Boekbespreking
Piet Zuidgeest, De afwezige God. Rol en betekenis van de christelijke traditie in een periode van rouw Uitg. Kok, Kampen, 2001; € 16, 70.
In zoet promoveerde aÜdteJKatholieke UnWpfSïteit van ffijfcggen Piet l^geesföp hefproefschrift The Absence of God^& ftUÊBfg 0 the Christian Tradition in a Situation ofMourning. Bij uitgeverij Brill in Leiden verscheen deze dissertatie in de serie Empirical Studies in Theolofjy. Dr. P. Zuidgeest is senior supervisor van de Klinische Pastorale Vorming en was tot 1998 geestelijk verzorger bij de ggz's Hertogenbosch. Als een bewerking van zijn dissertatie kwam een aantal maanden later het boek 'De afwezige God' uit, dat nu ter bespreking voorligt.
De theoretische hoofdstukken van dit proefschrift zijn in deze Nederlandse bewerking samengevat. Daarnaast wordt een opzet gegeven voor een pastoraal practicum van een achttal groepsbijeenkomsten in het kader van rouwbegeleiding. Met groeiende interesse heb ik kennisgenomen van de inhoud van dit boek.
Hoewel het duidelijk vanuit een roomskatholieke setting is geschreven, waarmee ook de theologische inhoud is te typeren, zette het me opnieuw stil bij dit onderwerp. Nu ik al een aantal jaren ervaring heb opgedaan met gesprekskringen voor rouwdragenden in de gemeente, vond ik in deze gepopulariseerde versie van dit proefschrift gedachten nader uitgewerkt of aangestipt die men ook in de praktijk zal tegengekomen. Opnieuw wordt hiermee voor mij onderstreept dat we in het pastoraat meer en gericht aandacht moeten besteden aan dit toenemende aantal gemeenteleden.
Uiteraard weet ik dat Paulus ons in zijn 'als één lid lijdt, lijden alle leden', oproept om gemeenteleden met verdrietige ervaringen niet te isoleren van gemeenteleden die 'alleen maar voorspoed' kennen. Het slot van het boekje Ruth laat ons zien hoe buren die Naomi eerst als een Mara hebben nagewezen, later de naam van Naomi weer weten te noemen en zelfs de naam van het prachtige (klein)kind mogen aandragen! Dus: binnen de gemeente kunnen we met alle verschillende ervaringen toch veel voor elkaar betekenen. Daarom zou ik ook willen pleiten voor (tijdelijke) Marakringen (rouwervaringsgespreksgroepen) naast en als opmaat naar bestaande of nieuwe bijbelkringen.
Nu de inhoud van het boek zelf. Een belangstellend, maar niet eigentijds theologisch en psychologisch geschoold gemeentelid zal eerst wat moeite moeten doen om zich bepaalde technische termen eigen te maken. Zoals communicatiemodel (de interne dialoog met jezelf, zoals bijv. in
Psalm 35 'twist met mijn twisters Hemelheer'), coping (het verstandelijk leren inschatten van de gevolgen van een verlies met behulp van bijbelteksten of ervaringen van anderen), hermeneutisch verstaan van klassieke teksten. Wie daar niet voor terugschrikt, zal in de Bijlage (pag. 156-175) in een handzame en begrijpelijke vorm terugvinden, waar deze 'geleerdheid' toe leidt. Dat resultaat is naar mijn mening begrijpelijk, herkenbaar en ook in onze protestantse setting voor een deel bruikbaar.
De voorgestelde psalmkeuze zal door menigeen herkend worden, ook al delen we de theologische vooronderstellingen en uideg daarvan vaak niet. Toch deed het me goed te lezen, hoe ook in rooms-katholieke kring mensen rondom een geopende Bijbel samenkomen. Wie naar reformatorische opvatting echt meent, dat we 'de gewoonte niet boven de waarheid Gods mogen verheffen' (art. 7 NGB), die zal ook nog wel eens in eigen vlees moeten snijden.
De eerste hoofdstukken gaan over de christelijke traditie volgens Vaticanum II en de betekenis hiervan voor het onderwerp. Hierbij wordt toegelicht hoe de zogenaamde 'narratieve theologie' (het omgaan met de bijbel op de wijze van Ter Lindens 'Het verhaal gaaf) gebruikt kan worden. 'De om gangstaal van het geloof spreekt niet over hét heil, dé ziel, dé waarheid, of dé genade. De taal van het geloof is de taal van het verhaal, van de liturgie en het lied' (pag. 33). In volgende hoofdstukken wordt dit nader uitgewerkt en in praktijk gebracht. Daarbij blijkt dat de andere Schriftopvatting ook leidt tot een visie die we zo niet kunnen delen: 'Er bestaat naast rouwen niet zoiets als gelovig rouwen' (pag. 72). Overigens wordt deze opmerking op pag.
157 nadrukkelijk door de schrijver zelf tegengesproken. Als het gaat over de betekenis en de inhoud van een 'rouwgespreksgroep' stelt hij vast 'dat deelnemers hun eigen visie op rouw en de plaats daarin van God moeten verkennen'. In de Bijlage wordt het programma voor
acht avonden afgedrukt. Daarbij zal vanuit onze protestantse traditie - door de schrijver omschreven als 'verschil in geloofscultuur' (pag. 128)- meer plaats zijn voor gebed (ook stil gebed!), gezongen psalm en lied en meditatie door de pastorant. Het boek is keurig verzorgd uitgegeven bij Kok in Kampen voor 'pastores en vrijwilligers in de kerk en voor allen die mensen in rouw begeleiden'. Voor een nuttig gebruik van het boek is wel een behoorlijke scholing vereist.
P. VERMAAT, SCHEVENINGEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's