De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Klaar voor het debat?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Klaar voor het debat?

EEN EIGEN STEMGELUID OVER WAARDEN EN NORMEN

10 minuten leestijd

Het inmiddels demissionaire kabinet-Balkenende wil in het gesprek ouer waarden en normen ook de kerken betrekken. Niemand had een jaar geleden durven dromen uan een Nederlandse regering die met zo'n initiatiefzou komen. Ook in dit opzicht zijn de wonderen no^j niet de wereld uit. We mogen daar zeker ook de verhoring in zien uan uele gebeden van land en volk. De vraag is of de kerken klaar zijn uoor dit debat. En verder: wat is daarbij ons eigen stemgeluid?

Scheiding van kerk en staat

Om als serieuze gesprekspartner geaccepteerd te worden, moeten wij onze plaats kennen. Als christenen vormen wij een minderheid. Kerk en staat zijn van elkaar gescheiden. Het debat over nonnen en waarden mogen we als kerken niet misbruiken als een onverwachte kans om zelf weer greep te krijgen op de samenleving. Geen aardse macht begeren wij. In het secularisatieproces dat wij doormaken doen wij de pijnlijke ervaring op: die gaat alras verloren.

Maar dat heeft ook een positieve kant. Het gaat in de kerk niet om onszelf, het veilig stellen van onze positie en het vergroten van onze invloed in gemeente, provincie en landsbestuur. Het moet ons gaan om de verkondiging van het Woord van God, dat is de proclamatie van het Koninkrijk van God. Dat is de kern van het evangelie: JEZUS IS DE HEERE.

Het woord evangelie heeft in de eerste plaats een persoonlijke kant: bekeert u. Maar het heeft in de wereld van het Nieuwe Testament ook een politieke betekenis. De aankondiging dat een nieuwe keizer de heerschappij op zich heeft genomen, heet óók een evangelie. Zelf noemt hij zich ook kurios, de heer. Dat heer-zijn van de keizer had voor de mensen in die tijd een goddelijk aureool. Daarom schrijft Paulus aan de Korinthiërs deze geladen woorden: Want hoewel er ook zijn, die goden genaamd worden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde (gelijk er vele goden en vele heren zijn), nochtans hebben wij maar één Heere, Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem (i Kor. 8 : 5V). Het kerstevangelie heeft voor Theophilus, een hooggeplaatst ambtenaar in Rome, ook een politieke dimensie: u is heden geboren de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids (Luk. 2:11).

Onder het oude verbond

Wat wij bedoelen met de scheiding van kerk en staat, komt in die vorm niet voor onder het oude verbond. Israël is het volk van God en God is de Koning van Israël. Israël is een directe theocratie en dat is en blijft zo. Het onderscheidt zich daarin van de andere volken, de ^oyim, het heidendom. Onze koningin is koningin bij de gratie Gods. Israël is bij de gratie Gods het volk van God.

Daarom vallen de 'kerkelijke' en staatkundige aspecten in de geschiedenis van Israël onder het oude verbond samen. Het woord 'kerkelijk' staat hier tussen aanhalingstekens, omdat het hier gebruikt wordt als een anachronisme. Van een christelijke kerk kunnen we pas spreken in het Nieuwe Testament.

Na de Babylonische ballingschap is Juda met een korte onderbreking tijdens de Makkabeeën nooit meer onafhankelijk geweest. Wel genoten de joden een zekere mate van zelfbestuur onder leiding van de hogepriester in Jeruzalem. Ook toen vielen voor het besef van de gewone burgers 'kerk' en 'staat' samen. Het Sanhedrin kon Jezus wel ter dood veroordelen, maar de Romeinse landvoogd moest dat doodvonnis bekrachtigen voordat het kon worden uitgevoerd. De verhouding tussen 'kerk' en staat onder het oude verbond kan daarom niet model staan voor onze situatie. Toch is het Oude Testament van fundamenteel belang voor de verhouding van kerk en staat in onze tijd. Want daar wordt al eeuwenlang het Koninkrijk van God geproclameerd en bezongen: de HEERE regeert. Daarom is héél de aarde van Zijn heerlijkheid vervuld. Dat de volken, de goyim, dat weten! (Ps. 9 : 21).

De islam

Als de kerken worden betrokken in het debat over normen en waarden, dan ligt het in de lijn van de verwachting dat de overheid dan ook een vertegenwoordiging van de moslems in ons land zal uitnodigen. De islam kent evenmin een scheiding tussen 'kerk 1 en staat. Sinds Ataturk vormt Turkije daarop een uitzondering. Maar dat veroorzaakt een moeilijk op te lossen probleem. Een deel van de bevolking is meer fundamentalistisch ingesteld. Zij wil van Turkije weer een islamitische staat maken.

Bij het komende debat moet duidelijk worden of de onderwerping (de letterlijke betekenis van het woord islam) aan de Koran leidt tot aanvaarding van de Sjaria, de islamitische wetgeving met de daarbij behorende straffen, bijvoorbeeld het afhakken van een hand in geval van diefstal en steniging in geval van overspel.

Het geloof privé?

De scheiding van kerk en staat betekent dat de kerk als instituut geen machtsfactor mag zijn in de staat en - omgekeerd - de staat niet de lakens mag uitdelen in de kerk. Maar beide worden wel door God aangesproken in en door Zijn Woord. Beide vallen onder Zijn heerschappij. Niet alleen de kerk, maar ook de overheid. Zij is Gods dienares (Rom. 13 : 4).

Ik ben een Nederlander, maar ik ben toch in de eerste plaats een christen. Daarom zal ik mij als Nederlands staatsburger christelijk gedragen. Ik zal mij voor de inrichting van de samenleving houden aan wat God daarover zegt in Zijn Woord, aan Zijn beloften en geboden. Ik zal God ook bidden om Zijn zegen over het openbaar bestuur. Mijn geloof laat ik niet thuis. Het is mijn inspiratiebron, richtsnoer en perspectief in mijn verantwoordelijkheid als staatsburger. Dat is het en dat blijft het ook in de uitoefening van het actief én passief kiesrecht. Het

In De Aker in Putten vindt vrijdag a.s. van 14.30 tot 20.30 uur de jaarlijkse conferentie van het COGG plaats. Naar aanleiding van het thema 'Waarden en normen in kerk, samenleving en politiek' hopen de Apeldoornse hoogleraar dr. G. C. den Hertogen SGP-kamerlid mr. C. G. van der Staaij te refereren. Mede met het oog daarop plaatsen we vandaag bijgaand artikel van ds. H. J. de Bie.

RED. DE WAARHEIDSVRIEND

herstel van de bede in de troonrede is niet strijdig met het 'beginsel' van de scheiding van kerk en staat. Christelijke bestuurders spreken daarmee uit dat zij niet alleen verantwoording moeten afleggen aan een democratisch gekozen volksvertegenwoordiging, maar op de dag der dagen ook voor Gods rechterstoel.

De HEERE regeert

Zoals we hierboven zagen, wordt in het Oude Testament al het Koninkrijk van God geproclameerd. Misschien moeten we nog verder gaan en zeggen dat het Oude Testament als zodanig al de proclamatie van het Koninkrijk van God is. Want in het begin schiep God (nog preciezer vertaald: de volkomen God) de hemel en de aarde. Daarom is Hij ook de Heere van hemel en aarde. Laten wij als kerken dat uitdragen. Het geeft aan het debat over normen en waarden een persoonlijk karakter. Het gaat erom dat wij God liefhebben en onze naaste als onszelf. Normen en waarden zijn niet opzichzelfstaande grootheden, maar functioneren in relaties: de verhouding tussen God en ons, en tussen ons mensen onderling. In dat kader staan de Tien Geboden: Ik ben de HEERE, UW God, gij zult niet doden. Juist dat persoonlijk contact, die hartelijkheid, het hart hebben voor elkaar, verdrijft de kilheid. In de Psalmen maakt de erkenning van Gods heerschappij mensen blij (Ps. 97 : 1). Belangrijk voor de verhouding van kerk en staat is het boek Daniël. Zowel in de zes geschiedenissen als in de vier gezichten van dit bijbelboek wordt de verhouding tussen het Koninkrijk van God en de koninkrijken van deze we-reld getekend in het perspectief van de eindtijd. Daar knoopt de Heere Jezus in Zijn verkondiging bij aan: de tijd is vervuld, het Koninkrijk van God is nabij gekomen, bekeert en gelooft het evangelie. Het is in dat kader dat Hij de Wet en de Profeten vervult. Dat wil onder meer zeggen dat de Wet en de Profeten nu gelden voor heel de wereld. Het zijn de normen en waarden van het Koninkrijk van God. In het Onze Vader leert Christus ons God juist daarom te prijzen: Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. In woordkeus herinneren deze woorden aan de lofprijzing van het volk van God in Daniël 7.

De wijsheid roept op pleinen en straten

Of iedereen in onze geseculariseerde, multiculturele samenleving dat nu ook zomaar zal meemaken en accepteren? We constateren een zekere openheid voor religie, een verlangen naar zekerheid, veiligheid, geborgenheid, koestering. Maar we stuiten ook op een soms botte afkeer van en vijandschap tegen het christelijk geloof. Daar mag het debat over normen en waarden niet op stuklopen. Heel wat mensen, ouderen maar zeker ook jongeren zouden we daardoor in de kou laten staan. Want het gevoel dat we zo niet verder kunnen en dat er nu in Nederland echt iets moet gebeuren, wordt door velen gedeeld.

Om een zo breed mogelijke aandacht voor het eigen stemgeluid van de kerken te verwerven in het debat over normen, moeten wij ons afvragen wat bij dit thema de beste invalshoek is. Met het vinden van een objectief uitgangspunt is veel gewonnen. Dat is er! De schriften leren het ons. Het is de ordening die God ten grondslag heeft gelegd aan de schepping. In de geloofsleer spreken we dan over de algemene openbaring. Dat thema herkennen wij in het boek der Spreuken uitgewerkt. Daar treedt Vrouwe Wijsheid uit haar paleis. Overal in de stad, op de pleinen en in de straten roept ze de mensen tot zich. Ze nodigt hen uit voor een kostelijke maaltijd in haar paleis. Aan zo iets feestelijks mag je denken wanneer je je houdt aan het grondpatroon van de schepping. En Paulus schrijft over heidenen die de Wet niet hebben maar toch doen wat de Wet vraagt, omdat zij geschreven staat in hun harten en zij daar gewetensvol mee omgaan (Rom. 2 : 14V).

De stem van het geweten

Het draagvlak voor de normen en waarden ligt in het menselijk geweten. Het is een gewetenszaak. Dat maakt het debat tot een appèl aan iedereen. Dat wordt op het ogenblik ook zo gevoeld. Gewild of ongewild. Van links tot rechts. Daar moeten wij als kerken met wijsheid mee omgaan. Weer geeft het boek Spreuken hier de toon aan. Er zijn mensen die stekelige opmerkingen maken en daardoor anderen kwetsen. Daar schiet je niets mee op. Maar de tong der wijzen is medicijn (12 : 18). Zo'n medicijn is een boom des levens (15 : 4). Het werkt genezend en doetje zowaar denken aan het paradijs.

De wijsheid had in de tijd van Salomo al iets internationaals. Er zijn duidelijk parallellen aanwijsbaar tussen de 'woorden der wijzen' (Spr. 22:17 - 24: 22) en de spreuken van de Egyptische wijsheidsleraar Amem-em-ope. Toch blijft de vreze des HEEREN het begin én het beginsel van de wijsheid.

De roep om veiligheid

Dat er zo'n brede belangstelling is voor een discussie over normen en waarden, zou wel eens kunnen samenhangen met een andere trend in onze samenleving: de roep om veiligheid. De kleine criminaliteit maakt dat je. steeds op je hoede moet zijn. Zijn er geen sporen van een dader, dan moet je de politie maar niet meer lastigval^ len met een inbraak of fietsendiefstal. Dat kan niet zo doorgaan. Zonder normen en waarden wordt het een chaos. < Dat gevaar moeten we niet onderschatten. Demonische krachten spelen daarin een duistere rol. Daar zit de antichrist achter. Paulus schrijft daarover in 2 Thessalonicensen 2. Hij noemt hem de 'mens der zonde', de 'zoon des verderfs' (vs. 3). Nog wordt hij tegengehouden. Door wie of door wat wordt uit het tekstverband niet duidelijk. Maar het ligt het meest voor de hand om hier te denken aan de verkondiging van het Woord van God dat het duidelijkst tot ons komt in de Schrift, maar waarvan ook de schep- .. ping in haar ordening getuigt. De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel Zijner handen werk (Ps. 19 : 1). Daarop gebaseerde normen zijn onschatbare waarden. Ze scheppen ruimte om te leven en zijn tekenen van het Koninkrijk van God dat komt. Maar echt veilig ben je pas als je door het geloof in de Heere Jezus Christus een kind van God mag zijn. De Naam des HEEREN is een sterke toren (Spr. 18:10).

H. J. DE BIE, HUIZEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Klaar voor het debat?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's