Het herderschap van Christus
EEN VAST VERBOND IN PSALM 23
Wie kent niet de psalm uan de Goede Herder? We Ieren onze kinderen al heel vroeg zingen: De Heer is mijn Herder, / 'k heb al wat mij lust. Wat is dit lied uaak tot steun bij ziekte en zorg, tot troost in uerdriet en rouw. In het pastoraat speelt het een grote rol. Dat kan haast niet anders. Want pastor betekent herder. Pastoraat is dan letterlijk het werk dat een herder doet. De psalm blijft heel lang nog een aanknopingspunt voor een gesprek over het geloof met mensen die uan de kerk zijn losgeraakt. In die ouerbekendheid zit wel een geuaar. Ons echt uerdiepen in de psalm doen we dan niet meer zo gauw. We lueten alles al toch? ! Dan kan het nieuwe boek uan Niek Schuman ons goed van dienst zijn*). Want inderdaad, in die ouerbekende Psalm 23 kan ueel onderbelicht blijuen. Dat is jammer. Anders zou ze ons nog meer aanspreken.
De ordening van de psalmen
Wij brengen Psalm 23 in verband met Johannes 10. Daar vinden we de bekende woorden van de Heere Jezus: Ik ben de Goede Herder. Dat verband is er., Daar gaat het ook om. De Ik benwoorden uit het Evangelie van Johannes herinneren aan de verschijning van God in een brandende braamstruik bij de Horeb. Daar maakte Hij Mozes Zijn Naam bekend: Ik zal zijn Die Ik zijn zal. Je kunt ook vertalen: Ik ben Die ik ben. Hoé God met Zijn volk zal zijn, zie je aan de Heere Jezus. Davids grote Zoon is de Goede Herder. Daarom mag David zeggen: De HEERE is mijn Herder.
Maar Psalm 23 heeft ook haar eigen plaats in het psalmboek. Tegenwoordig wordt veel onderzoek gedaan naar de ordening van de psalmen. Veel is nog onzeker. Toch is het goed om daarvoor oog te krijgen. Soms zijn de resultaten verrassend. Psalm 23 is daarvan een mooi voorbeeld.
God als Herder
In het eerste deel van de psalm ziet David zichzelf als één van de schapen van de kudde van de Herder van Israël. Maar zo benoemt hij zichzelf niet. Een kudde is in geen velden of wegen te ziert. David is alleen. Maar hij is er nog! Tegen de achtergrond van Psalm 22 is dat een wonder. Daar zijn de bloeddorstige beesten die David bijna hadden verscheurd. Dit zijn geen dieren meer maar vreselijke monsters. Ze vertonen satanische trekken. Daarmee zijn Davids tegenpartijders getypeerd, de vijanden in het land en alle volken van de wereld, zover je kunt kijken, tot aan het einde der aarde (vs. 28-30). Maar God heeft hem verlost zoals een herder een schaap redt uit de muil van een leeuw (vs. 22). Zo doét een herder. Maar in Psalm 22 hebben we weer hetzelfde als in Psalm 23: nu wordt het woord voor herder niet genoemd. Waarom niet? Het is nog een verborgenheid: het Koninkrijk is des HEEREN. Daar sluit Psalm 24 dan weer op aan: de aarde is des HEEREN, en haar volheid. Dat is heel de wereld.
God als Gastheer
In het tweede deel van Psalm 23 is God niet de Herder maar de Gastheer. Hij verwelkomt David in Zijn huis en nodigt hem aan tafel. Dat spreekt niet vanzelf. Vandaar de vraag in Psalm 24: Wie klimt de berg des HEEREN op? Het antwoord: Die rein van handen en zuiver van hart is. Nu wordt Jakob ontvangen en gezegend. Dat is heel het volk van God.
In het tweede deel van Psalm 24 is God de Koning. De HEERE der heerscharen, Die is de Koning der ere. Dat is dus precies de omgekeerde volgorde: in Psalm 23 is God eerst de Herder en dan de Gastheer, in Psalm 24 is God eerst de Gastheer en dan de Koning. In de wereld van het oude Oosten noemt een koning zichzelf vaak een herder.
Tot U hef ik mijn ziel op
Tot deze Koning heft: David zijn ziel op (Ps. 25 : 1). Aan het slot van Psalm 24 heffen de poorten hun hoofden op, aan het begin van Psalm 25 heft David zijn ziel op. Daarvoor wordt hetzelfde werkwoord gebruikt. De herhaling van hetzelfde woord is een manier om zinnen met elkaar in verband te brengen. De poorten van Jeruzalem zijn voor de HEERE der heerscharen te klein. Zij worden opgeroepen zich te verheffen. David voelt zich voor de HEERE te groot. Hij knielt. Zit David op zijn troon en houdt hij audiëntie, dan knielen zijn onderdanen. Zij leggen hun leven als het ware in de hand van hun vorst. Aan het begin van Psalm 25 knielt David voor Gods troon en legt hij zijn ziel, dat is zijn leven met alles wat daarbij hoort, dus ook zijn eigen koningschap, in Gods hand.
Bijbelse structuren
Vorm en inhoud hangen meer met elkaar samen dan wij vroeger dachten. Bij het vertalen moet dat ook zichtbaar gemaakt worden. Daarmee staan we in een spanningsveld. Te veel toegeven aan de hedendaagse roep om verstaanbaarheid leidt tot vervlakking en vervaging. Bach als 'pop' zal in bepaalde vormen van jeugdcultuur wel aanslaan maar het is geen 'Bach' meer. Je herkent nog wel de melodie maar dat is het dan. Ook het omgekeerde is waar. Je kunt zo letterlijk willen vertalen dat je de Hebreeuwse bijbeltekst vernederlandst. Om dat vernederlandsen goed te kunnen begrijpen, zou je eerst Hebreeuws moeten leren. Maar kun je dan nog wel spreken van uer-talen? Ik houd het maar op het titelblad van de Statenvertaling: ver-talen is het 'getrouwelijk overzetten' van de ene taal in de andere. De Statenvertaling is daarvan zelf een meesterlijk voorbeeld.
Het gaat dus om het zichtbaar maken van bijbelse structuren. Dat is een apart vak: de bijbelse theologie. Die structuren zijn geen schema's die je van buitenaf aandraagt (bijvoorbeeld uit de dogmatiek). Ze lichten op uit de tekst. Je gaat ze herkennen. Ze keren terug in andere teksten. Ze vormen samenhangen die je eerst niet zag. De bijbeltekst met al die patronen en motieven is te vergelijken met een prachtig geborduurd wandkleed waaraan jaren is gewerkt. Met daarin centraal de openbaring van de NAAM: Ik ben er. God wordt altijd persoonlijk. Hij komt in je leven. Openbaring wordt ontmoeting. Hier weidt mijn ziel met een verwond'rend oog.
Het boek van Niek Schuman zet ons daartoe aan. Wij zouden de verbanden anders leggen dan hij. Maar daar gaat het nu niet om. Hij zet ons op een nieuw spoor dat wij vervolgens zelf vanuit onze eigen visie stap voor stap willen exploreren. Vooral ook met elkaar.
Psalm 23 door de eeuwen heen
Wij denken bij Psalm 23 in de eerste plaats aan de vervulling in Christus maar dan ook aan de toepassing in het christelijk geloof. In het midden van de psalm - dat is het dal van de schaduwen des doods - voltrekt zich een verandering. Nu wordt over God niet meer gesproken in de Hij- maar in de Gij-vorm. Er wordt inderdaad gespróken: Gij zijt met mij. Gods herderschap neemt gestalte aan in het geloof: Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. Maar dat herderschap neemt ook gestalte aan in de verkondiging van het Woord en in de bediening van de sacramenten, in de eredienst als geheel. Ook in dat opzicht is het boek van Niek Schuman instructief.
Het geloof heeft een binnenkant. Het is een zaak van ons hart, tussen God en eenieder van ons persoonlijk. Het geloof heeft ook een buitenkant. Dat delen we met elkaar in de eredienst. Doop en avondmaal nemen daarbij een bijzondere plaats in. Mij trof de berijming van M. Nijhoff uit het Liedboek voor de kerken: Onder het oog • van hen die mij verraden / richt Gij mij toe het nachtmaal der genade. Ook J. J. L. ten Kate legde al dit verband: Hij wil mij versterken / met brood en met wijn.
Herder en kudde
In Psalm 23 zoeken we tevergeefs naar een kudde. Maar die is er wel. In die oude tijd kun je je geen koning voorstellen zonder volk. Het volk is bij de koning inbegrepen. Wordt de herder verslagen, dan worden de schapen verstrooid. Dat is ook de achtergrond van Johannes 10. Christus is de Goede Herder voor Israël. Maar Hij heeft ook nog andere schapen die van deze stal niet zijn: de gemeente uit de volken. En het zal worden één kudde en één Herder. Dat geloven wij van de heilige algemene christelijke kerk. Die is daar waar de Goede Herder is. Want zo doet een herder: hij vergadert, beschermt en onderhoudt zijn kudde. De catechismus legt in zondag 21 ook uit hoe Christus dat doet, namelijk door Zijn Geest en Woord.
In de Grieks- en rooms-katholieke traditie is de kerk als instituut, dat wil zeggen de ambtelijke hiërarchie, het
bindmiddel dat gelovigen verenigt. Waar de bisschop is, daar is de kerk. Daar staat zijn stoel, zijn cathedra. Daarom heet zijn kerk ook een kathedraal. De kerk, dat wil zeggen de bisschoppen, leggen de Schriften uit. Zij alleen kunnen dat met apostolisch gezag.
De Reformatie heeft dat losgelaten. Wij hebben geen kathedralen meer. De catechismus belijdt: waar Christus is met Zijn Geest en Woord, daar is de kerk. Vervalt de ambtelijke hiërarchie als samenbindend element, dan wordt de gemeente wel kwetsbaar voor scheuringen en afscheidingen. Dat doet pijn. Dat is verdrietig. Dat is vooral ook zondig. Een doodlopend spoor.
Maar dat maakt geen einde aan het herderschap van Christus. Hij leidt Zijn kudde in het spoor van de gerechtigheid. Dan kunnen wij niet blijven steken in problematiek van de kerk als instituut. Bij de catechismus gaat het om de vraag wat 'ik' van de kerk geloof en niet om wat ik van de kerk zie en wat ik van die kerk vind. Het gaat om de vraag of ik zelf een levend lidmaat van Christus ben.
Dat spoor van de gerechtigheid voert ons ook verder. Israël komt weer in beeld. De trouw van de Hérder van Israël. Die ook Jozef als schapen leidt • (Ps. 80). Ondanks het feit dat het Tienstammenrijk uit het zicht van de geschiedenis verdwenen is zoals een vliegtuig van het radarscherm. Hoe dan ook: het zal worden één kudde en één Herder.
Déze aspecten komen bij Niek Schuman niet aan de orde. Waarschijnlijk omdat hij geen direct verband ziet tussen Psalm 23 en Johannes 10. Ook al heeft hij een vrij ingewikkelde redenering nodig om dat directe verband te ontkennen (61 w.).
Zekerheid
Hoe ervaart Niek Schuman zelf deze psalm? Tussen de regels door wordt het duidelijk dat hij met dit lied iets heeft. Maar wat? Het zou kunnen zijn dat hij zichzelf herkent in een illustratie van Anneke Kaai-van Wijngaarden in haar boek Psalmen in beeld. Dat laat een groen en zwart vlak zien. De krul van een herdersstaf houdt ze van elkaar gescheiden. Het groene vlak vult de krul. Daarin tekent zich het silhouet af van een schaap. Dat wijst op zekerheid. Of blijft in deze tijd (Kosovo!) alleen die krul over als vraagteken (120)? Die vraag blijft doorklinken in het gebed aan het slot van het boek 'Bij allen die hun weg in zorg, pijn of droefheid gaan; bij wie het spoor in het duistere dal bijster geraakt zijn; en bij mijzelf, alle dagen van mijn leven, nu en in het uur van mijn dood - Die er zijn zal, zul Je er zijn? ... Velen voor ons hebben geloofd en gezongen dat Je er werkelijk zijn zult... Hun stemmen zwijgen... Ik hoor wel hun echo in een oud lied over weiden en water, herder en gastheer, troost en nabijheid, brood en beker. En ik geef mij gewonnen, op hoop van zegen (193)'.
Dat vraagteken voel ik mee als de werkelijkheid om mij heen en de onzekerheid in mij de boventoon voeren. Dan is er inderdaad de aanvechting: Waar is uw God?
Maar Psalm 23 zegt méér. Wat overblijft te midden van alle vragen, als het donker wordt om je heen, zijn de woorden Gij zijt met mij. Zekerheid! Het vaste verbond! Dat wordt zelfs zichtbaar gemaakt in de vorm. Wat mij opviel, is dit: in het Hebreeuws is de cijferwaarde van de woorden Gij met mij gelijk aan de getalswaarde van de letters YHWH. Zulke gegevens mag je - in verwondering - achteraf constateren. Je kunt er geen conclusies aan verbinden. Dat wordt al heel gauw speculeren.
David zegt Gij zijt met mij omdat God zegt Ik ben er. Die zekerheid ligt verankerd in Gods heilige Naam. David wéét: de HEERE is mijn Herder (het eerste vers van deze psalm), daarom wacht Hij - omdat Hij de HEERE is - mij straks op in Zijn huis en mag ik daar altijd blijven (het laatste vers).
H. J. DE BIE, HUIZEN
*) Niek Schuman, Pastorale, Psalm 23 in bijbel en liturgie verwoord en uitgebeeld, , Uitgeverij Meinema, Zoetermeer 2002, 204 blz., € 18, 50, ISBN 90 2113751 8. . -
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's