Uit de pers
Geluksdwang
'We hopen dat u heel lang mag genieten van de vrije tijd die aanbreekt nu u uit de actieve dienst treedt*. In allerlei Variêteit Slff^- afgelopen tijd dit soort teksten mee van allemaal goedwillende en lieve mensen om aas heen. Tben het een paar dagen fraai lenteweer was, hoorde ik om me heen ook telkens weer mensen zeggen tegen elkaar: Lekker genieten, hè! Mensen in onze woonomgeving maakten de caravan startklaar en weer stonden er mensen om hen heen die het hun toewensten: toch vooral genieten. Nu ben ik daar niet op tegen, ook al kan de ene mens dat kennelijk wat makkelijker dan de ander. Maar het viel me zomaar op dat dat woord kennelijk heel los in veler woordenschat zit. In VölZin (9 mei 2003) las ik een interview met ethicus Angela Roothaan en boven dat gesprek stond 'We lijden aan geluksdwang'. Roothaan is universitair docent ethiek, wijsbegeerte en spiritualiteit aan de VU in Amsterdam en samen met Theo Boer redigeerde ze het boek Gegeven. Ethische essays over het leuen als gave (uitg. Boekencentrum). Het boek bevat onder meer een pleidooi voor een andere kijk op ethische kwesties. De auteurs plaatsen kritische kanttekeningen bij de westerse nadruk mogen en de opdracht om je leven zelf vorm te geven).
'Autonomie is niet zaligmakend, niet bepalend uoor het geluk in een mensenleven, stellen zij. 'Mensen ervaren dat zij juist op essentiële momenten geen of nauwelijks invloed hebben op hun leven. De ervaring te bestaan maar toch ooit te zullen sterven, afhankelijk te zijn van anderen wanneer je ziek of behoeftig u; ordt, afhankelijk te zijn van anderen als je wilt liefhebben - het zijn aspecten van het menselijk leven die een streep lijken te trekken door de autonomiegedachte.' * dC
Veel eerder is het leven 'een gegeven', mene de opstellers van de bundel. 'Het is niet iets ivat we naar eigen wens kunnen produceren of construeren.' Bovendien is het leven ook in meer letterlijke zin 'gegeven'. 'Het is geschonken door de ander, de Ander die in de christelijke traditie met God wordt aangesproken.' Dit besef uan gegevenheid leidt er toe 'dat je je als mens niet alleen bewust bent uan je autonomie, maar ook uan je beperktheid, niet alleen van je rechten, maar ook uan je verantwoordelijkheid. Daarmee wordt recht gedaan aan de complexiteit uan de morele praktijk. We het leven als gegeven ontvangt, hoeft niet altijd op z'n tenen te lopen, maar kan zaken op een gegeven moment uit handen geven.'
Het betreft hier een ander ethisch geluid, aldus Roothaan. De schrijvers van het boek zijn gefrustreerd over ontwikkelingen in de ethiek. De ethische sector is de laatste jaren enorm gegroeid, overal kom je ethische com-missies tegen en er gaat veel geld in om. Maar, aldus Roothaan, het gaat alleen maar om vragen als: mag euthanasie, mag orgaandonatie, etc. maar er wordt niet gepraat over de diepere vraag: leven, wat is dat eigenlijk? Roothaan schrikt soms van het gemak waarmee mensen aan allerlei fundamentele vragen voorbij gaan. Gelukkig zijn, dat is een soort heilig moeten geworden, naar het lijkt. Geluksdwang noemt Angela Roothaan dit levensgevoel.'
n 'Alles draait om geluk: een gelukkige relatie moeten we hebben en natuurlijk een gelukkig seksleven. Een gelukkige zwangerschap met als vanzelfsprekend resultaat: gelukkige kinderen. 'Maar een gelukkig leuen kun je niet afdwingen. Het leven laat zich niet manipuleren zodat het geluk er vanzelf als product uit komt rollen.'
Wie daar wel in gelooft, doet het leuen ernstig tekort, 'reduceert de rijkdom van het leven'. 'Een leven in wording' afbreken uit angst voor handicaps, is zo'n voorbeeld van geloof in afdwingbaar geluk. 'Alsof het kind niet een handicap kan hebben die meeualt of waaruan je zelf veel kunt leren. Alsof je kind niet op zijn achttiende schizofreen kan blijken te zijn of aan de drugs kan raken. Alsof het allemaal zwart/wit is, een computer met alleen maar nullen en enen: gehandicapt en niet-gehandicapt.'
Ze kon daarom slechts met verbijstering reageren op de recente uitspraak uan het Haags gerechtshof in de zaak van het zwaar gehandicapte meisje Kelly. De rechter bepaalde dat Kelly een mensonwaardig leven
('wrongful life') leidt en veroordeelde het ziekenhuis, dat prenataal onderzoek achterwege liet, tot een schadevergoeding aan de ouders.
Roothaan: 'De moeder van Kelly ga ik niet veroordelen. Ik kan niet in haar schoenen staan. Misschien was ze boos dat tijdens de zwangerschap niet naar haar geluisterd is en is ze gefrustreerd geraakt in de medische wereld - dat herken ik wel. Maar dat een rechter bepaalt dat dit leven er niet had mogen zijn, dat gaat absoluut te ver.'
Natuurlijk zijn sommige levens extreem moeilijk, erkent ze. Maar de uitspraak uan de rechter laat een omgekeerde wereld zien: prenatale screening wordt als norm gezien, zwangerschapsafbreking als een normale procedure. De gevolgen daarvan zijn enorm verontrustend, voor artsen en verloskundigen, maar ook voor ouders, voor de samenleving als geheel. 'Welk beeld heb je van het leven als je van te voren alles wilt weten? Leven is niet risicoloos, benadrukt ze. En een perfecte gezondheid bestaat niet. 'We hebben allemaal wel wat. Daar zullen we mee moeten leuen en elk, in ondersteunen. Als je het risico neemt om zwanger te worden, dan doe je als het ware een deur open en weetje niet wat er binnenkomt. Er kan uan alles gebeuren, niet alleen met het kind, ook met de moeder.' Zelf kreeg ze last uan bekken-in stabiliteit.'
Ook voor de pastorale praktijk is aan deze ethische stellingname veel leerzaams te ontlenen. Nogal wat mensen lopen vast in gebroken situaties op vragen als: waarom kan en mag ik kennelijk niet wat anderen om me
heen wel is vergund: onbeperkt genieten en is mijn leven daarom nog wel de moeite waard? Juist in een tijd als iedereen om je heen de mond weer vol heeft over vakantie, is er een categorie mensen voor wie vakantie om allerlei redenen niet haalbaar is. Valt er voor hen dan toch nog wel te genieten? Een gesprek over: Hoe sta ik in het leven? Hoe ga ik om met de problemen van elke dag? Mogen die problemen er eigenlijk wel zijn of moet ik altijd gelukkig zijn om een zinvol leven te leiden?
Wat God bewoog mens te worden
Onlangs kreeg ik een uitnodiging voor de Eerste Utrechtse Studiedag op 13 juni 2003. 'Motieven voor de menswording' is het thema. In Woord en Dienst (10 mei 2003) had Herman Ligtenberg een gesprek met een van de initiatiefnemers dr. Nico den Bok. Er zal vanuit de klassieke theologie worden nagedacht over de menswording van God in Christus. In de folder wordt de studiedag als volgt aangekondigd: De vraag wie Jezus is blijkt steeds weer actueel - denk aan de discussie over de verzoening (Den Heyer). De kern van het klassiek-christelijke antwoord op deze vraag is: 'Het Woord is vleesgeworden en heeft onder ons gewoond'. In Jezus was dus God Zelf. Maar als God mens kan worden, waarom wordt Hij dan mens? Of: waarom moest Hij mens worden? We kennen in onze traditie het antwoord: om ons heil, om ons van de zonde te verlossen. In het gesprek met Nico den Bok wordt aan het slot van het gesprek nader ingegaan op de vraag: waaróm is God nu eigenlijk mens geworden?
'Stel datje met de klassiek christelijke positie meegaat, hoe kun je die nu nog begrijpelijk maken? Hier liggen veel vragen van postmoderne mensen: maar God kan toch helemaal geen mens worden? Of: waarom zou Hij?
Wat je nog vaak hoort bij mensen aan de rand of zeljs middenin de kerk is de vraag: hoe kan nou de Eeuwige zich als een sterfelijk mens uitdrukken? Die vraag kom je ook bij joden en moslims tegen: dat het niet zou sporen met de verhevenheid van God. Dan zitten we direct in het hart van ook een andere discussie, die over de verzoening. Een van de grondgedachten van de klassieke verzoeningsleer is dat God mens geworden is omdat dat nodig was om mensen te kunnen verlossen. We hebben een verlosser nodig, en dat kan alleen God maar zijn, in mensengedaante. Die gedachte van een verlosser die alleen door zijn zoendood ons kan bevrijden, is moeilijk verteerbaar voor een groot deel van onze christelijke kerken en gemeenteleden. Daarom is de vraag naar de motieven heel spannend, want dit was een van de antwoorden die gegeven werd en dan ook nog in verschillende varianten. Anselmus' variant is klassiekgeworden.
Maar vanaf de tijd van de kerkvaders was er ook een andere variant, die wat dieper gaat en ruimer aanzet. Die zegt: God is mens geworden om ons heil, Hij heeft omgezien naar zijn volk. En dat is niet alleen omdat het volk zo nodig verlost moest worden, maar ook omdat God gemeenschap zocht met de mensen. Dat Christus het scheppingsdoel van God was. Die lijn is vooral in de oosterse kerken uitgewerkt, maar hier ook door Duns Scotus. Hij zegt: zeljs als de mens niet gevallen was, zou God toch nog gekomen zijn in een mens. De deemoed die dat bij God moet veronderstellen tekent God tot in zijn wezen. En dat wezen is niet afhankelijk van de zonde.'
Het lijkt me een boeiende dag te worden, waar ingegaan zal worden op wezenlijke vragen. Wie meer informatie wil kan terecht op: www.utrechtsestudiedagen.tk. In het
najaar verschijnt een boek met als thema 'Wat God bewoog mens te worden'.
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's