Christus Victor
DUISTERE MACHTEN WORDEN TOT PUBLIEK SCHOUWSPEL
< , Christus Victor - Christus is Overwinnaar. Dat belijden en bezingen u> ij vanuit de werkelijkheid van Pasen. We doen dat niet met het hoofd in de wolken of met oogkleppen op, maar met beide voeten op de grond en met een gescherpt oog voor alle leed en dreiging in deze wereld.
Dr. Joh. Verkuyl vertelt hoe hij in 1939, onder de dreiging van de Tweede Wereldoorlog, in Amsterdam de grote wereldconferentie van de christelijke jeugd uit alle werelddelen meemaakte. Juist toen was het thema 'Christus Victor.* 'Die leus had niets triomfantelijks; we voelden allen aan wat er ging gebeuren. Nooit heb ik het woord vergeten dat ons werd meegegeven aan het eind van de conferentie, het woord van Jezus: 'In de wereld lijdt gij verdrukking; maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen!' (Joh. 16 : 33) Wij beseften dat in het centrum van de wereldgeschiedenis geen 'Are de Triomphe' staat, maar een kruis en dat achter het kruis het licht van de opstanding straalt.' (De kern van het christelijk geloof, 1992, 266).
In zijn kruis en opstanding heeft Christus 'de overheden en de machten' onderworpen. In Kolossensen 2 : 15 lezen we dat Hij ze heeft uitgekleed en in het openbaar tentoongesteld, dat Hij ze dus in hun naaktheid te kijk heeft gezet als teken van zijn triomf. Bij die woorden overheden en machten kunnen we van alles invullen. Het gaat in elk geval om negatieve, duistere krachten. De Bijbel spreekt over de satan en zijn rijk van demonen. Het getuigt van geborneerdheid en bijziendheid wanneer het werkelijke bestaan en de actuele activiteit van deze machten ontkend wordt, als zou het om achterhaalde 'mythologische' voorstellingen gaan!
Waardevol is overigens de vertolking die dr. H. Berkhof in zijn boek Christus en de machten (1953) van dit bijbelse spreken heeft gegeven: hij spreekt van codes, taboes, tradities of modeideeën. Er zijn allerlei machten die aan de enkelingen onverbiddelijk hun gedrag voorschrijven: de staat, het bedrijf, het partijbelang, de behoeften van de maatschappij, de adat, de mode, de publieke opinie, de ideologie. Vaak hebben we niet eens door hoezeer we slaaf zijn van deze machten. Soms zuchten we eronder en voelen we de banden schrijnen.
Het kruis als zegekar
De macht van satan en demonen hangt samen met de zonde, met het kwaad in ons hart. Door de zondeval heeft de duivel voet aan de grond gekregen op planeet aarde, ja, hij heeft in deze wereld de touwtjes in handen gekregen. Daar hebben we zelf om gevraagd, zoals in de jaren dertig van de twintigste eeuw het Duitse volk zelf Hitier tot Führer heeft gekozen. Dat was een keus voor dood en verderf. Zo is onze keus in het paradijs een keus voor dood en ondergang geweest en de wereld zucht tot op de dag van vandaag onder de gevolgen van die dwaze keuze. Maar nu is Christus gekomen! Hij is in opdracht van zijn hemelse Vader vrijwillig ingegaan in de gevangenis, de ommuurde vesting van de • dood. Hij daalde neer in de hel, in het hoofdkwartier van de vorst der duisternis. Niet door zijn zonde - want die had Hij niet - , maar vanwege onze zonden die Hij op zich nam!
Wat hebben die 'overheden en machten' gelachen, toen ze meenden Christus in hun greep te hebben. En wat hebben ze de poorten van de dood bewaakt, met een grote steen voor het graf, een zegel op die steen en een soldatenwacht ervoor. Alle duivels, alle antigoddelijke krachten hebben zich ingespannen en zijn gemobiliseerd om Christus voorgoed gevangen te houden in de burcht van de dood.
Het leek erop dat ze daarin geslaagd waren! Aan het kruis leek Jezus de volkomen machteloze. Anderen had Hij verlost, maar zichzelf verlossen, kon Hij niet. En toch... juist aan het kruis behaalt Jezus de grote overwinning. Wat een nederlaag scheen, bleek een volkomen triomf en wat zijn diepste schande scheen, bleek uiteindelijk Zijn hoogste heerlijkheid te zijn.
Daar, aan Golgotha's kruis, heeft Christus de kop van de oude slang vermorzeld. Daar heeft Hij de kracht van de satan verbroken door de zondeschuld te verzoenen. Daar is, zoals in Kolossensen 2 : 14 staat, de aanklacht tegen ons die in Hem geloven, weggenomen. De schuldbrief is verscheurd. En dus kan en mag de duivel hen niet meer aanklagen voor wie Christus Vérzoening heeft gebracht. De duivel heeft geen vat meer op hen en geen macht meer over hen.
Door het kruis heeft Christus over de machten getriomfeerd. Het kruis kan dus als plaats van overwinning getekend worden. Alle vijandige machten zijn gebonden aan de zegekar van Christus' kruis. Dat is de overwinning die de Heere Jezus op de Goede Vrijdag heeft behaald en die op Pasen aan het licht is gekomen.
Vandaar op de paasmorgen het open graf, soldaten die als doden werden, vijanden die niet meer weten waar ze blijven moeten. Christus heeft dood, graf en hel van binnenuit overwonnen. En deze machten zijn vervolgens in het openbaar ten toon gesteld. Ze zijn tot een publiek schouwspel geworden. In het oude Rome hielden overwinnaars een zegetocht door de stad, waarbij de verslagen vijanden naakt aan de zegekar waren gebonden en zo werden rondgeleid, door iedereen uitgelachen en bespot. Aan het einde van
die tocht werden ze gedood. Zo moeten nu de machten van het kwaad eenmaal voorgoed verdwijnen in de poel die brandt van vuur en sulfer. Dan zal Christus' paasoverwinning ten volle blinken en schitteren. Dan zal de volkomenheid van het koninkrijk Gods aanbreken, waarin God alles zal zijn en in allen. Nu al, terwijl het koninkrijk Gods verborgen is, is aan Christus gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Gelovig realisme
De vraag rijst: als de 'machten' al onderworpen zijn en Christus' overwinning realiteit is, hoe komt het dan dat we er zo weinig van zien, juist ook in onze tijd? Lijken de machten van leugen en dood, van verderf en verslaving, van massaverdwazing en agressie het niet voor het zeggen te hebben in onze dagen? Worden we niet geconfronteerd met een wetenschap die van God niet weten wil en een techniek die de grënzën van Gods gebóden niet respecteert?
Voor christenen dreigen twee grote gevaren in dit verband. Aan de ene kant de neiging om in je schulp te kruipen en steeds meer een terugtrekkende beweging te maken. We durven dan nauwelijks meer vrijmoedig over God te spreken. We durven geen beroep te kiezen waardoor we midden in de branding komen te staan, in de wereld, maar niet van de wereld. Aan de andere kant is er het niet minder acute gevaar dat we ons zozeer gaan aanpassen aan wat 'in' is en wat 'men' vindt, dat we in feite in het openbare leven 'de machten' volgen in plaats van Christus, onze Kurios. Dan leiden we een gespleten bestaan en leggen we misschien 's zondags op elk slakje zout, terwijl wij 's maandags zouteloos in de maatschappij staan.
Hoe kunnen we dit dubbele gevaar bestrijden? Niet door via een soort morele herbewapening op gereformeerde grondslag elkaar allerlei regels voor te schrijven en elkaar aan te sporen om door het handhaven van die regels ons van anderen te onderscheiden en ons christen zijn 'waar te maken.' Dan beginnen we precies aan de verkeerde kant! Laten we niet bij de wet, maar bij het evangelie beginnen! Vanuit het geloof in het evangelie van Goede Vrijdag en Pasen krijgen we de situatie aan het front helder in het vizier. We mogen er telkens weer van ophoren dat Jezus Overwinnaar is en dat we daarom, ondanks de schijn van het tegendeel, mogen strijden voor een gewonnen zaak. Paulus heeft dat in de brief aan de Kolossensen krachtig onderstreept. De gelovigen in Kolosse waren geneigd om terug te vallen in de heidense verering van tussenmachten (engelen of demonen) en meenden zich weer te moeten buigen onder het juk van allerlei verplichtingen om de machten te vriend te houden. Daartegenover bazuint Paulus de triomf uit van Christus, die de gehele kosmos reeds tot de orde heeft geroepen. In de brief aan de Efeziërs legt de apostel andere accenten. De strijd tegen de machten, tegen de geestelijke boosheden in de lucht, moet nog dag in dag uit in de wapenrusting van het geloof gevoerd worden. Het is van het grootste belang dat we steeds waakzaam en weerbaar blijven tegenover de satan, de wereld en ons eigen vlees, dus tegenover de vijand binnen en buiten de poorten.
Meer dan overwinnaars
Zo houdt de prediking van Jezus' overwinning niet alleen een bemoediging, maar ook een uitdaging in. Missen wij niet te vaak de vrijmoedigheid en de kracht om werkelijk getuige van Christus te zijn? 'Doet de gemeente vandaag de dag niet maar al te vaak alsof zij geen levende Koning heeft? Te midden van alle ongeloofsstemmen klinkt de verkondiging van Pasen. De machten mogen nu worden uitgejouwd en in al hun naaktheid en onbeholpenheid ten toon worden gesteld. Koning Atoom, koning Verslaving, koning Twijfel en koning Dood - wij lachen jullie uit! De dood heeft zijn prikkel verloren en het graf is zijn overwinning kwijt.
De verlossing in Christus is nog niet voltooid, maar ze is wel voorgoed begonnen. De poorten van de hel zullen de gemeente van Christus niet kunnen overweldigen. Als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? In alle verdrukking zijn we meer dan overwinnaars door Christus die ons kracht geeft. De gemeente van Jezus Christus mag dapper uit haar schuilhoek te voorschijn komen en midden in de wereld van vandaag, midden in de moderne cultuur en maatschappij, in de wetenschap, de kunst en de politiek, in de economie, de zakenwereld, ja op alle terreinen van het leven frank en vrij belijden 'Jezus is Overwinnaar!'
J. HOEK, VEENENDAAL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's