Blijvende strijd
CHRISTEN HEEFT EEN GEHEIM WAPEN
Geen domper
Ik zal haar niet gauw vergeten: ze was een van de trouwste belijdeniscatechisanten. Toen de zondag van de belijdenis was vastgesteld, wachtte ze na afloop van de catechisatie om me alleen te spreken. 'Ze zag er toch maar liever vanaf. Belijdenis doen, dat was toch niet zomaar iets. Je moest het toch echt menen. En ze twijfelde er sterk aan, of dat ze dat wel deed'. We maakten een afspraak om erover door te praten. Maar ze bleef bij haar aarzeling. Ze kwam niet meer op catechisatie.
Vlak voor de aanneemavond belde ze op. 'Dominee, zou ik nog eens bij u mogen komen? ' Ze kon er niet los van komen. En zo stond ze er die zondag toch tussen. Toen ik haar na afloop de hand gaf, lichtten haar ogen blij op. Van twijfel en strijd was geen spoor meer te bekennen. Ja, zo kun je en mag je het ervaren: belijdenis doen, een doorbraak na veel aarzeling. Een feestelijk hoogtepunt. Een blijde en overtuigde keuze voor Christus. De strijd te boven. Nu willen we hier samen nadenken over belijdenis en blijvende strijd. Moet er dan per se een domper op dat feestelijke, dat blijde? Zo van: blaas alsjeblieft niet te hoog van de toren. Weet wel waar je aan begint! Je kunt denken, datje de strijd gehad hebt. Maar vergis je niet: die begint nu pas goed. Wat zou het jammer zijn als je zó de vreugde en dank om de belijdenis van jezelf, je vrienden of je kinderen liet versomberen. Dat kan niet en mag niet.
Nuchterheid
Maar we moeten wel nuchter zijn. Koning Jezus, die wij mogen belijden, heeft ongetwijfeld de overwinning behaald op Golgotha. Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Maar dat is nog verborgen. En de overwonnen vijand doet er van alles aan om zijn verloren terrein terug te winnen. Zolang hem nog enige ruimte wordt gelaten, buit hij die uit tot de laatste millimeter. En juist als je koning Jezus belijdt, krijg je met hem te maken. Geen gelegenheid zal hij onbenut laten om je geloof in de Heere Jezus Christus te ondermijnen.
Het slaat dus echt ergens op, als ze op de dag van je belijdenis tegen je zeggen: welkom in de strijd. De bekende Vlaamse dichter Guido Gezelle schreef niet voor niets: Het leven is geen vreed' alhier, geen wapenstilstand vragen. Het leven is de kruisbanier tot in Gods handen dratjen.
Vijanden
Omdat je dus niet onder strijd uitkomt, is het ook goed om iets van de vijand te weten. Militairen krijgen bij hun training zoveel mogelijk te horen over hun tegenstanders en wat ze daar allemaal van te duchten hebben. De apostel Paulus schrijft in de Efezebrief: 'We strijden niet tegen vlees en bloed, maar tegen de geestelijke machten van deze wereld, de boosheden in de lucht'. Inderdaad, en hun bevelvoerder is de boze. De gezworen vijand van ieder die van Christus is. De Heidelbergse Catechismus noemt als het over die geestelijke vijanden gaat, nog twee bondgenoten van de satan: de wereld en ons eigen vlees. Nee, niet dat die wereld op zich zo verkeerd is. Het is Gods goede wereld. Maar van de wereld voor zolang en zover zij nog in de invloedssfeer van de boze ligt, moeten we maar niet veel goeds verwachten. Aan de vooravond van Zijn lijden legt de Heere Jezus aan Zijn discipelen uit dat de wereld niet anders kan dan hen haten, omdat ze immers van de wereld niet zijn. Je zult tegenstand ontmoeten, stille verachting, spot als je je in onze moderne samenleving voor je christen zijn niet schaamt.
En als dat allemaal dan nog maar buiten je bleef. Maar er is ook nog zoiets als je eigen oude zondige hart. De boze en de wereld vinden daar een prima aangrijpingspunt. Het speelt maar al te gemakkelijk met die vijanden van Christus onder een hoedje.
Middelen
Van alles gebruikt die vijand met zijn bondgenoten om ons van Christus los te weken. Verschillende geestelijke gifgassen staan hem ter beschikking. Gassen die je niet onmiddellijk herkent aan hun kwalijke geur en zomaar ongemerkt je leven binnendringen. Twijfel is daarvan niet de minst gevaarlijke. Twijfel aan jezelf bijvoorbeeld. De zondag van je belijdenis was inderdaad een hoogtepunt! Het blijde zingen. De bemoedigende verkondiging. Je jawoord. De gemeente om je heen, je familie en vrienden, die je dankbaar geluk wensten! Maar dan een paar maanden later. Alles is weer gewoon. En het vliegt je zomaar aan. 'Wat heb ik eigenlijk gedaan? Meende ik het echt wel? ' Temeer als je intussen ontdekt hebt, dat er aan je inzet voor de Heere Jezus ook nog wel het een en ander mankeert en dat zonden, waarvan je dacht dat je die achter je kon laten, je toch weer weer de baas zijn geworden. En zo dringt het gifgas van de twijfel de kieren van je leven binnen. Of anders nog: je hebt intens gebeden voor je vriend. Dat hij ook tot geloof in Christus zou komen. Maar hij lijkt wel steeds meer anti te worden. Of je oudere zus, moeder van een jong gezinnetje is ernstig ziek geworden. En bidden lijkt wel helemaal niets uit te halen. 'Zou God, zou Christus dan echt wel wat voorstellen? ' En het gifgas van de vijand verstikt de adem van je geloof.
Nog zo'n gemeen gif is de vanzelfsprekendheid. Het wordt langzamerhand gewoon datje christen bent, uit de Bijbel leest, datje naar de kerk gaat, en ook meedoet bij de viering van het Heilig Avondmaal. Het is zo'n beetje bij de gang van je leven gaan horen. Er veel over nadenken doe je niet meer en er veel aan beleven evenmin. Net als soms bij een huwelijk komt je relatie met de Heere Jezus op een wel heel laag pitje te staan. Het wordt allemaal even grauw en saai, kleurloos. Van je oorspronkelijke enthousiasme is weing meer over. De Heere Jezus verwijt de gemeente van Efeze dat ze haar eerste liefde verlaten heeft.
Dat gif wordt door de vijand nog wel eens gemengd met wereldgelijkvormigheid. Andere dingen gaan je veel meer bezighouden. Na je belijdenis ben je die cursus gaan volgen. Dat lukte prima. Je maakte er op de zaak promotie door. En het kreeg je te pakken. Van lieverlee moest alles voor je carrière wijken.
Inzet
Als de zaak van ons belijden van Christus er dan zo voorstaat, is het nodig waakzaam te zijn. Je zou anders zo maar argeloos in de netten van de boze verstrikt kunnen raken. Leven in het geloof kan nooit zijn: je maar zo'n beetje mee laten drijven op de stroom van je gevoel. Het allemaal maar een beetje over je heen laten komen. Nee, je moetje kritisch bewust zijn van de situatie waarin je verkeert. Een militair die wacht loopt kan niet wegdromen. Hij moet waakzaam zijn: Onverhoeds kan immers de vijand aanvallen. 'Weest nuchter en waakt', zegt Petrus, 'want uw tegenpartij de satan gaat rond als een briesende leeuw, zoekende, wie hij mocht verslinden'.
Waken vraagt inzet, inspanning. Ik denk aan het andere beeld, dat in de Bijbel nogal eens gebruikt wordt om het leven van het geloof te tekenen. Het beeld van de sport. Sportmensen volgen een heel trainingsprogramma. Ze hebben er heel veel voor over om te winnen.
Zo mag je inzetten in de strijd van Christus. En dat mag je dan doen met open vizier. Je mag de vijand recht in de ogen zien. Je mag in dit leven met een vrij en een goed geweten tegen de zonde en de duivel strijden. De duivel zal je altijd op je falen wijzen. Hij zal suggeren dat je maar niet meer moet strijden, omdat je zelf ook niet vrij bent van het kwaad en eigenlijk allang tot zijn partij behoort. Dat mag je hem nooit toegeven. Je hebt een vrij en een goed geweten. Immers koning Jezus zelf delgde alle schuld. Vergeven is bij de HEERE vergeven en vergeten. Als de satan naar je zonden wijst, wijs jij naar Christus.
Afhankelijk
En je hoeft ook niet alleen te strijden. Eerst al niet omdat je samen met anderen bent. Misschien is het een grote groep met wie je belijdenis doet, misschien zijn het er maar een paar. Maar hoe dan ook, je wordt wel in een gemeenschap opgenomen. Je mag elkaar bemoedigen en aanvuren. Je mag samen standhouden en strijden in de kracht van God.
Want dat is het diepste van dat 'niet alleen'. Het hoeft niet zonder de Heere Jezus zelf. Je mag alles van Hem verwachten. Als Paulus in Efeze 6 de wapenen opsomt die ons in de geestelijke strijd ten dienste staan, eindigt hij met het gebed. Ja, dat is hét geheime wapen van een christen.
Belijdenis doen, dat is blijvende strijd. Maar dat hoeft niet als een onheilspellende wolk de blijheid van je belijdenis te bederven. Het maakt je nuchter en afhankelijk in het vaste vertrouwen, dat Hij die je roept, getrouw is en het ook zal doen.
Per slot van rekening geldt het ook nog een keer: Ik de HEERE, Ik zal voor u strijden en gij zult stil zijn. De overwinning staat vast. Ze is aan het kruis allang behaald.
J. WESTLAND, BERGAMBACHT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's