De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

De betrokkenheid van de Kerk bij een ramp' is de titel van het laatste hoofdstuk van het dagboek dat pastoor Jan Berkhout bijhield na de ramp in Volendam (Pastoor van Volendam, Uitgave Kok, Kampen). Hiervan het begin:

'De laatste tien jaar werd Nederland vijf keer getroffen door een ramp. In oktober 1992 stortte een vliegtuig neer op een woonwijk in de Bijlmer. Een flatgebouw werd totaal vernietigd door een verwoestend vuur. In december van datzelfde jaar verongelukte een vliegtuig te Faro bij een mislukte landing. In juli 1995 gebeurde hetzelfde bij Eindhoven met het Herculesvliegtuig. In de maand mei van het jaar 2000 vernietigde het vuurwerk een hele woonwijk in Enschede en op 1 januari 2001 raakte de kerstversiering in brand in de bar Het Hemeltje te Volendam. Elke ramp is verschillend - toch zijn er ook overeenkomsten:
1. Grootschaligheid
2. Chaos
3. Dodelijke slachtoffers en/of vele getroffenen.
4. Mensen uerliezen hun geestelijke oriëntatie.
Vooral bet vierde punt is voor de pastor en de kerken van groot belang. Bij een ramp worden mensen in hun persoonlijk leven direct getroffen. Door de rampzalige gebeurtenissen verliezen zij de greep in hun leven. De basisgevoelens om te kunnen leven zijn verdampt, zoals het gevoel van veiligheid en vertrouwen. De wereld om je heen is onbetrouwbaar geworden, je bent je houvast kwijt. Het zingevingssysteem functioneert niet meer of onvoldoende. Mensen in zo'n crisissituatie opvangen is mede de zorg van de pastor. De eigenheid van de taak van de pastor is dan om mensen in deze situatie nabij te zijn, opdat het gevoel van veilig te zijn weer terugkeert. Het verloren vertrouwen moet herwonnen worden. (…)
Hoe belangrijk de taak van de kerk kan zijn gevingssysteem heb ik vooral ervaren in die eerste weken na de ramp. Ik denk dan aan mijn bezoek aan het AMC op die eerste ochtend. De verslagenheid was groot. Het verdriet maakte mensen sprakeloos. Het feit dat de pastoor er toen was om te delen in het leed van de mensen werkte helend, troostend en geruststellend. Ik hoefde niets te zeggen, alleen maar er te zijn - luisterend, begrijpend, delend, biddend en door een arm om iemand heen te slaan. Meer kon ik niet doen en meer was op dat moment ook niet nodig. Er werd een begin gemaakt met "ordening aanbrengen in de chaos" die door de brand was ontstaan. Daarna de bezoeken aan de families en het regelen van de uitvaartdiensten, het verder opvangen van de nabestaanden en de getroffenen. De nabijheid in die eerste weken maakte het ook mogelijk actief te blijven in het verdere traject van de nazorg. De media maakten duidelijk hoe belangrijk de rol van de kerk kan zijn.'

De klacht van de Vrede is de titel van een artikel van prof. dr. G. J. Borger in het Contactblad van de afd. G.B. te Amsterdam. Over Erasmus:

'In 1517 schreef de toen al beroemde geleerde Erasmus van Rotterdam (1469?-1536) een klein boekje met de titel De klacht van de Vrede (Querela pacis). Erasmus volgt dan al een aantal jaren met toenemende bezorgdheid het nieuws van zijn dagen en ergert zich steeds meer aan het gemak waarmee vorsten verdragen breken en oorlogen beginnen. Hij is van mening dat de oorlog ingaat tegen de menselijke natuur en dat het zeker christenen niet geoorloofd is om oorlog te voeren. Bovendien: een oorlog brengt geen voordeel, want ook de overwinnaar heeft vaak veel verloren. Alleen onnozelaars beginnen luchthartig een oorlog. Dulce bellum inexpertis oftewel in een Nederlandse vertaling van de 16e eeuw. Wie zocht hem niet, kent de oorlog niet.
Aanleiding tot het schrijven van dit werkje was het plan van de gekroonde hoofden in Europa om een topconferentie te beleggen waarop eens en voor altijd de oorlog zou worden uitgebannen. Er was op dat moment een nieuwe generatie van jonge vorsten aan de macht gekomen en dat had verwachtingen gewekt. Erasmus droomde zelfs van een gouden eeuw van vrede, waarin de christelijke vroomheid samen met de schone letteren en de wetenschap opnieuw tot bloei zou komen. De conferentie vond plaats in maart 1517, maar liep op een mislukking uit. Daarmee had het boekje zijn actuele betekenis verloren. Maar Erasmus bleef eraan werken. Toen het in december 1517 verscheen, kreeg het de titel mee: De klacht van de vrede die overal door alle volken verstoten en versmaad wordt. In dit boekje stelt Erasmus de Vrede voor als een persoon en laat hij haar in alle vrijheid aan het woord. Door de keuze voor die vertelvorm is het vaak niet duidelijk wat Erasmus zelf vindt. Eerder had hij in navolging van Matt. 5 : 39 al eens geschreven: heel de filosofie van Christus leert ons de oorlog af (Tota Christi philosophia dedocet bellum). En ook in dit boekje laat hij de Vrede oproepen om het voorbeeld van Christus te volgen. Toch stond Erasmus niet afwijzend tegenover iedere vorm van verzet of geweld. Tegen de oprukkende Turken moest de strijd worden voortgezet en onder bepaalde omstandigheden was ook een aanvalsoorlog volgens hem verdedigbaar. Daardoor heeft het gedachtegoed van Erasmus ook op dit terrein altijd iets dubbels gehouden.
De Klacht van de Vrede behoort nog steeds tot de mooiste teksten van de vredesliteratuur. In tijden van onzekerheid en dreigend geweld grijpt menigeen naar deze Klacht, die uitmondt in een vurig pleidooi voor de vrede. Johan Huizinga sloot zijn biografie van Erasmus in 1924 dan ook af met de zin: Het beschaafde mensdom heeft reden Erasmus' naam in ere te houden, al was het enkel omdat hij de innige prediker is geweest van die algemene zachtmoedigheid die de wereld zo bitter hard nodig heeft. Vrede heeft het boekje echter niet gebracht. In de jaren die volgden werd een nieuwe golf van gruwelijkheden uitgestort over de bewoners van verschillende delen van Europa. Want terwijl Erasmus schreef, sloeg Luther zijn stellingen aan de slotkapel in Wittenberg, de opmaat voor de gruwelijke godsdienstoorlogen van de zestiende eeuw. (…)'
V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's