Als de kerk het zelf niet doet
BESTAANSRECHT VOOR DE GEREF. B O N D
Op 16februari 1950 schrijft de secretaris van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, ds.J.J. Timmer in de Waarheidsvriend inzake het leven in de kerk: 'Van binding aan de belijdenisgeschriften is geen sprake. We komen weer in dezelfde mist te zitten, waarin de kerk de vorige eeuw heeft gezeten. (...) Als de kerk het zelf niet doet, moeten verenigingen van leden het doen: terug roepen tot Schrift en belijdenis'. Hier benoemt hij het bestaansrecht van Confessionele Vereniging en Gereformeerde Bond.
Ondertussen is dit wel een uiterst aangrijpende werkelijkheid waarin de Hervormde Kerk zich halverwege de vorige eeuw bevond. Waar de kerk haar roeping verzaakt om in gehoorzaamheid aan het Woord van de Heere het leven in de gemeenten en de ambtelijke vergaderingen in te richten, zijn het individuele leden die de kerk aanspreken op haar belijdenis. Zij die zich verenigen in een modaliteit als de Gereformeerde Bond, zijn tot op de dag van vandaag niet alleen ambtsdragers maar ook betrokken leden van de kerk. Het gaat hen om de verbreiding van de naam van Christus en om Zijn heerschappij in de kerk. Dat doel prevaleert sterk boven het verenigingsleven van de Bond zelf, dat door zijn leidinggevenden altijd gerelativeerd is.
Ten tijde van een van de grote jubilea van de Gereformeerde Bond heeft prof. Graafland in Beproefde trouu; een uitvoerig artikel geschreven over de opkomst van de Bond. Hij wijst op de onmiskenbare invloed van Abraham Kuyper, al volgden zij de anti-revolutionaire leider principieel niet in de Doleantie. Theologische en geestelijke motieven speelden een grotere rol dan kerkelijke en politieke. Groepen gemeenteleden die wortelden in de Nadere Reformatie én (meer en meer) mensen die gefundeerd waren in de commentaren en de Institutie van Calvijn, behoorden tot de Gereformeerde Bond. Met name op het grondvlak, in de gemeenten, waren er velen die zich beijverden voor een bijbels-bevindelijke prediking. Veelal waren de gemeenten meer in het zicht dan dat de kerk zelf dit was.
Onopgeefbaar
Aan de bijna honderdjarige geschiedenis van de Gereformeerde Bond gaan we hier voorbij. Die historie heeft overigens wel getoond dat het leven in onze kerk alle aanleiding gaf voor het bestaan van deze vereniging. Steeds weer was het nodig op te komen voor het recht van God, Die gehoorzaamheid vraagt in de kerk en Die niet verdraagt dat Zijn verbond trouweloos geschonden wordt. We beseffen daarbij goed dat waar in die jaren tegen de kerk gesproken is, waar zij teruggeroepen is tot haar belijdenis, altijd de vraag klinkt hoe die belijdenis der kerk in het eigen gemeentelijke en persoonlijke leven gefunctioneerd heeft. Dat maakt de hervormd-gereformeerde beweging ook kwetsbaar en mag haar steeds leren bescheiden te zijn in haar toon. Maar in die houding wil zij niet minder beslist opkomen voor wat in de kerk onopgeefbaar moet zijn: de belijdenis van de drieenige God, de verzoening door het offer van Christus, het gezag van Gods Woord, het huwelijk als instelling van de Schepper, enzovoorts. Wat de betekenis van die verenigingen in onze kerk geweest zijn, is niet meetbaar. God ziet het hart aan van allen die in de kerk werken, en Hij bouwt door en ook ondanks ons aan Zijn gemeente. Dat vraagt vooral getrouwheid, gehoorzaamheid.
De vraag naar de toekomst van modaliteiten als de Confessionele Vereniging en de Gereformeerde Bond is aan de orde gesteld tijdens de jaarvergadering van onze zustervereniging. In zijn lezing over pluriformiteit in de kerk stelde dr. H. de Leede, rector van het theologisch seminarium Hydepark, de vraag of CV en GB in de toekomst in de kerk op gelijke wijze hun werk wel moeten doen. Naar zijn mening heeft de klassieke richtingsorganisatie haar tijd gehad. Hij ziet meer in een nieuwe gereformeerde beweging met een veel lossere, netwerkachtige structuur.
Daarbij noemde hij het Evangelisch Werkverband en het platform Op Goed Gerucht als voorbeeld, evenals de preekbeweging Passie voor preken. Zijn argument ontleende hij vooral aan de praktijk: jongere collega's richten zich veel meer op bewegingen. Daarbij zou dr. De Leede ook het Gekrookte Riet genoemd kunnen hebben, immers een blad dat zich inzet voor de bevordering van schriftuurlijk-bevindelijk leven in onze kerk, en geen modaliteit.
Georganiseerde verontrusting
Ds. De Leede bepleitte een sterke gereformeerde beweging van confessionelen en gereformeerde-bonders. Met een knipoog naar de historie erkende hij overigens ooit meegewerkt te hebben aan de oprichting van de afdeling Friesland van de Gereformeerde Bond, zonder eerst een bezoek gebracht te hebben aan de afdeling van de CV. Nu zou hij het anders doen.
Maar de vraag moet hier beantwoord worden waar de Hydepark-rector tot voortschrijdend inzicht komt, of het bestuur en de leden van de Gereformeerde Bond zijn visie delen. Ongetwijfeld zal de Confessionele Vereniging bij monde van haar nieuwe voorzitter, ds. L. den Breejen, voor zichzelf spreken.
Op georganiseerde verontrusting over de koers van de kerk zit ds. De Leede niet te wachten. Dat is begrijpelijk. Daarop zit geen enkele ambtelijke vergadering te wachten. Ik ken overigens geen modaliteit die met name verontrusting wil bundelen en zo een negatief doel nastreeft. De vraag is wel of in een steeds pluralere samenleving, die het leven in de kerk niet ongemoeid laat, er juist geen behoefte is aan vastheid, aan duidelijkheid, aan houvast. Als hij de Protestantse Kerk in Nederland tekent als een uitvergroting van de Hervormde Kerk, inclusief de diepe verdeeldheid, zullen kerkenraden en gemeenteleden, met name in minderheidssituaties, het niet gemakkelijk hebben. Bij een beweging kan iedereen zich aansluiten die iets herkent van de missie. In die zin is Op Goed Gerucht een paraplu, waaronder mensen zich verenigen die het geloof willen beleven op een manier die bij hen past. Ook bij het Evangelisch Werkverband kan zich een veelheid aan overtuigingen aansluiten.
Rechter, Wetgever, Koning
De Gereformeerde Bond kent bewust een belijnder profiel. Hij wil in gehoorzaamheid aan het Woord van God, opgevat overeenkomstig de gereformeerde belijdenis, in het midden van de kerk arbeiden tot verbreiding en verdediging van de Waarheid. Daarbij kijkt deze Bond anders tegen de kerk aan dan allerlei bewegingen binnen de kerk en, blijkens zijn lezing over de pluriformiteit in de kerk, ook anders dan ds. De Leede zelf. De kerk is er, zegt hij, vanwege de beweging van Gods barmhartigheid in Jezus Christus, op weg naar Zijn rijk. Als we elkaar, daarbij (als modaliteit) binnen de kerk de maat nemen, gaat het fout. Ds. De Leede voelt niet veel voor de belijdenis die als kerkelijk statuut onderschreven moet worden. Daarmee geeft hij aan zich niet te scharen achter het zo belangrijke artikel 4 in de statuten van de Gereformeerde Bond, waarin staat dat deze vereniging in de lcérk wil arbeiden in overeenstemming met de gereformeerde belijdenis. Voor hem is wezenlijk of wij ons in de kerkelijke praktijk bewegen binnen het belijden van de kerk.
Is een definiëring van de kerk die Gods barmhartigheid moet uitstralen niet veel te beperkt en ook niet onverantwoord eenzijdig? In Israël en in de kerk gaat het immers niet alleen om de ontferming en genade van God,
maar evenzeer om Gods recht, om de naleving van Zijn geboden en de erkenning van Zijn koningschap? Jesaja (33 : 22) verwoordt dat zo: 'Want de Heere is onze Rechter, de Heere is onze Wetgever, de Heere is onze Koning. Hij zal ons behouden.' De levende God geeft genade aan degene die voor Zijn Woord beeft. En daarom gaat het ons blijvend om de heerschappij van Zijn Woord en wet. Daar liggen de grenzen van de kerk.
Enigheid van de Geest
Vanuit een beklemtoning van Gods barmhartigheid zonder de wet is er ruimte geschapen voor pluriformiteit in de kerk, die als pluraliteit kan gaan functioneren. De brieven van het Nieuwe Testament tonen ons het belang van de band tussen de onzichtbare kant van de kerk - haar verkiezing in Christus, zoals verwoord in de Schrift en ook in de confessie- en de institutionele kant van gemeente en kerk. Pauius stelt de ambtsdragers in Efeze voor ogen dat de gemeente moet komen tot de eenheid van het geloof en de kennis van de Zoon van God. Die eenheid wordt altijd weer bedreigd door dwalingen en dwaalleraars. In hoeverre heeft postmodern denken ons beïnvloed als we ruimte creëren voor pluraliteit die blijft binnen de bandbreedte van de beweging van Gods barmhartigheid? Het gaat inderdaad niet om elkaar de maat nemen als definitie van het optreden van een modaliteit, maar wel om een verlangen dat de kerk in al haar geledingen zich bindt aan het getuigenis van haar Hoofd, Christus. Zo krijgt de enigheid van de Geest gestalte. Zo komt er vrede. Zo verdwijnt de verwarring. Die postmoderne tijd zou vragen om netwerken en bewegingen in plaats van meer belijnder verenigingen. Aan de eisen van de tijd hoeft de kerk echter niet bij voorbaat toe te geven. Wie zich .onder de heerschappij van Christus schaart, heeft wel een boodschap aan en voor elke tijd. Dan staan we zonder enige krampachtigheid in de traditie van de kerk der eeuwen, waarin de Heilige Schrift de tijdgeest onder kritiek stelde.
En waar de kerk tot geestelijke opbloei komt, zal de dankbaarheid juist bij modaliteiten gevonden worden die hun werk dan beëindigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 2003
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's