Door God Zelf geroepen
DE KERKORDE VAN DE PKN [8]
We geloven dat de Heere God mannen in de gemeente roept tot het ambt van dienaar van het Woord, ouderling of diaken (zie art. 30 en 31 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis). In de loop van de eeuwen zijn er in de kerk(en) heel verschillende visies op het ambt ontstaan. In de rooms-katholieke visie staat de ambtsdrager zo hoog dat hij namens de kerk aan mensen de genade kan meedelen. Daartegenover staat de doperse visie, waarbij de waarde van het ambt eigenlijk niet wordt gezien en alle beslissingen en taken worden neergelegd bij de gemeenteleden). In de lijn van de gereformeerde reformatie zien wij de ambtsdragers als door God geroepen dienaren van de gemeente, die tot taak hebben om mét'het Woord de gemeente te weiden en te regeren.
Verschuiving
In de huidige hervormde kerkorde wordt uitgegaan van de belijdenis dat Christus de kerk regeert. Hij is het Hoofd van de kerk en de kerk is Zijn lichaam. Ambtsdragers ontlenen hun gezag aan het feit dat Christus door hen regeert. Zij moeten dan uiteraard wel gehoorzaam zijn aan het Woord van Christus.
In de nieuwe kerkorde treedt hier een verschuiving op. 'De gemeente, daartoe begenadigd door de Geest, is geroepen tot de dienst van het Woord van God' (art. IV-i). En: 'Alle leden van de gemeente zijn geroepen en gerechtigd hun gaven aan te wenden tot vervulling van de opdracht die Christus aan de gemeente geeft' (art. IV-2). Pas daarna wordt gesteld dat de gemeente onder leiding van de kerkenraad gehoor geeft aan haar roeping (art. IV- 3). Bij de invulling van de taken van ambtsdragers komt het aspect van het toerusten van de gemeente met het oog op haar roeping (pastoraal, missionair, diaconaal) nadrukkelijk naar voren.
De nadruk ligt hier dus veel meer op het ambt van alle gelovigen en op de mondige gemeente. Ambtsdragers worden in de nieuwe kerkorde vooral gezien als functionarissen van de gemeente. Het tegenover van het ambt, dat wil zeggen dat de predikant vanaf de preekstoel en de ouderling op huisbezoek gezaghebbend namens Christus, de hoogste Ambtsdrager, spreekt, krijgt minder gewicht. Dat betekent niet dat dat aspect afwezig is. Er wordt ook in de nieuwe kerkorde gesteld dat het ambt van Christuswege gegeven is (art. V-i). Maar in de praktijk komt het 'van Christuswege' toch minder uit de verf.
Beraad in de gemeente
Dat hier sprake is van een verschuiving, blijkt heel duidelijk uit de volgende bepaling: 'De kerkenraad neemt geen besluiten in aangelegenheden die voor het leven van de gemeente van wezenlijk belang zijn, zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben' (art. VI- 5). Dit is in ieder geval van toepassing op besluiten 'tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van het beantwoorden van de doopvragen door doopleden, het toelaten van doopleden tot het avondmaal, het verlenen van actief en passief kiesrecht aan doopleden, de wijze van de verkiezing van ambtsdragers en het zegenen van andere levensverbintenissen dan een huwelijk van man en vrouw'. Ook beslissingen 'ter zake van de aanduiding en de naam van de gemeente, het voortbestaan van de gemeente, het aangaan van een samenwerkingsverband met een andere gemeente, de plaats van samenkomst van de gemeente en het verwerven, ingrijpend verbouwen, afbreken, verkopen of op andere wijze vervreemden van een kerkgebouw' mogen alleen worden genomen, nadat de leden van de gemeente daarin zijn gekend en daarover zijn gehoord of nadat er beraad in de gemeente heeft plaatsgevonden (ord. 4-8-7).
Op zich gaat het hier niet over iets geheel nieuws. Een kerkenraad die besluit tot een ingrijpende verbouwing van het kerkgebouw, zal uit zichzelf wel een gemeenteavond beleggen en de leden informeren. Alleen al in financieel opzicht zal zo'n beslissing immers door de gemeente moeten worden gedragen. Het mag ook niet zo zijn dat in een gemeente de ambtsdragers alles regelen en doen en dat gemeenteleden niet de gelegenheid krijgen om met de gaven die de Heere God hun heeft gegeven mee te werken aan de opbouw van de gemeente. Op grond van de Schrift is het goed als recht gedaan wordt aan de roeping van elk gemeentelid. In de nieuwe kerkorde slaat de balans echter te ver naar die kant door. Hier is sprake van een verschuiving in de visie op het ambt. Dit is meer de democratie (= het volk regeert) dan de Christocratie (= Christus regeert). De tijdgeest die het niet meer zo heeft op gezagsdragers, werkt blijkbaar niet alleen door in de maatschappij, maar ook in de kerk.
Wat zijn hiervan de consequenties voor het leven van de gemeenten? Kerkenraden die zich door Christus over de gemeente gesteld weten, houden onder de nieuwe kerkorde voldoende mogelijkheden om inhoud te geven aan hun verantwoordelijkheid. Meestal is het horen van de gemeente alleen nodig bij wijziging van het beleid. Het initiatief daarvoor ligt dan bij de kerkenraad. In de praktijk zal het verplichte informeren en horen van de gemeente maar beperkt voorkomen. Formeel is in die gevallen bovendien altijd nog de eindbeslissing aan de kerkenraad.
Eén ambt of drie ambten
Een punt dat we hier ten slotte nog kort noemen is het verschil tussen de lutherse en gereformeerde traditie ten aanzien van het ambt. In de lutherse traditie is er namelijk maar één ambt, namelijk het openbare ambt van Woord en Sacrament. De predikant, dat is de lerende ouderling (I Timotheüs 5 : 17), staat daar centraal. Voor de regerende ouderling is nauwelijks werk, omdat het regeren vooral aan de overheid (de landsvorst) wordt overgelaten. Daarentegen kennen we in de gereformeerde traditie drie ambten. Naast de predikant is er de ouderling, die regeert en het opzicht over de gemeente uitoefent, en de diaken, die de barmhartigheid betoont. Daarin herkennen we de drie ambten van Christus (profeet - koning - priester). In de nieuwe kerkorde worden deze visies heel simpel met elkaar verbonden: 'Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren, is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven. Met het oog op deze dienst onderscheidt de kerk het ambt van predikant, het ambt van ouderling, het ambt van diaken alsmede andere diensten in kerk en gemeente' (art. V-i). Op deze manier wordt het verschil in ambtsvisie niet overwonnen maar gewoon genegeerd. Dat is de manier van doen die we eerder al zagen toen het ging over de verschillende belijdenissen die ook zomaar naast elkaar worden gezet.
H. VAN GINKEL, GOES
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's