Door de Heilige Geest beheerst
VERVULD WORDEN: ISRAËL, DE KERK, ELK MENS
Vooral op grond van gegevens in het boek Handelingen is mij gevraagd te schrijven over het vervuld worden met de Heilige Geest en de betekenis daarvan voor Israël, voor de kerk en voor ieder mens persoonlijk. Alvorens stil te staan bij deze aangereikte driedeling, wijs ik eerst op h et feit van de*vervulling met de Heilige Geest en de betekenis van het woord 'vervullen'. De evangelist Lukas meldt zowel in de advent- en kerstgeschiedenis als in zijn weergave van het pinkstergebeuren dat mensen worden 'vervuld' met de Heilige Geest. Aanvankelijk betreft dat individuen: Zacharias, Elizabet, Johannes (de Doper), Maria en Simeon. Maar in Handelingen 2 lezen wij: 'En zij werden allen vervuld...' In vervulling gaat wat Jezus heeft beloofd: de Doop met de Heilige Geest (Hand. 1: 5, 8) als' de belofte van de Vader (1:4). Vervulling met de Geest is vervulling van het Woord van God, van wat de Heere heeft toegezegd bij monde van de profeten. Op het pinksterfeest zegt de apostel Petrus dan ook dat de profetie van Joel 2 in vervulling is gegaan: 'Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees...' (2 : i6v.). Dezelfde apostel zegt tot tweemaal toe dat God heeft vervuld hetgeen Hij door de mond van al zijn profeten tevoren heeft verkondigd (3 : 18, 24). Bovendien lezen wij dat de Heere waarmaakt wat Hij aan Abraham heeft gezworen (3 : 25; 13 : 26). Hij houdt getrouw zijn Woord!
Vervullen
Pinksteren: ménsen worden vervuld van Gód. 'Vervullen' is geen mensenwerk. Dat doet God. De Heere zegt: 'Vervul Ik niet de hemel en de aarde? ' (Jer. 23 : 24). Dit betekent: Ik beheers hemel en aarde. Met andere woorden: Ik maak de dienst uit. Wanneer dus mensen worden vervuld met de Heilige Geest, gaat de Geest die mensen 'beheersen', Hij gaat de dienst uitmaken in hun leven. Dit op initiatief van dé Heere, echter niet tegen wil en dank wat de persoon betreft die 'vervuld' wordt. In het Nieuwe Testament klinkt namelijk ook de oproep: 'Wordt vervuld met de Geest' (Ef. 5 : 18). Wat de Heere doet in de vervulling van zijn beloften, komt tegelijk als een gebod tot ons: laat de Heilige Geest de dienst uitmaken in uw leven, laat u door Hem beheersen! Van wat dit concreet inhoudt, geef ik later een aantal voorbeelden. Letten wij eerst achtereenvolgens op de boven genoemde drie punten.
Israël
Dat Pinksteren alles met Israël te maken heeft, blijkt al uit de woordkeus van de evangelist Lukas in de twee door hem geschreven boeken: het Evangelie en de Handelingen. Lukas 'denkt' - om zo te zeggen - in de taal en de tekst van het Oude Testament. Dit zien wij, bijvoorbeeld, in Handelingen 2 : 'En als de dag van het pinksterfeest vervuld werd...' Letterlijk: de vijftigste dag (na Pasen). De vijftigste dag is het sluitstuk van Pasen, de slotakte van wat op de eerste dag is begonnen, toen Israël werd bevrijd. Pinksteren is ook de volheid van de oogst die op Pasen is begonnen. Eigenlijk gaat het om de vervulling van wat reeds in de boeken van Mozes geschreven staat. Op Pasen worden namelijk de eerstelingen van de oogst geofferd en op de vijftigste dag (Pinksteren) twee broden, gebakken van het meel van de nieuwe oogst (Lev. 23 : 17). De Heere geeft zijn volk overvloed.
Op Pinksteren wordt uitgedeeld van de overwinning van Pasen. Uitgedeeld allereerst aan Israël. Jezus Zelfheeft dit zijn apostelen zo geleerd. Niet zomaar vragen zij dan ook aan Hem: 'Heere, zult Gij in deze tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten? ' (Hand. 1: 6). En Petrus richt zich op het Pinksterfeest tot de 'Joodse mannen' die te Jeruzalem wonen (2 : 14). Hij spreekt hen als volgt aan: 'Gij, Israëlietische mannen' (2 : 22; verg. 3 : 12). De pinksterboodschap is geadresseerd aan 'het ganse huis van Israël' (2:36). Dan klinkt de oproep tot bekering, de nodiging tot 'de Doop tot vergeving der zonden' en ook de belofte van 'de gave van de Heilige Geest' (2 : 38), mét de verzekering: 'Want u komt de belofte toe en uw kinderen...' (2 : 39). En - om nog één voorbeeld te noemen - in de confrontatie met de Hoge Raad zegt Petrus dat God door zijn rechterhand Jezus heeft verhoogd 'tot een Vorst en Zaligmaker om Israël te geven bekering en vergeving van zonden' (5 : 30-31). Wanneer wij deze woorden leggen naast het getuigenis van Petrus in zijn 'pinksterpreek', namelijk dat Christus door de rechterhand van God is verhoogd en de belofte van de Heilige Geest van de Vader heeft ontvangen en dat Hij de Geest heeft uitgestort (2 : 33), wordt ons duidelijk dat in de gave van de Heilige Geest Israël wordt gezegend met bekering en vergeving der zonden!
In een bepaalde joodse traditie wordt Pinksteren ook gevierd als feest van de wet. Men gedenkt dan namelijk dat de Heere op de vijftigste dag na het Pascha in Egypte en de daaraan verbonden uittocht (Exodus) van Gods volk, zijn wet op Horeb (Sinai) heeft gegeven.Vandaar op Pinksteren de tekenen van de Sinai: stormwind, vuur, bazuingeschal. Er klinkt een 'stem' door Jeruzalem (Hand.2 : 6; verg. Ex. 19). De HEERE, de God van het verbond, spreekt zijn volk aan. De Heilige Geest is te herkennen aan het Woord, schrijft Gods wet in het hart. Alweer als vervulling van de profetie: God sluit een niéuw verbond 'met het huis van Israël' (Jer. 31: 31-34; Ez. 36 : 27). God spreekt, maar ook mensen gaan spreken: ... en zij begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken' (2:4). Uit het vervolg van wat Lukas vertelt, blijkt dat het hier om een talen-wonder gaat (vs. 6, 8, 11). Letterlijk staat er zelfs dat ieder 'in zijn eigen dialect' hoort wat er wordt gezegd. De Heilige Geest spreekt in de moedertaal die zelfs kleine kinderen verstaan. Door middel van een soort 'simultaanvertaling' - zoals bijvoorbeeld in het Europees Parlement en in de vergaderingen van de Verenigde Naties - zonder technische middelen, zorgt de Geest voor verstaanbaarheid. Dit als tegenhanger van de spraakverwarring in Genesis 11. Er wordt getuigd van 'de grote werken van God' (vs. 11). Let erop dat Lukas schrijft: 'Zij begonnen te spreken'. Anders gezegd: Dit is nog maar het begin! Het hele boek Handelingen getuigt van de vóórtgang en de opmars van het Evangelie. Het is eerst voor de Jood en vervolgens ook voor de Griek, voor de heiden, voor de volken ((Rom. 1:16; 2 : 10). God richt Zich door de eeuwen heen op alle volken, maar Hij heeft zijn volk Israël niet verstoten (Rom. 11). Wat Gods beloften betreft, mogen wij grote dingen verwachten voor het oude bondsvolk. Wanneer de HEERE zegt: 'Ik zal!', dan zal het ook, al kunnen wij in de verte niet bekijken hoe dat mogelijk is. De Bijbel roept ons op tot ootmoed. Het is goed dat wij als kerk onze plaats weten, ook ten aanzien van Israël. Wij vieren het pinksterfeest, maar in het besef dat wij veel aan Israël te danken hebben. 'De JCerk is altijd Kerk met het gezicht naar Israël' (J. P. Versteeg). De voorbede voor het volk van Abraham zal dan ook in de kerk niet ontbreken. Zeker op het pinksterfeest niet.
De kerk
De Heilige Geest maakt de dienst uit door middel van de verkondiging van 'de grote werken van God' (Hand. 2:11). De Geest bepaalt de kracht van de verkondiging. Zo voltrekt zich gemeentevorming en - opbouw. Vandaar ook het vervolg van wat Lukas vertelt: na de preek van Petrus en de bekering en de Doop van de drieduizend die tot geloof zijn gekomen, gaat het over het gemeenteleven, het kerk-zijn. Heel compact geeft de evangelist weer hoe hartelijk de gemeenteleden betrokken zijn bij de eredienst - de dienst van Woord en sacrament - en de uitwerking daarvan in allerlei vormen van gemeenteleven en sociaal gedrag. Het verkondigde Woord krijgt 'handen en voeten' in het alledaagse bestaan, in de omgang met elkaar als broeders en zusters. Ook geschieden er vele tekenen en wonderen (5 : 12). Ten diepste komt het erop neer dat Koning JEZUS door Woord en Geest zijn heerschappij laat gelden in zijn kerk. In het onderwijs en het optreden van de apostelen staat HIJ centraal.
Een prachtig voorbeeld hiervan hebben wij in de pinksterpreek van Petrus en in wat Lukas vertelt van de genezing van de verlamde (Hand. 3). Het Woord doet zijn werk, door de kracht van de Geest. Woord en daad gaan samen. Alles wat er geschiedt, is geen resultaat van organisatie en management, maar is vrucht van de Geest. De
kerk is een organisme: lichaam van Christus. De leden zoeken elkaar niet uit, maar zijn aan elkander gegeven. De Geest vormt dan ook geen elitaire club waarin geen plaats en ruimte is voor Jan Rap en zijn maat. Integendeel. De profetie gaat immers in vervulling: het heil is voor zonen en dochters, voor jongelingen en ouden, voor slaven en slavinnen. Dus geslacht, leeftijd en sociale positie doen er niet toe. 'En de menigte van degenen die geloofden, was één hart en één ziel' (4 : 32). Er is een diepe eenheid in Christus. En bovendien: de vele gelovigen hebben alle dingen gemeenschappelijk. Men weet wat 'delen' (uitdelen) is. Niet opgelegd, niet gedwongen, maar spontaan. De Heilige Geest kweekt geen individualisten en egoïsten. Er is dan ook geen arme in de gemeente. De 'eendracht' die Lukas telkens weer belicht, is derhalve niet slechts een 'geestelijke' aangelegenheid, een schone theorie van hoe het zou behoren te zijn. De omgang met en de zorg voor elkaar zijn de proef op de som van 'de gemeenschap der heiligen'. Wij belijden: 'Ik geloof in de Heilige Geest'. En in één adem erbij: 'Ik geloof één heilige katholieke kerk, de gemeenschap der heiligen'. Wat de Heilige Geest bedoelt en werkt, verwoordt Lukas in Handelingen 9 : 31. De Gemeente 'wandelt in de vreze des Heeren', zij groeit in aantal door de bijstand van de Heilige Geest en leeft in vrede. Overigens verzwijgt Lukas niet dat zij die vervuld zijn met de Heilige Geest te lijden hebben onder heftige vijandschap. Stefanus, een man 'vol van geloof en van de Heilige Geest' (6 : 5), wordt om zijn getuigenis gestenigd. Niet door heidenen, maar door 'vrome' volksgenoten die in de ene hand hun Bijbel dragen en in de andere een steen. In hoofdstuk 8 lezen we dat er 'een grote vervolging' uitbreekt tegen de gemeente te Jeruzalem. De gelovigen slaan op de vlucht. Dit hoort dus óók bij de pinkstergemeente: lijden om Christus' wil en het veld moeten ruimen voor en door hen die zélf de dienst uitmaken en zich dus niet laten beheersen door de Heilige Geest. Het wonder ondanks alles is echter dat de vluchtelingen 'onderweg' van Jezus vertellen en dat veel mensen door hun getuigenis tot geloof komen (8 : 4V.). God gebruikt de vijandschap om zijn kerk te bouwen.
Actueel is ook wat wij in het boek Handelingen lezen over het beleggen van een vergadering om onderlinge conflicten te bespreken (hfdst. 15). De gelovigen - door de Geest vervuld en geleid - zijn op hun hoede voor wat'de eenheid van de Kerk zou kunnen verstoren. Hoe zou het ook anders, als onze Heiland Zelf om die eenheid heeft gebeden (Joh. 17)? Men zoekt de eenheid niet te handhaven door middel van geven en nemen, van optellen en aftrekken. Wat Lukas schrijft, vinden wij terug in het reformatorisch inzicht dat de eenheid der kerk ligt in de overeenstemming in de leer der kerk, in haar belijdenis en verkondiging. De wind van de Geest laat geen ruimte voor allerlei wind van leer. De Heilige Geest houdt de kerk heilig. Hij handhaaft de tucht. De kerk van Pinksteren is geen plurale kerk, zij weert wat haar belijden weerspreekt. Zij is één in Christus haar Hoofd. Met Hem verbonden hebben de gelovigen samen deel aan de volheid van zijn gaven.
Ieder mens persoonlijk
Binnen de gemeenschap van de kerk heeft God de enkeling op het oog. Deze gaat niet onder in de massa, krijgt een heel persoonlijke verzorging en begeleiding. Op het pinksterfeest worden allen vervuld met de Heilige Geest en tegelijk worden vuurtongen gezien op eenieder van hen (Hand. 2). De enkeling wordt dus gezegend als deel van het geheel, maar is er tegelijk ten dienste van de gemeenschap. Met de woorden van de Catechismus uan Heidelberg belijden wij dat de Heilige Geest 'ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al zijn weldaden deelachtig maakt, mij troost en bij mij eeuwig blijft'.
Zo waar 'een ieder' van de bekeerlingen op Pinksteren wordt gedoopt (Hand. 2 : 38), ontvangt eenieder ook de Heilige Geest. Dit als vervulling van de oude profetie en van de belofte uit de mond van Johannes de Doper, die naar Jezus wijst en zegt: 'Deze zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur' (Luk. 3 : 16). Jezus heeft het beloofd: 'Gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden' (Hand. 1: 5). 'En zij begonnen te spreken...' Het 'spreken' gaat tot op vandaag door. Het getuigenis klinkt uit de mond van jongeren en ouderen. De verkondiging naar het 'model' van Handelingen 2 staat centraal in het (ware) kerk-zijn. Door de prediking komen mensen tot persoonlijk schuld- en geloofsbelijden, door de vervulling met de Heilige Geest. Waar de Christus-boodschap niet het middelpunt is van het gemeenteleven, zijn de gemeenteleden op hun best activisten met een program of met een 'handboek soldaat'. Waar de heerschappij van Christus is, daar beheerst de Heilige Geest elke gelovige. Vandaar onmiskenbaar een 'wandelen door de Geest (Gal. 5 : 16), 'de vrucht van de Geest': 'Liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing' (Gal. 5 : 22). Het gaat immers om een leven waaruit blijkt dat de Geest de wet van God in het hart heeft geschreven. Daarin is de Bijbel duidelijk. Een goed verstaander heeft slechts een half woord nodig, zegt de volksmond. Wat moet de Heilige Geest een geduld hebben. Wat moet Hij een verdriet hebben wanneer Hij dag in dag uit meemaakt wat 'gelovigen' ervan maken.
Vruchten
Wij kunnen kort zijn wat betreft het pinksterleven. Ik zou een aantal voorbeelden noemen. Het citaat uit Galaten 5 is duidelijk genoeg. Laat ik er nog iets aan toevoegen over het leven naar Gods geboden. Een bloemlezing - pinksterbloemen - uit 'onze' Catechismus, die niet toevallig zijn plaats kwijtraakt in de eredienst. De Geest leert ons de wet 'geestelijk' te verstaan, zodat in elk geval de liefde tot God bovenaan staat in ons doen en laten, in overwegen en spreken en de liefde tot de naaste niet onderdoet voor de liefde voor onszelf. God gebiedt niet alleen dit of dat te laten, maar Hij gebiedt ook te dóen. Niet wettisch, maar als vrucht van de Geest, vrucht van 'de ware wijnstok' (Joh. 15). Bijvoorbeeld: wanneer u denkt - bij wat wij hoorden van Stefanus - 'In mijn kerk worden gelukkig geen mensen vermoord', luister dan eens naar de diepe zin van het zesde gebod: 'Dat ik mijn naaste niet met gedachten, woorden of gebaren, en nog veel minder door daden, hetzij zelf, hetzij door tussenkomst van anderen, onteer, haat, kwets of dood (...) Zoveel mogelijk voorkom wat mijn naaste kan schaden en zelfs mijn vijand goed doen' (zo. 40). 'Dat ik het belang van mijn naaste naar mijn vermogen bevorder en hem zó. behandel als ik zelf behandeld zou willen worden' (Zo*. 42). 'Dat ik niemands woorden verdraai, geen kwaadspreker of lasteraar ben, niemand lichtvaardig en zonder hem te horen, veroordeel of laat veroordelen; maar alle soorten van leugen en bedrog als echte werken van de duivel vermijd, indien ik niet de zware toorn van God op mij wil laden (...) voor de eer en goede naam van mijn naaste naar mijn vermogen opkom en die verdedig' (zo. 43).
Hierboven schreef ik: wij kunnen kort zijn wat betreft het pinksterleven. De pinkstergemeente is te herkennen. Wie gedoopt is met de Geest, zal - als vrucht van de Geest - ook herkend worden, als navolger van Christus Jezus, ook in de praktijkvoorbeelden die ik noemde. Aan de vruchten kent men de boom. Met een uitspraak van Jezus - want Hij heeft het laatste woord! - vat ik dit onderdeel samen: 'Alles nu wat gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten' (Mt. 7 : 12). Dit is Pinksteren in de praktijk. Laten wij voor elkaar bidden om vervuld te worden 'tot alle volheid Gods' (Ef. 3 : 19).
M. VERDUIN, DIRKSLAND/ZEIST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's