De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gebed voor de stad

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gebed voor de stad

OPENINGSWOORD BERAADSDAG GROTE STEDEN

6 minuten leestijd

De Belgische kardinaal Danneels en zijn collega's hebben het begrepen: de aanwezigheid van christenen in de stad is belangrijk. In vier achtereenvolgende jaren wil hij door middel van internationale congressen in Wenen, Parijs, Brussel en Lissabon het geloof terugbrengen naar de stad. De tijd is er rijp voor, menen de kardinalen. Over twee weken zal Danneels op het eerste congres gaan zeggen dat het geloof zich weer via de steden moet gaan verspreiden, net als in de tijd van de eerste christenen. Want in de stad ontwikkelt zich onze samenleving, onze cultuur, ons mensbeeld. De stad als leefgemeenschap voor het Evangelie. De rooms-katholieken ontdekten twee lijnen: het leven in de stad lijkt een proces van 'verheidensing' te bevorde-ren, terwijl er tegelijk een steeds sterkere vraag op religieus gebied is, gericht op het christendom. Vandaag echter geen groot internationaal congres in Parijs of Lissabon, maar een beraadsdag in Eindhoven van en voor ambtsdragers die verantwoordelijkheid dragen in hervormdgereformeerde gemeenten. We zijn hier bijeen, omdat we een roeping voor de stad ervaren, omdat we beseffen dat de mensen die hier wonen - en dat zijn er velen- het Evangelie van Christus nodig hebben en dat de samenleving het Woord nodig heeft. Maar vooral benadruk ik nu: dat de stad ons gebed nodig heeft!

Samen bidden voor de stad is van groot belang voor haar geestelijk weizijn. Paulus schrijft het in 1 Timotheüs 2, waar hij vermaant dat voor alle dingen smekingen en gebeden en voorbede en dankzegging gedaan wordt, voor koningen en voor allen die in hoogheid zijn. Die voorbede staat in het kader van godzaligheid en eerbaarheid, van het leven in de vreze van Gods naam en tegelijk naar de waarden en normen van Zijn Woord. De apostel weet van de veelkleurigheid van het leven in de steden, van de veelheid aan goden die er gediend worden. Daarom voegt hij aan zijn wil dat alle mensen zalig worden toe dat er één God is, en één Middelaar tussen God en mensen, Jezus Christus. Daartegenover zet hij de veelvuldige wijsheid van God (Efeze 3, 10), die door de gemeente aan de overheid bekendgemaakt moet worden.

Veiligheid

Ik las dat het Hebreeuwse grondwoord in Genesis 11, waar over de torenbouw van Babel geschreven wordt, aajar is, wat onder meer betekent: een plaats bewaakt doorwachtlopers. Kenmerk voor de stad of voor een nederzetting is dan de veiligheid, de bewaking. Als er geen veiligheid gevonden wordt, functioneert een stad niet goed. Waar die stad wel deze functie heeft, groeit ze en komt er meer handel en bloeit de economie. Zo ontvangen haar inwoners ook maatschappelijke zekerheid. Tevens groeien er contacten en ontstaan er relaties, want de' mens is niet aangelegd op alleen-zijri. De mens bouwt juist een toren dié tot in de hemel reikt, om verstrooiing over heel de aarde tegen te gaan. In ' zijn recent verschenen boekje Een droom van een stad schrijft Henk Stoorvogel dat de zonde alles omkeert: ' onze afkerigheid van God maakt de stad tot de onveiligste plek op aarde. We zien het nu in onze eigen steden. Politici maken dit punt terecht tot speerpunt van hun beleid. Een Rotterdamse LPFwethouder erkende onlangs dat hij na tien uur 's avonds met zijn vrouw geen

ommetje meer kan maken. Juist tegen de achtergrond van deze realiteit treft het ons dat Paulus niet inzet bij allerlei vermaningen inzake overheid en burgers - die zijn er ook aan het adres van de christelijke gemeente- maar dat hij vooral de voorbede onder de aandacht brengt. Die voorbede komt voort uit liefde voor de stad, als deel van Gods schepping. Waar die liefde gevonden wordt, wordt de angst verdreven. Wie angst kent, beleeft pijn, maar waar de liefde heerst, verdwijnt de angst (i Joh. 4, 18). Die voorbede komt nog meer voort uit de verbondenheid met Christus, Die zelf bewogen was over de stad en haar inwoners: Hoe vaak heeft u in Jeruzalem de boodschappers van goede tijding ter zijde willen schuiven^ maar ziet u dan niet dat Ik u wil vergaderen? Bedenk daarom wat tot uw vrede dient. Wie met de ogen van Hem naar de stad kijkt, zal dezelfde vrede aan haar verkondigen.

Rechtvaardigen

God heeft de stad in het vizier. Hij heeft haar redding op het oog en daarom zijn in haar midden gemeenten, delen van het lichaam van Christus, die haar mogen dienen met het getuigenis van het Woord, in gebed en dienstbetoon. Uiteraard geldt die roeping tot voorbede voor allen in ons land die Zijn naam belijden, wetende dat de gemeente in de stad inzake de geestelijke strijd aan het front staat, dat ze in zichzelf kleine kracht heeft, dat invloeden die zij van de cultuur ondergaat ook doordringen in al de gemeenten. Maar concreter en doelgerichter kan ze plaatsvinden vanuit de gemeenten zelf die onderdeel zijn van de stad.

De betekenis van de gelovigen - oudtestamentisch gezien zeggen we de rechtvaardigen- voor de stad zien we met name in Genesis 18, waar God aan Abraham aankondigt dat Hij twee steden zal verwoesten. De Heere maakt Abraham deelgenoot van Zijn voornemen om Sodom en Gomorra te verwoesten, omdat hun zonde zeer zwaar is. Abraham wijst niet allereerst op de barmhartigheid van God, die tegen het oordeel roemt, maar wijst God op de rechtvaardigen die er ook in deze steden zullen zijn. Dan blijkt dat de mensen die God dienen nog niet op de vingers van twee handen geteld kunnen worden. God kan het onrecht en de zonde niet laten gaan, een aangrijpende waarheid als we zien op het leven in de stad. Die overtuiging kreeg de aartsvader na zijn voorbede voor de> steden. In de tweede brief van Petrus lezen we zowel dat God deze steden tot een voorbeeld gezet heeft én dat hij lankmoedig is en niet wil dat enigen verloren gaan. Dat wetende, mogen we elkaar te meer opscherpen om trouw te arbeiden in de gemeente binnen de stad, samen onze roeping opnieuw scherp in het vizier krijgende.

Tot een zegen

Abraham was geroepen tot een zegen voor zijn omgeving te zijn. Dat is ook de lijn uit dit gedeelte. De gemeente mag haar opdracht uitvoeren, ten dienst van haar omgeving, zoals ons tijd gegeven is. Daarom doet ze voorbede, bij God pleitend op Zijn genade, om behoud voor degenen die zonder God en daarom zonder hoop in deze wereld leven. En God luistert naar Abraham, reageert op zijn pleiten. Tot slot wijs ik op een opvallende tekst in Ezechiël 16, waaruit blijkt dat God de steden niet straft omdat de seksuele zonden grenzeloos en schaamteloos bedreven worden: 'Ziet dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochters; maar zij sterkte de hand van de arme en de nooddruftige niet'. Omdat niemand omzag naar armen en ellendigen, daarom werd de stad omgekeerd. En dit is daarmee geen boodschap voor alleen diegenen die in de stad wonen.

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gebed voor de stad

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's