Reactie van de heer Gort
Het laat zich begrijpen dat mijn bijdrage attentie heeft gekregen van iemand die te waarderen bijdragen heeft geleverd aan het boek 'Als wij samenkomen. Liturgie in de gereformeerde traditie'. Daartoe in de gelegenheid gesteld, geef ik met enkele pennestreken graag commentaar op de kritische reactie van drs. W. P. van der Aa.
- Een enkel artikel heeft altijd zijn beperkingen. Daarom is door mij geen relatie gelegd tussen het belijdenis-doen en het Heilig Avondmaal. Reeds vanuit Genève is deze nauwe relatie er. En deze relatie was er óók nog bij 'de oude schrijvers'. Bij Bernardus Smijtegelt lezen we: '[...] het kwam zo verre/ dat gy zeidet; ik zal belydenisse doen: gy kreegt eenige kennis: gy deed belydenisse: gywierd toegelaten tot het Avondmaal: [...].' - preek zondag 32.
- Voor een aantal vragen, zo in de loop der jaren in zwang gekomen, heb ik aandacht gevraagd en sommigen ook geciteerd. Het bekritiseren daarvan diende vanwege de beperkte ruime achterwege te blijven. Aan het 'wanneer' en het 'waar' en het 'hoe' heb ik ook node voorbij moeten gaan.
- De gedrukte Handelingen der Synode van 1816 vermelden wél van de deliberatie over het te wraken 'Reglement', maar geven de inhoud van de discussie niet weer. Langs deze weg is het dus niet mogelijk na te gaan of over de naam 'bevestiging' gesproken is. Dr. G. J. Vos verklaarde eens: 'Wat men in 1816 onder 'bevestiging' verstond is onmogelijk uit te maken; de een zal er Luthers, de ander Rooms, een derde Gereformeerd over gedacht hebben.' De psalmberijming van 1773 en de in 1807 ingevoerde Gezangenbundel (Gezang 99) kennen deze benaming(en) evenwel nog niet, maar spreken van 'belijdenispredicatie'.
- Met betrekking tot mijn bezwaren tegen de term 'bevestiging' beroep ik mij o.m. op: Otto Thelemann (Detmold) refereert in zijn Handreichung zum Heidelberger Katechismus..., 1891, aan het gebruik in Zwitserland ('Admission') en vervolgt: 'welche Bezeichnung von reformierten Standpunkt aus fïir richtiger als 'Konfirmation' gehalten werden miifi.' Blz. 303; zie ook blz. 304 onder b.
Prof. W. Heyns: 'De openbare belijdenis des geloofs 'bevestiging' te noemen, is een navolging van de Luthersen, die evenals de Roomsen van 'confirmatie' spreken. Die benaming van hen over te nemen, past ons te minder omdat wij aan die handeling een heel andere betekenis hechten, dan zij aan hun 'confirmatie'.' Gereformeerde Geloofsleer, hfdst. 'De Kerk', sub 275.
De Zwitser Lukas Vischer heeft, hoewel hij zijn boekje de titel Die Geschichte der Konfirmation meegeeft, ook bezwaar tegen de aanduiding 'confirmatie'. - zie blz. 110-111. - H. H. Meulenbelt, Van Belijdenisdoen en van Belijdenisvragen, zegt met betrekking tot de uitdrukkingen 'aannemen, aannemeling, bevestiging' enz.: 'Wij kunnen ze, recht verstaan, best blijven gebruiken.' Blz. 73-
Bij hem sluit ds. Van der Aa zich kennelijk aan.
K. A. GORT, PUITEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's