Evaluatie van de hertaling van de liturgische formulieren
In de Waarheidsvriend van 9 mei 2002 berichtten wij dat de gesprekken tussen het moderamen van de generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk en het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond over de evaluatie en de kerkelijke status van de hertaling van de klassieke liturgische formulieren hadden geleid tot het instellen van een werkgroep ad hoe door de Redactie Dienstboek. Het gaat daarbij om de voorlopige uitgave die het hoofdbestuur in het najaar van 2000 naar de hervormd-gereformeerde kerkenraden stuurde.
Deze werkgroep is samengesteld uit leden die werden voorgesteld door zowel de Redactie Dienstboek als het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Vanuit de redactie Dienstboek werden benoemd de predikanten ds. W. P. van der Aa uit Renkum, ds. D. M. Elsman uit Opijnen, dr. K. W. de Jong uit Alphen aan den Rijn en ds. P. M.J. Hoogstrate uit Ermelo, alsmede de neerlandicus W. Hagoort uit Ermelo. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond benoemde de predikanten ds. A. Baas, ds. F. Hoek en ds. R. H. Kieskamp, alsmede de neerlandici C. Bregman en dr. J. de Gier. Ds. Baas en dr. De Gier waren reeds betrokken bij de hertaling en waarborgen zo de continuïteit tussen de hertaling en de evaluatie. Tezamen vertegenwoordigen zij de kerk, omdat het moderamen van de hervormde synode uitgesproken heeft dat de liturgische formulieren een verantwoordelijkheid van de hele kerk zijn. De Gereformeerde Bond kan namelijk als vereniging geen kerkelijke formulieren vaststellen. De doelstelling van de Redactie Dienstboek en het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond is dat de kerkelijk geijkte hertaling zal worden opgenomen in de reeks Proeven voor de Eredienst. Inmiddels hebben de gezamenlijke moderamina in oktober 2002 gaarne met dit voornemen ingestemd.
In april 2002 heeft de werkgroep haar werkzaamheden aangevangen. Ter voorbereiding van de gesprekken in de werkgroep werden de leden twee aan twee belast met de voorbereiding van de evaluatie van de verschillende formulieren. De werkzaamheden zetten in met de evaluatie van het doopformulier. Al snel bleek op grond van de reacties en het nadere gesprek in de werkgroep over de uitgangspunten van de hertaling dat deze evaluatieronde opnieuw de vragen naar de verhouding van de theologische vooronderstellingen van de klassieke formulieren, hun verschillende uitgaven en de hertaling ter discussie zou moeten stellen. Hertalen blijkt in vele gevallen ook een her-interpreteren te zijn. Dit nu kan in een hertaling die bedoelt het 'oude goud' opnieuw toegankelijk te maken, niet de bedoeling zijn. Onder de leden van de werkgroep bevinden zich enkele met een specifieke kennis van de wordingsgeschiedenis van de formulieren en met name ook van de verschillende uitgaven daarvan. Dit is zeer behulpzaam om zo dicht mogelijk naar het origineel toe te hertalen, maar vraagt wel de nodige tijd om de verschillende versies met elkaar te vergelijken. Daarnaast blijft onverkort de noodzaak bestaan om de vaak ingewikkelde gedachtegangen met bijbehorende zestiende-eeuwse lange zinnen tot hoorbare en leesbare proporties terug te brengen. Maar ook dan blijken het idioom van de geloofsleer en de taalwereld waarin deze tot ons komen nauw met elkaar samen te hangen.
Een heel ander probleem is de wijze waarop de Heilige Schrift in de formulieren wordt geciteerd. Soms is er sprake van een letterlijk citaat - al is niet altijd meteen duidelijk uit welke vertaling, maar veel vaker zien wij een zogenoemd 'liturgisch gebruik van de Heilige Schrift', dat door de eeuwen heen en ook in de tijd van de Reformatie gebruikelijk is geweest. Dit wil zeggen dat er min of meer vrij wordt geciteerd in het kader van de gedachtegang die door de auteurs wordt ontwikkeld. Vooralsnog is er door de werkgroep voor gekozen om de letterlijke citaten weer te geven in de Statenvertaling van de zogenoemde Tukkerversie 1977, terwijl bij vrije citaten in de uiteindelijke keus zowel de Statenvertaling als de gekozen bewoordingen (die veelal aan een buiten gebruik geraakte vertaling zijn ontleend) in de gedachtegang meespelen.
Door al deze en andere overwegingen bleek al gauw dat de noodzakelijke zorgvuldigheid en de gevraagde snelheid op gespannen voet met elkaar staan. Inmiddels kon in juli 2002 een eerste concept-evaluatie van de hertaling van het formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan kinderen worden vastgesteld. Daarna werd het formulier voor de bevestiging van het huwelijk aan de orde gesteld, in het najaar gevolgd door het belijdenisformulier en de bediening van het Heilig Avondmaal. Dit alles betekent dat het gestelde doel bij lange na niet gehaald zou worden: afronding van de werkzaamheden in maart 2003. Als termijn van voorlopige afronding van de werkzaamheden is nu het begin van najaar 2003 gekozen. Inmiddels was ook duidelijk dat de beoogde publicatie van de volgende (en vooralsnog laatste) aflevering van de reeks Proeven voorde Eredienst niet in het najaar van 2003 maar in het voorjaar van 2004 moet worden voorzien. Een en ander geeft nu de mogelijkheid om de hertaling na afronding voor te leggen aan zowel de Redactie Dienstboek als het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en de bevindingen van deze zo nodig nog te verwerken in een definitieve publicatie. Aangezien de datum van verschijnen nu nog niet exact kan worden aangegeven, zullen wij in het najaar opnieuw verslag van de stand van de werkzaamheden van de werkgroep en de datum en wijze van uitgave doen.
Ten slotte is het van belang om te signaleren dat de ontmoetingen in de werkgroep en het theologisch gesprek tussen de vertegenwoordigers uit verschillende modaliteiten en richtingen van onze kerk een grote mate van herkenning en verdieping opleveren. Dit bleek bijvoorbeeld in een recent gesprek van de vertegenwoordigers van het hoofdbestuur, de redactie en de werkgroep over de vraag naar de achtergronden van de wijze waarop in het formulier van de Heilige Doop de verhouding van besnijdenis en doop wordt beschreven en de mogelijke misverstanden die dat in het huidige tijdsgewricht zou kunnen oproepen. Deze signalen van gedeelde herkenning stemmen tot dankbaarheid en openen perspectieven vooreen hernieuwde aandacht voor de ontwikkelingen in de eredienst in de gereformeerde traditie.
Namens de Redactie Dienstboek os. J. H. UYTENBOGAARDT (SECRETARIS) Namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, P. J. VERGUNST (ALGEMEEN SECRETARIS)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's