Soldatencatechismus
MENSEN OP DE KRUISWEG [4]
'En de hoofdman over honderd... zeide: Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon!' [Marcus 15 : 39]
Hij is beroepshalve aanwezig... die Romeinse centurio of honderdman... Als onderofficier over het executiepeloton.
Het zal voor hem dit keer wel niet iders zijn dan anders: Drie mislukte terroristen, die hun verdiende loon krijgen. Wat hij rondom zich hoort, bevestigt hem in zijn vermoeden. De eigen landgenoten van die middelste Kruiseling bespotten Hem van alle kanten.
Maar de Man aan dat middelste kruis scheldt niet terug. Integendeel, Hij bidt voor zijn beulen. Hij sterft met een gebed op zijn lippen. Met een luide kreet. Alsof Hij een taakyolbracht heeft. En dan zijn daar die wonderlijke verschijnselen: nacht op de middag. Een aardbeving.
Van dichtbij maakt hij het mee. Daar kun je niet neutraal bij blijven. Het sterven van Jezus raakt hem. Zou het dan toch waar zijn wat hij heeft opgevangen?
Het moet wel. Hij kan het niet langer ontkennen noch voor zich houden. Echt, deze mens was Gods Zoon, zegt hij.
Terwijl Jezus' volgelingen het laten afweten en zijn vijanden Hem honen, is het uitgerekend deze heidense soldaat die dit woord in de mond neemt. Waarom hij? Waarom op dit moment niet een van de leerlingen?
Daar is geen verhaal op te maken. Tenminste geen verhaal als verklaring.
Alleen het verhaal van de vrijmacht van God, Die verkiest wie Hij wil.
Een soldatencatechismus uit de mond van een heiden. Hoe zou hij het zelf bedoeld hebben? Dat blijft gissen. Tot in de bijbelvertalingen toe: heeft hij gesproken over de Zoon van God? Of over een Zoon van God? In elk geval spreekt hij in de verleden tijd: Jezus was Gods Zoon...
Voor een Griek of Romein in die tijd kon bovendien een held, een halfgod, een keizer of weldoener zo genoemd worden.
We moeten hem maar niet vromer maken dan hij is. In elk geval heeft hij iets bespeurd van het geheim van Jezus.
Nee, het is geen belijdenis in reincultuur. Dogmatisch valt er van alles en nog wat op af te dingen. Maar ik heb er geen behoefte aan. Zijn woorden ontroeren me en maken me blij.
God heeft kennelijk vele middelen om zijn Naam in de wereld hoog te houden. Wat de man er zelf van verstaan heeft weet ik niet. Ik weet alleen dat op dit moment op Golgotha het Woord klinkt dat als de belijdenis van de kerk de eeuwen verduurd heeft. Als een pinksterbloem aan de kruisstam.
Marcus heeft ze als getuige van God voor ons opgetekend. Alsof hij zegt: lees maar, er staat meer dan er staat: Jezus, de gekruisigde is de Zoon van God. God in ons midden.
Die woorden vormen de echo van de stem uit de hemel bij JezuS' doop in de Jordaan en bij zijn verheerlijking op de berg. Voor de hogepriester en de Hoge Raad vormen ze de aanleiding tot het vonnis: Hij heeft God gelasterd. Hij moet sterven, want Hij heeft zichzelf Gods Zoon gemaakt. Is dat het laatste? Wordt de stem uit de hemel monddood gemaakt? Nee, toch niet. De heidense militair is de eerste van een grote schare uit Israël en de volken die de gekruisigde belijdt als Gods Zoon die gehoorzaam is geweest tot de kruisdood en door God uitermate is verhoogd. Overgegeven voor onze zonden. Ons tot heil.
Later zal Paulus, de 'dertiende apostel', in zijn brief aan de gemeente van Marcus in Rome het helder onderstrepen: Jezus is de Zoon van David naar het vlees, naar de Geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden aangewezen als de Zoon van God in kracht (Rom. 1:4).
Zo staat het kruis in het licht van de opstanding. En de opstanding bevestigt het kruisgeheim.
De woorden van de officier vormen een hoopvol signaal. Het is niet afgelopen met Jezus. Het spoor van de Geest, de weg van het Woord loopt bij het kruis niet dood.
God regeert vanaf het hout. Rondom de gekruisigde Messias vergadert Hij zijn gemeente.
Een Romeins officier is de eersteling. Nota bene een vertegenwoordiger van het machtige Romeinse rijk. 't Moet voor de vervolgde gemeente van Rome een geweldige bemoediging zijn geweest. Het mag ook voor ons een bemoediging zijn in een wereld, waar voor je gevoel de Naam van de gekruisigde hoe langer hoe meer in diskrediet raakt.
En tegelijk vormen zijn woorden een vraag of we met Hem mee belijden en in deze Zoon en Heere erkennen als de Heiland van ons leven.
In de Pieterskerk in Utrecht bevinden zich vier zandstenen reliëfs. Op een van hen is de kruisiging afgebeeld. Links van het kruis van Christus zie je een soldaat staan, die met de speer in de zijde van Jezus steekt. De legende stelt hem gelijk aan deze officier en geeft hem de naam Longinus. Hij wordt afgebeeld als een blinde. Maar het bloed uit de zijdewond van Christus valt op zijn ogen. Het heeft helende kracht. Het maakt hem ziende. Toegegeven: dat is fantasie. Maar de boodschap is helder: om het geheim van kruis en opstanding te verstaan moet Gods Geest je ogen openen. Op weg naar Pasen bidden wij: Heere, open mijn ogen opdat ik U mag zien in de glorie van Uw liefde.
A. NOORDEGRAAF, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's