Boekbespreking
Dr. Jakob van Bruggen, Het kompas van het christendom. Ontstaan en betekenis van een omstreden bijbel. Uitgave Kok, Kampen 2002, 236 blz., € 17, 90.
Mogen we in dorpen en steden in onze tijd aanlopen tegen het verschijnsel van 'kerkverlating', de Bijbel blijkt, als ik het zo mag zeggen, nog steeds 'een gewild boek' te zijn. Allerlei uitgaven en vertalingen van en boeken bij en over de Bijbel verschijnen in overvloed. En niet met alle kunnen we blij zijn! Maar steeds meer rijzen er bij lezers vragen als: 'Hoe moet ik nu de Bijbel gebruiken en is deze wel echt betrouwbaar? ' De ondertitel van dit boek noemt de Bijbel immers terecht het kompas van het christendom. Kan en mag men daarop vertrouwen?
De emeritushoogleraar Nieuwe Testament Kampen (Geref. Kerken Vrijgemaakt), die over een vruchtbare en welversneden pen beschikt, schreef opnieuw een heel wetenswaardig boek als inleiding op het ontstaan en de betekenis van de Bijbel. Daarin vinden we ook in zekere zin een herschrijving van eerder door hem gepubliceerde studies, maar dan wel aangevuld en in een nieuwe opzet. In deze recensie beperk ik me, ook vanwege de mij gegeven ruimte, tot enige saillante punten.
In hoofdstuk 1 komt aan de orde het ontstaan van de Bijbel. Meteen al wordt een aantal belangrijke opmerkingen gemaakt. De hooggeleerde schrijver laat immers zien dat het christendom geen 'boekreligie' is. Christenen kussen niet de Bijbel als heilig boek zoals aanhangers van andere religies wel doen. Maar ze knielen eerbiedig voor de levende Heiland Die Zich erin en erdoor openbaart. Toch zijn ook zij niet zonder boek. Dat is bij de hand en in hun hart. De Bijbel presenteert zich vervolgens als een geheel en die moeten we niet als een 'leesportefeuille' gebruiken, waarbij ons het ene meer interesseert dan het andere! Van belang is het juist de Schriften in samenhang met elkaar te lezen en te verstaan. Afgewezen wordt, om nog eens iets te noemen, de opvatting dat de Bijbel een boek vol religieuze geloofservaringen zou zijn, zoals tegenwoordig ook wordt beweerd; ik denk bv. aan ds. N. M. A. ter Linden, 'Het verhaal gaat'. Voor de tweede eeuw v. Chr. was het Oude Testament al geheel aanwezig en in de tweede eeuw na Chr. (de tijd van Marcion!) het Nieuwe Testament.
Niet alle woorden in de Bijbel hebben gelijk gezag. In de Oude Kerk hadden de oudtestamentische Schriftwoorden goddelijk gezag, die van de Heiland, ook al waren die nog niet alle op schrift gesteld, van meet af toch ook omdat Hij deze sprak!
De paasbriefvan Athanasius (367) en de synode van Carthago (397) bepaalden niet zozeer, maar verdedigden veelmeer de al lang geldende canon van de (nieuwtestamentische) Schrift.
De Bijbel gaat terstond in de voetsporen van God, Die Zeifin Zijn verschijning eraan voorafgaat en door Zijn leiding de handen van de kerk met Zijn Woord heeft gevuld. Als het nu vervolgens in hoofdstuk 2 om de houdbaarheid van de Bijbel gaat, wordt de opvatting afgewezen als zou deze tijdgebonden en onwetenschappelijk zijn. Met de geheel andere tijd waarin we leven en met een ander wereldbeeld dan vroeger heerste, moeten we de Bijbel niet te lijf gaan. Paulus fundeert ethische uitspraken over de vrouw en over de slaven in de scheppingsordening en in het geloof in Christus, en de Schrift spreekt vaak de taal van de waarneming, waarmee en waarom deze nog niet voor onwetenschappelijk uitgemaakt moet worden!
Verder komen in dit boek bij de vertaling van de Bijbel de grondtekst, de stijl, de zin van woorden, de vorming van zinnen en pericopen op heel leerzame wijze aan de orde met instructieve voorbeelden.
Wanneer de verhouding van Bijbel en geschiedenis besproken wordt, krijgen daarbij zaken als topografie en geografie, flora en fauna, politiek en religie de aandacht met soms korte en kernachtige verduidelijkingen. Bij het onderdeel 'profetie en vervulling' maakt de auteur m.i. belangwekkende opmerkingen bij Romeinen 11, waarbij hij onder-meer aantekent dat 'Israël door middel van en niet in aansluiting op het ingaan van de volken behouden wordt en dat we een totale aanneming en bekering van het joodse volk niet kunnen verwachten'.
In het slothoofdstuk bespreekt prof. Van Bruggen de Bijbel als 'aangevochten lectuur'. Het Schriftgezag staat ernstig op de tocht. Het lijkt wel alsof kritiek op bijbelkritiek niet mag en iemand buiten de wetenschap plaatst. Schriftkritiek noodzaakte destijds de Oude Kerk tot aanvaarding van de canon. Tegenwoordig wordt wat de hooggeleerde schrijver 'een mengvorm van Schriftkritiek' noemt helaas bij velen aangetroffen. Daarbij maakt men onderscheid tussen de formele, door de kerk aanvaarde canon en de materiële canon, die dan bevat waaraan men echt religieus gezag toekent. Dan is er dus eigenlijk 'een canon binnen de canon'. Dat vertroebelt het eerbiedig omgaan met en het gehoorzaam luisteren naar de Schrift. Als een voorbeeld van 'lezen van de Bijbel bij eigen licht' fungeert de uitspraak 'dat de Bijbel van begin tot eind door mensen geschreven is', aldus Den Heyer. Gepleit wordt ten slotte voor het vermijden van een verkrampte defensie of van een paniekreactie en gewaarschuwd wordt tegen de toepassing van snelrecht. Als voorbeeld van dit laatste wordt betwijfeld of de Goliat uit 1 Samuël 17, verslagen door David, en die van 2 Samuël 21, verslagen door Elhanan, wel een en dezelfde persoon is geweest. Dit te stellen lokt ook meteen Schriftkritiek uit, zo van 'zie je wel, twee tradities' of van 'de Bijbel spreek zichzelf tegen'. Er staan duidelijk fouten in de Bijbel. Maar is deze uitlating nu terecht of juist een voorbeeld van verkeerd toegepast snelrecht?
Dit boekwerk wordt afgesloten met de veelzeggende zin: 'Zonder vertrouwen in de door ons gegeven geschriften van apostelen en profeten raakt het geloof in God en in Zijn Zoon Jezus Christus uit de koers en mist de haven'.
De auteur schonk ons in 236 blz., inclusief de erbij behorende noten, een heldere, overzichtelijk geschreven studie, die ook voor de niet wetenschappelijk geschoolde bijbellezer goed te volgen en uitnemend persoonlijk dan wel op gesprekskringen te gebruiken is en die van grote liefde en diepe eerbied voor de Bijbel getuigt. Het is een mooi boek, dat veel biedt!
Wel blijven er bij mij enige vragen over, waarbij ik bv. denk aan de exegetische uitgangspunten en gevolgen van de uitleg van Romeinen n.
En wat betekent een onduidelijk en in de Schrift zelf niet vermeld auteurschap van bepaalde bijbelboeken, als het om de datering ervan gaat ook in verband met exegetische consequenties? En hoe denkt de hooggeleerde over de toelaatbaarheid van gebruikmaking van 'vondsten', ook van literair-kritische bijbelwetenschap met verwerping van uitgangspunten en methode ervan? Vooral met dit laatste tobben soms gemeenteleden en studenten. Mogelijk dat prof. Van Bruggen ons ook daarbij eens helpen en nader toerusten kan door daarop in te gaan. Maar dankbaar zijn we voor wat in dit boek geboden wordt. Neem en lees!
W. CHR. HOVIUS, APELDOORN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's