De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gezien, gehoord, getast

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gezien, gehoord, getast

DE APOSTELEN VAN JEZUS CHRISTUS [10, VERVOLG]

9 minuten leestijd

Hiermee is niet alles van Johannes gezegd uiteraard. Veel wondertekenen van Jezus heeft hij ons beschreven. Bijv. te Kana (2 : iw), waar water wijn wordt; genezing van de zoon van de hoveling en van de verlamde (4 : 46W; 5 : iw). Zijn wandelen op het water (6 : i6w); de blindgeborene (9 : iw), Lazarus' opwekking (Joh. 11). Hij wilde zo graag door deze tekenen, deze wonderen de gemeente sterken in het geloof in Christus. Maar meer nog laat hij ons belijdenissen horen van hen die tot het geloof in Christus komen. Wij zullen die niet allemaal in hun verband noemen, het zou trouwens te veel worden. Belijdenissen in allerlei variatie: Messias, Zoon van God, Koning van Israël, Lam van God, de Christus, de Zaligmaker, Heere, mijn Heere, mijn God. En Johannes heeft er zoveel meer gehoord dan hij ons beschrijft (vgl. Joh. 20 en 21 slot). En zoveel meer wondertekenen gezien. Dit alles wil bepaald niet zeggen dat Johannes vanaf het begin als een soort heilige onder de andere volgelingen van Jezus heeft geleefd. Lukas 9 laat ons daar het een en ander van zien. In vers 46 wordt die zwarte bladzijde opgeslagen over die zondige overlegging: 'Wie van ons is nu de meeste? ' En dat terwijl Jezus juist over Zijn komend lijden heeft gesproken. Vol zijn ze van onbegrip. Ze worden angstig. Maar even later wil elk de meeste zijn.

Niemand wijst naar de Heere en zegt: 'Hij is het'. Helaas, ook Johannes niet... Doet hij straks ook mee in deze twist bij de paasmaaltijd? (Lk. 22 : 24). Jezus zet een kind in hun midden. Het staat in de kring tegen al die grote mannenlichamen aan te kijken. Misschien met schuwe ogen, wellicht terwijl het huilen nader staat dan het lachen. En dan volgt Jezus' woord: de minste onder hen allen, die is groot! Zo'n kind toch...

Geen beste beurt

Heeft Johannes er veel van geleerd? Blijkbaar niet. Hij reageert direct, vlug, te vlug: 'Er is iemand die met hen Jezus niet volgt. Maar die man werpt wel in Jezus' Naam duivelen uit! Eén die met ons U niet volgt...! Hoe durft die man: Zomaar buiten ónze kring. Maar wij hebben er gauw een eind aan gemaakt!' (Lk. 9 : 49W). Ach: dat is geen beste beurt die Johannes hier maakt. Wil hij de Meester beschermen? Daar zit Jezus heus niet om verlegen. Dat Johannes mag meelopen achter Jezus aan, is bovendien alleen maar genade. En toch: Jezus houdt de kring vast: 'Wie tegen ons niet is, die is voor ons.' Maar dan in het enkelvoud tot Johannes: 'Verbied het niet!' In Mk. 9:39 voegt Jezus er nog aan toe: 'Er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastig van Mij zal kunnen kwaad spreken.' Nee, Johannes moet zijn Meester maar niet voor de voeten lopen. Het is en moet blijven: slechts volgen!

Verderop in Lk. 9 moet de Heere Jezus Johannes zelfs bestraffen, samen met Jakobus, zijn broer (vs.52 w). De Heere richt de voeten naar Jeruzalem. Zijn einde op aarde nadert. Maar de afstand is nog groot, en er dient een herberg gezocht te worden voor de nacht. Een herberg in Samaria is Jezus goed genoeg. Maar hij wordt geweigerd! Deze jood, die naar Jeruzalem reist: dat nemen de Boanerges, de zonen des donders niet. Je zou ze! Hun gedachten gaan naar Elia's geschiedenis. Vuur van de hemel: dat zijn ze hier waard: dat moet ze verslinden (2 Kon. 1:10). Maar, wat zou de Meester ervan zeggen? Je weet met Hem niet altijd waar je aan toe bent. Zou 't van Hem mogen? En dan is er ineens Jezus' be-

Na de behandeling van deel X van de serie over de apostelen, plaatsten we de vorige keer deel XI, over Petrus. Het was de bedoeling dat echter eerst deel X-vervolg geplaatst zou worden, waarin opnieuw Johannes onze aandacht vraagt. Die aflevering plaatsen we vandaag.

RED. DE WAARHEIDSVRIEND

straffing. Geen woord over het hemelvuur. Gekomen om te behouden kan Jezus mensenzielen niet verderven. Gewoon doorlopen. En een ander dorp zoeken. En willen Jakobus en ook Johannes nu leren 'van hoedanige geest' zij zijn? Zo door en door vleselijk! Johannes: de discipel, die(n) Jezus liefhad! Maar die niet wist wie hijzelf was. Die nog niet toe is aan het 'alzo lief... opdat ieder die gelooft, niet verderve' uit Joh. 3 : 16. Wat zal hij gedacht hebben, toen hij dit 60 jaren later in zijn evangelie schreef! En geleerd had het wonder, dat hijzelf van het verderf was gered; alleen door het Lam Gods.

De lijdensnacht in

Hoeveel beter zal Johannes toen hebben verstaan ook wat hij deed, toen hij voor de paasnacht met Petrus op Jezus' bevel het paasmaal ging bereiden (Lk. 22 : 8w). Samen hebben ze het geslachte lam op tafel gezet: tastbaar teken voor Jezus: 'Alzo gaat nu het Lam ter slachting, Dat door de Vader verkoren is om de toorn van God te dragen!'

Maar zo heeft dan de Heere Johannes achter Zich aan meegetrokken, de lijdensnacht in, de laatste uren door zoals we eerder reeds in dit hoofdstuk zagen. Met een opdracht vanaf het kruis op Goede Vrijdag van Jezus: de zorg voor moeder Maria. Dwars door een stikdonkere nacht naar het wonder van de paasmorgen. En de eerste paasdagavond: 'De discipelen dan werden verblijd, als zij de Heere zagen...!' (Joh. 20 : 20).

Straks staat Jezus aan de oever van de zee in de morgenstond (Joh. 21:4). Wie herkent Hem na een wonderlijke visvangst, terwijl een nacht vissen niets had opgeleverd? Wie fluistert daar als 't ware tot Petrus: 'Het is de Heere...!' De discipel, die(n) Jezus liefhad. Ach, en dan mag hij aan de oever met Jezus en de anderen eten van brood en vis, reeds door Jezus op een kolenvuur bereid. Maar ook hun vissen mogen erbij gelegd; door henzelf gevangen, zegt Jezus. Zal er wel iemand 'ja' geknikt hebben? Maar wat een Meester: op eerste paasdag; toen met Thomas een week later. En nu weer aan de oever van de zee. De derde keer al...: (Joh. 21:14).

Petrus' belijdenis en herstel volgen nog na de maaltijd, evenals diens vraag naar Johannes' toekomst. Maar deze vraag snijdt Jezus af. Wij zullen dit nog nader bezien bij het hoofdstuk over Petrus (Joh. 21:15W).

Intussen volgen nu de wonderlijke veertig dagen, tussen Pasen en Hemel-r vaart. Alles in Jezus trekt naar huis. En toch: Hij laat zich nog ophouden. Niet alleen wonderlijke, maar ook heerlijke dagen: de discipelkring, 'aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelf levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan. (Hd. 1: iw). Hoeveel beter verstonden ze nu Zijn onderwijs, al wachtte alles op Pinksteren, dat de deuren door de Heilige Geest voluit zou openwerpen. Maar dan ook kan de Meester op hemelvaartsdag gaan. Is er geen vrees om Jezus' vertrek. Integendeel: grote blijdschap (Lk. 24 : 52)! En zo is het toen Pinksteren geworden. Op het gebed van de elven in de opperzaal, om de beloofde Geest; samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en moet Zijn broers...! Ook dat nog. Wat een wonder!

Handelingen

Nu dan zetten de lijnen zich voort in de Handelingen van de Apostelen. Grote bekeringen, wonderen, spot en bittere tegenstand. Het Sanhedrin, gevangenis, bevrijding; opnieuw gevangenis, geseling. En tóch preken; en dat met blijdschap om de smaadheid die zij voor Jezus' Naam moesten dragen (Hd. 5 : 41).

Later mag Johannes naar Samaria, met Petrus: afgevaardigd door Jeruzalem. Niet biddend om verterend vuur, maar om het vuur van de Heilige Geest, terwijl hij Samaritanen de handen oplegt! (Hd. 8 : 17). Het kan verkeren in het Koninkrijk van God!

Straks wordt Johannes met Petrus en Jakobus (niet Johannes' broer, maar Jezus' broer) een steunpilaar genoemd van de christelijke gemeente te Jeruzalem (Gal. 2 : 9). En met de anderen reikt hij in hartelijke gemeenschap de hand aan Paulus en Barnabas.

Er is zo onvoorstelbaar veel meer. Het slot van Joh. 20/21 toont dat. Hapert zijn pen? Of hapert de Heilige Geest? Maar dan is daar opeens in één regel het slot: 'Maar dit is geschreven, opdat gij gelooft datjezus is Christus, de Zoon van God. En gelovende het leven hebt in Zijn Naam' (20 : 31).

Apostel der liefde

Wij gaan naar de brieven van de apostel der liefde. 'Wij hebben gezien, gehoord, getast met onze handen het Woord des Levens, Dat bij de Vader was, en ons is geopenbaard (1 Joh. 1: iw). Hier alles doortrild van het leven met Christus. Hoe kan het anders! 'Apostel der liefde': 27 keer gebruikt Johannes het woord liefde of liefhebben in 1 Joh. 4 : 7-21. Goedkope liefde? Ach nee; twee keer staat er middenin: 'God is liefde'. En dan: 'Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons liefgehad heeft, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening van onze zonden (vs. 10). Is het wonder uit Johannes' mond te horen: 'ziet, hoe grote liefde ons de Vader (!) gegeven heeft (1 Joh. 3 : 1). Johannes' naam is sterk verbonden aan Efeze. Toch wordt hij omstreeks go na Chr. naar Patmos verbannen. Een eilandje als Vlieland, 50 km uit de westkust van Klein-Azië. Geen troon, maar verbanning. En hij heeft meer uit de lijdensbeker moeten drinken, naar Jezus' woord (Mt. 20 : 23). 'Ik, Johannes, uw broeder, en medegenoot in de verdrukking; op Patmos, om het Woord Gods, en om de getuigenis van Jezus Christus (Op. 1:9). Dan openbaart zich Jezus op de zondag, dag des Heeren, zoals alleen Stefanus, Paulus en Johannes Hem op aarde in hemelheerlijkheid hebben gezien. Overweldigend, maar Jezus is nabij (Op. 1:17-18). Zeven brieven dicteert Jezus hem. Gezichten van heerlijkheid en gericht ontsluiten zich voor de komende eeuwen (millennia). Een wereld van onheiligen en heiligen splijt in tweeën: 'Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde...' (Op. 22:11). En toch: 'Gij, Gij zult vreselijke dingen ons, in gerechtigheid, doen horen, en ons blij doen zingen van 't heil, voor ons bereid.' (Ps. 65 : 3 ber.). 'Blij doen zingen...'. Johannes heeft het zelf gehoord: 'En zij zongen het gezang van Mozes, en het gezang van het Lam... (Op. 15 : 3). En voor hij zeer hoogbejaard van Patmos wordt vrijgelaten, weer naar Efese, heeft Jezus getuigd: 'Ja, Ik kom haastig. Amen.' Wat kan Johannes anders dan aanbidden, én bidden: 'Ja, kom, Heere Jezus.' (Op. 22 : 20).

J. C. SCHUURMAN, BARNEVELD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gezien, gehoord, getast

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's