Aangenomen tot lidmaten en toegelaten tot het Avondmaal
INGEZONDEN
De Reglementenbundel spreekt taal die moet worden weersproken. Als die taal vandaag de dag nog wordt gebruikt, bijvoorbeeld door te spreken van bevestigen/aannemen van (nieuwe) lidmaten, dan is dat verdrietig. Deze conclusie van broeder Gort in zijn artikel 'Bevestiging van nieuwe lidmaten' (27 maart jl.) lijkt me voorbarig en onvoldoende onderbouwd. Bovendien heeft hij de historische feiten niet mee.
Terecht wordt opgemerkt dat de synode van Dordrecht geen belijdenisvragen opstelde. Vergeten wordt echter te vermelden waarom dat niet gebeurde. De Nederlandse Reformatie kende helemaal geen dienst van openbare geloofsbelijdenis. Men deed voor de kerkenraad belijdenis van het geloof, om aan het Avondmaal te worden toegelaten. Er was derhalve ook geen uniformiteit in belijdenisvragen, omdat het aan de kerkenraad was de vragen te bepalen en te stellen aan de catechisanten. De kerkenraad deed onderzoek naar leer en leven van de catechisanten en deed al dan niet openbaar navraag naar het geloof(sleven). De catechisanten antwoordden op de door de kerkenraad gestelde vragen, in de praktijk soms waargenomen door de predikant. De synode heeft geadviseerd van bepaalde vragen gebruik te maken, zoals die van Micron. Het bleef echter een bevoegdheid van de kerkenraad die vragen te stellen bij het geloofsonderzoek die hij wenste te stellen. Dat pas in 1816 een eerste kerkelijke vaststelling plaatsvond, is verklaarbaar: pas toen ontstond/was ontstaan de gewoonte eenmaal per jaar gelegenheid te geven tot het doen van openbare geloofsbelijdenis. Tot dan was er elke keer gelegenheid tot zo'n belijdenis voorafgaand aan de bediening van het Avondmaal. Die belijdenis was niet openbaar, maar voor de kerkenraad. De kerkenraad nam de lidmaten aan. Eind zeventiende en in de loop van de achttiende eeuw komt er meer en meer een vorm van openbare bevestiging van de aanname tot lidmaten van de gemeente door de kerkenraad, in de vorm van vragen beantwoorden bij de voorbereiding of afkondiging van het komende Avondmaal.
Geest en hoofdzaak
Daarnaast heeft ook de andere vorm van organisatie van de Gereformeerde Kerk naar Nederlandse Hervormde Kerk een rol gespeeld in de registratie van de leden. Het openbaar lidmaat worden gaat een rol spelen als lid worden van een organisatie, los van, of niet per se gekoppeld aan de deelname aan het HA. Ook dat vraagt om een ander moment van 'belijdenis' dan strikt gekoppeld aan de viering van het Avondmaal. Overigens is niet de eerste kerkelijke vaststelling van belijdenisvragen in 1816 een feit. Diverse vragen, onder andere die van Micron hebben het fiat van diverse kerkelijke vergaderingen gekregen. In 1816 is er voor het eerst sprake van een landelijk voorschrift van bepaalde vragen. Dit voorschrift heeft het echter nooit gehaald. Het leven bleek harder dan de leer, zodat na 1862 aan predikanten de ruimte werd gegeven de vragen te stellen in 'geest en hoofdzaak'. Die ruimte was allang benut. Onder ons, in de gereformeerde gezindte in de NHK, functioneerden nog tot diep in de twintigste eeuw de vragen van Micron, van Voetius, al dan niet aangepast.
Verschuiving
Intussen moeten we constateren, dat er twee lijnen zijn: die van de toelating tot het Avondmaal na een geloofsonderzoek en - belijdenis voor de kerkenraad en die van het doen van openbare geloofsbelijdenis. Deze twee zijn niet dezelfde. De verwarring ontstaat waar het doen van openbare geloofsbelijdenis tevens de opneming onder de belijdende leden is geworden en tevens de toelating tot het Avondmaal. In de Reformatie prevaleerde het Heilig Avondmaal. Daarvoor deed je belijdenis en daartoe werd je op geloofsbelijdenis aangenomen. In de vorm van de openbare geloofsbelijdenis is de aandacht verschoven naar de belijder van het geloof, in plaats van het beleden geloof, uitgedrukt in de bediening en viering van het Avondmaal. Sterker nog: het Avondmaal is vrijwel altijd afwezig in de dienst van geloofsbelijdenis, soms zelfs in geen velden of wegen van de komende weken te bekennen!
Daartegen richtte zich nu het reformatorisch bezwaar van onze vaderen! Daarom hadden zij niet zoveel op met een dienst van openbare geloofsbelijdenis en een eventuele jaarlijkse ceremonie die te veel deed denken aan het rooms-katholieke sacrament van het vormsel.
Aannemingsavond
In het artikel van Gort krijgt de term bevestiging er om deze reden van langs: het zou aan het roomse (woordkeus Gort) vormsel doen denken. Dit kun je echter de Reglementenbundel niet kwalijk nemen. Deze dacht nl. niet aan rooms-katholieke wortels, maar verwoordde een gegroeide praktijk. Ik vind het jammer overigens dat hier zo eenzijdig de mening van Lekkerkerker uit zijn kanttekeningen bij het Dienstboek, deel IV wordt geciteerd. Het hele artikel leunt trouwens zwaar op Lekkerkerker; een uitstekende bron, maar er is eerder en later onderzoek dat een ander licht op de zaak werpt. (O.a. onderzoek van acta van kerkelijke vergaderingen, Meulenbelt, Van Veen etc.) Lekkerkerker zelf noemt al datje op moet passen de term bevestigen te lezen als vertaling van konfïrmatie. Er zijn andere gedachten mogelijk. Deze bijvoorbeeld, te . vinden in vele zeventiende-eeuwse acta van. kerkenraden: zijn aangenomen op belijdenisse des geloofs... (namen van lidmaten) Is de gemeente bevestigd op... (datum zonr dag).
Het is mij een raadsel hoe Gort met instemming Bronsveld kan citeren, die heeft beweerd dat de oude gereformeerde praktijk niets wist van aannemen. Dit is met vele citaten te weerspreken. Ik geef er eentje: Die ditmael op de belijdenisse haers geloofs tot ledematen dese Gemeynte zijn aengenomen... (Rotterdam 1683). Je mag dus gerust spreken van aanneming. De kerkenraad neemt de lidmaten aan. Dat gebeurt tijdens de aannemingsavond en o.a. dat wordt bevestigd in een eventuele dienst.
De term bevestiging hoeft helemaal niet afkomstig te zijn uit verdachte hoek. In het zeventiende-eeuwse spraakgebruik heeft bevestigen een vertrouwde klank van vastmaken en vaststellen. Het woord werd gebruikt bij de afkondiging aan de gemeente dat er lidmaten waren aangenomen met het oog op het komende Avondmaal. Ook heeft het een vertrouwde bijbelse klank. Het is daarom goed mogelijk te denken aan openlijk/ openbaar vaststellen (aannemen is besloten). Een andere mogelijkheid is te denken aan de oproep van ds Jakobus Koelman: 'de Predicant voegt dan bij die solemnele afeysching van belofte (vragen beantwoorden, WA), een wensch en zegen, dat Godt, die dat goede werk door zijn genade begonnen, ende dusverre gebracht heeft, haar daar in bevestige, en 't zelve meer en meer voltrekke tot den dag Christi'.
W. P. VAN DER AA, RENKUM
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's