De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heerlijk woord van Petrus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heerlijk woord van Petrus

DE APOSTELEN VAN JEZUS CHRISTUS [XI]

8 minuten leestijd

Petrus is eigenlijk de enige apostel uan wie wij met zekerheid weten dat hij getrouwd was. Zijn schoonmoeder komt ter sprake in Markus 1: 30. Zij is ziek, als Jezus met enkele discipelen thuiskomt op de sabbath uit de synagoge. Terstond wordt zij door Jezus genezen, en bedient zij de gasten. Dit behoeft natuurlijk niet te betekenen dat Petrus weduwnaar was. Zijn vrouw mocht gewoon weer rekenen op de hulp uan haar inwonende moeder. Zeker met zoveel gasten, die ook de nacht overbleven naar het schijnt. Trouwens, ook Paulus weet ons in Ejeze omstreeks Pasen uan het jaar 55 te schrijven dat Petrus zijn vrouw op reis meeneemt. Dit geldt dan als Jezus niet meer op de aarde is. Van kinderen weten wij niets, evenals wij niet weten wie van de andere apostelen gehuwd waren (vgl. 1 Kor. g : 5). Wel kan Hand. 1:14 erop wijzen dat onder de vrouwen in de opperzaal na de Hemelvaart ook echtgenotes van de apostelen waren. Een oud handschrift van de Bijbel heeft erbij: 'en kinderen'. Wij zagen al eerder dat Andreas zijn broer Simon Petrus tot Jezus heeft gebracht (Joh. 143). Daar staat dat prachtige woord over Andreas: 'En hij leidde hem tot Jezus...'. Dat is de veiligste weg en de kortste weg. 'Wij knutselen er dan met eerbied gezegd niet aan.' Zo zou ds. L. Kiviet het verwoord hebben.

Rotsman

Daar ook al ontvangt Simon van Jezus de naam Cefas, Petrus. Opvallend is echter dat de HEERE Jezus Petrus met deze naam nooit aanspreekt. Dat is regel: 'Simon', of'Simon bar Jona', of 'Simon zoon van Jonas'. Alleen één uitzondering bevestigt ook hier de regel: die uitzondering vinden we in Lukas. 22 : 31 e.v. Eerst is het: 'Simon, Simon'. Satan zal hem begeren te ziften als de tarwe. Maar Jezus bidt voor hem dat zijn geloof zal blijven. Simon Petrus voelt zich onderschat door Jezus: wat denkt de HEERE wel? Hij wil gevangenis en dood trotseren voor zijn Meester! En juist dan komt die ene keer in de vier Evangeliën, dat Jezus hem aanspreekt met 'Petrus'. De 'Rotsman' moet oppassen! Want een drievoudige verloochening komt eraan, éér het hanengekraai de nieuwe morgen aankondigt... 'Petrus, Rotsman...!' Wie meent te staan...

Maar ook vinden wij bewijzen van diepe verootmoediging bij Petrus. In Lukas. 5 : 1 e.v. is er een hele nacht vruchteloos gevist. Maar op het woord van Jezus werpt Petrus toch het net weer uit. Dan zijn er opeens twee schepen nodig om de vangst te bergen; ze zinken bijna! (vs. 7). Maar meer is: Simon valt op de knieën neer voor Jezus en stamelt: 'HEERB, ga uit van mij want ik ben een zondig mens.' Het doet denken aan Jes. 6 : 5: 'Toen zei ik: 'Wee mij, want ik verga, daar ik een man van onreine lippen ben.' Of Dan. 10 : 8: '...en ik zag dit grote gezicht en er bleef in mij geen kracht over...'

Naar Wie heeft hij toch gehoord in dit vroege morgenuur aan de zee? Op Wiens bevel toch wierp hij (Petrus) het net opnieuw uit? In vers 1 staat dat Jezus het Woord van God aan de oever liet horen aan de schare. En ineens is er iets van wat straks Petrus zal belijden, het overweldigende van 'de Christus, de Zoon van de levende God' (Mat. 16 : 16). Wie is hij nog tegenover de Almachtige, tegenover deze Jezus, hij Simon Petrus met zijn verzondigde leven...? !

'Ga uit van mij HEERE!' Kurios staat er. Dat betekent 'mijn heer en meester'; een aanspraak die in het Nieuwe Testament alleen in aanbidding kan worden uitgezegd. En dan is er iets moois: Petrus voelt zich niet waard in Jezus' heilige nabijheid te verkeren. Maar Jezus gaat van hem niet uit, maar blijft juist in zijn nabijheid. Ja, sterker: Petrus mag achter Hem volgen voortaan, en door de prediking van het Evangelie mensen vangen!

Heerlijk woord

Wie deze verootmoediging kent, ziet wonderlijke rijkdom in Jezus opengaan. Dat leert ons Joh. 6 : 68. Na Jezus' prediking gaan velen terug. Ze vinden Zijn prediking 'hard'. Zijn vlees is spijs, Zijn bloed is drank. Wat doet een mens daarmee zonder onderwijs van de Heilige Geest (vers 63). Dan vraagt de HEERE Jezus aan de twaalven of zij ook maar niet willen weggaan. En dan komt dat heerlijke woord van Petrus: 'HEERE, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van het eeuwige leven.' Wie dat zag opengaan in Jezus komt nooit meer los van Hem. Dan kunnen we ook, als het mag van Jezus zelfs over water lopen. Maar 't moet dan wel een zien op Hem alleen blijven. Éen blik van hem af en ...Petrus zinkt in de golven (Mat. 14:30).

Tegelijk lijdt Jezus zo vaak onder de onkunde van Zijn discipelen. Bijvoorbeeld bij de kwestie van het eten met ongewassen handen, door Schriftgeleerden en Farizeeën aan de orde gesteld (Mat. 15 : 1 e.v.). Petrus heeft zo zijn vragen daarover. Maar de HEERE verwondert zich. Zijn ook zij nog zo onwetend? (vers 16) Begrijpen ze dan nog niet dat de onreinheid van de zonde uit het hart van de mens opkomt? Die vuile bron, waar David in Psalm 51 over spreekt (vers 12). En niet van de ongewassen buitenkant!

Herkend

Wij naderen Petrus' bekende belijdenis (Mat. 16, Mark. 8, Luk. 9). Alleen Lukas vertelt ons dat Jezus hiervoor Zijn gebed in de stilte onderbreekt. Dat is veelzeggend! Zó van het gesprek met de Vader naar het gesprek met de discipelen. Wat hebben zij nu van de

Vader geleerd? Daarom Jezus' vraag: wie zeggen de mensen dat Hij is? Dat weten ze wel: Johannes de Doper of Elia of Jeremia of één van de profeten. Maar dan: 'Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? ' En dan opeens Petrus' antwoord: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'. Dat is wat voor Jezus geweest! 'Vader, Ik ben herkend!' En dan tot Petrus: 'Zalig zijt gij, Simon bar Jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar 'Mijn Vader, Die in de hemelen is...' Hier moet het hart van Jezus wel vervuld geworden zijn met onuitsprekelijke liefde en blijdschap, Hem door de Vader, Zijn Vader bereid.

Nu komen die geweldige woorden over Petrus. Petra, een Rotssteen is hij (Mat. 16 : 18). Jezus zal zijn gemeente erop bouwen en de poorten van de hel zullen die niet overweldigen. 'Petrus, petra': een woordspeling van Jezus op het woord rots. Het is hier voor het eerst dat de Heere Jezus het woord 'gemeente' in de Evangeliën gebruikt. Een naam die ook het oude Israël reeds droeg. (Deut. 5 : 22; 9 : 10). Niet iedereen mocht eraan deelnemen. Het gaat om de 'vergadering des HEEREN (Deut. 23 : 2 e.v.). Bijvoorbeeld bij de tempelinwijding (1 Kor. 8 : 14 e.v.) en de wetslezing door Ezra, met vrouwen en kinderen (Neh. 8 : 3, 4). Welnu, deze gemeente zal de HEERE op de petra bouwen. Niet op Petrus. Even denken we aan Jes. 51:1, 2: 'Hoort naar Mij; aanschouwt (Abraham), de rots (steengroeve) waaruit gij gehouwen zijt...'

Nu bouwt Jezus Zijn gemeente niet 'uit de rots Abraham, door vlees en bloed', maar 'op deze rots petra.' Dat is op datgene, wat Zijn Vader uit de hemel aan Petrus openbaart, en als belijdenis wordt uitgesproken. Dat staat niet los van Petrus, en evenzeer niet los van de andere apostelen. Gelovigen worden (Ef. 2 : 19, 20) huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, en Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen. Vergelijk ook Op. 21:14: 'En de muur van de stad had twaalf fundamenten, en daarin de namen van de twaalf apostelen van het Lam.'

Tevens zal Jezus de sleutels van het Koninkrijk der hemelen aan Zijn apostelen geven. Dat laten we nu maar even voor wat het is (Mat. 16 : 19). Maar ieder zal kunnen aanvoelen dat hier van geen paus of hemelwachter gesproken wordt. En op Petrus zélf valt niet te bouwen, al spreekt Jezus hem zalig.

Aanstoot

Immers: enkele verzen verder in Mt. 16 (21 e.v.) toontjezus Zijn lijden, sterven en opstanding. Petrus bestraft Hem. Maar hij moet achter Jezus blijven. Want nu is hij zó voor Jezus een satan, een aanstoot, een struikelblok. Nu verzint Simon bar Jona dingen tegen God in, die zijn eigen zojuist beloofde zaligheid in de weg staan. Laat hij Jezus volgen, en zijn (niet Zijn) kruis opnemen (vs. 24).

Intussen heeft Petrus heerlijke dingen met Jezus meegemaakt. Genezingen, opwekking van de doden, spijziging van duizenden, onderwijs, prediking en gelijkenissen, met aparte uitleg voor de discipelen erbij. Maar wat nu komt, gaat alles te boven.

De HEERE neemt het drietal Petrus, Jakobus en Johannes mee op een hoge (welke? ) berg. Om te bidden (Luk. 9 : 28) Het is nacht. De drie zijn in slaap gevallen. Maar plotseling ontwaken zij: terwijl Jezus bidt, wordt Hij veranderd van gedaante. Zijn aangezicht blinkt als de zon. Zijn kleren worden blinkend wit, als de sneeuw, als het licht. De twee hemelingen Mozes en Elia spreken met Jezus. Het moet wel door bijzondere openbaring van de HEERE geweest zijn, dat het drietal hen herkent. Op hen beiden ligt ook de heerlijkheid des Heeren (Luk. 9:31). Alleen Lukas zegt ons, dat zijn 'beraadslagen, overleggen' met Jezus over zijn lijden in Jeruzalem. De hemel houdt overleg met Jezus! Mozes en Eliaivertegenwoordigen de wet en de profeten. Door te sterven in Jeruzalem vervult Jezus Gods heilsplan. Door dood, opstanding en hemelvaart, door lijden de weg tot glorie (Lk. 9 : 22). In de heilige stad met Gods tempel. En de heerlijkheid op de berg houdt zeker de belofte in zich van Pasen. Maar dat Jeruzalem, dat wacht...! Hier kunnen wij alleen maar stamelen. Of zelfs dat niet...

Thuis

De discipelen zijn blijkbaar niet zichzelf in de glans van deze heerlijkheid. Petrus wil wel blijven, als hij Elia en Mozes ziet vertrekken. De drie komen

nu immers goed van pas en kunnen hutten voor hen neerzetten op de berg tegen koude of felle zon. Maar 'hemelglorie heeft geen afdakje nodig tegen koude en zon'. Tegelijk wist Petrus niet wat hij zei en de drie waren verslagen van vrees. Ineens omgeeft een mistige wolk de berg waarin Mozes en Elia verdwijnen. En Gods stem klinkt uit de wolk hen tegen: 'Deze is Mijn geliefde Zoon, in wie ik mijn welbehagen heb. Hoort hem!' (Luk. 17 : 5). Om dat laatste gaat het: luisteren naar Jezus. Bijzonder voor Petrus ook. Over deze nacht moeten ze maar zwijgen, zolang Jezus niet is opgestaan uit de doden. Maar dat Woord, dat uitjezus' lippen uitgaat...! Petrus zal het er nog moeilijk mee krijgen. Maar vooralsnog rust Jezus' hand op hun schouder, ze staan op, en zien niemand dan Jezus alleen. Hier worden ze weer zichzelf, en komen weer thuis. Thuis bij Jezus.

J. C. SCHUURMAN, BARNEVELD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Heerlijk woord van Petrus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's