Ons geweten en de Schrift
LICHT OP DE KERK [32]
In de discussie rond de PKN valt herhaaldelijk het woord 'geweten'. 'Wij kunnen in geweten niet instemmen met de nieuwe grondslag. Wij worden in gewetensnood gebracht door de besluiten van de synode.' Wat wordt er precies met deze uitdrukkingen bedoeld> Wanneer is een beroep op ons geweten gerechtvaardigd? Wat zijn de consequenties?
In het Oude Testament komt het begrip 'geweten' niet voor. Meestal wordt gesproken over het hart. Davids hart sloeg hem na de volkstelling (2 Sam. 24 : 10). Als je iets doet waarvan je weet dat het niet mag, dan klopt je hart in je keel. De Griekse term syneidesis in het Nieuwe Testament betekent hetzelfde als de Latijnse term conscientia, dat wil zeggen mee-weten. Soms is daaruit de conclusie getrokken dat het hier gaat om God Die over onze schouder meekijkt bij alles wat we doen. De Puriteinen noemden het geweten 'the spy of God', Gods spion. Dat wij, gevallen mensen, een geweten hebben, is genade van God. Ons geweten is een verwijzing naar Hem Die ons gemaakt heeft en aan Wie wij eens verantwoording moeten afleggen. De stem van het geweten kan de stem van God zijn. Toch kan ons geweten ook dwalen. Soms is de stem van het geweten de stem van mijn super-ego, die mij als een slavendrijver tot perfectionisme aandrijft. Soms is het de stem van mijn veeleisende vader of dominante moeder, die altijd over mijn schouder meekijkt Het geweten wordt gevormd of misvormd in de opvoeding.
Aanklagend
Als we de gegevens uit het Nieuwe Testament analyseren, dan blijkt in de eerste plaats dat het geweten een aanklagende functie heeft. De heidenen die de wet niet kennen, zijn zichzelf een wet. De wet van God is geschreven in hun harten 'hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander hen beschuldigende, of ook ontschuldigende' (Rom. 2 : 15). In de tweede plaats blijkt dat ons geweten alleen gereinigd kan worden door het bloed van Christus (Heb. 9 : 14). Een nauwgezette onderhouding van de wet kan geen innerlijke rust verschaffen en geen vrede met God geven; hoe nauwgezetter je je aan de regels houdt, des te sterker spreekt de stem van het geweten. Alleen door het geloofsgezicht op het Lam van God wordt ons geweten gereinigd.
Dat wil, ten derde, echter nog niet zeggen dat een christen klaar is met zijn geweten. Hij moet ernaar streven altijd een rein geweten te hebben, want het einde van het gebod is liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof (1 Tim. 1:5). Het geweten van de christen is vrij van de verdoemende kracht van de wet; toch is zijn geweten gebonden aan de wet van God als uitdrukking van Zijn heilige wil. Niet omdat het moet, maar omdat het mag en in liefde en uit dankbaarheid. Het geweten van een christen is, ten vierde, niet onfeilbaar. Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe over het zwakke en sterke geweten; uit de context blijkt dat het hier gaat om een zwak of sterk geloof. Concreet ging het om de vraag of je vlees mocht eten dat aan de afgoden geofferd was. Paulus waarschuwde enerzijds tegen deelname aan de occulte, heidense feesten, maar anderzijds benadrukte hij dat het vlees op zich niet onrein is. Immers, de aarde is des Heeren en haar volheid. Als een christen in gewetensnood komt door het eten van het offervlees, dan is het zonde, niet omdat dat vlees occult besmet is, maar omdat hij het niet uit het geloof doet. Ten onrechte beschuldigt zijn geweten hem, maar terecht volgt hij zijn zwakke geweten. Ons geweten moet altijd genormeerd worden aan de Heilige Schrift.
Dat brengt ons bij het vijfde punt: wij moeten rekening houden met het geweten van de ander. Iemand die zelf geen gewetensnood heeft, mag toch een ander niet dwingen of in gewetensnood brengen. Zijn geweten is gebonden door het geweten van de ander in die zin dat hij die ander niet mag verleiden om iets tegen zijn geweten te doen. Paulus zegt zelf: ik zou in eeuwigheid geen vlees eten, als ik mijn broeder tot een aanstoot zou zijn (1 Kor. 8 : 13). We moeten in ons geweten vooral rekening houden met de ander en voorzichtig zijn dat we niemand een aanstoot geven.
Sola Scriptura
Het is erg moeilijk om aan het gesprek over het al dan niet participeren in de Protestantse Kerk in Nederland nog iets wezenlijks toe te voegen. Soms lijkt het alsof wij in een draaimolen achter elkaar aan rijden, zonder elkaar in te halen. Toch wil ik proberen vier overwegingen mee te geven voor de voortgang van het onderlinge gesprek. In de eerste plaats denk ik aan de toetsing van het geweten aan de Schrift. Sola Scriptura. Wij moeten onderscheid maken tussen bezwaren tegen Samen op Weg die gegrond zijn op de historie of de traditie van de kerk en de bezwaren die gegrond zijn op de Schrift. De naam van de kerk kan nooit een gewetenszaak zijn! In de discussie valt de sterke nadruk op de kerkgeschiedenis op. Wat zou Calvijn gevonden hebben van de Augsburgse Confessie? Wat heeft Groen van Prinsterer gezegd over de kerk? Wat waren de motieven van Afscheiding en Doleantie? Dat zijn allemaal interessante vragen. In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal. De antwoorden op die vragen zijn echter va'ak gekleurd; als ooit gebleken is dat de beoefening van de kerkgeschiedenis geen neutrale wetenschap is, dan wel in de discussie in hervormd-gereformeerde kring.
Wij hebben geen tijd meer om op alle historische vragen een antwoord te vinden. De discussie zal nu het erop aankomt, alleen op grond van de Schrift gevoerd moeten worden. Als ons standpunt in het SoW-proces een gewetenszaak is, dan zullen we vanuit de Schrift moeten argumenteren. Sola Scriptura. De Schrift is de enige bron en norm van al ons handelen en spreken.
Valse kerk?
Ten tweede betekent een beroep op ons geweten dat wij de PKN principieel op dezelfde wijze moeten beoordelen als nu de Nederlandse Hervormde Kerk. Ons geweten moet consequent en consistent zijn. Deze beoordeling mag niet op historische gronden geschieden, maar moet geschieden op grond van Schrift en belijdenis. Dat brengt ons bij het onderscheid tussen de ware en de valse kerk. Een kerk kan ziek zijn en dwalen en toch openbaring zijn van het lichaam van Christus. Een kerk wordt pas een valse kerk als zij loochent dat Jezus Christus in het vlees gekomen is (i Joh. 4 : 2-3). Ik heb de conclusie dat de PKN een valse kerk is nog van niemand gehoord. Dat kan ook niet, want een kerk kan alleen in de praktijk blijken een valse kerk te zijn. De nieuwe kerk moet niet op haar papieren maar op haar praktijk getoetst worden. Ik zou de broeders die de Hervormde Kerk willen voortzetten buiten de Protestantse Kerk in Nederland, dringend willen vragen of zij in geweten een breuk met de kerk en in de gemeenten kunnen forceren, terwijl zij toch niet durven te zeggen dat de PKN een valse kerk is. Moeten zij niet met ons afwachten hoe het in die kerk zal zijn? Wij gaan toe naar een meer congregationalistische structuur van de kerk; in de kerkorde komt een zwaarder accent te liggen op de plaatselijke gemeente zonder overigens de presbyteriaal-synodale structuur op te geven. Bij onze beoordeling van de Hervormde Kerk heeft het accent ook altijd gelegen op de plaatselijke gemeente. Met name op het punt van de kerkelijke tucht hebben wij altijd in gesprek met de afgescheiden broeders gezegd dat deze tucht de tucht is van het Woord, die in de plaatselijke gemeente gestalte krijgt. Overigens vormt ook in het Nieuwe Testament de plaatselijke gemeente het hart van de kerk. De Schrift kent geen kerkverbanden of nationale kerken, maar slechts één wereldwijde kerk, die bestaat uit plaatselijke gemeenten.
Als wij altijd met een vrij geweten in de Nederlandse Hervormde Kerk gebleven zijn, omdat daarin de plaatselijke gemeente naar Schrift en belijdenis kon functioneren en wij via die plaatselijke gemeente de hele kerk tot reformatie op konden roepen, dan moet ons geweten consequent zijn en is het onze roeping om in de nieuwe kerk hetzelfde te doen.
De beide andere overwegingen komen volgende week aan de orde.
H. VAN DEN BELT, DELFT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's