijk goede Herder'. Hij gaat voorop. Daarom kon ik verder als herder. Met vreugde.
T. VAN 'T VELD, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's